Maandag 26/10/2020

Interview

‘Als hij zei: ‘Zet je bril af’, dan wist ik dat ik motten ging krijgen’

Beeld Saskia Vanderstichele

‘We moesten maar iets te veel lawaai maken en vader begon te slaan.’ Barbara (42), een van de getuigen in de docureeks ‘Als je eens wist’ van Hilde Van Mieghem over kindermishandeling, is opgegroeid in een gewelddadig gezin. Dirk (50) werd vroeger mishandeld door zijn stiefvader: ‘Op een zondagochtend stond hij plots aan mijn bed. En de zondag daarop wéér.’ Erover praten helpt vaak niet, zegt psychiater Bessel van der Kolk, een wereldautoriteit als het over trauma gaat: ‘Je lichaam wordt door het trauma gegijzeld.’

Dirk is docent vertalen. Hij is getrouwd en vader van twee kinderen. Als kind is hij jarenlang misbruikt door zijn stiefvader, maar zijn moeder heeft dat altijd genegeerd en ontkend.

“Vorig jaar is mijn moeder gestorven. Ik ben toen heel boos geweest op haar. Dertien jaar had ik haar niet gezien, maar je blijft stiekem op erkenning hopen. Al die tijd ben ik blijven denken: straks komt er een brief of een telefoontje en zal ze zeggen: ‘Ik vind het zo erg wat je hebt moeten meemaken.’ Ik snap echt niet wat haar heeft bezield dood te gaan zonder ooit een woord over het misbruik te zeggen. Hoe kon ze dat doen? Opeens was de deur definitief dicht, en ik zat met zoveel vragen.”

Wat was er dertien jaar eerder gebeurd?

Dirk: “Op de verjaardag van mijn moeder ging ik zoals altijd bij haar en mijn stiefvader langs met mijn vrouw en kinderen. Ik deed altijd alsof er nooit iets gebeurd was en probeerde het contact zo goed en kwaad als mogelijk in stand te houden. Aan de telefoon vroeg ze me plots of mijn oudste zoon niet mocht blijven slapen en ik zei neen. Opeens vroeg ze: ‘Waarom mag dat eigenlijk nooit?’ Waarop ik: ‘Ik heb daar mijn redenen voor.’ En toen zei zij ineens: ‘Denk je misschien dat je stiefvader een pedofiel is of zo?’ Ik voelde een enorme woede opkomen en riep: ‘Vraag het hem zelf eens!’ Het was eruit en daarna heeft niemand van het gezin ooit nog een woord tegen mij gesproken. Mijn broer heeft me daarna alleen kort gebeld en de huid vol gescholden. Ik heb hem nu al veertien jaar niet gezien.

“Ik ben geboren in een heel gewoon gezin, maar mijn ouders zijn op een vreselijke manier gescheiden. Daarna is mijn moeder al snel een relatie met mijn stiefvader begonnen. Ze had geen geld en we leefden in armoede, tot mijn stiefvader op de proppen kwam en zich als onze redder opwierp. Opeens konden we op vakantie gaan. Mijn moeder bleef maar zeggen hoe dankbaar we hem moesten zijn. We verhuisden ook naar een mooi appartement. Voor het eerst in mijn leven had ik een eigen kamer. Toen is het begonnen.

“Ik zat in het eerste middelbaar. Op een zondagochtend stond hij opeens heel vroeg aan mijn bed en moest ik handelingen doen – van penetratie is nooit sprake geweest. Na die eerste keer is hij in de woonkamer tegenover me gaan zitten en heeft hij seksuele voorlichting gegeven. Ik was totaal in de war. Was dat misschien normaal? Je weet niet wat je als kind moet denken. Maar de zondag erop stond hij weer aan mijn bed. Wat later erfde hij een buitenverblijf en daar moesten mijn broer en ik elk weekend mee naartoe. Daar hoorde ik hem ’s zondags vroeg tegen de dunne vezelplaatmuren schuren als hij opstond. Hij ging dan naar de keuken om koffie te drinken. Ik hoorde hoe hij met het lepeltje in zijn kopje roerde en dan wist ik: het zal weer gebeuren. Ik ruik die caravan soms nog en hoor dan dat lepeltje weer, en dan komt het gevoel van machteloosheid weer terug.”

Dirk: ‘Toen ik het goed deed op school, zijn de vernederingen begonnen. ’s Ochtends werd er voor iedereen gedekt, maar op mijn plek stond geen bord.’

Als de muren daar zo dun waren, moet je moeder toch ook iets gehoord hebben?

Dirk: “Hoe raar het ook klinkt: dat weet ik niet. Ik snap ook niet waarom ik nooit heb gebruld of zelfs gebeten. Dat neem ik mezelf erg kwalijk. Ik heb het laten gebeuren. Wat maakt dat van mij? Iemand die niets is. Maar je wilt onderdeel van het gezin blijven: je wilt niets doen waardoor het evenwicht wordt verstoord. Er was al veel spanning, want mijn stiefvader was heel dominant, dus doe je je best om het niet nog erger te maken.”

Hoe hield je het vol?

Dirk: “Ik luisterde heel veel naar Madonna. Mijn kamer hing vol posters van haar en ik kon helemaal in haar muziek opgaan. En ik studeerde en studeerde. Ook omdat ik dacht: zo kan ik hier ooit wegraken, door hen te ontgroeien. Mijn intelligentie is mijn redding geweest. Ik denk dat het mijn stiefvader ook stoorde dat ik altijd bij de eersten van de klas was, en dat ik veel over literatuur en kunst wist, waar hij niets van kende. In mijn puberteit begon ik hem daarmee af te troeven, om hem te laten voelen: ik ben niet helemaal van jou.

“Toen zijn de vernederingen begonnen, en daar deed mijn moeder ook aan mee. ’s Ochtends werd er voor iedereen gedekt, maar op mijn plek stond geen bord. Er werd ook niet tegen me gesproken. Iedereen deed alsof ik niet bestond. Ik werd op den duur volkomen genegeerd.

“Eigenlijk ben ik pas beginnen te leven toen ik ging studeren. Eindelijk had ik vrienden, eindelijk voelde ik me vrij. Toen op een zondagochtend iedereen in huis weer had gedaan alsof ik niet bestond, heb ik een goede vriendin gevraagd om me te komen halen. Ik had haar over het misbruik verteld – ik had dat gedurfd omdat ze de sfeer bij mij thuis kende. Zij was de eerste die tegen mij zei dat het écht niet normaal was hoe mijn ouders me behandelden.

“Ik heb een tijdje bij haar gewoond en een paar weken later belde ik mijn moeder om te zeggen dat ik enkele spullen zou komen halen. Ik zal nooit het moment vergeten waarop ik de voordeur opendeed. De gang stond vol dozen. Alles wat van mij was, had ze ingepakt. Het was echt alsof mijn moeder een streep door mijn bestaan had getrokken, alsof ze mij helemaal had geschrapt.

“Weet je wat het ergste is? Een paar weken later ben ik toch weer naar hen teruggegaan. Ik snap het nog steeds niet van mezelf, maar misschien hoopte ik toch de sympathie van mijn moeder te kunnen winnen. Ik denk dat ze het zelf niet makkelijk heeft gehad als kind en dat ze waarschijnlijk niet tegen mijn stiefvader op kon, maar ik wil haar eigenlijk niet meer proberen te begrijpen. Dan cijfer ik mezelf weer weg en besta ik op den duur niet meer.

“Nadat ze gestorven was, kreeg ik een brief van de notaris met een handgeschreven brief van mijn moeder. Daarin stond dat ik niets van haar mocht erven. Zelfs toen ze dood was, wilde ze me laten weten dat ze me uit haar leven had geschrapt en dat ze me elke vorm van erkenning ontzegde.

“Ik kan haar nu nooit meer vragen: ‘Heb je het geweten?’”

Wanneer bent u beginnen te praten over wat u hebt meegemaakt?

Dirk: “Vóór ik met mijn vrouw trouwde, heb ik het haar verteld. Ik vond dat ik met zo’n geheim niet in het huwelijk kon treden. Ik ben haar heel dankbaar. Niet alleen ik, maar ook zij leeft met de gevolgen. Als we een discussie hebben en ze luistert niet, dan kan ik woest worden omdat ik weer het gevoel heb dat ik word genegeerd. Dat is iets wat niet weggaat. Je voelt je nog steeds niks. Het is ook niet toevallig dat ik zo dik ben. Ik eet te veel, daar zit een stuk zelfhaat in. Ik kan niet naar mezelf in de spiegel kijken. Zwemmen doe ik niet. Ik vind mezelf aartslelijk, zonder er dramatisch over te doen.

“Kijk, ik functioneer en ik word gewaardeerd, maar ook al zegt iedereen dat ik trots mag zijn op wat ik heb bereikt – ik ben hoofddocent in een vertaalschool – toch voel ik dat niet zo aan. Ik weet ook dat ik erg mijn best doe als ik lesgeef, omdat ik geniet van de appreciatie van mijn leerlingen. Dat is natuurlijk een zoektocht naar liefde. Maar het is nooit genoeg. Ik weet dat mijn vrouw en mijn kinderen me doodgraag zien en toch... Terwijl ik hier soms sta te koken en zij aan tafel zitten, schieten de tranen me opeens in de ogen omdat ik me zo vreselijk eenzaam voel – het doet soms letterlijk pijn tot in de toppen van mijn vingers. Dan ga ik vreten en moet je me niks vragen, want dan zoek ik ruzie met iedereen die in mijn buurt komt. Ik drijf het zover dat ze dingen gaan zeggen die me pijn doen. Alsof ik wil bewijzen: ‘Zie je wel, niemand moet mij.’ Ik heb daar achteraf veel spijt van, maar ik heb nog geen therapie gevonden die me kan helpen.

“Ik ben ook veel te absoluut in vriendschappen. Ik smijt me volledig. Ze kunnen me dag en nacht van alles vragen. Ik verwacht van de andere dan hetzelfde, maar zo werkt vriendschap natuurlijk niet. De angst om weer in de steek gelaten te worden, zoals mijn familie heeft gedaan, zit er diep in. Dat er nooit iemand voor mij is opgekomen, vind ik zo moeilijk om te begrijpen.

“Op misbruik en mishandeling rust nog altijd zo’n taboe. Als ik iets hoop, is het dat de documentaire Als je eens wist van Hilde Van Mieghem het bespreekbaarder maakt en er in de omgeving van een kind dat hetzelfde meemaakt als ik, wél een familielid, een buur, leerkracht of kennis het lef heeft om voorzichtig voor hem op te komen.”

Barbara: ‘Toen ik elf was, is mijn moeder thuis vertrokken, terwijl ze wist dat mijn vader zwaar dronk en niet voor ons kon zorgen.’

Hersenen op hol

Bessel van der Kolk: “Praten blijft natuurlijk belangrijk. Je moet erkennen en benoemen wat er met je is gebeurd, maar begrijpen waaróm je iets voelt, verandert meestal weinig aan hóé je je voelt. Praten kalmeert het lichaam niet en daar heb je juist behoefte aan als je getraumatiseerd bent, aan je veilig voelen in je eigen lichaam. Ik raad mijn patiënten soms aan karate te beoefenen, omdat dat een fysieke ervaring is die rechtstreeks in strijd is met de machteloosheid die een kind in zijn kindertijd heeft gevoeld. In niet-westerse culturen hebben ze dat al veel langer begrepen. Aziatische vechtsporten gaan eigenlijk over omgaan met trauma, want we hebben allemaal wel iets meegemaakt wat ons in meerdere of mindere mate heeft getraumatiseerd.”

Zoals u. U werd als kind door uw vader in de kelder opgesloten. Hij kon ook zomaar in hevige woede uitbarsten. Later hebt u ontdekt dat hij in de Tweede Wereldoorlog in een concentratiekamp had gezeten. U hebt als onderzoeker ook Vietnam-veteranen bestudeerd en ontdekt dat een trauma je gevangen houdt.

Van der Kolk: “Sla dat verhaal van mijn vader maar over, want met elke ouder is er wel iets aan de hand. Maar het is zeker bij zware trauma's inderdaad vaak zo dat je reageert zoals jijzelf als kind toen je in een pijnlijke situatie zat. Een mishandeld kind kampt vaak met zelfhaat: ‘Ik vocht niet genoeg terug.’ Of: ‘Ik heb het zelf uitgelokt.’ Als kind ben je het centrum van je eigen wereld, je kunt je ervaringen nog niet vergelijken met die van anderen. Als je klappen krijgt, kun je niet anders denken dan: het ligt aan mij. Ik ben slecht. Die manier van denken blijft hangen. Als iemand je omverrijdt of beledigt, of je vriend bedriegt je, denk je snel: het zal mijn eigen schuld wel zijn, in plaats van te denken: klootzak! Je voelt dezelfde paniek als toen je werd geslagen of misbruikt. Een therapie moet je helpen te beseffen dat je als volwassene kunt terugslaan en weggaan, maar dat je dat als kind toen onmogelijk kon.”

De twee getuigen uit Als je eens wist die ik heb gesproken, zijn altijd blijven hopen dat hun ouders hun fout zouden inzien en hen alsnog in de armen zouden sluiten.

Van der Kolk: “Dat maakt kindermishandeling zo erg: een kind heeft die liefde nodig, maar het kan niet weg en past zich daarom aan. Het zegt liever dat het aan hem of haar ligt dan de ouders te beschuldigen. Hoe eerder een kind dat door zijn vader wordt mishandeld beseft: mijn vader is gestoord en ik ben hier weg zodra ik kan, hoe beter het er later vanaf komt, blijkt uit onderzoek. Maar er zijn er veel die tot op late leeftijd hun ouders blijven pleasen en hopen dat die ooit van hen zullen houden, ook al zijn die ouders daar niet toe in staat.”

In uw boek Traumasporen, dat intussen in 43 landen is verschenen, gaat u dieper in op wat een trauma doet met je hersenen.

Van der Kolk: “Het is ongelofelijk wat we op een hersenscan van getraumatiseerde mensen zien. Het deel dat waarschuwt voor gevaar, gaat als een gek tekeer. Je merkt dat getraumatiseerde mensen moeilijk kunnen genieten van simpele dingen – een zonnestraal door een raam, een regendruppel op een blad – omdat hun alarmfunctie constant alert is en de omgeving afspeurt op ellende. Daarenboven slaapt het hersengedeelte dat filtert wat belangrijk is en wat niet, en dat je dus helpt het leven te verdragen. Dat betekent dat je veel makkelijker dan anderen gekwetst, boos of bang wordt door iets wat iemand anders makkelijk kan relativeren. Daarom drinken getraumatiseerde mensen vaker en gebruiken ze drugs: ze kunnen die permanente oorlog van emoties vanbinnen niet aan. Omdat het gewone leven hen niet kan boeien, zoeken ze ook vaak extreme situaties op om toch maar iets te voelen: ze beschadigen zichzelf, eten veel te veel of zoeken het gevaar op.”

Bessel van der Kolk: 'Veel mis­bruikte kinderen blijven later hopen dat hun ouders ooit van hen zullen houden, ook al zijn die daar niet toe in staat.'

Is die verandering in de hersenen definitief? Ben je voor de rest van je leven gedoemd?

Van der Kolk: “Neen. Het brein is een plastisch orgaan en de hersenen kunnen veranderen door nieuwe ervaringen op te doen. Er is wel nog niet genoeg onderzoek gedaan naar de mate waarin je veranderingen in de hersenen kunt terugdraaien, maar in de tweede helft van mijn boek beschrijf ik mogelijke uitwegen. Het belangrijkste is dat je een manier vindt om jezelf tot rust te brengen. Mindfulness en yoga kunnen helpen, maar ook basketbal spelen of zingen.”

Janken van angst

Barbara is freelancejournaliste en eindredactrice. Ze had een zeer gewelddadige vader.

Barbara: “Mijn moeder vertelt nu nog altijd dat ik als baby lag te krijsen in het donker om aandacht te krijgen. Als mijn vader me dan door elkaar rammelde en brulde dat het gedaan moest zijn, hield ik meteen mijn mond. Ik heb van kleins af geleerd heel stil te zijn en zo weinig mogelijk mijn omgeving te storen – eigenlijk zo weinig mogelijk te ‘zijn’.

“Thuis kon de sfeer heel snel omslaan als mijn vader zich ergens aan stoorde. We moesten maar een spelletje spelen en iets te veel lawaai maken of per ongeluk iets omgooien, en dan kon hij ons opeens vastpakken en beginnen te slaan. Ik droeg sinds mijn achtste een bril en die kostte veel geld. Als hij kwaad was, zei hij: ‘Zet je bril af.’ Dan wist ik: ik ga motten krijgen. Ik probeerde die bril zo lang mogelijk op te houden, maar ik kon mijn vader niet aan, dus uiteindelijk verloor ik toch. Je weet op den duur dat het niet helpt, hij slaat alleen maar nog harder. Er rest je dan nog één tactiek: jezelf zoveel mogelijk beschermen en wachten tot het voorbij is. Ik verdween dan in mijn hoofd: ik bestond even helemaal niet.”

Greep uw moeder niet in?

Barbara: “Zij is emotioneel heel afstandelijk. Toen ik elf was, is ze vertrokken, terwijl ze wist dat mijn vader zwaar dronk en niet voor ons kon zorgen. Een vader van een vriendinnetje maakte soms soep voor ons, maar meestal moesten we zelf voor eten zorgen.

“Ik heb weinig concrete herinneringen aan mijn kindertijd. Wat we deden in de vakantie, hoe het huis eruitzag: ik weet het niet meer. Eigenlijk was de werkelijkheid te veel voor mij. In de klas was ik er ook nooit bij met mijn gedachten. Ik ging helemaal op in fantasieën – ik droomde bijvoorbeeld dat er opeens een put in de grond was waardoor ik kon ontsnappen. Uren, soms dagen kon ik op zo’n droom voortborduren.

“Ik kan met de auto rijden en opeens merken dat er een halfuur is voorbijgegaan zonder dat ik er was. Op mijn 36ste verjaardag dacht ik opeens: waar zijn die 36 jaar naartoe? Ik heb al die tijd in een bubbel geleefd. Ik weet nu dat je op hersenscans kunt zien hoe dat komt. Bij kinderen die geweld ondergaan, werken sommige hersendelen niet goed meer. Eerst vond ik dat vreselijk, maar het was ook wel geruststellend. Ik deed dus niet flauw, zoals mijn moeder altijd zei: ‘Barbara is overgevoelig.’ Die scans waren voor mij een erkenning dat het echt wel ingrijpend is als je jarenlang wordt geslagen.”

Toch hebt u uw studie journalistiek afgemaakt en hebt u een leuke baan als eindredactrice.

Barbara: “Ja, maar ik was geen goede student. Ik had veel last van faalangst. Daardoor bleef ik altijd maar de eerste hoofdstukken herhalen en kwam ik nooit toe aan de laatste hoofdstukken. Ik heb mezelf ook trucs moeten aanleren om tijdens de les aandachtig te blijven. Ik dwong mezelf zonder ophouden aantekeningen te maken. Ik werk als journalist, vertaler en eindredacteur en dat gaat goed, maar ik heb heel lang alleen maar gefunctioneerd vanuit een overlevingsdrang. Vooruitdenken deed ik niet. Ik heb ook lang in een veredeld studentenkot geleefd. Iets aan mijn huis doen vond ik niet de moeite. Ik gaf mijn geld liever uit aan verre reizen. Ik ben in mijn eentje naar Japan, Cambodja en Vietnam geweest en ben door de jungle van Borneo getrokken. De dag voor het vertrek zat ik te janken van angst, maar zodra ik de volgende dag mijn rugzak pakte, voelde ik de adrenaline stromen. Het was alsof ik dan pas leefde.”

Hebt u ooit hulp gezocht?

Barbara: “Meerdere keren, maar psychologen konden me niet helpen. Praattherapie werkte bij mij niet. Ik bleef mijn gevoel afblokken. Het woord ‘kindermishandeling’ kon ik zelfs pas na vier jaar uitspreken. Daarvoor zei ik hoogstens: ‘Mijn vader sloeg me weleens.’

“Maar ik kreeg steeds meer fysieke problemen. Mijn kaken kraakten als ik moest spreken omdat er zoveel spanning op zat. Ik beet mijn tanden kapot, ik had last van psoriasis en hyperventileerde. Mijn osteopaat merkte die spanning op: als ze mijn ene schouder losmaakte, zat die weer vast zodra ze aan de andere begon. Ze heeft erop aangedrongen dat ik in therapie zou gaan, en ik ben terechtgekomen bij iemand die me niet zoveel laat praten, maar meer laat voelen. Ze gebruikt allerlei technieken waarvan ik niet precies begrijp hoe ze werken, maar die mij wel enorm hebben geholpen, zoals EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing, red.). De kern van EMDR is dat je je aandacht van links naar rechts wisselt – door de bewegende vinger van je therapeut te volgen, of door wisselende aanrakingen op je knieën. Terwijl je aandacht door die links-rechtsbeweging wordt vastgehouden, denk je aan wat je is overkomen als kind en kun je de angst en de pijn opnieuw voelen zonder dat je erdoor wordt meegesleurd – daarvoor zijn je hersenen te druk bezig. Als ik paniek of spanning voel opkomen, zoals wanneer ik denk aan de uitzending van de documentaire Als je eens wist, kan ik zelf afwisselend op mijn linker- en rechterknie tikken. Dan voel ik de paniek afnemen en besef ik: het is nu, niet toen.

“Dat ik het in de hand heb, geeft me zo’n goed gevoel. Ik ben heel lang in het slachtofferschap blijven hangen: ik was mishandeld, daarom kon ik dingen niet en iedereen moest daar maar rekening mee houden. Maar als je daaraan blijft vasthouden, blijft het leven je overkomen. Ik vind mezelf niet meer zielig en ik ben ook niet meer kwaad op mijn ouders. Sinds ik zo in het leven sta, zijn dingen echt veranderd.”

Eigenlijk hebt u in die therapiesessies weinig over uw jeugd gepraat.

Barbara: “Ja. Bij EMDR gebeurt er vooral van alles in je lichaam. Je voelt je achteraf soms uitgeput, alsof je hebt gesport. Dat doe ik nu trouwens ook. Ik heb jarenlang niet bewogen, maar nu doe ik aan crossfit – in mijn eigen tempo, maar wel in een groep met mensen die elkaar aanmoedigen. Dat doet zoveel deugd. En echt onmisbaar voor mij is het koor waarin ik zing. Wat ik voel als we samen zingen en alle stemmen in elkaar hoor overgaan, kan ik moeilijk beschrijven. Ik voel me dan helemaal verbonden, zonder welke angst dan ook.

“Met mensen omgaan vond ik heel moeilijk. Ik dacht altijd dat ik nooit een langdurige relatie zou kunnen aangaan. De relaties die ik had, zaten altijd scheef omdat ik mezelf helemaal afstemde op de andere. Dan trek je automatisch mensen aan die daar dankbaar misbruik van maken omdat zij hun eigen rugzak hebben. Mijn ex-man heeft me jaren bedrogen en toen ik dat stukje bij beetje te weten kwam, had hij telkens een uitleg. Pas toen ik doorkreeg dat het bedrog al negen jaar aan de gang was, ben ik opgestapt. Daarna ben ik enkele jaren alleen gebleven om therapie te volgen en niet in hetzelfde patroon te belanden.

“Mijn huidige vriend is een heel rustige, stabiele man. Soms flakkeren mijn angsten weer op en denk ik: ik ga hier beter weg vóór het fout loopt. Mijn vriend blijft dan rustig en zegt: ‘Als je dat echt wilt, moet je dat doen, maar ik zou het fijn vinden als je bleef.’ Geen druk. Geen manipulatie. Geen straf. Dat geeft me zoveel adem dat ik vanzelf blijf.”

Barbara: ‘Met mensen omgaan vond ik heel moeilijk. Ik dacht altijd dat ik nooit een langdurige relatie zou kunnen aangaan.’Beeld Saskia Vanderstichele

Aan de MDMA

Van der Kolk: “Ongeveer alle slachtoffers van kindermisbruik of -mishandeling die ik heb gezien, hebben met onverklaarbare klachten in het ziekenhuis gelegen. Het lichaam blijft hangen in die nare ervaringen van vroeger. Het gevoel van angst en machteloosheid uit zich in pijn in de borst, verkrampte spieren en ademhalingsproblemen. Daarom is het zo belangrijk om het lichaam te kalmeren door er vertrouwd mee te worden. In ons trauma-centrum laat ik kinderen trampolinespringen en op een evenwichtsbalk lopen. Daarna slaan we een deken om hen heen en als ze het toelaten, wiegen we hen langzaam heen en weer. Wat er dan gebeurt, is wonderbaarlijk. Terwijl ze tevoren geen woorden vonden voor wat ze hadden meegemaakt, vinden ze die nu langzaamaan wel. Lichamelijk contact is bij de meeste therapieën uit den boze, terwijl het het elementairste middel is om te troosten.”

Hilde Van Mieghem vertelde in Humo dat ze panisch is als iemand haar aanraakt. Ze wil dat juist liever niet.

Van der Kolk: “(lacht) Ik moet nu denken aan mijn oude professor aan Harvard, Elvin Semrad, die ons bekende hoe troostend het voor hem was om ’s nachts de billen van zijn vrouw te voelen. Aangeraakt worden is zo belangrijk om het gevoel van veiligheid te herstellen. We zijn zoogdieren. We moeten doen wat zoogdieren doen: boven, onder of tegen elkaar liggen. Maar daarvoor moet je je veilig genoeg voelen. En daar kun je aan werken door bijvoorbeeld met anderen te zingen, te dansen of te kickboksen, dus door synchroon iets met anderen te doen in hetzelfde ritme, zodat je je fysiek op die anderen afgestemd voelt. Eigenlijk imiteer je zo wat er gebeurt als een moeder haar baby wiegt. Als iemand je misbruikt en jij huilt of schreeuwt, maar de andere reageert niet, dan ben je níét fysiek op de andere afgestemd en leer je niet hoe dat moet. Het is heel belangrijk dat dat wordt hersteld. Maar ik probeer altijd een combinatie van verschillende technieken uit op mijn patiënten, om te zien wat er het best werkt. Met EMDR behaal ik vaak goede resultaten. Soms stuur ik mijn patiënten naar een therapeutische massage en soms gebruik ik ook MDMA.”

Pardon?

Van der Kolk: “Ja. MDMA is een geestverruimende stof die ook in xtc zit. Eigenlijk helpt het bij traumaverwerking op dezelfde manier als EMDR. Het middel maakt je universum opeens zo groot dat je rustig kunt terugkijken naar wat jou indertijd is overkomen en kunt denken: dat was het dus. Meer denk je niet, want je voelt dat je zoveel méér bent dan dat. Bovendien word je van MDMA extreem empathisch, ook tegenover jezelf. Dat helpt om voorbij je zelfhaat te komen en te beseffen: het was niet mijn schuld. Ik zeg niet dat het een wondermiddel is, maar ik heb al veel patiënten na een behandeling met de partydrug verlost van hun verleden en zich vol goesting op het heden zien storten. Daar kunnen we toch niet tegen zijn?”

Als je eens wist, Canvas, vanavond om 21.20 uur

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234