Vrijdag 13/12/2019

'Als het gedaan is in de politiek, ben je niks meer'

Het woord valt nergens in de 144 pagina's met mijmeringen van Paula D'Hondt en toch is de titel correct: mededogen had ze. Zoals ze moedig was en is. En zo leest het net verschenen Moed en mededogen als een levensles van de 90-jarige ex-politica.

'P. Van Opdenbosch', staat op de bel. "In Haaltert kent niemand me als Paula D'Hondt. Iedereen zegt Van Opdenbosch. Maar toen ik trouwde, was het nog mode dat je de naam van je man nam. Ik was er ook fier op en dacht praktisch: Van Opdenbosch was te lang voor een handtekening. Ooit moest ik in één nacht 1.200 brieven van de Post ondertekenen. Ik heb een uur gewonnen door dat met D'Hondt te doen."

Wat is een uur als je 90 bent. Een briesje in het leven. De zon die wat opschuift. Toch soms een eeuwigheid binnen de andere eeuwigheid, want altijd wat verder van haar overleden man weg. Maar ook altijd een beetje dichter. "Ik denk veel aan mijn man", zegt mevrouw D'Hondt. "Maar als er een God bestaat en er bestaat een hemel, dan zie ik hem terug. Dat houdt me recht, zelfs al denk ik soms dat het een illusie is. Maar het geeft die gedachten een andere wending."

Het is woensdag. Ze is naar de voordeur gekomen. Op pantoffels met velcro, achter een rollator. Voetje voor voetje. De boekenkast passerend waar een foto van haar en haar man staat, een van koning Boudewijn en zijn moeder Astrid en waarin Niets te vrezen van Julian Barnes opvalt. Gisteren waren we hier al en toen was ze iemand anders. Zonder bril, een oudere mevrouw in de zetel, magerder dan in de herinnering, wat moe. Zo gaan de dagen. Dinsdag was een slechte. Ze was de afspraak zelfs een beetje vergeten en na 7 minuten vroeg ze: "Zouden jullie morgen kunnen terugkeren?" Nu is het woensdag en nu heeft ze haar bril op. Nu zitten we bij Paula D'Hondt. Wat is een dag als je 90 bent.

Word je 90 met vreugde dat je het mág worden of met spijt dat de tijd korter is geworden? "Mijn zoon zei gisteren: 'Moe, je hebt nog de allures en de gedachten van een jong meisje.' Zo voel ik me soms. Als iemand die nog veel voor de boeg heeft en nog veel tijd heeft om veel te doen. Maar dan voel ik mijn lichamelijke beperkingen en dan onderga ik de dingen wel van dag tot dag.

"Maar niet zomaar. Mijn brein is zeer goed en ik toets mijn ideeën aan het lezen van kranten. Vier lees ik er: De Standaard, dat is mijn lijfkrant, en 'onze Peter' brengt me 's avonds nog De Tijd, De Morgen en Het Laatste Nieuws. Vooral de commentaren lees ik, omdat ik me niet helemaal een figuur van de 20ste eeuw wil voelen. Jean-Luc (Dehaene, RVP) zei dat altijd: 'Wij zijn politici van de vorige eeuw.' Dat is waar en met de jaren word je verroester. Maar wie zich afsluit van het nieuws en van wat in de samenleving gebeurt, is een ongelukkige mens.

"Het politieke leven is natuurlijk eindig en in grote bescheidenheid leer je dat dingen waarvan je denkt dat ze vernieuwend waren door de volgende generatie niet meer geweten zijn. Ik zag gisteren in De afspraak iemand zeggen dat hij mijn werk niet meer kende. Je ziet hoe kort het leven dus is. Mensen zijn sterfelijk en dat is nog goed ook."

Dat die 'iemand' zichzelf grappig vond door te zeggen dat hij als kind met dinosaurussen speelde, maar "deze niet kende", bewijst dat niet iedereen stijl heeft. Passons, hier ligt op haar tafeltje Moed en Mededogen en alles is binnen handbereik. Een glas water. De afstandsbediening. Een bel om Peter te alarmeren. Een kaartje, een uitgeprint artikel en Er is in Rome iets gebeurd van Sándor Márai. En de kranten, waarin ze dus op zoek gaat naar de botsing van ideeën. "Het is goed dat andere mensen met andere ideeën komen. Het is alleen soms spijtig dat ze die ideeën op een minder humane wijze verwoorden dan hoe wij dat deden."

"Kijk", toont ze, dat verjaardagskaartje van familiehulpverzorgsters Conny, An en Andrea: "'Alles heeft zijn tijd', staat erop. Er is een tijd van werken, van luisteren, van handelen, maar er is ook een tijd van rusten en aanvaarden."

Het is Johan Leman, haar ex-kabinetschef en later directeur van het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding - de opvolger van haar eigen Koninklijk Commissariaat voor het Migrantenbeleid - die Moed en mededogen schreef. Na uren van gesprekken tussen december 2015 en februari 2016. Ze vindt de titel wel goed gekozen. "Na de banvloeken die ik heb horen uitspreken, tegen mij, tegen een maatschappij met migranten en tegen de hele maatschappij, denk ik nog altijd: en tóch is er hoop. Dat heb ik altijd meegedragen. En als ik het mededogen niet had gekoesterd, zou mijn hele leven veel moeilijker zijn geweest."

Maar hoe ging u met, bijvoorbeeld, de spot om?

"Ik nam alles in me op en heb zware nachten gehad. Mijn man stond wel altijd aan mijn zijde. Hij zei dan: 'Paula, werp uw zorgen omhoog naar de Heer.' Maar ik vond dat moeilijk. Ik was een tobber, iemand die de dingen herkauwde en mezelf voortdurend in vraag stelde. Dan vroeg ik me af: 'Ben ik nu inderdaad puur met machtsuitoefening bezig of toch met de bouwstenen waar mijn leven op gebouwd is?' Ik vond het zeer moeilijk."

Ze geeft een voorbeeld dat ze niet in de krant wil en dat schrijven we dus niet op. Ze geeft er nog een. "Toen ik net staatssecretaris van de PTT was, werd ik uitgenodigd voor een toespraak in Ronse. Voor mij sprak een vrouwelijke vedette, een actieve feministe, die haar grieven tegen de nieuwe regering begon op te sommen: 'Er zit geen enkele vrouw in, er is zelfs niet een begin van hoop.' Dat ik nét wel staatssecretaris was, wist ze niet. Dat vond ik verschrikkelijk en ik heb vaak ervaren dat men over mij heen keek omdat ik een vrouw ben."

In Moed en mededogen staat een affiche van het Vlaams Blok. U staat erop met een hoofddoek die er slecht op gefotoshopt is en daarbij de slogan: 'Stop islamcollaboratie'.

"Ik moest in het begin aan de taal en het gedrag van het Blok wennen, maar goed: dat ze me met een djellaba afbeeldden en die affiche in mijn dorp kwamen uithangen, vond ik nog niet zo erg. Maar dat ze ooit bij een foto van me de tekst 'Alleen hoeren profiteren van de integratie' zetten, was iets anders. Julieke, mijn kleindochter, kwam bij mij en vroeg: 'Mémé, wat is dat, een hoer?' De onschuld van dat kind en haar contact met de wereld uitte zich in een vraag die zei dat ze het niet meer aankon. Dát trof me. Ik was versteend. Dat is mijn sterkste emotie geweest van onbegrip.

"Ik mocht het Blok niet, al lang niet, maar ik had nooit direct contact met hen gehad. Maar in de eerste dagen van mijn werk als Koninklijk Commissaris nam ik me voor nooit met Dewinter te debatteren. Hij maakte me belachelijk en leidde manifestaties tegen me. Waar ik ging speechen, kwam hij kabaal maken. Hoe meer hij in het daglicht kwam, hoe populairder hij werd."

We zijn 27 jaar na het begin van het Koninklijk Commissariaat voor Migranten. Een job die Wilfried Martens haar in januari 1989 aanbiedt en die ze eerst weigert. Om drie redenen, zegt ze in Moed en mededogen: '1. De premier die mij aanstelt, zal onvermijdelijk grote kritiek krijgen. 2. Ik kom uit een rurale streek waar de problematiek niet schrijnend is. 3. Hij zal het verwijt krijgen dat hij dit aan een oudere katholieke kwezel toevertrouwt.' Wilfried Martens overtuigt haar. En in de zomer dat de djellaba de boerkini werd, zei Johan Leman deze week in Humo: 'Er zijn 27 jaar verloren gegaan.'

"Er was een tijd dat zusters onder donkere stoffen uniformen leefden en dus ook hier zullen we wel komen tot een gemakkelijker bewegen in onze samenleving. En als ik dan zie dat Bart De Wever al even later de helft van zijn standpunt moet intrekken over de boerkini, wil dat toch zeggen dat je niet zo goed nagedacht hebt of de dingen die je zegt wel zo gezond zijn en de mensen dienen.

"Die boerkini is een belachelijke discussie. Als je er eens over nadenkt, zijn het weer de vrouwen die niet mogen zwemmen. Maar storen die gewaden me? Absoluut niet. De vrijheid van een mens uit zich niet door het verbieden of het aanvaarden van bepaalde kledij."

In 1991 schreef journalist Patrick Martens al een boekje dat Het rapport dat niemand las heet. In 63 pagina's vatte hij het 3.000 pagina's dikke rapport van de Koninklijk Commissaris voor Migrantenbeleid samen. "Het was een pracht van een synthese", zegt ze nu, maar in dat boekje stond toen al: 'In de regering zijn er geen vijf ministers die mijn rapporten gelezen hebben.'

In 1993, bij het verschijnen van haar eigen memoires, somde ze in enkele punten op waar het om draaide bij migranten: '1. een volledige assimilatie aan de Belgische wetten; 2. een volledig respect voor de richtinggevende, fundamentele ideeën van onze westerse samenleving. Daar behoort de kennis van de streektaal toe. Daar behoort ook de emancipatie van de vrouw en de scheiding van Kerk en Staat toe. En dat betekent dat ons concept niet neutraal is! Maar het betekent ook - en dat is het voorgestelde respect voor de minderheden - dat, eenmaal er aan die eerste twee voorwaarden voldaan is, er openheid komt, aanvaarding, promotie van wederzijdse culturele verrijking; 3. dat er een promotie komt van mensen uit de minderheden die op voorbeeldige wijze aan de eerste drie criteria voldoen, in die zin dat ze voorbeeldfuncties zouden vervullen in belangrijke maatschappelijke geledingen.'

Ze neemt er een print bij die Peter, haar zoon, gaf. Journalist Jan Lippens schreef: 'Wie die teksten en voorstellen van D'Hondt vandaag doorbladert, gelooft zijn eigen ogen niet.'

Heeft Theo Francken (N-VA), vandaag staatssecretaris voor Asiel en Migratiebeleid,

ooit al eens met u contact opgenomen? Bijvoorbeeld om van uw ervaring te leren?

"Heeft één politicus dat ooit gedaan? Behalve Etienne Schouppe, die ooit mijn kabinetschef was, geen mens. Noch uit mijn politieke familie, noch uit de andere. Denk je dat iemand 1 gram interesse heeft in wat ik had kunnen aanbrengen? Wilfried Martens moest met de trein naar huis toen hij geen premier meer was. Zijn auto moest hij meteen inleveren. Als het gedaan is, ben je niks meer. Dat is de harde les van de Wetstraat en al haar aanhangsels. Ook van de journalistiek, denk ik trouwens.

"Eén keer, drie uur, een halve dag dus, is in de Commissie voor Integratie aandacht besteed aan ons rapport. Dan werden de boeken dichtgedaan en er is nooit meer iets van gehoord. (fel) Terwijl het ging om de dingen die wij aangehaald hebben. Maar alles is weggevaagd. Alleen Daniël Coens (voor de toenmalige CVP minister van Onderwijs, RVP) heeft een verhoging van zijn budget gevraagd om migranten te begeleiden in het onderwijs. En Hugo Schiltz (ondertussen overleden ex-Volksunie-kopstuk, RVP) heeft mijn rapport opgevraagd toen hij schepen was in Antwerpen. Verder niks. Ook de academische wereld heeft nauwelijks iets gedaan."

Dat is een ontgoocheling. "Maar uiteraard heeft de opkomst van het Vlaams Blok ervoor gezorgd dat er weinig steun was en dat wij een teken van tegenspraak werden."

Het Vlaams Belang is vandaag leeggezogen door N-VA. Is dat geruststellender?

"Ik zou hier het proces moeten maken van mensen voor wie ik ook veel waardering voel. Maar wij, christendemocraten, hebben N-VA de kans gegeven groot te worden. En ik heb dat gevaar ook niet ingezien. Ik heb nooit verwacht dat het verhuizen van de Vlamingen zo erg zou zijn.

"Ik heb herinneringen van toen ik 3 was. Tel maar uit. Ik maakte de wederopstanding van de Vlamingen na de Eerste Wereldoorlog mee, maar ook de opkomst van het VNV en de bedreiging op het wereldtoneel. Eén van de meest hallucinante ervaringen was de stem van Hitler die ik hoorde bij zijn toespraak in Nürnberg. Ik kende Hitler tot dan niet, maar die kwetsende klank trof me diep en ik wist meteen dat de beschaving stilgezet zou worden. Ik wist dat we gevaarlijke tijden beleefden en ik heb dat herkend de avond van de mars op Antwerpen."

We zijn oktober 2012. In Antwerpen wordt burgemeester Patrick Janssens (sp.a) verslagen door zijn uitdager Bart De Wever (N-VA) en na zijn overwinningsspeech in de Zuiderkroon stapt N-VA naar het stadhuis. "Dat beeld zal ik nooit vergeten. Zoals ik de stem van Hitler nooit ben vergeten. Dat had hetzelfde effect op me. Hoofd omhoog, zegevierende trek om de mond en met zoveel overtuiging stappen. Dat gaat niet. Alle dromen die ik zou kunnen hebben voor de eenheid van het Vlaamse volk en de romantische uitingen van onze overtuiging zijn die avond vervallen.

"Ik zal nooit nog dromen ontwikkelen. Je moet het gezien hebben. Ik beleefde het opnieuw en dat spijt me. Wie de geschiedenis niet herkent en erkent, zal gedoemd worden om ze opnieuw te ondergaan."

Hoe hebt u 22 maart, de dag van de aanslagen in Zaventem en in het metrostation Maalbeek, beleefd?

"Ik voelde me verslagen. Net zoals ik me verslagen voelde toen ik het beeld van die jongen in Aleppo zag, die kleine jongen in de ambulance. Op 22 maart heb ik gepoogd me voor de geest te halen wat er mis is gelopen. Want er zijn ook zo veel goede migrantenjongeren die wél vorderingen hebben gemaakt in de maatschappij."

Pagina 63, in Moed en mededogen: 'Zo moet sterven zijn. Afgesneden van je wereld, je bedrijvigheid, je inzet, je passie. Afgesneden van diegenen die je trouw én vrienden waande. Afgesneden van je verleden, je ideaal. Afstand, afstandelijkheid. Ze kijken niet meer naar jou, tenzij met medelijden: de wrede blik van de winners die eens strijd- en geestgenoten waren. Voorbij, gedaan, wij konden je gebruiken. Nu speelt de tijd voor ons, tegen jou.'

Eind jaren 80 schrijft Paula D'Hondt deze zinnen neer. Haar politieke carrière lijkt er na een kort ministerschap op het departement van Openbare Werken op te zitten. Het is een zeldzaam openhartige schreeuw van iemand die voorbij is. Die letterlijk machteloos wordt. Ze weet dan nog niet dat er nog iets volgt: dat Koninklijk Commissariaat.

Al enkele keren viel de naam van haar zoon Peter. We kennen hem, hij is politierechter in Aalst, het cliché van streng en rechtvaardig kleeft op hem. Hij woont hiernaast en komt regelmatig kijken. Zorgzaam: 'Gaat het, moe?'

Met bewondering voor haar visie. Lettend op wat ze zegt. 'Soms moet je ook iets off the record zeggen, moe.'

Ook in Moed en mededogen blijkt hoe haar gezin mee invloed had op haar politieke carrière.

Op pagina 73: ''Mijn man: 'Als de premier en de koning vragen om Koninklijk Commissaris te worden, dan moet je ja zeggen.' Mijn dochter-arts, enthousiast: 'Doe dit. Het is terug van weggeweest, terug naar uw oude wortels en naar uw oorspronkelijke inzet.''

Iets eerder heeft diezelfde dochter gezegd: 'Indien je niet in eenzaamheid sterven wil, ga dan opnieuw naar de fundamenten, doe iets aan deze verdomd moeilijke samenleving waarin jullie ons hebben geduwd en waar jullie experten vooral met cynisme en machtswellust aan de levensproblemen voorbijgaan.'

"Ik had voor Wilfried Martens een diepe, diepe, vriendschap. Hij was een man die veel andere dingen had moeten kunnen doen dan zich te verliezen in die verschrikkelijke staatshervorming. Ook Jean-Luc trouwens. Ik heb zelf nooit geweten wat een confederatie is. Nooit heeft iemand me concreet gezegd hoe dat er dan moet uitzien, en wij hebben dat veel te omfloerst behandeld. Al ben ik nog altijd blij dat ik deel uitmaakte van de christendemocraten en dankzij mijn gezin ben ik opnieuw gaan aanvoelen waar het om draaide. Ik heb mezelf niet verloochend."

Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene zijn er niet meer, in het boek vermeldt u ook Jos Chabert en Leo Tindemans. U schrijft: 'Het wordt nu zeer eenzaam.' Wat heeft u recht gehouden?

"Ik was een trotse vrouw en ik wilde niet opgeven. Door te leven met een vreedzame man, werd ik aangespoord om verder te doen en te willen slagen. De aanwezigheid van mijn man, het begrip van mijn kinderen en ook mijn geloof hielpen me altijd. Ik ben nog altijd zoekende en wie zoekt, probeert eerlijk te zijn. Ik wilde slagen. Emotioneel slagen. In het begin lachte men met me. Tante Paula en Tante Post, zeiden ze. De groenen en de liberalen zeiden dat en 'de mijnen' zwegen. Maar ik deed door voor mijn idealen, mijn eigenwaarde, voor de vrouwen én voor de migranten."

Of er nooit twijfel was? Eén keer, zegt ze dan. Op een kerstavond werd ze door het Paleis uitgenodigd. Het Vlaams Blok was naar Haaltert gekomen. Met veertig mensen barricadeerden ze de woning van Paula D'Hondt en gooiden met sneeuwballen ruiten in. "Toen zei ik: 'Sire, als ze mijn huis en mijn kinderen komen bedreigen, wordt het te veel. Ik denk dat ik wegga.' De koning keek even en zei: 'Weggaan? Denk daar maar eens goed over na.' Toen ik buitenkwam, dacht ik al: 'Wat heb je nu gezegd? Dat je gaat stoppen? Dat zal niet waar zijn.'

"Boudewijn was een grote koning. Een vriend? Ik denk dat ik misschien mag zeggen dat de koning en de koningin me inderdaad als vriend beschouwden. Hij is meegegaan naar Payoke (opvangcentrum en vzw voor prostituees en slachtoffers van mensenhandel, red.) en naar de Seefhoek. Als iemand me wat opzij duwde, nam de koning me bij de arm om bij hem te blijven. Ik herinner me een bezoek aan migranten in Antwerpen en achteraf zei gouverneur Kinsbergen: 'Je hebt de koning toch niet met die migranten laten praten? Dat mag alleen als hij gedekt wordt door een minister.' Dat was ik op dat moment niet. Maar ik had het wel laten gebeuren. (trots) Ik heb de wet overtreden en ik heb er nooit spijt van gehad."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234