Zondag 25/08/2019

sportapps

“Als ik geen data op mijn scherm zie, voel ik een groot gemis”

Stephan Tytgadt raakte enkele jaren geleden verknocht aan Zwift, een virtueel fietsplatform voor zowel competitie als peddelritjes. Beeld Thomas Sweertvaegher

14,51 kilometer gelopen. 1 uur 9 minuten en 57 seconden. 1.024 calorieën. En delen maar. Een kwart van de recreatieve lopers en fietsers wentelt zich tegenwoordig in een stroom aan data en draagt de titel ‘Strava-slet’ als een geuzennaam. “Je moet geen Froome heten om op een wattagemeterke te kijken hoor.” 

Terwijl de profrenners op dit moment de Argentijnse zon opzoeken voor een eerste test van de benen, zitten ook de modale wielertoeristen niet stil met het oog op hun eigen voorjaarsklassiekers. Rijdend op slimme rollensystemen in stoffige huiskamers zien ze voor zich op een flatscreen de Alpe du Zwift opdoemen: 21 haarspeldbochten, 1.000 meter hoogteverschil en aan de finishlijn geen boeketje van de podiummiss, maar een gedetailleerd prestatierapport. Hartslag, vermogen, allemaal te vergelijken met de rest van het peloton aan Zwifters. Een virtueel peloton weliswaar, dat over virtuele wegen dokkert.

“Vroeger had ik nochtans een hartsgrondige hekel aan de rollen”, lacht Stephan Tytgadt (44), die een fietsenwinkel uitbaat in Liedekerke. Technologie heeft zijn fietservaring helemaal veranderd. Eerst ontdekte Tytgadt de sportapp Strava, waardoor hij in het Pajottenland bekend stond als ‘die kerel die op bijna 1.000 segmenten king of the mountain is’. Voor elk ‘segment’, een strook zoals de Paterberg of gewoon een steile fietsbrug, zijn er klassementen op Strava waar druk om gesprint wordt.

En sinds een paar jaar is er dus Zwift, waar hij ook ’s winters elke dag terechtkan voor zowel competitieve wedstrijden als peddelritjes. “Gisteren heb ik samen met 250 mensen gefietst in een sociaal tempo”, vertelt hij. Wat een sociaal tempo is? “Zo’n 2,5 watt per kilogram.” Tytgadt speelt de data naar binnen alsof het energierepen zijn.

De tijd dat zondagscoureurs enkel afstand en snelheid konden aflezen op hun kilometerteller is passé. Wearables, draagbare sensoren zeg maar, zijn het nieuwe statussymbool in het lokale toeristenclubje. “Je moet geen Froome heten om op een wattagemeterke te kijken hoor, 20 à 30 procent rijdt daar tegenwoordig mee rond hier in de streek”, zegt Tytgadt. De data die eruit stromen worden door sommigen achteraf in software zoals TrainingPeaks of CoachBox gegoten, om te pieken naar de Ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen, net zoals Sagan dat doet richting de heilige zondag die volgt.

“De innovatieve sportfreak”, noemt Kristof De Mey (Victoris) die groep sporters. Victoris, het consortium rond sportinnovatie van de UGent, deed in 2016 samen met iMinds (nu imec) een bevraging bij ruim 1.000 lopers en fietsers naar hun relatie met technologie. Liefst 24 procent werd in de sportmonitor geklasseerd als zo’n innovatieve sportfreak, zeg maar het type sporter dat technologie en data als inherent deel van de sportervaring is gaan beschouwen.

“Als ik tijdens het fietsen geen data op mijn scherm zie, dan voel ik echt een gemis”, zegt Tytgadt over zijn ‘verslaving’. Een batterij die dreigt leeg te lopen tijdens de rit zorgt al voor angstzweet. Ook Rik Van de Walle (48), rector van de UGent, kent die maniakale trekjes tijdens zijn loopsessies. “Als ik na een kilometer merk dat ik mijn hartslagmeting niet heb aangelegd, is het al gebeurd dat ik stop, terugwandel en opnieuw begin om toch die complete dataset te hebben”, lacht hij. “Rationeel is dat misschien niet, maar ik kan er echt niet aan weerstaan.”

Rik Van de Walle is naast rector van de UGent ook fervent marathonloper. Beeld Thomas Sweertvaegher

Strava-slet

De drang naar data is nochtans verre van irrationeel. Tegenwind of rugwind, zware benen of superbenen, het is altijd het ritme van de hartfrequentie die de dans leidt bij Van de Walle “omdat het wetenschappelijk bewezen is dat je daarmee een maximaal trainingsresultaat haalt”. De getalletjes na elke prestatie zijn vanuit die optiek een zekerheid, een tastbaar bewijs van de vormcurve. Zeker als je, zoals Van de Walle, toewerkt naar marathons en een trainingsschema als bijbel hebt. “Ik vind het heel motiverend om mijn evolutie tot in de kleinste details te kunnen opvolgen.”

Volgens De Mey is het, zeker bij mensen met een intensieve levensstijl, een klassiek verhaal: de tijd die ze in sport investeren, moet renderen. “Toch is het zeker niet zo dat elke fanatieke sporter zich vol op die innovatie smijt.” De grootste groep in de sportmonitor bleek namelijk de ‘traditionele sportfreak’: de 35 procent die veel loopt of fietst, maar zonder veel technologische hoogstandjes. Dat die groep demografisch gezien iets ouder en vrouwelijker is dan de data-adept, spreekt bijna voor zich.

Maar ook bij wie zich er niet ten volle op smijt, sluipen de data er onmiskenbaar in. Ongeveer 60 procent van de lopers en fietsers gebruikt minstens één sportapp om de geleverde prestatie te tracken zoals Strava, Runkeeper en Garmin Connect. De datastroom is doorheen de jaren breder geworden, overzichtelijker ook. Wie met de coachende stem van Evi Gruyaert begint te lopen, krijgt vandaag een pak meer info dan enkel ‘goed bezig, jij wordt ooit nog een marathonloper’. 

Ook op het meer gezapige niveau werkt die aantoonbare vooruitgang als een motivatie.“Ik ben er niet zo freaky mee bezig, maar als ik in form geraak, check ik die gegevens toch wat grondiger”, zegt muzikant Frederik Sioen, die zichzelf trots een ‘Strava-slet’ noemt. In zijn wielerclub Spaak & Spier is het een geuzennaam, en prediken bijna alle leden hetzelfde gebod: “Als het niet op Strava staat, dan is het niet gebeurd.”

Nadeel: er is geen ruimte meer voor totetrekkerie, een leugentje om bestwil of overdreven zelfstoef aan de toog. Wie de snelste sprint heeft getrokken op de Gentbruggebrug wordt na de groepsrit van Spaak & Spier meteen gecheckt op oplichtende schermpjes. “Maar dat leidt vooral tot geweldig leuke cafépraat, ideaal om elkaar een beetje te jennen of op scherp te zetten voor de volgende rit”, zegt Sioen. Als hij na een luie dag ziet dat zijn maatje ‘Bramcellara’ een straffe Strava-rit post of een snellere tijd heeft neergezet op de Berendries, begint het al te kriebelen.

Het is een beetje de tegenstelling binnen de relatie van sport en technologie: de data zorgen voor een vergrootglas op de individuele prestatie, en toch werkt het ook heel sociaal. Elk stukje informatie is deelbaar en vergelijkbaar. “Hooguit vijf minuten”, schat Van de Walle de maximale tijdspanne tussen het zweet afdrogen en de data op Twitter smijten. De cijfertjes zijn geen religie, zegt hij, “maar als ik met een andere duurloper in gesprek raak, gaat het al heel snel daarover.”

“Het competitieve element dat erin sluipt, maakt het natuurlijk extra leuk”, zegt de Nederlandse sportjournalist en ex-renner Thijs Zonneveld, die zelf ook gretig Strava en Zwift consumeert. “Eigenlijk komt het neer op de virtuele versie van een sprintje trekken bij elk plaatsnaambordje.” Alleen spurt je op die apps niet alleen tegen kameraden, maar evengoed tegen een wielertoerist aan de andere kant van de wereld.

“Het is één grote gemeenschap”, zegt ook Stephan Tytgadt. Enkele jaren geleden richtte hij de Belgian Zwift Riders op en intussen staat de teller op meer dan 2.000 leden, die elkaar vinden voor ritjes op elk mogelijk niveau. “En de aparte Facebook-groep waar we het over de maniakale details hebben zoals wattages, tikt ook al boven de duizend aan.”

Als het even kan, meten ze zich het liefst met de echte wielertoppers. Die delen namelijk bijna allemaal hun trainingsdata, en dat zorgt ervoor dat de wielerfans vandaag heel dicht bij hun idolen kunnen staan, zegt Zonneveld. “Een fan van Manchester United zal nooit op het gras van Old Trafford kunnen voetballen. Een wielertoerist kan elke dag naar de Oude Kwaremont gaan, een beklimming doen en zich vergelijken met Van Avermaet.” Het doet de journalist al een beetje dromen naar wat komen zal: “In de toekomst zal je vanuit een schuurtje kunnen meerijden met het laatste deel van een Tour-etappe.”

Gebakken lucht

Maar heeft het keurslijf van de data geen enorme keerzijde? Het ‘moeten delen’ en de vergelijkingscultuur lijken soms verschrikkelijk vermoeiend. Tytgadt weet het maar al te goed: “Ik moet oppassen dat ik mezelf niet verlies in haantjesgedrag. Voor je het weet ben je weeral aan het demarreren op een virtuele puist of een Strava-segment.” Vooral bij de profs zorgt dat weleens voor frustratie, hoort Zonneveld. “Dan hebben ze een rustige rit op het trainingsschema, maar worden ze er virtueel afgereden door een of andere prutser. Blijf dan maar eens in het zadel zitten.”

Van de Walle en zijn smartwatch, onafscheidelijk bij het lopen. Beeld Thomas Sweertvaegher

Uit Nederlands onderzoek blijkt dat datasporters hun prestatie veel ‘bewuster’ ervaren. Maar het vergrootglas waaronder iemand sport, kan in die zin ook afschrikkend werken, weet De Mey. “Data kunnen de beleving zeker vergroten, maar dat is iets compleet anders dan mensen aan het sporten krijgen. Gedrag verander je niet zomaar door een slim horloge aan te doen en wat cijfertjes af te lezen.” Zeker bij wie te snel gaat focussen op presteren, vliegen de dure wearables vaak na enkele maanden weer de kast in. “Samen met de loopschoenen.”

Volgens De Mey is er bovendien nog een andere belangrijke valkuil: de betrouwbaarheid van al die sensoren en data. Hij ziet dat er op de markt veel gebakken lucht verkocht wordt. “Voorspellen wie een risico loopt op een bepaald letsel, bijvoorbeeld. Zo ver staan we helemaal nog niet”, zegt De Mey, die aangeeft dat op sommige data een foutenmarge tot wel 30 procent zit. “Bij een medische wearable zouden we zoiets onaanvaardbaar vinden, maar daar moet je natuurlijk eerst met honderd studies komen aandraven.”

Die wetenschappelijke onderbouw ziet hij wel gunstig evolueren, omdat de grote merken het “als een element zien om zich te onderscheiden”. Want als er iets is dat uit de sportmonitor van Victoris/iMinds naar voor komt, is het wel dat de innovatieve sportfreak geen afwijking duldt. Op de vraag waarom ze hun smartphone tijdens het sporten niet meer gebruiken, was voor die groep het belangrijkste antwoord: ‘Onbetrouwbare meting’.

Heeft die datamanie, alles in beschouwing genomen, de sportbeleving niet alleen vergroot, maar ook verbeterd?Voor Van de Walle is het verdict heel duidelijk positief. “Want die data generen ook een gevoel: zelfs als ik niet loop, ben ik toch een loper”, zegt de rector. Al beseft hij dat de hang naar cijfertjes soms tot vreemde uitwassen leidt. “Als het trainingsschema 19,5 kilometer dicteert, hou ik mij daaraan. Zelfs als ik enorm aan het genieten ben en er met veel plezier wat extra kilometers aan zou breien. Het is moeilijk te verklaren, maar zoiets geeft mij mentaal comfort.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden