Maandag 14/06/2021

'Als het fout loopt, staan ze hier meteen'

De minuten en uren kruipen voorbij voor de ouders die angstig waken naast het bed van hun doodzieke kind. De kleine Manon heeft tussen leven en dood gezweefd. Vandaag is ze los van de beademing en mag ze voor het eerst in een lange week weer bij haar moeder op schoot. Ilse Degryse

Verpleegster Maaike Mestdagh maakt een washandje nat. Voorzichtig tilt ze de draadjes weg die op de buik van Manon zijn gekleefd en die haar hartslag meten. "We gaan jou eens wassen, hé poppemie", zegt ze. "Straks komt je mama. Dan moet je wel een beetje proper zijn." Manon kijkt haar met grote, zoekende ogen aan. Ze is net losgekoppeld van de beademing en probeert greep te krijgen op de werkelijkheid. "Beter hé, poppemie", zegt Mestdagh, "zonder dat slangetje in je mond."

Manon Vandermeersch werd vorige zondag opgenomen met een dubbele longontsteking. De peuter van elf maanden was er erg aan toe, haar leven hing aan een zijden draadje. Maar nu, donderdag, is ze aan de beterhand. Moeder Cicely De Mari komt de kamer binnen. Vannacht heeft ze voor het eerst niet bij haar dochter in het ziekenhuis geslapen.

Ze vertelt: "Ik ben verpleegster in het ziekenhuis van Torhout. Zondagochtend was ik vroeg opgestaan om naar het werk te gaan. Ik zag meteen dat het niet goed ging met Manon. Ze was al een dag of twee aan het hoesten en nu had ze het echt benauwd. In de spoed in Torhout konden ze niet veel voor haar doen. Een team van het UZ is haar komen halen. Mijn man en ik gingen niet mee in de ambulance. Ze zeiden dat we beter even over huis konden om wat spullen op te halen. Toen we hier aankwamen, was Manon er nog niet. De ziekenwagen had moeten stoppen om de beademing aan te passen. Anderhalf uur hebben we moeten wachten tot we eindelijk bij haar konden. Toen zeiden de dokters heel eerlijk dat ze kritiek was en dat we die avond beter niet naar huis gingen."

Inmiddels zijn we een kleine week verder. "Elke dag zetten we een paar stappen vooruit", zegt De Mari, met een ingehouden vreugde in haar stem. "Maar we hebben nog een lange weg te gaan." Manon werd geboren met een open buikje, wat betekent dat haar ingewanden naar buiten groeien. "Hier in Gent hebben ze gezien dat ze bovendien twee gaatjes in haar hart heeft. Voor allebei die dingen zal ze nog verschillende keren geopereerd worden, maar in principe is alles goed te behandelen."

De jonge moeder kijkt even achterom. "Die eerste dag op intensieve zorg was zo intens. Ik was zo moe. Psychisch moe dan, van al de emoties en informatie die ik moest verwerken."

Cicely De Mari mag haar dochter voor het eerst in dagen weer op schoot nemen. "Dat is genieten", zucht ze. Manon heeft haar tutter voor het eerst weer in haar mond. Ze ligt dicht tegen haar mama aan te bekomen van wat ze de voorbije dagen heeft moeten doorstaan. Haar eigen rood-roze dekentje is om haar gewikkeld. De knuffelbeer zit mee op schoot.

Toen ze nog aan de beademing lag, waren Manons handjes en voetjes vastgebonden. "Dat zouden we liever niet doen", zegt verpleegster Maaike Mestdagh, "maar soms moet het. Als kinderen wakker zijn vechten ze tegen de beademing. Als ze de tube uit haar mondje had getrokken, zou ze haar luchtpijp kunnen beschadigen. Als ik maar één kindje moest verzorgen, zou ik de hele tijd naast haar kunnen staan en was het niet nodig om haar te fixeren. Jammer genoeg is de realiteit anders."

Lange takenlijst

Op de kinder-intensive care krijgt elke verpleegkundige de zorg over twee patiënten toegewezen. Dat lijkt weinig werk, maar de verpleegsters zijn er hun hele shift onafgebroken mee bezig. Zelfs voor tussendoor een hapje eten is meestal geen tijd. Ze hebben een lange takenlijst af te werken.

"Een van onze opdrachten is om om de twee uur het pijnniveau van de kinderen te bepalen", zegt Niels De Potter, een van de weinige mannelijke verpleegkundigen op de dienst. "Veel patiëntjes zijn nog te klein of kunnen niet spreken doordat ze beademd worden of verdoofd zijn. We willen dat ze er zo comfortabel mogelijk bij liggen, maar het is ook niet de bedoeling dat ze volledig knock-out zijn van de medicijnen. Aan de hand van een internationaal gebruikte lijst met criteria scoren we hun pijnniveau. Daar passen we de pijnmedicatie aan aan. Waar we op letten? Heeft het kind een grimas om de mond? Weent het? Is het diep in slaap of net om de haverklap wakker? Is de polsslag verhoogd? Hoe is de spiertonus?"

Manon is uitgeput van het korte uitstapje naar mama's schoot. Mestdagh legt haar weer in bed. Ze verschoont het meisje, dat in haar pamper heeft gepoept. De vieze luier wordt niet meteen in de vuilnisbak gegooid. Eerst wordt hij op de weegschaal gelegd. "We houden van ieder kind precies bij hoeveel vocht erin én eruit gaat. Hoeveel we toedienen, weten we via de infusen. Wat eruit gaat, houden we bij met de plassonde en de luiers. Die informatie is belangrijk. Stel dat een kind 500 cc aan vocht heeft toegediend gekregen en dat komt er niet binnen een bepaalde tijd weer uit, dan kan dat problemen veroorzaken."

Meer dan op enige andere afdeling in het ziekenhuis, is teamwork cruciaal op de intensive care. Er wordt gewerkt op het snijvlak van leven en dood. Fouten en vergissingen, hoe miniem ook, kunnen fataal zijn. Voor onopgeloste of onderhuidse conflicten tussen collega's is hier geen ruimte, ego's worden bij de deur achtergelaten. Optimale communicatie is van levensbelang.

"Dokters en verpleegkundigen staan hier heel dicht bij elkaar", zegt diensthoofd dokter Annick de Jaeger. "We overleggen voortdurend en spreken elkaar gewoon met de voornaam aan. De hiërarchie is minimaal. We willen niet dat de verpleegkundigen ook maar enige schroom voelen om de dokters aan te spreken. Zij zijn deels onze oren en ogen. Ze zijn de hele tijd bij hun patiëntjes en merken minieme veranderingen sneller op. Ook naar de ouders toe vervullen ze een belangrijke brugfunctie. Hun voelsprieten pikken heel snel op wanneer mensen met vragen zitten of het psychologisch even niet aankunnen. Dan krijgen we een wenk dat we beter even langsgaan voor een praatje, of ze schakelen de psycholoog in."

De architectuur van de nagelnieuwe dienst (het nieuwe kinderziekenhuis van het UZ Gent ging pas vorig jaar in juni open) is volledig afgesteld op zoveel mogelijk interactie tussen het personeel. De intensieve zorg (IZ) is een grote open ruimte, waar de vijftien kamers - of boxen zoals ze genoemd worden - rond liggen. Er zijn geen aparte bureaus voor dokters of verpleegkundigen, geen aparte medicijnenkamers. "De bedoeling daarvan is dat iedereen zoveel mogelijk hoort en ziet waar anderen mee bezig zijn en zo makkelijk mogelijk met elkaar communiceert", zegt dokter de Jaeger.

Op de centrale open desk staan grote beeldschermen waarop de vitale parameters van de kinderen geprojecteerd worden, goed in het zicht van iedereen. Wanneer een kind bijvoorbeeld slecht gaat ademen of een te hoge bloeddruk krijgt, gaat er een alarm af, zowel visueel als auditief. Het scherm kleurt oranje of rood - naargelang de urgentie - en er gaat een belletje af. Ook in de box van het kind zelf is dat signaal te zien en te horen.

"In het begin zijn die geluiden heel beangstigend voor ouders", zegt verpleegster Veerle Moerman. "Ze vinden het griezelig als we niet meteen op iedere biepje reageren. Maar wij horen aan de intensiteit en de snelheid van het signaal of we meteen naar het bed moeten of dat we nog even de tijd hebben. Soms geeft de computer ook vals alarm, bijvoorbeeld wanneer een kind gaat verliggen en op de draadjes drukt."

De verpleegster controleert bij het begin van haar shift de alarmsignalen van haar kind. Moerman: "De dokter geeft per patiënt voor elke vitale functie een mean-waarde op. Een jong kind ademt bijvoorbeeld sneller dan een ouder kind en dus heeft het een hogere ideale waarde wat de ademhaling betreft. Ik leg aan de ouders uit dat de alarmen met een nauwe marge zijn ingesteld. We hebben liever dat ze te vroeg afgaan als het kind naar boven of naar beneden van die mean afwijkt dan dat we pas gealarmeerd worden als het al gaat dringen. Anderzijds mogen ze ook niet te nipt afgeregeld zijn. Als je voortdurend een overbodige biep hoort, word je er immuun voor en reageer je er niet meer op."

Alarmknop

Nog belangrijk om weten voor de ongeruste ouders: elke verpleegkundige heeft haar twee kinderen om te verzorgen, maar uiteraard is het hele team samen verantwoordelijk voor alle patiënten. Wanneer op de centrale schermen een vakje rood oplicht, draaien alle hoofden meteen die richting uit. Wanneer een kind acuut achteruitgaat, kan de verpleegkundige of dokter ook op een blauwe alarmknop bij het bed drukken en staan er binnen de paar seconden vijf-zes mensen in de kamer.

Manons mama heeft het gemaakt: "Als het fout gaat, staan ze hier meteen. Dat geeft je vertrouwen. In het begin zit je de hele tijd naar die schermen te staren - veel anders heb je hier ook niet te doen hé, dan bang afwachten - en schrik je op bij ieder biepje. Na een tijdje weet je: als het nodig is, komen ze. Dat geeft wel wat rust."

Opmerkelijk: de verpleegkundigen hebben het allemaal liefdevol over 'mijn kind' als ze hun patiëntje bedoelen. Ze worden dan ook zoveel mogelijk aan dezelfde kinderen toegewezen. Verpleger Niels De Potter: "Dat we vaste patiënten hebben, is fijner voor kind en ouders, maar ook voor onszelf. Dan zien we het kind evolueren." Af en toe gebeurt het dat een verpleegkundige vraagt om een ander kind te mogen verzorgen, vertelt Niels. "Bij hele ernstige pathologieën of als een kind in een zware sociale situatie zit, kan dat erg uitputtend zijn. Dan moeten we onszelf al eens in bescherming nemen."

Soms verlopen de contacten met de ouders ook moeizaam, geeft hij toe. "Zij zitten natuurlijk in een extreme stresssituatie en vereisen soms zelf zo veel energie van je dat je je al eens leeggezogen voelt. Ook dan is het in het belang van het kind én van de ouders om van patiënt te wisselen. Het kind krijgt de beste zorgen als er steeds een fris iemand - helder van geest en zonder vooringenomenheid - bij zijn bed staat."

Naschrift: Manon heeft intussen de intensive care verlaten. Ze werd ook al geopereerd om haar buikje te sluiten. De operatie is voorspoedig verlopen.

Dit is de vierde aflevering in een reeks van vijf. Morgen: broers en zussen niet vergeten.

Het belang van communicatie en organisatie

Communicatie en organisatie zijn cruciaal op de intensive care, of niet?

Professor Johan Decruyenaere, algemeen hoofd van de dienst intensieve zorgen UZ Gent: "Absoluut. Er bestaat een opzienbarend rapport van het Amerikaanse Institute of Medicine - een orgaan van de federale overheid is dat - waarin aangetoond wordt dat medische fouten meestal niet door persoonlijke onkunde of nonchalance veroorzaakt worden, maar bijna altijd organisatorisch en communicatief van aard zijn.

"Je moet het zien als een emmenthalerkaas. Als je daar een sneetje van snijdt en je legt dat op een tweede, zullen de gaatjes meestal niet overlappen. Leg er een derde, een vierde en een vijfde bovenop en in 99 van de 100 keren is er altijd wel ergens een overlap van kaas. Maar in één op de 100 gevallen schiet je er toch los door. In de geneeskunde, en zeker op intensieve zorg, geldt hetzelfde. In één op de honderd gevallen ga je door al die wisselbarrières en het gevolg is dat mensen onverwachte en soms ernstige complicaties krijgen."

Dat moet u verder uitleggen.

"Stel: een eerste verpleegkundige vergeet een kleine handeling of gaat er verkeerdelijk van uit dat zijn collega dat wel zal doen. Die doet dat niet en op zich hoeft dat niet problematisch te zijn. Daarop stelt die tweede echter een handeling die op de eerste had moeten volgen en die op zich ook niet zo riskant is, maar door de eerste vergetelheid erge consequenties krijgt. En zo gaat dat maar door, tot de patiënt na vijf opeenvolgende - op zich - kleine foutjes een ernstige complicatie krijgt."

Hoe valt zoiets te voorkomen?

"In de geneeskunde had men tot een tiental jaar geleden amper aandacht voor procesanalyse. Men deed zijn best en dacht dat genoeg was. Op dat vlak valt er heel wat te leren van de luchtvaartsector. Voor een lijnpiloot zijn vliegtuig mag doen opstijgen, is hij wel een uur bezig met alles nauwgezet voor te bereiden. Hij moet allerlei vakjes op een checklist aankruisen. Er zijn strenge regels en procedures. Zo mogen de piloot en zijn copiloot nooit hetzelfde eten, uit vrees voor een voedselvergiftiging. In de geneeskunde is er de laatste tien jaar veel meer aandacht gekomen voor procedures en veiligheid. Ieder lid van het team moet precies weten wat van hem verwacht wordt en hoe de medische handelingen uitgevoerd moeten worden.

"Verpleegkundigen hebben bijvoorbeeld een lange takenlijst af te werken. Vroeger moesten ze dat zelf in hun hoofd ordenen, nu helpt de computer. De medicijnen kunnen gevaarlijk zijn als ze niet in de juiste dosis worden toegediend, zeker bij kleine kinderen. De computer rekent nu voor de verpleegkundige uit hoeveel en in welke concentraties ze die mogen geven, hoe snel de medicijnen na elkaar mogen worden toegediend etcetera. De techniek helpt dus wel om de veiligheid te verhogen, maar ik wil toch benadrukken dat goede (mondelinge) communicatie onderling natuurlijk het allerbelangrijkste blijft."

Professor Johan Decruyenaere.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234