Zaterdag 08/08/2020

'Als het maar écht, menselijk, gevoelig en teder is'

'Kleinvader' heeft me slapeloze nachten bezorgd: hoe moest ik vormgeven aan die stoere en tegelijk ongelooflijk kwetsbare grootvader, hoe kon ik al die emoties in één figuur leggen

> Debuteerde in 1988.

> Was twintig jaar actief als illustrator voor kindertijdschriften en educatieve uitgaven.

> Kreeg in 2001 een Gouden Griffel, Vlag en Wimpel en een Boekenpauw voor Wachten op matroos.

> Illustreert voor buitenlandse uitgeverijen als Macmillan, Sarbacanne, Bayard Presse, Sauerlander, Leopold, Querido.

> Animatiefilmpjes gebaseerd op peuterboekjes Nellie en Cesar worden volgend najaar wereldwijd verspreid.

> Oooooh! Van opera. Een non-fictieboek van Koen Crucke met illustraties van Ingrid Godon verschijnt in oktober bij De Eenhoorn.

> Illustraties voor nieuw boek van Toon Tellegen in voorbereiding.

> Een opvolger van Het liefste wat ik heb verschijnt bij Davidsfonds.

Gesprek met illustratrice Ingrid Godon

De Vlaamse illustratrice Ingrid Godon woont in een zonnig huis in Lier, waar alles - tot de échte espresso toe - een Italiaanse sfeer ademt. Overal hangen prachtige beelden en schilderijtjes aan de muren. Hier leeft iemand met zin voor esthetiek. Door Annemie Leysen

'Wat denk je? Kijkt ze niet te serieus? Ik zit er nog wat over te dubben, over die oma." Ze legt volop de laatste hand aan een Omaboek voor de Engelse uitgever Macmillan. Na Mijn papa is een reus, Mijn mama kan toveren en Mijn opa is een kampioen, alle met tekst van Carl Norac, kon een oma niet ontbreken.

"Nu houd ik die reeks wel voor bekeken. Het is mooi geweest. Vooral het Papaboek vond ik erg geslaagd. Ik kreeg er trouwens ook de Kakelbontprijs voor. Je kunt wel aan de gang blijven, met Mijn domme oom, bijvoorbeeld, of Mijn beste vriend (lacht). Maar ik heb een hoop nieuwe plannen."

Het gaat u duidelijk voor de wind. Na jaren deadlinewerk voor schooluitgaven en kindertijdschriften - u bent intussen al sinds 1981 druk aan de gang - komt de ene na de andere uitdaging op u af.

"Het overvalt me allemaal een beetje. Ik ben niet meteen ondernemend van aard. En in de belangstelling sta ik al helemaal liever niet. Ik zal mezelf nooit promoten of om werk schooien. Het komt gewoon op me af. En dat is een luxe, natuurlijk. Een echte scholing heb ik ook nooit gehad. Een beetje selfmade ben ik, eigenlijk. Ik had als kind geen studiehoofd en bracht er op school niet veel van terecht. Ten slotte verzeilde ik op de afdeling 'stands - en etalagebouw', net creatief genoeg voor hun dochter, vonden mijn ouders. Maar tekenen heb ik altijd gedaan. Het was als ademen voor me. Ik kon niet zonder potlood en papier. Gelukkig zag Rik van den Brande, zelf ook illustrator en docent aan die school, wat in me. Hij heeft me veel bijgebracht. En zo begon ik verwoed te illustreren voor de tijdschriften van Averbode, en later ook voor Nederlandse en Franse bladen. Daar heb ik het vak geleerd. Dat was, als ik het nu bekijk, mijn oefenperiode. Heel langzaam aan. Zo zit ik in elkaar.

"Met What Shall We Do with the Boohoo Baby?, een simpel verhaal van Cressida Cowell, kwam er een doorbraak in 2000. De Engelse uitgeefster van Macmillan stuurde me eerder al verhalen op, want die merkte werk van me op dat bij Casterman was uitgegeven. Die voorstellen vond ik maar niks. Maar dit had wel wat, dacht ik. En het werd een onverwachts succes. Het boek is intussen al in dertig talen vertaald, en er werd gevochten om de rechten. De opdrachten blijven komen. Leopold geeft mijn Engelse boeken in het Nederlands uit. Wachten op matroos (Querido) was ook zo'n keerpunt. Ik had het verhaal zelf bedacht en ik liep er al een tijd mee in mijn hoofd. Een mooi gegeven, vond ik het, over Tijs, een vuurtorenwachter, die vol verlangen uitkijkt naar de komst van zijn vriend. Met dat boek vond ik mijn eigen stijl, vermoed ik. Meer uitgepuurd, gestileerd, tot de essentie herleid. En André Sollie zette mijn verhaal heel poëtisch en ritmisch in woorden om. Schrijven is niet aan mij besteed. En dan is het leuk als je de geknipte vertolker vindt. Het boek kreeg in 2001 een Gouden Griffel en een Vlag en Wimpel, een Boekenwelp en een Boekenpauw erbovenop. Ik vernam net dat een New Yorkse regisseur het wil verfilmen!"

De Engelse vertaling deed nogal wat stof opwaaien. Is die Angelsaksische boekenmarkt dan zo verschillend?

"De titel, Hello, Sailor, was op zijn minst suggestief. Het boek werd tot mijn verbazing in het VK gepromoot als het allereerste homoverhaal voor kinderen. Er is heel wat over te doen geweest in de media. Een recensie in The Independent had het over de honderd voet hoge penis waarin de zeeman binnenstapte. Stel je voor. Een doodgewone vuurtoren! Het werd ook in homoboekhandels druk verkocht. Dat was mooi meegenomen. Hier heeft niemand die link gelegd. Het gaat er trouwens helemaal anders toe in Angelsaksische landen, als het om kinderboeken gaat. Soms erg dubbelzinnig. Er wordt ongelooflijk nauwlettend toegezien op de tekeningen. In de Boohoo Baby bijvoorbeeld, mocht ik de koe geen uiers geven, want dat is taboe op de Amerikaanse markt. Ik tekende dan maar overal halve koeien en dat kwam me ruimtelijk gezien goed uit. Snoep kan ook al niet. Aardbeien mogen wel. Kleur ligt ook gevoelig. Groen verkoopt niet in Amerika. Geen idee waarom. Dan maar geel. Het is gauw te 'sophisticated'. En daar hou ik dan maar rekening mee.

"Voor de Macmillanboeken moet ik me weleens inhouden en toegevingen doen, maar uiteindelijk beslis ik zelf wel hoever ik daar in ga. Intussen maak ik daar een beetje een sport van, van dat dubbele. Ik teken dan wel voor een grotere commerciële markt met een heel breed publiek voor ogen, maar 'plat' mag het ook weer niet worden. Het moet smaakvol blijven. Ik wil die boeken niet met schaamrood op de wangen zitten signeren op de Antwerpse boekenbeurs, bijvoorbeeld."

Kleinvader, een van uw nieuwe prentenboeken, is inderdaad heel anders van toon en signatuur.

"Toen Edward Van de Vendel me zijn tekst stuurde, was ik helemaal van de kaart. Het verhaal raakte me geweldig. Ik heb er zitten om huilen, zo ontroerend mooi en poëtisch geschreven vond ik het. Een cadeau! Een verhaal moet iets met me doen, en dan pas wil ik eraan beginnen. En dit is er eentje naar mijn hart: niet te veel gedoe. Spannend hoeft niet voor mij, en flauwe zeemzoeterigheid al evenmin. Als het maar écht, menselijk, gevoelig en teder is. Dan heb ik het over mijn buikgevoel. Ik heb veel geïnvesteerd in dat boek. Kleinvader heeft me slapeloze nachten bezorgd: hoe moest ik vormgeven aan die stoere en tegelijk ongelooflijk kwetsbare grootvader, hoe kon ik al die emoties in één figuur leggen. Ik zat er dagenlang met mijn neus op, maakte stapels tekeningen en ik raakte er niet uit. Dan merk je pas wat voor een eenzame bezigheid illustreren is. Soms is het echt wel worstelen. Ik had het gevoel dat ik mezelf weer helemaal opnieuw moest bewijzen. Onzin, natuurlijk. Dit boek ligt me misschien wel het meest na aan het hart. Ik kon me er volledig in geven en ik ging ook veel meer stileren. En de uitgave is prachtig geworden. Perfect!"

Intussen bent u gepromoveerd tot lid van wat weleens 'De Vlaamse school' wordt genoemd. Voelt u zich stilistisch verwant met uw collega's illustratoren?

"Een mooi compliment is dat, natuurlijk, die vergelijking met 'de grote meesters', die ik overigens altijd al waanzinnig heb bewonderd. Maar we zijn tenslotte allemaal erg verschillend en herkenbaar en we hebben onze eigen stijl ontwikkeld. Toevallig zijn we met een hele groep gewoon goed bezig. We ruilen werk met elkaar. Het hangt hier vol met tekeningen van bevriende collega's. Zelf houd ik het graag toegankelijk. Emotie en affectie vind ik erg belangrijk. Die wil ik in mijn tekeningen stoppen. Ik betrap me er weleens op dat ik bij het tekenen helemaal de gelaatsexpressie van mijn personage overneem. Die grimassen moeten soms wel grappig overkomen. Natuurlijk blijf je als tekenaar evolueren. Mijn handelsmerk is inmiddels karton en pastel. Daar voel ik me goed bij. Het begon met een experimentje op de achterzijde van een tekenblok. En nu ligt hier een metershoge stapel recyclagekarton, die ik bij een drukkerij opkocht. Als die is opgebruikt moet ik er wel mee stoppen (lacht). Heel dankbaar materiaal is dat. Het is zacht en je kunt erop gummen zonder dat het vezelt. Mooi is ook dat je de grijstinten nog door je ingekleurde tekeningen heen kunt blijven zien. Dat geeft een heel bijzonder effect. Ook met de lijnvoering experimenteer ik weleens. Het blijft zoeken. 'Mooie' mensen of 'schattige' kindertjes teken ik niet vaak. Ik merk dat mijn figuren, net als ikzelf trouwens (lacht), steeds robuuster en steviger worden. Ik teken nooit naar de natuur, zoals dat heet. In mijn hoofd blijven de beelden hangen die ik overal gretig opneem. De oude meesters en Italiaanse fresco's van Piero della Francesca bijvoorbeeld, die inspireren me. En de Duitse illustrator Wolf Erlbruch blijft mijn grote held. Dat is een reus! Ik kijk ook heel graag naar mensen. Ze fascineren me mateloos. Als kind al zat ik uren geboeid oude foto's te bekijken. Ik wil in die mensen komen en begrijpen wat er in hen omgaat. Toevallig vond ik een boek van de Waalse fotograaf Norbert Ghisoland. Fragments de vies ordinaires heet het (uitgegeven bij Vu d'ici/ La lettre volée; met tekst van Alain D'Hooghe, AL). De titel alleen al spreekt boekdelen. Ghisoland fotografeerde mijnwerkers uit de Borinage. Gewone mensen, zonder gedoe, een beetje onwennig in hun deftige pakken. Prachtig, toch? En die houdingen! Hoe ze er ongemakkelijk bij staan. Moet je kijken (bladert enthousiast in het fotoboek). Zo ontroerend is dat. Die foto's inspireerden me. Ik haalde er een paar koppen uit en maakte er een reeks portretten van. Daar wil ik heel graag nog in doorgaan.

"Er ligt weer heel wat op stapel, de volgende maanden. Het gaat een vaart! Leuk wel, dat al die jaren keihard werken me nu de luxe van de vrijheid geven. Ik loop ook met een eigen verhaal in mijn hoofd, dat ik hoop te realiseren. En dan die illustraties voor Toon Tellegen, een droom die echt wordt. Wat kan een mens nog meer verlangen?"

In de 'Boohoo Baby' mocht ik de koe geen uiers geven, want dat is taboe op de Amerikaanse markt. Ik tekende dan maar overal halve koeien

Ben Kuipers & Ingrid Godon (ill.)

De schaduw van wolf en lam

Leopold, Amsterdam, 32 p., 13,50 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234