Maandag 16/05/2022

'Als ik mijn kop neerleg, heb ik niet voor niets geleefd'

Het verhaal over haar leven werd een bestseller, maar zelf verdiende ze er niets aan. Toch is Liliane Stynen (76) nog altijd tevreden over de publicatie van Rosalie Niemand. 'Zonder het boek was ik nooit geworden wie ik nu ben.'

Door Evy Ballegeer

Haar verhaal is bekend: van haar tiende tot haar vijftigste zat Rosalie Niemand ten onrechte opgesloten in de psychiatrische instelling in Duffel. Bij haar afscheid zeiden de nonnen: "Welk leven is er nog voor u weggelegd? Binnen de veertien dagen staat ge hier terug." Maar Rosalie antwoordde: "Dat plezier gun ik u niet." En ze bouwde een leven op als Liliane Stynen, intussen een gelukkige vrouw van 76.

Ze betrekt een appartement in het centrum van Mechelen. Vrij klein, maar gerieflijk en gezellig. "Ik woon hier graag", zegt ze. "Toen ik vrijkwam, heb ik nog een tijd in een beschutte werkplaats moeten werken. Daarna verhuisde ik naar de zusters in de Merodestraat in Mechelen. Uiteindelijk ben ik alleen gaan wonen in een huisje op de Nekkerspoel. Ik had een job bij de gehandicapten in Borrestein waar ik werkte als naaister. In die tijd leerde ik mijn vriendin Christiane kennen. Op een dag heb ik haar verteld wat mij overkomen was. Ze huilde en zei: daar moet een boek over geschreven worden. Haar dochtertje zat toevallig op school bij de oudste zoon van schrijfster Elisabeth Marain. Zo zijn wij met elkaar in contact gekomen. We ontmoetten elkaar in café 't Klapgat. Aanvankelijk wou Elisabeth mij niet geloven. Maar toen uit haar onderzoek bleek dat alles klopte, heeft ze het boek geschreven. Ze werkte er drie jaar aan."

"Rosalie is mijn tweede naam en Niemand was een idee van Elizabeth. Ik had gevraagd om anoniem te blijven, maar na een artikel in Humo kwamen mijn naam en foto plots op tv. Tja, toen kon ik natuurlijk niet meer zwijgen. Er volgden tal van interviews. Ik wou dat mensen dankzij mijn verhaal zouden weten hoe het er aan toe ging in zo'n instelling en nog meer dat niemand nog hetzelfde kon overkomen. Van tijd tot tijd heb ik nog nachtmerries. Zeker als ik spreekbeurten geef. Of ik als bepaalde verhalen hoor op het nieuws. Dan kan ik mij kwaad maken. Tijdens de affaire-Dutroux bijvoorbeeld. Smeerlap, roep ik dan. Of onlangs nog, bij die vrouw die met haar kinderen opgesloten zat in de kelder van haar vader (de Oostenrijkse Jozef Fritzl, EB). Verschrikkelijk. Ook Natacha Kampush heb ik gevolgd. Ik heb al dikwijls gedacht om haar een boek te sturen, maar ik heb er geen meer."

Rosalie Niemand werd een bestseller en betekende de doorbraak voor schrijfster Elizabeth Marain. "Zelf heb ik daar niet aan verdiend. Ik besefte niet dat ik een contract had moeten tekenen. Zie je, mijn leven was blijven stilstaan. Ik kon zelfs de briefjes voor de mutualiteit nauwelijks invullen. Ik kon niet telefoneren, had moeite met het nemen van de trein. Was ik beter op de hoogte geweest...

"Elizabeth heeft eigenlijk carrière gemaakt met mijn verhaal. We hebben nog contact, maar ik heb daar woorden over gehad met haar. Eigenlijk is het goed en niet goed. Had zij het boek niet geschreven, dan was ik wellicht niet geworden wie ik nu ben. In het begin kon ik amper praten met de mensen. Het boek hielp me contacten leggen."

"Nadien is er nog een tweede boek gekomen, Rosalie Niemand vertelt. Dat gaat over mijn zoektocht naar de identiteit van mijn vader. Ik heb opzoekingen verricht in de archieven in Brussel. Ik ontdekte dat ik geboren ben in Pacheco in Brussel, nu een rusthuis, maar vroeger een moederhuis voor tienermoeders.

"Ik ben ook op bezoek gegaan bij mijn moeder, die toen nog leefde. Ze heeft me niet binnengelaten. 'C'est un livre qui est fermé et je ne veux plus entendre parler de ca.' Dat was het. Mijn laatste contact met haar dateerde van mijn plechtige communie. Toen zei ze: ik kom u nooit meer bezoeken, en ze heeft dat ook nooit meer gedaan. Mijn moeder was de oudste van vijf meisjes uit Limburg. Ik heb mijn tantes bezocht en werd daar goed ontvangen.

"Blijkbaar is mijn moeder op haar twaalfde al gaan lopen. Ze is stripteasedanseres geworden in Brussel en daar moet iets gebeurd zijn met een rijke man. Een van mijn tantes heeft mij willen aannemen als haar eigen kind, maar mijn moeder weigerde. Zij wou trouwen met haar Paul en daarvoor moest ik verdwijnen. Hij wist wel van mijn bestaan af, maar zijn ouders mochten het niet weten. Die hadden een zaak aan de avenue Louise en verkochten aan het paleis."

Ze kijkt naar een foto van haar moeder. "Ik ben er kwaad op. Voor mij is dat nu een vreemd mens. Paul was een brave, maar hij was bang voor haar. Mijn halfzusters Yvonne en Daniëlle wonen in Rixensart. Ik ben er ook een keer geweest, maar ze wilden mij daar niet."

"Voor Rosalie Niemand vertelt had ik wel een contract, maar eigenlijk is hetzelfde gebeurd als de eerste keer. De auteur (Jan Vanhaelen, EB) gaf een feest voor de publicatie van het boek en ik heb alles alleen mogen betalen. Ik heb ook niets van de opbrengst gekregen.

"Ach ja, ik heb niets te kort. Ik woon hier goed. Ik naai om mijn pensioentje aan te vullen. Retouches en gordijnen. En af en toe verdien ik iets met een spreekbeurt. Zonder zou ik niet rondkomen. Ik zou geen glas mogen drinken. Geen bloemekes kopen voor op mijn terras.

"Gelukkig krijg ik ook al eens iets van de een en de ander. En vriendschap is zo veel meer waard dan geld. Met mijn 75ste verjaardag vorig jaar heb ik tweehonderd mensen uitgenodigd in Mechelen. Ze waren er allemaal. Vroeger wist ik niet wanneer ik jarig was. Ergens in oktober, maar ik wist niet welke dag. Nu geef ik om de vijf jaar een groot feest.

"Ik heb nooit gedacht dat ik nog zo lang zou leven. Er is een tijd geweest in de instelling dat ik dacht: het is hier gedaan met mij. Ik heb nog overwogen om medicatie te slikken. Dood. Wie had gedacht dat ik nog 76 zou worden? En dat ik overal graag gezien zou worden? Een knuffeltje hier. Een kuske daar. Ik apprecieer dat."

"Ik heb geen tijd om eenzaam te zijn. Ik ben lid van vier verschillende muziekgroepen. Die liefde voor muziek, die heb ik van in Duffel. Als kind van veertien kreeg ik een banjo in mijn handen gestopt en werd ik in een kamer opgesloten. Mijn eerste liedje was 'De lichtjes van de Schelde'. Later bood mijn gitaar me troost. Ik had niets anders. Geen boeken, niets."

De deurbel gaat. Een buurvrouw heeft een probleem met haar telefoon en vraagt hulp. "Iedereen kent mij hier als Liliane. De meesten kennen mijn verhaal, maar ik begin er nooit zelf over. Nu leef ik gelukkig. Ik denk altijd: als ik mijn kop neerleg, heb ik niet voor niets geleefd. Ik ga nog vaak op scholen spreken. De jeugd moet weten dat je ondanks alles toch nog een goed leven kunt leiden. Die jongeren zijn altijd geïnteresseerd. Stellen heel veel vragen. Over mijn puberteit. Of waarom ik niet getrouwd ben."

"Ik vind het erg jammer dat ik zelf geen kinderen heb. Maar als je leven pas begint op je vijftigste... Kinderen, dat kon uiteraard niet meer. En een man?" Ze aarzelt. "Ik heb nog annonces gezet. Maar wat krijg je dan aan de telefoon? Een van 38 die een vriendin zoekt om te gaan kameren... Dan heb ik gezegd: voor mij hoeft het niet meer.

"Ik heb het een en ander meegemaakt met een priester. Ik zag hem graag, maar hij heeft tot en met geprofiteerd van mij. Ik heb dat zelf moeten uitmaken. Ik werd gebruikt om meneer zijn was te doen. Tien jaar lang heb ik dat gedaan. Maar ja, als je verliefd bent... Die priester was mijn eerste man. Mijn eerste lief. Op een manier ben ik blij dat ik dat nog meegemaakt heb. Dat ik weet hoe het voelt om een relatie te hebben.

"Ik heb nooit de eerste stap gezet, omdat ik wist dat hij priester was. Ik kende hem van in Duffel. Hij komt voor in het eerste boek. Onze relatie is pas begonnen toen ik alleen woonde. Het was altijd van: ge moet thuis blijven, want ik kom u bezoeken. En ik bleef thuis, maar meneer kwam niet opdagen.

"De eerste tien jaar zijn zo voorbijgegaan. Ik had nog zoveel andere dingen willen doen. Met de auto leren rijden bijvoorbeeld. Maar ik zat altijd op hem te wachten. In feite heb ik nog eens tien jaar verloren. De wereld mag dat weten. Eigenlijk zou ik daar ook nog graag eens een boek over schrijven. In het tweede boek wou ik dat verhaal al vertellen, maar het mocht niet van de uitgeverij. Ze hebben er alles uitgehaald. Je gaat de hele kerk tegen je krijgen, zeiden ze."

"Heel soms kom ik hem tegen op een begrafenis. Hij geeft mij een hand zoals hij dat bij iedereen doet tijdens de koffietafel. Goeiendag, zegt hij dan. Ik word daar kwaad van. Had ik er zelf geen punt achter gezet, ik was nog altijd zijn slaaf geweest." Ze zucht. "Dat is toch een leven apart hé. Maar ik ben gelukkig nu. Ik leef de dag zoals hij komt. En altijd lachen. Mocht ik nu niet content zijn, dan zou ik wel een erg moeilijk mens zijn, niet?"

Toen ik alleen woonde, heb ik een lief gehad, een priester. Het was altijd van: ik kom u bezoeken. Maar meneer kwam nooit opdagen. In feite heb ik zo nog eens tien jaar verloren

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234