Zaterdag 28/01/2023

Als hij maar geen voetballer bleef

Wie we daar plots in de Brusselse rechtszaal mochten verwelkomen: een mislukte profvoetballer die 'wel zeven keer' op de thee mocht bij Osama bin Laden, nét iets te laat kwam voor 11 september en dan maar genoegen nam met een aanslag op de militaire basis van Kleine Brogel. Klopt er ook maar één woord van de getuigenis van Nizar Trabelsi, die zichzelf wel erg opvallend een Belgische cel wil inpraten?

Anne de Graaf

Wanneer supporters Nizar Trabelsi eind jaren tachtig balletjes zien trappen op het zandveld van Sfax staat de toekomst van de Tunesische tiener eigenlijk al vast. De potige voetballer, vanwege zijn gestalte le costaud genoemd, blinkt uit in het betere benenwerk, maar een aanvaller zal hij nooit worden. Trabelsi is "een belofte". Tenminste, als hij niet vergeet om naar de coach te luisteren.

Die dient zich begin jaren negentig aan in de hoedanigheid van zijn oom. Oncle, zo blijkt, is manager bij voetbalclub Standard en heeft goede contacten bij Fortuna Düsseldorf. Met behulp van een woordje voorspraak kan zijn neef er aan de slag in de verdediging. De transfer is een succes. Net als in Sfax functioneert Trabelsi het allerbest als hij iemand heeft om naar op te kijken.

Ook coach Manfred Müller noemt de 19-jarige in de Duitse kranten de Tunesische "gelukstreffer". Hij doet Trabelsis hart sneller kloppen. De jongen loopt de ziel uit zijn lijf en wordt de trots van Sfax. Voor zijn vader, een metselaar, gaat een droom in vervulling, zeker als blijkt dat hij in de Tunesische nationale ploeg mag spelen en met dat team een keer naar Saoedi-Arabië mag.

Heeft Trabelsi in coach Manfred Müller een "nieuwe leider" gevonden, dan blijkt de twintiger niet echt opgewassen tegen het topvoetbal. De herinnering aan zijn gematigde islam-opvoeding verwatert te midden van de jetset in het Ruhrgebied. Alleen het van zijn moeder gekregen halskettinkje met het koran-hangertje herinnert hem aan zijn roots. Hij belt haar uiteindelijk helemaal niet meer. Zijn leven staat in het teken van (witte) Coupé-Mercedesen, Armani, vrouwen en cocaïne.

Als uiteindelijk ook zijn oom de greep op de situatie verliest, is het kalf verdronken. Linksachter Trabelsi dribbelt vaker stoned dan nuchter over het veld. De sermoenen na de match snuift hij weg met lijntjes coke in de kleedkamers, soms onder het oog van de spelers. De afstraffing volgt direct: binnen het jaar wordt de 'gelukstreffer' verbannen naar het derdedivisie-elftal van Solingen. Zijn voetbalcarrière eindigt als onbeduidende backspeler, bij de nog minder beduidende club Wulfrath.

Het raakt zijn koude kleren niet. Trabelsi heeft in de onderwereld allang andere mentors gevonden. De Tunesiër is in 1993 in de gauwte getrouwd met de eveneens cokeverslaafde Simone Razisky die hij meteen ook zwanger maakt. Hij staat sedertdien vaker niet dan wel op de grasmat in Wulfrath. Profvoetbal is nog slechts een maskerade.

Hij loopt drie maanden voorwaardelijk op voor een geflopte cokedeal in Düsseldorf. Intussen drijft hij handel in valse merkkledij met de dealers van het Antwerpse Falconplein en herlaadt hij lege gsm-kaarten met een machine die hij van een Albanees heeft gekocht. Het verhaal bereikt een climax als hij op klaarlichte dag door getuigen wordt opgemerkt met een pistool op een plein in Düsseldorf. Trabelsi legt uit het wapen van een Rus te hebben gekocht nadat er twee keer bij hem was ingebroken.

Het gaat van kwaad tot erger. Maar hij heeft geluk: net wanneer Trabelsi ligt bij te komen van een mislukte zelfmoordpoging, dient er zich alweer een goeroe aan. Op een van zijn missies naar België kruist Trabelsi het pad van Franco-Algerijn Djamel Beghal. Die heeft vrienden bij de fundamentalistische harde kern in Europa. Het is eind 1996 en de GIA-aanslagen (Gewapende Islamitische Groep) liggen vers in het geheugen. Beghal beseft dat de bekering van wildebras tot integrist een werk van lange adem kan worden. Hij confronteert Trabelsi voorzichtig met de beelden van de genocide in Algerije. Trabelsi hapt gretig toe. Net zoals in Sfax wil hij heel zijn leven geven om de goede zaak te verdedigen.

Beghal suggereert dat zijn nieuwe discipel zich eerst gaat herbronnen in Mekka. In de ban van zijn nieuwe leider verlengt Trabelsi zijn visum van een maand tot vijf maanden met behulp van een bevriende politieman. De uitgerangeerde voetballer logeert zes maanden in het hotel en raakt naar eigen zeggen dankzij de koran van de coke af. Bij zijn terugkeer acht hij zich 'vroom' genoeg om zijn moeder in Tunis te bezoeken die hij al die jaren veronachtzaamd heeft. Hij wil bij haar komen inwonen, maar ze smakt de deur dicht. Ze wil niks meer met hem te maken hebben.

Berooid maar bekeerd keert de Tunesiër via een tussenstop bij Beghal in Parijs terug naar Düsseldorf. Het duurt niet lang voor hij de weg terug vindt naar zijn oude vrienden. De voetballer verkoopt zich als een getuige van Jehova en troggelt geld af bij wie zijn praatjes wil geloven. Hij leent 20.000 Duitse mark van een stripteasebarhouder en vraagt hulp aan zijn tante die op dat moment net haar restaurantje La Playa in Düsseldorf heeft verkocht. Hij start een zaak in edelstenen en neemt in 1998 'zuiver toevallig' zijn intrek naast Abszl Ghani en Suleman Smahil die dan van tachtig aanslagen worden verdacht namens de fundamentalistische groep Takfir Wal Hjra (letterlijk: uitsluiting voor Allah).

Uitgerekend dat buurmanschap wekt de interesse op van de internationale veiligheidsdiensten die Trabelsi in 1999 tijdens al zijn verplaatsingen beginnen te volgen. Gaandeweg vinden ze hun target steeds interessanter, zeker als blijkt dat Trabelsi intensief communiceert met de geviseerde Beghal en met (de op het GIA-proces veroordeelde) Tarek Maaroufi. Telkens als Trabelsi in België langskomt, weet de Staatsveiligheid dat.

Djamel Beghal houdt Trabelsi in een ijzeren greep. Kort na diens (tweede) huwelijk met de Marokkaanse Halime Hamal vertrekt zijn discipel naar Afghanistan. "Om humanitaire redenen", zei Trabelsi dinsdag voor de correctionele rechtbank in Brussel, waar hij samen met 22 anderen terecht staat op verdenking van het plannen van terroristische aanslagen. "Ik wilde een moskee openen en waterputten laten graven", zwoer Trabelsi.

Voorzitster Claire De Gryse leek dat niet echt te geloven. Het hele proces al past de Tunesiër de trucs toe die mooipraters in de jetset van Düsseldorf hem in een vorig leven hebben aangeleerd. Maar die bleken niet van aard om gerechtspsychiater Poelman te misleiden toen hij in 2002 zijn verslag opmaakte over Nizar Trabelsi: 'Hij vertoont geen tekenen van hallucinaties, kenmerken van depressie noch neuroses. Hij is daarentegen een manipulator en ook dit: hij huilt vaak.'

Snottebellen vloeien ook rijkelijk in het kabinet van onderzoeksrechter Christian De Valckeneer, nadat die Trabelsi drie dagen na 11 september had laten oppakken in zijn flat in de Mozartlaan in Ukkel. Drie maanden eerder heeft de in Dubai gearresteerde Beghal hem op 17 juli bij de Franse onderzoeksrechter Jean-Louis Bruguière de aanslagplannen aangewreven op de VS-ambassade in Parijs. Trabelsi moest als kamikaze optreden met een acetonbom die hij aan zijn gordel zou bevestigen. Hij zou rijden met een bestelwagentje afkomstig van het autosalon.

Verraad. De voetballer vecht tegen zijn woede. In Trabelsi's flat en in snackbar Le Nil vinden de speurders echter genoeg om Beghals bekentenis te staven: een UZI-machinegeweer van Israëlische makelij, vijftig patronen, twee laders, en een album met chemische formules. Dezelfde week treft men bij zijn vrienden in de snackbar Le Nil 65 kilogram zwavel, 40 liter aceton, zwart poeder en glycerine aan, net wat nodig is om met Trabelsi's chemische code een zware bom te maken.

Maar dan gebeurt er iets onverwachts: net zo snel als hij ze heeft geventileerd, trekt Beghal zijn bekentenissen weer in. Het is eind december 2001. Nee, er was helemaal geen plan om de ambassade op te blazen. De politie doorziet zijn list: door te kwekken over vermeende aanslagprojecten in Parijs, heeft Beghal inmiddels zijn schaapjes op het droge: het was altijd beter brommen in de gevangenis in Parijs dan in een gortdroge kerker in de woestijn.

Beghal weet echter niet dat er intussen iets moois bloeit tussen Trabelsi en zijn nieuwste goeroe, onderzoeksrechter De Valckeneer. Daar zijn goede redenen voor: Trabelsi kreeg bezoek van diens Franse ambtsgenoot Jean-Louis Bruguière en die ontmoeting is op een scheldpartij uitgedraaid. Nog faliekanter verliep de confrontatie met twee FBI-agenten die speciaal uit de States kwamen overvlogen om met Trabelsi te praten. In ruil voor informatie over kampen en zelfmoordplannen, waren ze bereid hem te steunen, en zijn vrouw, die inmiddels naar Corsica verhuisde, een fikse maandverloning op te sturen.

Trabelsi spuwde op de grond en stuurde de geheimagenten weg. Als bewijs van zijn consternatie ging hij de volgende dagen in zijn cel in Vorst te keer tegen de muren en ging hij de gevangenisdirecteur te lijf. Het speelt blijkbaar allemaal mee als hij eind juni 2002 tot een monsterbekentenis overgaat. "Ja, ik vertoefde zeven keer in de villa van Bin Laden en daar werd ik alsnog bij de al overvolle martelarenlijst gevoegd", klinkt het. Bin Laden... de mond van de aanwezige agenten valt open.

"Ja echt ik mocht hem vader noemen. De 'klik' kwam er nadat ik de cassette had gezien met het beschoten Palestijnse kind op de Westelijke Jordaanoever. Vreselijk. Ik wist toen dat ik wilde sterven. Mijn vrouw heeft veel gehuild, toen ik het haar vertelde in Jalalabad. Maar ik was een machine geworden. Het moest gebeuren. Ik zou mijn aanslag plegen met de foto van het meisje voor mijn ogen."

De rechtbank had dinsdag moeite om te geloven dat 's werelds meest gezochte terrorist een geflopte voetballer op een theekransje uitnodigdede aan de vooravond van 11 september. Nog minder aannemelijk is het dat het Kleine Brogel-project in Osama's achtertuin opborrelde, zoals Trabelsi ook beweerde. Gevraagd naar een precieze strategie voor de stormloop, bleef de Tunesiër de hele zitting door het antwoord schuldig. "Een Amerikaanse junkie bezorgde ons foto's die hij voor 50.000 euro maakte binnenin de basis", zei hij. "Ik heb ze wel nooit gezien."

Waar of niet waar? Zowel de Franse als de Belgische justitie zitten met een probleem: Beghal en ex-discipel Trabelsi hebben hun informatie over de aanslag in Parijs ingetrokken, terwijl hun echtgenotes Sylvie Beghal en Halime Hamal-Trabelsi volhouden dat Frankrijk wel degelijk hét doelwit was, wellicht onder druk van de Parijse onderzoeksrechter Jean-Louis Bruguière die beide vrouwen huisarrest gaf.

Wat kan het motief achter zoveel grootspraak zijn? Voor Beghal is er het praktische voordeel dat hij niet in het emiraat Dubai zit opgesloten. Trabelsi is met zijn (rammelende) bekentenis over Kleine Brogel zeker dat hij niet aan de VS wordt uitgeleverd, en niet hoeft te vrezen voor een verblijf op de verschrikkelijke Amerikaanse basis Guantanamo, op Cuba.

"Hij zit liever vier jaar langer in België dan een dag ginds", zegt een speurder die Trabelsi's zielenroerselen al sinds de dag van zijn arrestatie volgt. "Het enige wat we hebben, zijn de in Le Nil teruggevonden explosieven en het Uzi-machinegeweer waarvan hij beweert dat het diende om een liefdesrivaal te vermoorden. Een begin van uitvoering als het ware, maar vooralsnog deed hij geen vlieg kwaad. Kwatongen beweren zelfs dat een griffier op een gegeven ogenblik Kleine Brogel liet vallen als mogelijk doelwit, en dat Trabelsi daarop heeft voortgeborduurd. Praktisch is het mogelijk: in de dagen na zijn spraakmakende getuigenis heeft hij vaker dan normaal naar buiten mogen bellen, onder meer naar de RTBF en naar zijn advocaten."

Verrichtten buitenstaanders voor hem 'terreinwerk', zodat de voetballer in België kon blijven? Misschien. "Trabelsi kwam pas later druppelsgewijs met details op de proppen, zoals de afmetingen en kleuren van de deuren en de beschrijving van de toegangswegen in Kleine Brogel", zegt de speurder. "Over de binnenkant van de basis kon hij dan weer zo goed als niets vertellen. Hadden ze hem de kerncentrale van Doel aangepraat, dan had hij dat volgens mij ook bekend. Ik vraag me zelfs af of hij in staat zou zijn geweest om ooit echt iets aan te vallen. Trabelsi is een lafaard die groots tenonder wil gaan, met dat voordeel dat geen van de andere verdachten zijn plannen ooit zal betwisten. Zijn laatste goeroe, onderzoeksrechter De Valckeneer, is inmiddels bevorderd maar die heeft hij niet meer nodig. Trabelsi is immers weer de held, en dit keer zonder inspanning."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234