Dinsdag 28/01/2020

'Als het aan de Russen ligt, komen er geen homo's op Mars'

De Nederlandse schrijver Joris van Casteren is er zeker van: straks reist de mens naar Mars, desnoods zonder retourticket. Alleen: technologisch staan we wel ver, het ethische debat voeren we amper. 'En daar word ik een beetje somber van', zegt de auteur van Mensen op Mars.

Moet de mens naar Mars? Als het van Mars One afhangt wel, en liefst een beetje snel. Mars One is een groots opgezet project van de Nederlanders Bas Lansdorp en Arno Wielders. Het duo maakte zijn voornemen in 2012 wereldkundig, waarna het hard ging: meer dan 200.000 kandidaten meldden zich aan om in 2023 naar de rode planeet te verkassen - en nooit meer naar de aarde terug te keren.

Dat laatste is de initiatiefnemers menens. Door de afwezigheid van dampkring en zwaartekracht zou een retourtje zowel financieel als technisch onhaalbaar zijn. Wat wel kon was dit: in een spannende procedure twee mannen en twee vrouwen selecteren, hen op Mars droppen en, aan het eind van de rit, daar ook laten sterven. Om de twee jaar zouden vier nieuwe kolonisten arriveren.

In alle windstreken voelden Mars-fanaten het kriebelen in de vingers. De Nederlandser tv-producent Paul Römer, bedenker van onder meer Big Brother, zag er ook brood in. Terwijl Mars One genoeg zou hebben aan een som van 5 à 6 miljard dollar, kon een begeleidende non-stop realityshow liefst 25 miljard opbrengen, zo rekende Römer voor. Voyeurisme tot in de kist, kortom, de opwinding was groot. Mars One rolde over alle tongen.

Ook de Nederlandse auteur en journalist Joris van Casteren raakte van de plannen in de ban. Niet om zelf aan de missie deel te nemen; wel om er, na een inleidend artikel voor De Correspondent, een boek over te schrijven. In zijn Amsterdamse flat kwam prompt een roodbruine Mars-globe te staan, kreeg een voor de gelegenheid gekochte telescoop een plaats, en bewaart hij twee astrale kleinoden: een brokje Mars-steen en een splinter van de meteoriet die begin 2013 in het Russische Tsjeljabinsk neerplofte.

Van Casteren (40), die onder meer ook voor De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland aan de slag was, is een thematische duizendpoot die intussen een mooi oeuvre op zijn naam heeft staan. Over poëzie en proza pakweg, maar net zo goed over Lelystad, het dystopische nieuwbouwoord waar hij opgroeide, pal in de opgespoten Flevopolder.

Sinds enkele dagen heeft Van Casteren ook Mensen op Mars uit. Dat werk leest als een raket, echt wel, bevat tal van historische en hedendaagse referenties, en zet in één schot door ons zelfbeeld op scherp: de mens is een onvolmaakt wezen dat koppig van perfectie droomt. Mars is niet alleen een ideaal projectiescherm voor des mensen angsten en ambities, al eeuwenlang houdt de planeet ons ook een spiegel voor. Kijk naar Mars, en hop, daar verschijnen u en ik. Of, in Van Casterens geval: trefzekere portretten van kandidaat-reizigers, professoren, ingenieurs, amateurs en vreemde vogels.

Lelystad ging over een gestrande utopie, uw nieuwe boek gaat enigszins dezelfde weg op: een plan dat de belofte niet inlost, een Mars-expeditie nog wel.

Joris van Casteren: "Dat Lelystad-boek moest gewoon geschreven worden omdat ik me realiseerde dat ik in een heel kunstmatige omgeving groot geworden was. Ik maakte aan den lijve mee wat er op ruimere schaal in die stad gebeurde. Die stond model voor de Nederlandse maakbaarheidsgedachte en de gedeeltelijke mislukking ervan. Als kleine jongen was ik me daar niet van bewust, maar ik had wel een soort camerablik, zeg maar, waarmee ik naar alle vreemde dingen keek die daar gebeurden.

"Ja, er is een parallel met dat Mars-project omdat je ook daar weer ziet wat er tussen mensen mis kan gaan. Misschien is dat wel de hele les: dat mensen grootse dingen willen doen zonder in staat te zijn ze op de beste manier uit te voeren."

Lelystad ligt desondanks erg ver van Mars. Hoe kwam het onderwerp in u op?

"Tussen Lelystad en dit boek schreef ik ook Het been in de IJssel (over een mysterieus onderbeen dat een visser in die rivier aantrof, LD). Ik moet altijd wat variatie hebben in wat ik doe.

"Maar goed, ik had natuurlijk al van Mars One gehoord. Het was begonnen met een artikel over een Nederlandse kandidaat. Ik dacht eerst wat iedereen ook dacht: dit is waanzin, dit slaat helemaal nergens op. Die jongen had zijn huis bij wijze van spreken al te koop gezet en afscheid genomen van zijn ouders. Toen werd er nog een beetje lacherig over gedaan, maar op een gegeven moment las ik me in en kwam ik erachter dat het allemaal serieuzer was dan het aanvankelijk leek.

"Het ging ook niet alleen over Mars One, dat het niet gaat redden, maar ook over Elon Musk (de bekende Zuid-Afrikaanse ingenieur en ruimte-ondernemer, LD) voor wie Mars, en dat hebben we in Nederland nog niet door, niet zomaar een leuk project is, maar zijn einddoel en zijn geloof: dat er mensen die planeet gaan koloniseren, en liefst nog bij zijn leven.

"Het mooie aan Mars One was ook dat het een Nederlands initiatief was, dus dacht ik: waarom zou ik dat niet volgen? Dat was ook voor de vorm interessant: die diverse selectierondes, de in het heden continuerende geschiedenis. Lelystad en dat beenboek waren reconstructies van wat eerder was gebeurd, met Mars gebeurt het nu, elke dag opnieuw."

Mars is een heel vreemde planeet. Hij is niet alleen koud en rood, door de antieken werd hij met oorlog geassocieerd. Hij lijkt wel een luis in de interplanetaire pels.

"Onterecht en sneu is dat. Mars is gewoon gediscrimineerd, al is daar wel een verklaring voor. Ik was in de Pyreneeën, deze zomer, en toen ik 's avonds uit mijn tent kwam en die ontzagwekkende sterrenhemel bekeek, dacht ik: ja, wat moet het vroeger niet geweest zijn? Al die hemellichamen hebben dezelfde kleur, behalve die ene dan, die om de twee jaar dichterbij komt en er rood uitziet. Dat moet iets ongelooflijk bedreigends zijn geweest.

"Met alle vormen van bijgeloof die de mens eigen zijn, kan het niet anders of er werden Mars kwade intenties toegedicht. Maar het paradoxale is dat we uitgerekend aan Mars, en het werk van Kepler (Johannes, de 17de-eeuwse Duitse kosmograaf, LD), heel wat doorbraken te danken hebben.

"Dat Mars toch een slechte reputatie blijft behouden, heeft alles te maken met de sciencefiction. In mijn boek beschrijf ik die rare kwast van een Percy Lowell (Amerikaan-se, laat 19de-eeuwse astronoom, ld), die op Mars kanalen dacht te zien die door levende wezens gegraven waren. In werkelijkheid zag hij waarschijnlijk de reflectie van de aders van zijn eigen oogbol. Dan val ik echt wel om. (lacht hartelijk) Ik hou van historische misverstanden die soms ongelooflijke gevolgen hebben. Moet je je voorstellen dat die kanalen destijds klakkeloos de voorpagina van The New York Times haalden! Dat heeft de perceptie over Mars als bron van onrust enorm beïnvloed."

U hebt uw eigen Astromaster 70 gekocht, een telescoop. Is met dit boek de astrofysicus in u wakker geworden?

"Ik wilde voor Mensen op Mars van nul af aan beginnen door eerst zelf door zo'n toestel te kijken. Het was een manier om vanuit een positie van onwetendheid te vertrekken, het perspectief dat ook de lezer in principe heeft. Die moet je niet vermoeien met overbodige kennis en zelf moet je je onbevangenheid niet kwijtspelen.

"De stunteligheid waarmee ik met die telescoop begin, is natuurlijk een verhaaltechnisch trucje, maar het was ook krankzinnig: de best waarneembare stand van Mars, de zogenaamde oppositie, kwam eraan toen ik me aan het schrijven zette.

"Dat schrijven is trouwens in Zeeuws-Vlaanderen gebeurd, want daar is het nog echt donker en valt er verder, behalve schrijven, weinig te doen. Heel vroeg in de ochtend stond ik op en zag ik Mars, tenminste als het helder weer was. Elke dag werd hij een beetje helderder, net zoals ook mijn verhaal een stukje helderder werd. Dat was erg mooi. Maar nee, nu het boek klaar is, blijf ik er niet echt mee bezig."

U hebt talloze betrokkenen gesproken in heel wat landen, kandidaten en uitgerangeerde kandidaten vooral. Wat mij opvalt, is hun millenaristische denken, die haast sektarische hunker naar het beloofde land ook, een zelfperceptie die aan het uitverkoren volk doet denken.

"Velen behoren tot een eindtijdclubje waar een darwinistisch of eugenetisch kantje aan zit. Een vijandbeeld ook dat me met name opviel bij die Lowell. Hij was een ontzettende racist. En als je sciencefictionlegende Edgar Rice Burroughs leest, zie je dat die boosaardige marsbewoners gewoon indianen zijn, dat merk je een-op-een.

"Ook de kandidaten voor Mars One, die veelal met Star Trek en Star Wars opgroeiden, zijn daarvan doordrongen, de gedachte dat je in eerste instantie een soort supermensen nodig hebt.

"Alleen, als je gaat koloniseren, betekent dat dat je een heleboel mensen meteen uitsluit. Dat is een heel interessante, ethische discussie die volstrekt niet gevoerd wordt. Technologisch kunnen we straks naar Mars, maar wie bepaalt of dat eigenlijk wel mag, en wie er naar de ruimte gaat? Ik heb daar met een professor ruimterecht over gesproken, en ik illustreer het in mijn boek: als het aan de Russen ligt, gaan er geen homo's mee naar Mars, terwijl jullie Belgische kandidaat, de sympathieke deelnemer Bradley Moore, juist erg actief is in de lgbt-scene. Dat is schitterend."

Iedereen projecteert zijn eigen utopie op Mars: de communisten, de atheïsten, enzovoort, iedereen wil gaan voor een wereld die op de eigen idealen afgestemd is.

"Mars is een spiegel die ons heel direct laat zien wat hier op aarde de stand van zaken is. Als je je over Mars One buigt, zie je precies wat er tussen mensen misgaat. Ik word er om eerlijk te zijn wel een beetje somber van."

Een van de prettigste ontmoetingen in uw boek vond ik die met Melissa Ede, de transgender kandidate uit Hull, in Engeland.

"Dat is ook omdat zij er op een rare manier heel anders in stond. Zij wilde gewoon naar Mars om in die realityshow te verschijnen. Dat maakt het zo komisch. (lacht) Zij kijkt er met heel andere ogen naar en dat vond ik verfrissend.

"Veel andere spelers zitten in dat darwinistische verhaal. De ruimtearts die de kandidaten selecteert, die Norbert Kraft, vind ik bijvoorbeeld een enge figuur, net als die mijnheer Kass, een ruimteconsultant die ongelooflijk seksistische taal uitslaat en vindt dat vrouwen niet in de ruimte thuishoren."

Ook die realityshow is te gek voor woorden.

"Maar die Römer meent het dus, hè. Dat vind ik echt wel bedenkelijk. Voor hem gaat het echt om het tv-concept als verdienmodel. Dat lijkt me heel treurig. Dat wij mensen alleen naar Mars heen kunnen als het op zo'n krankzinnige manier gefinancierd wordt, door er een grote Big Brother van te maken. Dan zijn we technologisch wel in staat om de reis te maken, maar doen we dat in omstandigheden van extreme intellectuele armoede. Römers motto luidt: uitzenden, altijd blijven uitzenden."

Bizar is ook dat alle kandidaten banger lijken van een meteorietinslag op aarde dan van hun eigen, mogelijk vreselijke dood op een verre planeet.

"Ja, maar hun achterliggende idee is dat zij helden zijn. En dat ze de menselijke soort willen redden. Het hele idee is dat we een mierenkolonie zijn en vreselijke dingen doen, maar interessant genoeg zijn om te blijven voortbestaan.

"Zelf weet ik niet of we dat voortbestaan wel verdienen. Ik vind het veel interessanter om te ontdekken waar het leven vandaan komt, hoe alles is begonnen."

Door meteorietinslagen vanaf, onder meer, Mars? De zogenaamde panspermie?

"Het is toch veel mooier om op die gedachte in te zetten dan om mensen naar Mars te sturen? Sinds twintig jaar zijn we al die exoplaneten gaan vinden, laatst kwam daar ook Proximus nog bij, een echte doorbraak.

'Bovendien, zodra je er mensen neerzet, kun je niet meer controleren of het leven op aarde inderdaad na een impact vanaf Mars begonnen is, want koloniseren is besmetten. En stel dat er op Mars een of andere delfstof wordt gevonden: voor je het weet gaat daar weer van alles mis mee. Op een gegeven ogenblik willen die van Mars ook onafhankelijk worden en dat zal de aarde dan weer niet toelaten."

Er is die gekke discussie ook over de vraag of er wapens naar Mars mee mogen.

"Terwijl we die, met 40 procent zwaartekracht, niet eens kunnen gebruiken! Dat vind ik ook wel een goeie!" (lacht)

Ik vrees, als ik uw getuigenissen lees, dat een samenleving op Mars protofascistisch wordt.

"Dat gevaar zit erin, zeker als je in een ontzettend streng gecontroleerde omgeving zit waar geen enkel afwijkend gedrag mogelijk is, want dat leidt tot risico's.

"En dat staat allemaal nog los van de grote psychologische factor. Afzonderings- experimenten hebben uitgewezen dat mensen daar echt niet toe in staat zijn. Zoals in Biosphere 2 dat ik bezocht, maar ook in het ISS. Laat staan dat - in het geval van Mars One - mensen voor altijd opgesloten zitten, ook nog eens in een omgeving die in niets op de aarde lijkt, zonder dat we weten wat het met de menselijke psyche doet, alleen maar rode lucht. Kunnen we dat wel aan?"

Joris van Casteren neemt me mee naar de bovenverdieping. Hij laat me het stukje Mars$steen zien dat hij bezit, alsook het fragment van de meteoriet van Tsjeljabinsk. Het is een existentieel genot om de keitjes even door de handpalm te laten rollen. Achter in de kamer ligt, keurig gedemonteerd en opgeborgen, de Astromaster.

De kandidaat-Marsreizigers zijn vaak wereldvreemde figuren, al is niets menselijks hen vreemd. Ondanks die petieterigheid moeten we de Mars-expeditie ernstig nemen.

"De geest is sowieso uit de fles. Je moet ons tijdvak bekijken als dat van Columbus. Dat is de metafoor die Mars One gebruikt, ofschoon naar een andere planeet vertrekken iets heel anders is dan naar de Nieuwe Wereld varen. Ook ik heb me in Columbus' tijd verdiept en geleerd dat het best wel toeval is dat híj Amerika uiteindelijk ontdekt heeft.

"Eigenlijk had Ferdinand van Olmen dat moeten doen, een Vlaming die op de Azoren woonde, financiering gekregen had en toch niet is vertrokken, zonder dat iemand weet waarom. Op zijn eiland was Van Olmen getriggerd geraakt door de boomstammen die daar aanspoelden. Ik vond het fijn om met dat historische besef naar vandaag te kijken, en al die mensen thuis te spreken. Mars One is een hedendaagse poging om het mysterieuze land te bereiken dat er ergens moet zijn."

In Mars One gelooft u duidelijk niet, in toekomstige Mars-expedities wel.

"Ik sluit niet uit dat het Mars One lukt, al zal iemand met 6 miljard dollar hen een erfenis moeten schenken voor er wat van terechtkomt.

"Officieel staat Mars One ook voor verbroedering en zeggen ze wat de expeditie in positieve zin voor de mensheid betekent, maar ze verzwijgen de problemen die door hun onduidelijkheid zijn ontstaan. De missie wordt uitgesteld tot 2027, maar intussen zijn kandidaten in de media geweest, hebben sommige mensen hun baan verloren en zijn er her en der echtelijke problemen ontstaan. Mars One zegt dan wel dat die mensen er zelf voor gekozen hebben, maar dat klopt enkel als je je aan je eigen schema houdt, en dat gebeurt hier niet.

"Inmiddels heeft de NASA wel bekendgemaakt, eind vorig jaar, dat ze inderdaad een kolonie willen vestigen op Mars. Niet permanent, want sowieso zullen ze niet vertrekken voor ze zeker zijn dat ze terug kunnen. Maar het is een grote koerswijziging. Om de een of andere reden heeft de NASA dat project na de Space Race niet doorgezet, nu nemen ze de draad weer op. En ook Musk zal zijn ding doen."

Het hele Mars-verhaal en wat het universum nog zoal in petto heeft: het is best wel uitzoomen in uw boek.

"Dat hebben al mijn interviewees ook wel bewerkstelligd bij mij. De uitspraak onder meer dat de eerste mens die straks op Mars landt, hier nu misschien al rondloopt!

"Al die mensen zijn een mentaal proces ingegaan waar ikzelf geen weet van had. Want zij zeggen ook: laten we stoppen met IS en al die onzin, laten we op de echt belangrijke dingen focussen. Daar zag ik ook wel wat in. Alleen: als diezelfde mensen plannen maken, loopt het toch weer mis en wordt het allemaal weer heel erg klein. Mars is dus uit- en inzoomen tegelijk."

Joris van Casteren, Mensen op Mars. Relaas van een manmoedige poging, Prometheus, 334 p., 19,95 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234