Woensdag 16/10/2019

'Als iemand sterft, ga ik nog heviger leven'

Succes is een vergissing, 'een bijwerking, zoals met medicijnen', zegt Philippe Claudel. 'Eerst is er het werk. Dan misschien succes.' Langs het Grand Canal in Dombasle-sur-Meurthe wijst de schrijver naar de heuvels. Naar een boot en naar de Solvayfabriek. Verder het kerkhof. Dit verhaal wordt een wandeling door zijn boeken en films. 'Ik werk met de verleiding.'

"Je prends l'andouillette. Et vous?" Er komt een glimlach bij zijn vraag, we zitten in de unieke brasserie L'Excelsior in Nancy, Philippe Claudel heeft al een geposeerd voor een foto van een mevrouw die fan is. Net in de FNAC kochten we Le Café de L'Excelsior, klein uitgegeven in Le Livre de Poche-serie, in 1999 was het zijn tweede boek. Nog niet vertaald overigens, maar daar maakt De Bezige Bij werk van. Dus denk je: dat hij hier wilde afspreken, is omdat hij hier altijd afspreekt. Dat is niet zo. "Als student in Nancy heb ik hier wel twee jaar gezeten", zegt Claudel. "Letterlijk: in de Excelsior. Een café met veel rook om je hoofd. Twintig jaar geleden is de zaak in haar grandeur hersteld, prachtige art nouveau, het is een typisch voorbeeld van de school van Nancy. Ik kom er nu, maar eigenlijk nooit met journalisten. Zeker geen Franse. Ik weiger die interviews zelfs. Ik wil verborgen leven, in rust en in stilte."

Maar die andouillette. Toch even een persoonlijke flashback, we zitten begin jaren negentig in een Noord-Frans restaurant, budgetverstandig nemen we het goedkoopste op de kaart. Dat was dit. Tot dan geen idee, nadien nooit vergeten: een worst van varkensingewanden die, als je er alleen maar in snijdt, een misselijkmakende geur afgeeft. Hij: "Ik hoop dat de geur je nu niet zal storen. Ik heb het altijd lekker gevonden. En ik eet alles. Soms ook wel maar één keer. De larven die ik in Saigon at, zal ik niet meer opnieuw eten."

Meteen zitten we dus in twee boeken, de worst op zijn bord had in Geuren kunnen staan. Een boek waarin Claudel, van 'Aarde' tot 'Zwerftochten' in 63 hoofdstukjes via geuren door zijn herinneringen loopt. Een boek dat zich hier afspeelt. In Lotharingen, in Nancy waar hij studeerde, in Dombasle-sur-Meurthe waar hij ons straks mee naartoe zal nemen.

Niet in Parijs. Philippe Claudel, op 2 februari 52, schrijver van onder meer van Grijze zielen en Het verslag van Brodeck en regisseur van drie films waarvan Il y a longtemps que je t'aime de bekendste is en Avant l'hiver nu nog in de cinema draait, houdt niet van Parijs. Dat is bekend. "Hoe minder ik er ga, hoe beter het voor me is", zegt hij. "Parijs is heel mooi, uitzonderlijk zelfs, voor de toerist. Maar ik kom er alleen voor het werk. Dat is één keer per maand, voor de vergaderingen van de Prix Goncourt. Of als ik een film of een boek moet promoten. Maar ik doe er alles aan om er niet te moeten slapen.

"De Parisiens zijn er nog altijd van overtuigd dat zij de belangrijkste mensen van de wereld zijn. Zoals vaak in Frankrijk. We denken dat de wereld altijd op Frankrijk zit te wachten. Misschien was dat driehonderd jaar geleden zo, maar nu niet meer. Parijzenaars denken dat ze slimmer zijn. Dat ze de mooiste winkels hebben. Dat stoort me, want ik heb het nooit begrepen. Zelfs als ik er gewoon maar even moet zijn, is het een stad die me zeer vermoeit. Ik heb er ook nog nooit één regel geschreven."

Regionalistisch

Dit is zijn streek. Waar hij geboren werd, waar hij studeerde, waar hij bleef wonen. Sinds achttien jaar overigens echt terug in Dombasle-sur-Meurthe. Vanuit Parijs wordt daar vaak neerbuigend over gedaan. "Er zijn journalisten die alles afbreken wat ik doe. Die me niet moeten. Ik kan alleen denken: die zijn over enkele jaren dood. Zoals ik. Het verschil zal zijn dat ik films heb gemaakt en boeken heb geschreven. Zij zullen niks gedaan hebben." Over dat laatdunkende en die kritiek dat zijn boeken 'regionalistisch' zijn, zei hij ooit: "Tachtig procent van de Franse literatuur is regionalistisch; het is Parijse literatuur."

Nu zegt hij: "Het is vreemd. Ik hou van deze streek, maar ik reis zo vaak dat ik hier te weinig ben. Al mijn boeken en scenario's worden tegenwoordig geschreven in vliegtuigen, treinen of hotelkamers. Het lukt overigens niet in alle hotelkamers. Als ik ergens binnenkom, voel ik meteen of het zal kunnen. Waar dat mee te maken heeft, weet ik niet. Zeker niet met luxe. Als ik de deur openduw, weet ik het al. Ik moet me er chez moi voelen. Thuis schrijf ik overigens 's morgens vroeg, in bed."

Chez moi, dat gaat bij Claudel overigens wat ruimer. Zijn eerste boek, Meuse l'oubli, verscheen in 1999, hij was toen al 37. Hij had lesgegeven, onder meer in de gevangenis van Nancy. Toen debuteerde hij met dat boek, dat in het Nederlands Rivier van vergetelheid zou heten. Het boek speelde zich af bij ons: in de Ardennen, in Gent, in Lochristi zelfs. "Mijn ouders waren eenvoudige mensen. Grote reizen konden we niet maken, hooguit een paar dagen naar Oostenrijk of Duitsland. En Brussel of Dinant. Maar in Gent was ik bijvoorbeeld nooit geweest. Dat kwam later, door mijn liefde voor de schilderkunst en voor de literatuur. Marguerite Yourcenar en Brugge, dan Une enfance gantoise van Suzanne Lilar. Zo heb ik Brugge en Gent leren kennen. En dan is het zoals met hotelkamers: ik voel me ergens thuis of ik voel me er niet thuis. In België is dat zo. Waarom? Er is een soort zelfironie die veel Fransen missen. Zelfs toen jullie een jaar zonder regering zaten, konden jullie daarmee lachen. Het is gek: ik voel me chez moi hier, in het noorden van Frankrijk, in België, in een stuk van Luxemburg, een stuk van Zwitserland, zelfs Schotland. Maar níét in Bordeaux, Bretagne of het zuiden van Frankrijk."

Die liefde voor België uit zich ook in deze opmerking: "Ik ben lid van de Académie des Arts et Techniques du Cinéma, die de Césars uitreikt. En in de koffer met misschien wel vijftig dvd's die ik kreeg, zat een prachtige Belgische film: Alabama Monroe." Het gesprek stokt even. Alabama Monroe? Klinkt onbekend, het zegt ook de fotograaf niks. "Gek", zegt hij. "Echt prachtig hoe die regisseur erin geslaagd is een Amerikaanse ambiance in zo'n Belgisch verhaal te krijgen. Zoek hem maar eens op." Later tik je Alabama Monroe op Google in en zie je Veerle Baetens en Johan Heldenbergh: jawel, zo vertaalden de Fransen The Broken Circle Breakdown.

'La question'

Het gesprek verlaat België, onderweg naar hier Libération gekocht: op de cover de geplaagde Franse president François Hollande en op pagina 3 een breed stukje over 'la question'. Hij moet ermee lachen, vooral omdat het een journalist van een ernstige krant als Figaro was die het aandurfde om op de persconferentie van Hollande (over zijn beleid) deze eerste vraag te stellen: 'Is Valérie Trierweiler nog altijd de eerste dame van Frankrijk?'

"Het privéleven moet privé zijn", zegt de schrijver dan. "Maar publiek persoon van de eerste rij worden zorgt ervoor dat je privéleven publiek wordt. Dat kan ongelukkig zijn, maar het is zo. Hollande is naïef als hij zegt dat hij een privéleven heeft. Natuurlijk heb je ook de voyeuristische kant van de journalistiek die helemaal is doorgeslagen. Er zijn grenzen overschreden. Maar ik verkies met voorsprong deze journalistieke excessen dan die in de periode Mitterrand. Toen wist de pers van zijn maitresse, van zijn dochter én van het feit dat die vrouw en dat meisje met overheidsgeld gehuisvest en onderhouden werden. Dat schreef niemand. Dat vind ik veel erger. Te veel zeggen is beter dan niks zeggen."

Nu verder: "Het probleem van Hollande is vooral dat hij niet verkozen is. Hij heeft gewonnen omdat zijn concurrent verloren heeft, Hollande heeft alles te danken aan de affaire-Dominique Strauss-Kahn. Het gevolg was dat hij niet voorbereid was en dat voel je. Goede wil voldoende, maar geen kracht, geen initiatief, geen overtuiging. Niks om die taak aan te kunnen. Hij heeft geen droom en geen project. Hij werkt dag aan dag. Bovendien heeft hij zich als linkse president laten verkiezen, met de stemmen van de arbeiders, maar hij voert een liberaal beleid. Hij heeft de arbeiders, zijn kiezers, verraden. En dan heeft hij met die rijkentaks ook nog veel talenten doen vertrekken. Kortom: hij heeft iedereen boos gemaakt. Waardoor het Front National groot is geworden. Waar ik woon, vind je geen enkele fascist. Maar de mensen in Lotharingen, die ik ken en waarvan ik weet dat ze altijd communist stemden, de mensen in de kleine dorpjes, die stemmen nu Front National. In Dombasle is het FN de eerste partij: vóór Hollande en Sarkozy."

Hij heeft het vaker gezegd en in Avant l'hiver, zijn laatste film met Daniel Auteuil en Kristin Scott Thomas in de hoofdrollen, toonde hij dat ook. Er zijn mensen, zeker in Parijs, die leven in een bubbel. Rijk, altijd met het werk bezig, nooit aan iets anders denkend. Maar hij heeft ook al de vergelijking met zijn eigen leven gemaakt. Daarom niet voor die rijkdom, wel voor het feit dat zijn werk en zijn reizen hem zo in beslag nemen dat hij te vaak weg is en te weinig vrienden overhoudt.

"Het ritme waarin we leven, is te snel. Dat klopt. We kunnen moeilijk op de rem staan, een balans opmaken, onszelf vragen stellen. Maar daar houdt de vergelijking op. In Avant l'hiver wilde ik mensen tonen die egoïst zijn en onder een stolp leven. Een beetje zoals in de Amerikaanse gated community's: het zijn getto's van luxe. Het klopt dat ik veel werk, maar ik beleef er bijzonder veel plezier aan. En als je het geluk hebt een publiek te hebben, dan kun je niet zeggen: ik stop. Er zijn zoveel schrijvers en regisseurs die dat geluk niet hebben."

Hij illustreert met een anekdote. "In de jaren tachtig had je hier in Nancy een muziekgroep die KaS Product heette. Een jongen die synthesizer speelde en een meisje dat zong. In Frankrijk misschien de eersten die met new wave en cold wave bezig waren en meteen sloegen ze aan in Engeland. Wat voor een Franse groep zeer zeldzaam was. Super, maar wat beslissen ze na die eerste plaat: we nemen een break van een jaar. Wel, die break duurt nu al dertig jaar. Vorig jaar hebben ze nog eens geprobeerd, maar er was niemand. De groep is dood. Als er kansen liggen, moet je ze dus grijpen."

De wereld zien

Dat doet hij en dat brengt veel reizen met zich mee. Volgende week naar Zwitserland, een week later staat hij op donderdag 30 januari voor een avond in BOZAR. Dat is allemaal dichtbij, maar Philippe Claudel ziet de wereld. Vietnam, Brazilië, Chili: zijn werk is overigens in meer dan veertig talen vertaald, pas kwam er nog een contract bij voor een Armeense versie van Grijze zielen. Hij houdt het niet bij, zegt hij. Al weet hij dat Israël zijn werk smaakt. Je kunt Claudel kopen in Polen en China. En in Nederland en Vlaanderen, ook dat. "In vertalers moet je vertrouwen hebben. Sommigen hoor ik nooit, anderen mailen of bellen of ontmoeten me. Met vragen. Manik Sarkar (zijn vertaler voor het Nederlands taalgebied, RVP) ken ik goed en ik weet dat hij mijn taal zeer goed neerzet. (lacht) Het kan ook grappig zijn hoor. Een Chinese vertaler had een vraag bij het zinnetje: 'J'entrai dans un café'. 'Hoe kun je nu in een kop koffie stappen?', vroeg hij.

"Literair succes passeert langs wat minder aangename wegen", zegt hij dan. "Zoals een verstoord ritme in je privéleven. Twintig jaar geleden kwamen elke week vrienden eten, al tien jaar lang komt niemand meer. Want ik ben weg. Maar het is het waard. Het is de paradox dat je steeds meer mensen leert kennen, maar dat je steeds minder vrienden hebt. Maar dat stoort me niet, want ik ben erachter gekomen dat vriendschap niet het belangrijkste is. Als ik drie dagen mensen ontmoet in Chili of in Brazilië of Polen, dan wordt mijn leven veel rijker dan als ik me opsluit in huis en enkel al bekende vrienden ontmoet. In Avant l'hiver zit daarover een autobiografische gedachte: op het einde van de film beklaagt Daniel Auteuil zich tegenover Richard Berry dat hij 'nooit iets heeft gedaan' in zijn leven. Waarop Berry antwoordt: 'Hoe durf jij te klagen over je leven, verwend oud kind dat je bent."

Laat debuut

Of slechte kritiek en slechte recensies hem raken? Hij zegt van niet. Het onderzoek, zijn laatste roman, werd - zacht gezegd - niet goed onthaald. Avant l'hiver blijkt weinig volk naar de Franse zalen te lokken. "Echt waar: ik lees het niet. Nooit. Want als je leest dat je een genie bent, ga je zweven. En lees je dat je niks kunt, dan word je depressief. Natuurlijk hoor ik het wel van anderen. Kijk, succes is een vergissing. Een bijwerking, zoals met medicijnen. Eerst is er het werk, dan misschien succes. Ik ben heel blij dat ik pas laat debuteerde. Ik was 41 toen Grijze zielen een succes werd. Ik mag er niet aan denken dat dat op mijn 25ste was gebeurd. Nu weet ik dat alles veel relatiever is. Ook als het minder gaat. Avant l'hiver was misschien te moeilijk, kwam ook net voor kerst in de zalen, mensen willen dan komedies zien. En misschien is hij ook minder goed. Het onderzoek was een bizar boek voor het publiek dat mij graag leest."

Tijdens de promotieronde voor Avant l'hiver, onder meer op het Filmfestival van Gent, zei Claudel dat er nu "meer films dan boeken in het hoofd" zaten. Dat blijft opvallend. Een schrijver van dertig boeken die de weg van de cinema inslaat. Net deze morgen heeft hij, hier in Nancy, nog een casting gedaan voor een nieuwe film die hij vanaf juni wil draaien en die 'Une' enfance zal heten. Waarbij die aanhalingstekens belangrijk zijn. Het wordt het verhaal van een kind van twaalf in Dombasle-sur-Meurthe, er zal alleen met onbekende acteurs gewerkt worden, een harde sociale film. "Maar ook poëtisch", zegt hij. "Het gaat snel, maar ik kreeg de kans om met Margaret Ménégoz te werken. Zij is onder meer de producente van Amour van Michael Haneke. Als je met zo iemand kunt werken, moet je dat doen. Zeker na het moeilijke jaar dat 2013 was."

Dat was het. Philippe Claudels moeder overleed. Philippe Claudels beste vriend en uitgever sinds jaren, Jean-Marc Robert, overleed, hij schreef er het huldeboekje Jean-Bark over. "Er zijn twee mensen in de wereld met wie ik echt praat. Dat is mijn vrouw en dat was Jean-Bark. Nu is hij weg, zijn foto's staan nog in mijn huis en zo praat ik nog met hem. Ik kan afscheid nemen van iemand die sterft, dat wel. Om een vreemde reden heb ik nooit het gevoel van verlies. Het lijkt altijd maar eventjes. Als iemand sterft, krijg ik de stimulans om zelf nog heviger te leven." Maar die verliezen sneden wel in zijn vingers. Claudel begon drie, misschien zelfs vier, romans. "Ik schreef tweehonderd pagina's en ik smeet ze allemaal weg. Nu gaat het weer. Het jaar is om en ik werk aan een nieuwe roman voor het voorjaar. En dan komt die film dus."

Kijkt wie Claudels boeken graag leest, ook graag naar zijn films? Hij weet het niet. "Er zal wel ergens een gemeenschappelijke deler zijn, in het gevoel. Maar verder weet ik het niet."

Misschien moet de vraag anders. Daarnet, toen we gingen zitten in deze prachtige brasserie, zei hij dat een scène uit Il y a longtemps que je t'aime zich hier afspeelt. In diezelfde film zie je werk van Emile Friant in het museum van Nancy, over die schilder schreef hij het mooie Tot ziens, mijnheer Friant. Zijn liefde voor Lochristi stond in Rivier van vergetelheid. In Avant l'hiver zitten kleuren die aan Edward Hopper doen denken. En in de film ertussen, die Tous les soleils heette en een komedie was, klonk de muziek van Christina Pluhar. Ook in Avant l'hiver: de kapel van Wim Delvoye.

Is er een rode draad? Hij aarzelt. "Ik denk het niet. Ik weet alleen dat ik met de verleiding werk en dat ik die terugvind in hotels, in landschappen, in kunstwerken, in landen. Opnieuw: ik moet me ergens chez moi voelen. Al mijn films zijn geboren vanuit muziek die me inspireerde. Muziek die daarom niet eens in die film terugkeerde. 'Une' enfance, die ik dit jaar ga draaien, is geboren dankzij 'Beautiful Child' van Fleetwood Mac en 'Something Beautiful' van Sinéad O'Connor. Ik heb die inspiratie nodig. Ooit wil ik er bijvoorbeeld nog een schrijven met 'Cut Here', een song van The Cure. Een geweldig nummer, dat ik duizenden keren beluisterde. De film erbij heb ik nog niet, maar wel al een scène: een soldaat die sterft in Afghanistan.

"Wat ik soms wel probeer, is via mijn films en boeken mensen een publiek te geven. Christina Pluhar had mij niet nodig om bekend te worden, maar ze heeft er toch een publiek bij gekregen. Het is zoals Jordi Savall na Tous les matins du monde. Voordien kende amper iemand hem. Zo is het ook met Wim Delvoye in Frankrijk. Ik vind zijn werk fantastisch en ik wil dat het publiek het leert kennen."

Zondagsmis

De andouillette is lang op, stilaan zullen we naar Dombasle-sur-Meurthe rijden. Daar woont hij met zijn vrouw en zijn dochter van 16, het meisje werd toen ze 2,5 maanden oud was geadopteerd uit Vietnam. Wim De Craene parafraserend en, mocht dat in het Frans effect hebben, zou je bijna vragen: 'Wat doet een meisje van 16 na schooltijd nog op straat?'

"Het is moeilijk voor te stellen, maar ze is nog meer aan Lotharingen en aan Dombasle gehecht dan ik. En eigenlijk is er niet zoveel veranderd sinds de tijd dat ik er jong was. Wat misschien vooral anders is, is het wegvallen van de kerk en het geloof als regelaar van het weekritme en het leven. De zondagsmis was ook dé kans om mensen van alle slag samen te brengen: arbeiders, dokters, ingenieurs. Dat bestaat niet meer. Ik zeg niet dat dat veel invloed had, maar op zijn minst gaf het iedereen aan: er bestaan ook andere mensen dan ik."

Hij rijdt voor en op deze grijze dag kun je niet zeggen dat de weg van Nancy naar Dombasle idyllisch is. Het zijn typische Franse doe-het-zelfzaken, garages en pitabars die de invalswegen afzomen. Soms nog grijzere appartementsblokken. Je passeert Jarville en Saint-Nicolas-de-Port en Varangéville en dan doemt de Solvayfabriek op die zijn stad kleurt en tekent. Sinds 1873 staat ze er. Hij stapt uit, met zicht erop. "Voor Solvay hier was, stonden op de heuvels wijngaarden. Nu vind je er nog wel druiven, maar wijn is er niet meer. Dit is de grootste Solvayfabriek buiten België. Ooit werkten er tweeduizend mensen, vandaag nog goed vijfhonderd. Maar ze produceren meer dan toen."

Zijn stadje, goed voor 10.000 inwoners, werd getekend door Solvay. Op een deur zie je La Mutuelle Solvay. Er kwamen, zoals in de mijnstreken, scholen en ziekenhuizen en Restaurant L'Industrie en managerswoningen en arbeidershuisjes. In zo'n mooie directeurswoning ("zie je de Belgische bakstenen?") woont hij al achttien jaar. "Vind je het erg om mijn huis niet te fotograferen?", vraagt hij vriendelijk. "Dat is nog nooit gebeurd. Maar vorige week stonden er plots wel twee Canadese lezeressen aan mijn deur. Ik heb geopend, in mijn kamerjas. Ik verkies toch de rust."

Hij stapt een hoekje verder, echt letterlijk dertig meter van zijn huis af, in de rue Hélène. Als een paternoster staan misschien twintig eenvoudige rode arbeiderswoningen (een deur, een venster beneden, een venster boven) aan elkaar geplakt. 'Cité Hanrez' zegt een bord en hij zegt dat deze woningen er sinds 1874 staan. "Helaas niet lang meer. In juni ga ik er filmen, mijn hoofdpersonage in 'Une' enfance zal hier wonen. Maar we moeten het nu doen, want binnenkort worden de huisjes afgebroken. Ik heb nog geprobeerd om dat tegen te houden, helaas. Er komt een instelling voor kinderen die aan obesitas lijden en daar kan ik natuurlijk ook niet tegen zijn."

Vraag blijft: waarom is hij zo gehecht aan deze straten, aan dit stadje? Lees Geuren en je loopt door Dombasle-sur-Meurthe. Maar ook elders. Net hebben we een vreemd kanaaltje overgestoken, dat over de Sânon is aangelegd, een rivier die iets verder in de Meurthe uitloopt. Die plek inspireerde hem voor een scène uit Grijze zielen.

Opnieuw: "Ik weet het niet."

Hij weet het wel als we weer in de auto stappen en hij tot aan het kerkhof rijdt.

Nu mag er een stukje uit Geuren. Of twee stukjes.

Onder de titel 'Begraafplaats' lees je de eerste zin: "Tegenover ons huis, aan de overkant van de weg, begint het domein van de doden."

Daar staan we nu. Rechts is het kerkhof, links staat een gesloten huis met nummer 7 en op de groene brievenbus lees je 'Claudel Marcel et Lucienne'.

Weer naar Geuren, onder de titel 'Het huis waarin je bent opgegroeid': "Ik zit aan de keukentafel, het is 17 november 2011. Buiten is het een paar graden boven nul. Het miezert. Een grijze dag zoals ik ze graag zie. Over twee uur wordt het donker. Het huis staat al meer dan twee jaar leeg. Sinds de dood van mijn vader."

"Ik heb nog nooit een journalist naar hier meegenomen. Waarom nu wel? Ik weet het niet. Maar kijk, kom op het trapje naar de voordeur staan. Dan zie je wat ik zag als kind: het kerkhof. Wel, als dat je uitzicht is als kind, dan ga je anders in het leven staan. Mijn ouders liggen er allebei begraven. En ik heb geïnformeerd om er zelf een grafkelder te kunnen kopen. Hier dichtbij, met uitzicht op mijn ouderlijk huisje. Maar blijkbaar kan dat niet. (glimlacht) Het kan pas als je echt dood bent."

Overwoekerd

Hij loopt achter het huis, de tuin in, we komen op een paadje uit, plots is Philippe Claudel weer zes jaar. Hij croste er met zijn fiets, hij vertelt over hoe hij van hier uit naar beneden liep om te gaan vissen in een meertje. Hoe hij de vogels achternazat. Nu: "Wat me pijn doet, is te zien hoe al die tuinen die vroeger zo mooi onderhouden waren, nu weg zijn. Helemaal overwoekerd. Vroeger kweekten mensen uien en prei. Vandaag kweekt niemand nog iets. We gaan alles halen in de supermarkt."

Hij kweekt wel nog iets. Op de heuvels rond Dombasle-sur-Meurthe heeft hij een moestuin en wat fruitbomen. Er zijn zelfs wat druivenranken, maar wijn maken zal er niet meer van komen. Hoe groot zijn liefde voor wijn, bourgogne, ook is. Ook hij kent de scène uit Oom Oswald van Roald Dahl waarin een jongen wordt meegenomen langs het roemrijke domein van de Romanée-Conti. "Ik kom er wel eens, omdat ik ooit gevraagd werd een voorwoord te schrijven voor een boekje over de Romanée-Conti. Als ik in de buurt ben, ga ik eens langs en mag ik proeven. Maar ik heb er zelf geen in de kelder."

Verdorie: zou dat geen idee zijn? De wijngaarden op de heuvels herwaarderen een Cuvée Philippe Claudel beginnen? Zoals Gérard Depardieu en Francis Ford Coppola? Hij grijnst. "Ik heb de wijn van allebei gedronken, maar ik verkies toch hun films.

"Gérard is een van mijn twee absolute helden in de Franse cinema. Dat meen ik. Als ik hem zie, word ik weer jong, zoveel plezier heb ik aan zijn films beleefd. Als hij wil, kan hij geniaal zijn. En zijn vertrek naar Rusland? Ach. Gérard is een acteur en zoals alle acteurs wil hij graag gezien worden. Zijn vertrek naar Rusland was gewoon een schreeuw aan Frankrijk: 'Hou nog meer van me, dan blijf ik.'"

Die andere held is Daniel Auteuil, met wie hij Avant l'hiver draaide en die hij nu een vriend, een kameraad noemt. "Hij is zo anders dan Kristin Scott Thomas", besluit hij. "Het was mijn tweede film met haar, maar het zal de laatste zijn. Ze wilde hem niet zien en ze wilde er geen promotie voor doen. Ik denk dat we niet compatibel zijn. Ik zie haar nog graag, maar zij mij wellicht niet meer. Ik vermoed dat het komt omdat ze niet gedirigeerd wil worden. Maar ik ben koppig en ik laat niet los. Als ik regisseer, wil ik het zoals ik het zie. Dan ben ik er niet om vrienden te maken. Alleen het resultaat telt."

BOZAR LITERATURE verwelkomt Philippe Claudel op donderdag 30 januari om 20 uur in de Studio van het Paleis voor Schone Kunsten. RTBF-journalist Laurent Dehossay leidt de ontmoeting. www.bozar.be

Ik werk met de verleiding en die vind ik terug in hotels, in landschappen, in kunstwerken, in landen. Al mijn films zijn geboren vanuit muziek die me inspireerde

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234