Woensdag 21/04/2021

InterviewAlessia Sartor

‘Als ik eens alleen van het café naar huis loop, zet ik mijn koptelefoon niet op. Zo hoor ik of er iemand achter mij stapt’

null Beeld Inge Kinnet
Beeld Inge Kinnet

Vanuit het niets verscheen ze opeens in primetime op Eén: Alessia Sartor, bachelor in international business management. Zondag na zondag speelt ze in Beau Séjour Lola, de kleindochter van oud-marinecommandant Maurice (Gene Bervoets met een uit de hand gelopen coronakapsel). Over de ontknoping houdt ze de lippen stijf op elkaar, maar over haar leven en passie voor acteren en dans praat ze wél honderduit.

Alessia ontvangt ons in de lobby van een hotel, waar we – op veilige afstand – praten met zicht op zee: je bent West-Vlaamse of niet. Al stroomt er ook Italiaans bloed door haar aderen, zoals haar naam doet vermoeden. Maar we moeten het eerst hebben over Beau Séjour, de spannende reeks op Eén waarin ze al negen weken lang mee zoekt naar wie haar nonkel en neefje heeft vermoord.

Alessia Sartor: “Lola is mijn eerste rol. Het was zelfs mijn allereerste auditie. Ik kom uit een heel andere richting. Ik heb international business management gestudeerd. Niks voor mij, maar hoe gaat dat? Je bent 18 en je moet kiezen wat je voor de rest van je leven gaat doen. In die richting mocht je een jaar naar het buitenland, dus voilà. (lacht)

“Ik studeerde twee jaar in Gent, een halfjaar in Vietnam en een halfjaar in Barcelona. Dat waren fantastische tijden, maar toen ik afstudeerde, dacht ik: néé, ik ga dit niet mijn hele leven doen. Toevallig las ik een oproep van VRT NXT, het project waarmee de openbare omroep elk jaar twintig jongeren laat kennismaken met de media. Ik werd geselecteerd, het was een superfijne ervaring, én ik ontmoette Octavia, vandaag nog steeds één van mijn beste vriendinnen. Dankzij haar zit ik in Beau Séjour. Zij zag de oproep voor de auditie en wist dat ik zoekende was. Ze zei: ‘Doen!’ Zonder haar had ik die stap nooit gezet. Ik had geen ervaring, heb geen acteeropleiding gevolgd. Ik was ervan overtuigd dat ik niet goed genoeg was.”

En dan sta je plots naast Gene Bervoets. Hoe voelt dat?

“Een beetje bizar. (lacht) Maar de cast en crew waren heel lief. Ik weet nog hoe op de eerste draaidag de geluidsman naar mij kwam en zei: ‘Ik ga je prikken.’ Huh? Ik had geen idee wat dat betekende (een microfoon opspelden, red.). Zo waren er veel termen die ik niet begreep, maar ik kreeg alle ruimte om uitleg te vragen. Ze gaven me op geen enkel moment het gevoel dat ik een onervaren jonkie was.

“Mijn mooiste scènes waren die met Emilie De Roo, die mijn mama speelt – een fantastische vrouw. Zij heeft me onder haar vleugels genomen. We hebben nog steeds een goed contact.”

Ik vind jullie heel geloofwaardig als mama en dochter.

“Dat horen we vaker. We kunnen het zelf niet verklaren, maar we matchen. Lola kijkt op naar haar mama, en ik had geen moeite om dat gevoel te vertolken: ik kijk écht op naar Emilie.”

De eerste aflevering haalde 1,2 miljoen kijkers, en de weken nadien bleef het schommelen rond de 800.000 terwijl de reeks al integraal op VRT NU stond.

“Zot, hè? Ik ben daar heel blij mee, vooral voor de regisseurs, die dit succes verdienen. Maar ik begin niet te zweven: ik besef heel goed dat dat niet aan mij ligt, dat mensen niet in de zetel zitten en zeggen: ‘Amai, die Lola is goed, voor haar gaan we volgende week opnieuw kijken.’”

Had corona een invloed op de opnames?

“Nee, de laatste opnames, in de onderwaterstudio, maakten we eind december 2019. Nog voor corona, dus. Gelukkig maar. We gingen op de set heel vriendschappelijk met elkaar om, we knuffelden elke dag. Ik kan me inbeelden dat het héél anders is als je nu voor het eerst op een set staat.”

Gene Bervoets vertelde in Humo over het ongeval dat hij in die onderwaterstudio had: ‘Mensen die het zagen, waren ervan overtuigd dat het afgelopen was met mij.’

“Ik heb het niet zien gebeuren – ik had die dag opnames met Emilie – maar ik heb gehoord dat het heftig was. Het was een ongeluk, niemand kon er iets aan doen, en er werd nadien extra beveiliging voorzien. Misschien is dat het voordeel van mijn leeftijd: ik denk niet echt na over zulke dingen. Gene is gelukkig ook goed hersteld.”

VRIJ AAN ZEE

Zat het acteren er bij jou van jongs af in?

“Totaal niet. Ik was als kind alleen maar bezig met dans. Ik deed ballet, tapdans en hiphop. Ik had tot 16 uur les per week – al mijn tijd ging ernaartoe. Op school zeiden ze soms: ‘Je lessen zijn óók belangrijk, hè.’ Er was simpelweg geen tijd voor een andere hobby. Het is pas door nu op de set te staan, dat ik merk hoe graag ik het doe.

“Mijn ouders zijn niet verrast dat ik deze richting ben uitgegaan. Mama vond mijn studiekeuze destijds al heel bizar. Ze zei vaak dat ik nooit in het bedrijfsleven zou terechtkomen. Maar dat is mijn koppigheid: als ik ergens aan begin, houd ik vol. Ik moest en zou dat diploma halen.”

Wat vinden je ouders ervan dat je nu op tv komt?

“Ze zijn daar vrij nuchter in, al vinden ze het heel cool om Beau Séjour te zien. Ze hebben de serie al helemaal bekeken op VRT NU. Mama wilde eigenlijk week na week kijken, maar papa heeft daar het geduld niet voor. En toch volgen ze nog elke week de uitzendingen op zondag. Zo lief.”

null Beeld Inge Kinnet
Beeld Inge Kinnet

Herken je jezelf in Lola?

“Op een bepaalde manier wel. Lola is iemand die veel opkropt, net als ik. Als ik ergens mee zit, denk ik nogal snel: slik het gewoon door, het gaat wel over. Lola huilt vaak, en ook dat herken ik. Als puber kon ik beginnen te wenen zonder goed te weten waarom. Dat is wellicht typisch voor tieners: met jezelf geen blijf weten.”

Lola worstelt ook met haar onbeantwoorde liefde voor Geoffrey, de vriend van haar broer.

“Dat heb ik nog niet meegemaakt, maar ik kan me wel goed inbeelden hoe het moet zijn: hoe het op die leeftijd aanvoelt als het einde van de wereld. Terwijl het achteraf gezien natuurlijk niet zo erg is.

“Het meest herkenbare vind ik de band die Lola heeft met haar mama. Die heb ik ook met mijn mama. En met mijn papa. Ik ben een echt papa’s-kindje, ik kijk erg naar hem op.”

Is hij Italiaans?

(knikt) Papa’s grootouders kwamen lang geleden naar België. Zijn grootvader was opgeroepen als mijnwerker – hij werd uiteindelijk mecanicien – en verhuisde met zijn vrouw naar hier. Hun zoon, mijn nonno (opa, red.) bleef aanvankelijk in Italië bij zijn grootouders, en kwam op zijn 7de naar hier. Hij leerde nonna kennen, een Belgische, en bleef voorgoed. Papa is hier geboren en getogen. Grappig: nonna’s zus is ook met een Italiaan getrouwd. Zij zijn wel naar daar verhuisd – ze wonen in de buurt van Venetië.

“De link met Italië is in onze familie heel aanwezig. We spreken allemaal de taal, we koken vaak Italiaans, en we gaan, in normale tijden, ook vaak naar daar.”

Heb je het Italiaanse temperament meegekregen?

(grijnst) Als je het aan mijn ouders vraagt, zullen ze ja zeggen.”

Hoe komt dat tot uiting?

“Vooral als tiener had ik mijn streken. Ik ging een tijdje vaak uit. En moest ik om twee uur thuis zijn, dan trok ik me daar niks van aan. Maar op een bepaald moment kreeg ik geen uur meer, en dan vond ik het ineens niet meer nodig om lang weg te blijven. Al bij al viel het mee met mijn rebellie, hoor. Ik ben altijd close geweest met mijn ouders, zus en broer.”

Je bent geboren en getogen aan zee?

“Ik ben geboren in Oostende en heb daar gewoond tot ik 2 jaar was. Daarna verhuisden we naar Koksijde.”

Een fijne plek om op te groeien?

“Als kind wel. Koksijde is een scheet groot, iedereen kent iedereen en we konden altijd naar het strand. Ik kreeg snel wat vrijheid: ik mocht alleen met de fiets naar school of de bakker, of mocht met de tram naar de dansles in Nieuwpoort. Dat vond ik tof – ik was een kind dat graag alles alleen deed. Mama vertelt soms over mijn allereerste schooldag, en hoe ze toch een béétje hoopte dat ik haar zou missen, maar ik zei: ‘Dag’, en was weg.

“Als puber was Koksijde iets minder cool: we hadden hooguit twee cafés. Op mijn 17de werd ik redder, dat was wel heel fijn. We hadden de tofste reddersfeestjes op het strand, en nadien fietste ik op blote voeten terug naar huis – mensen die in de stad opgroeien, kunnen zich daar wellicht niks bij voorstellen. Opgroeien aan zee heeft zijn voor- en nadelen. Ik weet niet of ik het anders had gewild.”

Je personage Lola is opgegroeid aan zee, maar lijkt er niet dol op. Wanneer haar tante zegt: ‘De zee verbindt ons met de hele wereld,’ zegt zij droog: ‘Ik heb dat met mijn gsm.’

(lacht) Zo is ze, en daarin lijken we niet op elkaar. Ik ben nog net van de generatie die níét online is opgegroeid. Mijn eerste gsm was een oude Nokia, een smartphone kreeg ik pas op mijn 16de. Mijn ouders zijn niet van het soort dat hun kinderen een tablet in de handen duwt, en wij hadden thuis regeltjes zoals: geen schermen aan tafel. Ik vind dat goed, zo verdwijn je niet constant in die wereld. Ik zit wel op de sociale media, maar ik heb alle meldingen uitgezet: als iemand me nodig heeft, zal die wel bellen. Ik spreek liever af met mensen dan hele conversaties te tikken op dat kleine scherm.”

null Beeld vrt
Beeld vrt

ZWEETVOETEN

Je hebt gestudeerd in Gent. Ben je daar, zoals veel West-Vlamingen, na je studies blijven plakken?

“Natuurlijk (lacht). Ik woon er heel graag, maar ik keer ook graag en vaak terug naar mijn ouders aan zee. Al zullen zij zeggen dat dat niet waar is. (lacht)

“Ik heb vrij lang gestudeerd: na international business management heb ik nog twee jaar journalistiek gedaan. Ik kreeg de smaak te pakken door VRT NXT en merkte dat die richting me veel beter lag. Ik deed stage bij De grote Peter Van de Veire ochtendshow op MNM: supertof. Maar na vier weken op de redactie begon de lockdown. We lachten er nog mee toen ik die donderdag naar huis vertrok: ‘Ach, dat gaat echt niet gebeuren.’ Maar ’s avonds kreeg ik telefoon: ‘Het zal vanaf nu van thuis uit zijn.’ Jammer, maar het lukte. Er was elke dag een Zoom-meeting waarin alles besproken werd. En ik ben nog even mogen teruggaan voor Marathonradio, dus ik heb van iedereen afscheid kunnen nemen.

“Eigenlijk wist ik al voor ik was afgestudeerd dat ik ook met dit diploma niet meteen iets ging doen: ik had de auditie voor Beau Séjour al gedaan. En intussen ben ik aan het filmen voor een tweede project. Maar het was een fijne studie.”

Heb je ooit overwogen om iets te doen met je passie voor dans?

“Op mijn 14de wilde ik graag naar Codarts, een dansschool in Rotterdam. Maar ik snap mijn ouders, die zeiden: ‘Haal eerst maar je aso.’ Op mijn 18de mocht ik doen wat ik wilde, maar toen stak mijn koppigheid de kop op: ‘Nee, nu is het te laat.’ Ook omdat ik me zo goed voelde bij mevrouw Allanah, mijn dansjuf. Dat gevoel zou ik nergens anders gevonden hebben. Ze is intussen boven de 70, en als een derde oma voor mij.

“Dit jaar zou er een grote recital hebben plaatsgevonden. Ik ging erin dansen en helpen met de organisatie. Maar die is, zoals alles, uitgesteld. Superjammer, vooral voor mevrouw Allanah. Zij heeft nooit iets anders gekend dan haar balletzaal en de geur van de zweetvoeten van haar danseresjes. Dat is plots allemaal weggevallen, terwijl zij een échte is: zij staat tot haar laatste dag op de dansvloer, dat weet ik zeker. Ik denk dat ze niet half beseft hoe groot haar invloed op mijn leven is geweest.”

Op welke manier?

“Ze heeft me geleerd om mezelf te aanvaarden. Als ballerina ben je je heel bewust van je lichaam: in een balletpakje zie je al je vormen, en in de puberteit kan dat lastig zijn. Ik was lang een platte lat, en plots kreeg ik borsten. Intussen raasden de hormonen door m’n lijf. Ik vond dat heftig, en als ik het moeilijk had, kwam mevrouw Allanah bij me zitten. Zij hamerde erop: hoe je eruitziet maakt niks uit, het is je uitstraling die telt. Ik ben soms nog steeds onzeker, maar dankzij haar kan ik de knop omdraaien. Ook tijdens opnames. Ik probeer in mijn rol te zitten, en niet na te denken over hoe ik eruitzie. Emilie zei me dat ook: ‘Schone scènes spelen is lelijk durven te zijn.’ De beste tip die ik al heb gekregen.”

Lelijk zijn in de zin van: je rauwe emoties durven te tonen?

(knikt) Ik zag soms beelden op de monitor waarvan ik schrok: oei, ik heb daar drie kinnen. En dan wees Emilie me terecht: ‘Daar gaat het niet om. Je kunt geen geloofwaardige emotie tonen wanneer je nadenkt over hoe je eruitziet.’ Zij kan dat, helemaal in het moment zitten. Ik heb vaak met open mond aan de monitor naar haar scènes staan kijken. Ik kan alleen maar hopen dat ik ooit zo goed word.”

Ze zei in Humo dat ze zich als jonge actrice ook onzeker en snel geïntimideerd voelde.

“We hebben het daarover gehad. Ze herkende zich in mij, en zei dat dat haar hielp: ze besefte in welke mate ze gegroeid is, hoe ze intussen losstaat van die onzekerheid. Het is knap welke weg ze heeft afgelegd.”

Beau Séjour is een reeks over sterke vrouwen. Ben jij er zelf ook één?

“Dat weet ik niet. Ik ben wel omringd door sterke vrouwen. Mijn mama is een oerkracht – al zal ze dat nooit van zichzelf zeggen – net als mevrouw Allanah, mijn grootmoeders, mijn vriendinnen… Ook Nathalie Basteyns en Kaat Beels, de regisseurs van Beau Séjour, zijn topmadammen die heel goed weten wat ze willen en daar voluit voor gaan. Ik heb veel mooie voorbeelden.”

Nadat in Londen een jonge vrouw op straat werd vermoord, getuigden veel jonge vrouwen op sociale media over het onveiligheidsgevoel waar ze mee kampen. Ze beseften opeens dat ze onbewust veiligheidsmechanismen inbouwen: sleutels in de hand, of platte schoenen dragen om te kunnen wegrennen. Herken je dat?

“Ergens wel. Opgroeien als meisje ís anders dan opgroeien als jongen. Toen ik in Gent ging wonen, bleef mijn mama maar zeggen: ‘Wees voorzichtig, en loop ’s avonds niet alleen op straat.’ Tegen mijn broer, die drie jaar jonger is, zei ze dat niet. Gelukkig heb ik me nog nooit echt onveilig gevoeld. Ik heb goede vrienden die, als we samen uit zijn geweest, altijd met me meewandelen tot aan mijn kot.”

Dat ze dat doen, bewijst net dat het niet veilig is.

“Dat is waar. Ik sputterde in het begin tegen: ‘Ik kan wel alleen gaan!’, maar dan zeiden zij: ‘Alessia, daar gáát het niet om.’ Ik weet dat ze gelijk hebben, maar ik wil mijn optimisme niet verliezen. Ik geloof echt dat de mens in zijn kern goed is. Maar ik ben ook niet naïef. Ik ben niet bang, maar als ik toch eens alleen van het café naar huis loop, zet ik mijn koptelefoon niet op, zodat ik kan horen of er iemand achter mij stapt. Terwijl mijn broer constant met muziek in zijn oren thuiskomt – hij denkt daar zelfs niet bij na.”

Vrouwelijke leeftijdsgenoten van je vertelden me dat ze het haast normaal vinden om betast te worden op fuiven.

“Dat gebeurt. Maar ook daar heb ik geluk met mijn omgeving. Ik heb een paar farse vrienden en vriendinnen die zich meteen zouden omdraaien: ‘En wát is jóúw probleem?’ Dan zie je die gasten schrikken en afdruipen. Ik weet niet of dat iets is van de laatste jaren, of dat het gewoon nu pas bespreekbaar wordt.”

Heb je de #MeToo-schandalen gevolgd?

“Ik volg het nieuws, dus ja. Maar het is niet dat ik elk detail wilde weten. Het is ook niet eigen aan de media: grensoverschrijdend gedrag komt voor in alle sectoren. Het is vooral goed dat erover gesproken wordt. Dat geldt voor veel thema’s die lang taboe waren.”

Lize Feryn, jouw tegenspeelster in Beau Séjour, is één van de vrouwen die Bart De Pauw aanklaagden voor grensoverschrijdend gedrag. Sprak ze daar met jou over?

“Ik heb niet met Lize moeten draaien, op de begrafenisscène van Jasper na, en toen is er niet over gepraat. Ik denk ook niet dat ze erover wou praten – ze wil er geen heksenjacht van maken. Ik heb haar leren kennen als een heel lieve, getalenteerde vrouw.

“Emilie zei me: ‘Je moet nooit iets doen waar je niet achter staat of waar je je niet goed bij voelt.’ Ze bedoelde dat breed: in de omgang met regisseurs, maar bijvoorbeeld ook over kostuums. Bij Beau Séjour was er gelukkig ruimte om alles uit te spreken. Ze vroegen geregeld: ‘Hoe voelt dat voor jou?’ Dat is in mijn ogen een heel belangrijke vraag.”

Hoever zou jij gaan? Stel dat je auditie doet voor een droomrol en de regisseur zegt: ‘Laten we er nog eens over praten bij een etentje.’ Zou je daarop ingaan?

“Goh, moeilijk te zeggen. Ik heb dat nog niet meegemaakt. In principe ga ik ervan uit: als je een rol wilt, bereid je je superhard voor op de auditie en doe je je uiterste best. Vraagt de regisseur dan om je rol te bespreken in een andere setting, dan zou ik mijn buikgevoel volgen. Als het oké aanvoelt, kan het wel. Maar ik heb het dus nog niet meegemaakt. Bij Beau Séjour niet, en ook nu, bij mijn tweede reeks, niet. Daar werk ik samen met Joost Wynant, een fantastische regisseur.”

null Beeld Inge Kinnet
Beeld Inge Kinnet

BRANDWEERVROUW

Vertel daar eens iets over?

(enthousiast) Ze heet Onder vuur en gaat over een groep brandweermannen en -vrouwen die moeten vechten voor het voortbestaan van hun kazerne. Het is een reeks van productiehuis Geronimo, dat Helden van hier: door het vuur over de Gentse brandweer heeft gemaakt. Ze besloten daarna om een fictiereeks te maken. Ik speel Nina Gonzales, de jongste vrouw van het korps. Ze is iemand die heel hard kan overkomen en niet op haar mondje is gevallen, maar die vooral ook een lieve en zorgzame vrouw is. Een heel fijn personage.”

Wéér een sterke vrouw.

(glimlacht) Absoluut.”

Hoe kwamen ze bij jou uit?

“Een paar weken na Beau Séjour belde het castingbureau dat er een rol was die goed bij mij zou passen. Ik had na afloop van die auditie geen idéé hoe ik het had gedaan en sprong een gat in de lucht toen ze me belden. Ik mag opnieuw naast fantastische acteurs staan: Aimé Claeys, Lien De Graeve, Louis Talpe en Maarten Ketels. Een geweldige kans!

“De reeks wordt opgenomen in Oostende, en we zijn volop aan het filmen. Eigenlijk gingen we alles afgelopen zomer opnemen, maar dat lukte niet. Eind mei zou alles klaar moeten zijn, als corona ons niet opnieuw blokkeert.”

Ik zag al enkele indrukwekkende beelden waarin jullie midden in een vuurzee staan.

(glundert) Ja, die actiescènes zijn zó leuk.”

Hoe bereid je je daarop voor?

“We zijn met het hele team op bootcamp geweest. Er zijn ook brandweermannen op de set: zij checken op de monitor of alles waarheidsgetrouw is. Het zit soms in kleine dingen: de manier waarop we onze kleding aantrekken voor een interventie of het materiaal kuisen. Het mooiste compliment zou zijn dat mensen van de brandweer achteraf zeggen: ‘Jullie hebben het geloofwaardig gebracht.’”

Zou brandweervrouw een job voor jou zijn?

“De brandweermannen vroegen me dat ook. Ik zou het wel zien zitten, omdat er veel actie bij komt kijken. Maar als je bij de brandweer gaat, ben je vaak ook ambulancier – daar zou ik meer moeite mee hebben. Een wrak met mensen in openknippen: ik weet niet of ik dat achteraf zou kunnen loslaten. Mijn personage Nina kan dat. Ze maakt heftige dingen mee en kan zich daarna toch volledig focussen op haar werk. Ik vind dat straf, en héél fijn om te spelen.”

Ben je klaar om een BV te worden?

(lacht) Dat zal wel meevallen, hoor. Het lijkt me straf dat mensen ineens in mijn winkelkar komen kijken, of een foto vragen. Wat is er nu zo interessant aan mij? Ik weet ook heel zeker dat ik niet ga veranderen. Ik loop vaak rond in mijn trainingsbroek, daar ga ik niet opeens mee stoppen. Acteren is maar een job, hè. Was ik toch in het bedrijfsleven terechtgekomen, dan was ik geen andere persoon geweest. Ik heb gewoon het grote geluk dat ik mijn job heel graag doe.

“Tussen de opnames van Beau Séjour en Onder vuur door was ik van plan om in de horeca te werken. Ik kan niet tegen niksdoen, en ik moet mijn rekeningen betalen. Maar net toen ging alles dicht. In het verzekeringskantoor van mijn papa ging iemand op zwangerschapsverlof, en ik heb haar vervangen. Het was totaal niet mijn ding, en ik keek er best tegenop, tot ik besefte: ik heb tenminste een inkomen. Die ervaring heeft me het acteren nog meer doen appreciëren.”

Wat brengt de toekomst?

“Ik ga vooral proberen veel audities te doen. Ik hoop dat ik nog heel lang kan blijven acteren, maar ik ben nuchter genoeg om te beseffen dat deze wereld geen zekerheid biedt. Er zijn niet altijd rollen voor meisjes van mijn leeftijd, en soms pas je niet in het plaatje. Dan zoekt de regisseur bijvoorbeeld iemand met blond haar, of iemand met een totaal ander postuur.”

Wat zou voor jou de ultieme rol zijn?

“Oh, moeilijk. Ik spreek graag vreemde talen. Dus misschien eens een rol in het Frans. Of een grotere rol met Emilie. Nog een keer naast haar staan in een gedeelde hoofdrol: ik zeg zeker geen nee.”

Beau Séjour, Eén, zondag om 20.55 uur

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234