Maandag 17/02/2020

Als hij maar geen Taliban-strijder wordt

Ja, hij kon zich best vereenzelvigen met de aanslagen in de Verenigde Staten. En ja, de Taliban hadden eerbare bedoelingen in hun streven een islamitische staat uit de grond te stampen. Het was alsof de Amerikanen het in Kaboel hoorden donderen. Dat een Amerikaan zich zou aansluiten bij volksvijand mullah Omar was werkelijk het allerlaatste wat ze dachten te kunnen vrezen. De tot de islam bekeerde John Walker Lindh, of Abdul Hamid zoals hij zich sinds zijn doortocht in Afghanistan liever laat noemen, is volgens zijn vader 'een zachtaardige jongen'. Al moet het hem van het hart dat ook hij uit zijn dak ging toen hij zijn zoon na zovele maanden terugzag... op CNN.

Fabian Lefevere

John Walker Lindhs vrienden en familie deden de voorbije dagen hun best om de loftrompet te steken over de twintigjarige Amerikaanse Taliban, de tweede van drie kinderen. John speelde voetbal en als kind placht hij, als zovele van zijn leeftijdsgenootjes, oorlogsspelletjes te spelen met zijn verzameling GI Joes. "Ik was gechoqueerd", zei een jeugdvriend van Walker Lindh tegen het persagentschap AP. En dat was iedereen die de prille twintiger heeft gekend. Vooral de ouders werden druk omstuwd door de verbouwereerde Amerikaanse media. "John was wel de laatste van wie je zou verwachten dat hij zich in een oorlog zou storten", vertelde vader Frank Lindh, toen hij opgevoerd werd in de Larry King Show op CNN. "Hij is een zachtaardige jongen en, op een diepreligieuze manier, bijzonder devoot."

John Walker Lindh groeide op in de diepburgerlijke suburb van Marin County nabij San Francisco. Zijn ouders vormden er een modaal Iers-Amerikaans gezin met roots in de sixties, een welhaast stereotiep product van de babyboomers. De naam John ontleenden ze aan John Lennon, die enkele weken voor zijn geboorte werd doodgeschoten. Vader was advocaat, moeder thuisverpleegster. Vader en moeder zijn inmiddels gescheiden. Al op vrij jonge leeftijd bleek dat de jongen, die aanvankelijk dokter wilde worden en - vooral - mensen helpen, een meer dan modale interesse voor religie aan de dag legde. Met veel ijver stortte hij zich op het christendom, de religie van zijn vader. Later zocht hij heil in het boeddhisme, de religie van zijn moeder. Maar zijn echte ding bleek de islam: dat besefte hij meteen toen hij op zijn zeventiende op school een bespreking moest maken van de autobiografie van Black Panthers-voorman en bekeerd maar notoir moslim Malcolm X. Sindsdien zou hij zich met hart en ziel wijden aan de studie van de koran.

Volgens vader Lindh vond zijn zoon op dat ogenblik zijn echte spirituele pad. De door zijn leraren als 'meer dan gemiddeld intelligent' omschreven John ging zich, na een autodidactische spoedcursus, aanbieden in een moskee in Mill Valley, toog later naar het wat verderop gelegen San Francisco Islamic Centre, liet zichzelf prompt Suleiman al Faris noemen. Hij zou er later ook op aandringen dat die naam zo op zijn einddiploma werd vermeld.

De directeur van Mill Valley, Ebrahim Nana, herinnert zich de dag dat Walker Lindh in zijn leven verscheen, aan het einde van 1997, nog sprekend. John Walker Lindh, met de bezieling eigen aan bekeerlingen, was anders dan de anderen, zo liet hij optekenen in de Los Angeles Times. "De meeste mensen komen hier met vragen. Ze zijn nieuwsgierig. Hij vertelde meteen dat hij op zijn eentje veel studiewerk verricht had en klaar was om de islam te aanvaarden, en wel meteen. Zoiets is hoogst ongewoon."

Meer en meer werd Lindh in Marin County een vreemde eend in de bijt. Een vriend kocht voor hem een traditioneel moslimkleed. Hij zette een tulband op en liet zijn baard groeien. Van alcohol en meisjes had hij zich altijd ver gehouden, dus daar veranderde niks aan. Zijn verschijning vloekte wel met het decor waarin Walker Lindh zich sinds zijn prilste jeugdjaren, na een kort verblijf in Washington, had bewogen. Marin County, met zijn peperdure huizen en paradijselijke stranden, is zowat de werkelijkheid geworden Amerikaanse droom.

"Een merkwaardig beeld was het zeker: een blanke jongen uit de rijke buitenwijken in traditionele klederdracht", herinnert Abdullah Nana zich, zoon van de directeur van Mill Valley en na Walker Lindhs bekering een goede vriend, in de Los Angeles Times. "Hij was meer moslim dan die andere jongens wier ouders moslim zijn." Ook toen Frank Lindh in 1998 zijn zoon naar Ierland meenam, kwestie van zijn roots te ontdekken, stond John erop zijn traditionele kleed te blijven dragen. Enkele kinderen vroegen hem of hij meespeelde in een toneelstuk. Hij glimlachte minzaam.

Vader Lindh verwachtte verwachtte dat zijn "geestelijke of zoiets" zou worden, en stelde hem zelfs voor les te volgen aan de binnen de islam nogal prestigieuze Medina-universiteit in Saoedi-Arabië. "Ik was er trots op dat John zijn weliswaar alternatieve maar eigen spirituele weg koos. Ooit vertelde ik hem dat hij misschien altijd al, nog voor hij het zelf wist, een moslim was geweest, nu bleek dat hij zo'n diepe affiniteit met de islam had."

Dat de toekomstige Taliban-strijder zijn eigen godsdienst best wist te relativeren, stelde Frank Lindh gerust. "In Ierland nam ik ooit een foto van hem voor een slagerij die varkensvlees verkocht, tegen een achtergrond van reclame voor koteletten. Ik plaagde hem wat, maar met dat soort grapjes kon hij altijd lachen."

Naarmate jaren verstreken, leek dat wel te veranderen. Na de zomer van 1998 besloot John zich te bekwamen in het Arabisch en naar Jemen te trekken, waar het dialect nog het best op het Arabisch van de koran lijkt. Een vol jaar zou hij in de hoofdstad Sinna blijven en er studeren aan het Yemeni-taalinstituut, onderwijl vaak enthousiaste en naar verluidt ook humoristische en zelfrelativerende e-mails sturend naar zijn ouders. Bij zijn terugkomst in California was John evenwel een andere persoon, met een nooit aflatende rusteloosheid. "Hij was wel dezelfde maar veel intenser", vertelt zijn vriend Abdullah Nana.

Die intensiteit zou hem terug naar de Arabische wereld brengen. In februari 2000, een dag voor zijn negentiende verjaardag, keerde John terug naar Jemen om door te reizen naar Pakistan, waar hij zich aansloot bij de beweging Tablighi Jamaat, een in wezen apolitieke organisatie met enkele extremistische kopstukken en met als in het Westen bekendste lid Yusuf Islam ofte Cat Stevens. In mei van dit jaar, toen hij om geld vroeg en zijn ouders per e-mail liet weten dat hij nog voor de zomer een koele plek zou opzoeken, zouden zijn ouders voor het laatst wat van hem vernemen. John Walker Lindh had eerder al, zeer tot ongenoegen van zijn vader, de verdediging op zich genomen van de bomaanslag in oktober 2000 op het Amerikaanse fregatschip USS Cole, die zeventien Amerikaanse mariniers het leven kostte en aan Bin Laden wordt toegeschreven. En Frank Lindh had ontdekt dat enkele vrienden van zijn zoon aan de zijde van de moslimrebellen in Tsjetsjenië gevochten hadden. Maar van Afghanistan, jihad of Al-Qaeda: geen woord in die laatste e-mail.

De Walkers zagen hun zoon pas terug toen hij begin deze week plots op CNN verscheen, gevangengezet door de Amerikaanse special forces en inmiddels met de nieuwe naam Abdul Hamid. In Qala-i-Janghi was het, waar hij samen met een stuk of wat andere Taliban de belegering van de gevangenis nabij Mazar-i-Sharif had overleefd. Stuk voor stuk geharde strijders, die zich pas hadden overgegeven na bombardementen van de Amerikanen, nadat de Noordelijke Alliantie eerst diesel in hun schuilkelder had gegoten, dan de gangen onder water had gezet om de overlevenden te verdrinken en nadat was gebleken dat ze maar over één granaat en één geweer met vijftien kogels meer beschikten.

Mager en vies was hij, zoals hij in beeld werd gebracht door de camera's van CNN, en hij was door een granaat geraakt in zijn been. De zes maanden in Afghanistan, en zeker zijn deelname aan de oorlog na een opleiding in een kamp van Al-Qaeda, waar hij ook enkele malen Bin Laden had ontmoet, hadden hun tol geëist. Walker Lindh, of Abdul Hamid, zei een Amerikaan te zijn, en de naam die hij gaf was geen verwijzing naar whiskeyproducent Johnnie Walker en dus al evenmin - zeker als Taliban - een staaltje van zijn door vader Lindh geroemde zelfrelativering. Het was de naam van zijn moeder, niet van zijn vader.

Een journalist van het Amerikaanse tijdschrift Newsweek kon heel even praten met Walker Lindh. "Tijdens mijn reizen kwam ik in contact met een aantal van de originele leiders van de Taliban", verklaarde hij. "Hun ideeën lieten me niet los. Ik kwam naar Afghanistan om te helpen een islamitische regering op poten te zetten, omdat de Taliban de enige regering ter wereld vormen die de islamitische wet voorschrijft."

Even moest de journalist aandringen om zijn meningen over de aanslagen van 11 september te vernemen. "Ik heb twee of drie dagen niet gegeten", antwoordde Abdul Hamid. "Mijn geest is op dit moment niet in staat om u een onderbouwd antwoord te geven. Maar ja, ik sta erachter."

Die mening sloeg in als een bom in de Verenigde Staten. "Hij werd gehersenspoeld", reageerde zijn moeder Marilyn Walker prompt tegenover Associated Press. "In Pakistan was hij helemaal geïsoleerd. Hij kende er niemand. Als je jong bent, en makkelijk te beïnvloeden, ben je snel verleid door charismatische personen." Zijn ouders huurden alvast een advocaat in om Hamid na zijn onvermijdelijke repatriëring bij zijn - allicht niet bijzonder hartelijke - ontvangst in de Verenigde Staten te verweren.

En dat proces kondigt zich aan als een zoveelste staaltje van Amerikaanse chauvinisme. En niet enkel omdat Hamid er allicht van beschuldigd wordt ten oorlog te hebben getrokken tegen zijn vaderland. Er is meer: voor de Amerikanen is het ondenkbaar dat een Amerikaan zich tegen zijn vaderland keert. Door het militaire tribunaal, dat de opperste bevoegdheid heeft in dit soort oorlogszaken, kunnen enkel buitenlanders veroordeeld worden. En dat is Hamid, tot ontzetting van zijn landgenoten, nog altijd niet.

Bij "een trap voor zijn kont", zoals zijn vader alvast in het vooruitzicht heeft gesteld, zal de straf allicht niet beperkt blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234