Zondag 16/05/2021

Als geluk belangrijker wordt dan geld

De economie moet de mens ten dienste staan, niet andersom. Niet groei en productie moeten de maatstaf van de economie zijn maar welzijn. Zelfs de OESO, heilig huis voor het bruto binnenlands product (bbp), peilt naar ons bruto binnenlands welzijn (bbw). Lode Delputte

Zowel de diepte als de duur van de financieel-economische crisis hebben Europa verrast. Voor velen kwam de recessie in 2008 als een donderslag bij heldere hemel. Een van de redenen daarvoor is dat beleidsmakers zich in de periode 2004-2007 blindstaarden op de forse globale groei, of beter, op de stijging van de diverse bbp's. Herinner u: tot in 2007 heette Spanje zo ongeveer het wonderkind van de Europese Unie. Op zeker ogenblik woog de Spaanse economie, opgezweept door een niet te stuiten vastgoedboom, zelfs zwaarder dan die van Italië.

Het kan verkeren, dat mag intussen duidelijk zijn. "Markten noch regeringen waren op de correcte indicatoren gefocust", schreef een strenge Commission on the Measurement of Economic Performance (CMEPSP) in de aanloop naar de G20-top van Pittsburgh, in 2009. De Commissie, opgericht op vraag van toenmalig Frans president Nicolas Sarkozy en voorgezeten door Nobelprijswinnaar en oud-Wereldbankvoorman Joseph Stiglitz, viel snoeihard uit naar het bbp-fetisjisme van politici en economisten. "De private noch publieke rekenstelsels zijn in staat gebleken tijdige waarschuwingssignalen uit te sturen voor het feit dat ogenschijnlijk puike resultaten gehaald waren ten koste van de toekomstige groei. Een deel van die prestaties waren een fata morgana, winsten die voortsproten uit opgeblazen prijzen die een bubbel hadden gevormd."

Uit onderzoek van de CMEPSP blijkt dat de Europese burgers allang geen overeenkomst meer zien tussen het bbp-verhaal en hun werkelijkheid. Zo gelooft hooguit een derde van de Fransen en Britten dat de officiële cijfers over economische groei en productie kloppen. Die terughoudendheid is snel verklaard: bbp's zijn grove per capita gemiddelden die op geen enkele manier de doordeweekse levenservaring van mensen weerspiegelen.

In de aanloop naar de crisis voerden talrijke Europese politici, geschraagd door hun cijfers, een goednieuwsshow op die op zijn zachtst gezegd misplaatst was. "Het gevolg", schreef de commissie-Stiglitz in haar baanbrekende rapport, "is niet enkel dat mensen politiek afhaken, maar ook dat politici verkeerde keuzes dreigen te maken."

Het gezichtsbedrog waarmee het bbp ons opzadelt, is alleszins niet min. Zo doet dagelijks fileleed het bbp van een land stijgen, ook dat van België, omdat er nu eenmaal meer brandstof wordt getankt. Ook een lekkende olietanker draagt bij aan de groei, want de smurrie moet worden opgeruimd. De schade aan het leefmilieu valt nergens van af te lezen. Naar de duurzaamheid van de economie of haar erflast voor de toekomst is het al evenzeer raden.

Het bbp zwijgt voorts in alle talen over veiligheid of individuele vrijheid. Het blijft ook stom over huisvesting, netwerken en sociale verankering en vertelt niets over subjectieve ervaringen inzake loonverlies en werkloosheid. De onbetaalde dagtaak van een huismoeder of het werk dat een man in zijn moestuin levert, wordt niet verrekend. En wat voor zin heeft het de salarissen van het complete onderwijzend personeel van land x of y op te tellen als daar niets bijstaat over de kwaliteit van de aangeboden opleidingen?

Welzijnsmeter

Ons vertrouwen in het goede oude bbp ligt op apegapen, en terecht. Niet alleen de door Sarkozy aangestelde commissie, steeds meer denktanks en instellingen onderzoeken hoe ze ons leven doeltreffender kunnen becijferen en afdoender kunnen antwoorden op crises en recessies. Vertrekkend van de bevindingen van de CMESP timmert vandaag ook de gezaghebbende Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de OESO, aan een welzijnsmeter. Your Better Life Index is háár - interactieve - bijdrage aan de realisatie van het door Stiglitz bepleite bruto binnenlands welzijn (bbw).

Op de index (www.oecdbetterlifeindex.org) kan elke surfende burger voor zichzelf bepalen welk criterium hij/zij het meest doorslaggevend vindt voor zijn eigen welbevinden: het gemeenschapsleven, onderwijs en opleiding, leefmilieu, burgerinzet, volksgezondheid, onderdak, inkomen, een baan, levensvoldoening ('life satisfaction'), de balans tussen arbeid en gezin en noem maar op. De oefening laat niet enkel zien hoe complex het is een subjectief levensgevoel naar objectieve, overal geldige cijfers te vertalen, ze is vooral bedoeld om een debat op gang te brengen als springplank naar een potentiële consensus.

Eind dit jaar pakt de OESO alvast met haar Guidelines on the Measurement of Subjective Well-being uit. Aan de hand daarvan kunnen nationale overheden op betrouwbare en consistente wijze peilen naar het welzijn van hun burgers. Stukje bij beetje zouden de metingen vervolgens hun weg moeten vinden naar de internationale instellingen. Zomaar met een nieuwe indicator uitpakken, is de OESO nog een brug te ver.

Toegegeven, de zoektocht naar een middel om de bbp-dominantie te doorbreken sleept al decennia aan. Het kleine Bhutan was een wereldwijde pionier toen de koning er in 1972 het aan de eigen cultuur en filosofie aangepast bruto nationaal geluk ('GNH') als hoofdindicator lanceerde.

Een veel bekender meetinstrument is de Human Development Index die Nobelprijswinnaar Amartya Sen in de vroege jaren 90 ontwikkelde. De HDI, die levensverwachting en alfabetiseringsgraad opneemt, is nu de mainstream zelve. Niet weinig landen in het zuiden, Brazilië in Latijns-Amerika of Nigeria in West-Afrika, gaan intussen prat op het aangevoelde individueel geluk van hun burgers, dat, afhankelijk van de meetwijze, hoger ligt dan dat van de jachtige postindustriële samenlevingen in het noorden.

Eerder dit jaar, en voor het eerst, pakten ten slotte ook de Verenigde Naties uit met een World Happiness Report. Daarvoor haalden de VN de mosterd bij het studiewerk van de CMEPSP en de voortzetting daarvan door de OESO.

Kritieken

Aan experimenten en publicaties geen gebrek, dus. Maar net die veelheid legt de vinger op de wonde: eensgezindheid over hoe je welzijn moet meten en naar statistieken kunt vertalen is er vooralsnog niet. Nog minder dan de klassieke economie zelf lijken happiness economics een objectieve wetenschap.

De kritieken zijn dan ook legio. Zo zou het meten van geluk vooral politieke doelen moeten dienen en makkelijk bruikbaar zijn door dictatoren die hun volk een rad voor ogen willen draaien. Volgens de Franse auteur Xavier Lagarde heeft het goede oude bbp de hele twintigste eeuw lang zijn nut bewezen en blijft hij bij gebrek aan beter de efficiëntste maatstaf voor overheden en bedrijven. "Wereldwijde migratiestromen zijn bijvoorbeeld onvermijdelijk gericht op landen die een hoog bbp scoren", stelt Lagarde in zijn boek Juste Capitalisme. Hij wijst er ook op dat het geluk van de Bhutanezen er kennelijk in bestaat "zoveel mogelijk Nepalese migranten te weren. Waar staan we dan?"

In zijn op de OESO-pagina geposte artikel 'Why measure subjective well-being?' geeft ook Richard Layard (London School of Economics) grif toe dat we er nog niet uit zijn. Maar, beklemtoont hij, "het is fantastisch dat de OESO het initiatief genomen heeft om een beter idee van vooruitgang uit te dokteren. Het zou tragisch zijn als, ondanks alle scepsis over het bbp, er niets zou veranderen omdat we het niet eens zijn over een degelijk alternatief. Het meten van geld heeft een puissante maar begrensde logica. Als de kwaliteit van de menselijke ervaring het belangrijkste voor ons is, dan moet de maatstaf op geluk en het tegendeel daarvan, ellende, gebaseerd zijn."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234