Zondag 24/10/2021

Als gekken naar Parijs

Probeer er maar eens een lijn op te trekken. Mark Cavendish pakt zijn vijfde sprintzege en weet dat hij desondanks onmogelijk nog aanspraak kan maken op de groene puntentrui, de bekroning voor... de beste sprinter. Het was vrijdag een overgangsrit tussen een tijdrit en de ultieme bergrit naar de Ventoux, en toch rijdt het peloton sneller dan verwacht én berekend, vliegt men tegen een overhaast gemiddelde van 46,317 kilometer per uur door de Drôme en de Ardèche naar de noordelijke Provence. Bochtig, heuvelachtig, moeilijk, en natuurlijk overijverige vluchters. Schoon volk toch, met Cadel Evans, David Millar, Yaroslav Popovych, andermaal Nicolas Roche, Sylvain Chavanel natuurlijk, en zoals hij zelf aangekondigd had: Stijn Vandenbergh. Jongens die vaak nog iets recht te zetten hebben, maar die toch geen ruimte krijgen van een compact peloton. Renners en ploegen jagen op elkaar, sneller en harder. Het tweede koersuur wordt tegen 48,6 kilometer per uur afgeraffeld. Het derde opnieuw tegen 48,7 kilometer per uur. Op fietsen, niet op brommertjes. Daarvan is de wettelijke maximale snelheid trouwens beperkt tot 45 kilometer per uur: die kunnen in deze Tour dus niets komen doen. Waarom dit razende tempo nodig was, weet geen mens, en zeker geen renner. Het is er. Het peloton versnelt tegen zichzelf. Trappen en niet omzien. En soms lossen. Twee Euskaltelrenners komen binnen op meer dan een halfuur en halen de tijdgrens niet. Ze worden uitgesloten, de vrijdagavond van het slotweekend.Uitputting regeert. De laatste col van de dag, de Col de l’Escrinet - de voorlaatste van deze Tour - was ‘maar’ tweede categorie, maar dat moet desondanks een categorie of zeven te hoog geweest zijn voor het halve peloton. Na een razendsnelle rit, alsof de renners zich haasten naar het einde van deze beproeving, volgde nog eens een miraculeuze afdaling naar Aubenas. En daar gebeurt het dat het Tourpeloton, totaal tegen alle geplogendheden in, alle wetmatigheden, geschreven of ongeschreven, reglementair bepaald of met handjeklap beslist, ineens uit elkaar scheurt. En dat in de laatste vlakke etappe voor de Champs Elysées.Eerst zijn het slechts haarscheurtjes. Mark Cavendish wint een sprint van een eerste groepje van amper twaalf renners, tegen een handvol topsprinters - Greg Van Avermaet incluis - en als laatste is er ook oude vos Lance Armstrong, als enige van de top tien. Hij neemt vier seconden bonus op de eerste achtervolgers. Ach, wat zijn vier seconden? Wel, aangezien Armstrong amper elf tellen voorlag op Bradley Wiggins, betekent dit dat hij zijn marge met ongeveer dertig procent optrekt. Daar de strijd om het podium sowieso uitdraait op een gevecht van seconden, is dat best wat. Die Bradley Wiggins was tweede van die tweede groep, nijdig en wat gefrustreerd. Recht in zijn wiel: Andy Schleck. Verder Andreas Klöden, Jürgen Van den Broeck, Alberto Contador ook - “ik vond de afdaling zeer gevaarlijk, dus nam ik geen risico. Wat deren mij die seconden, als alleen het geel in Parijs telt?” En dan kwamen ze aan, met steeds grotere tussenpauzes, verspreid en verbrokkeld, en zelf haast in stukjes en flarden hangend. Drie renners op twaalf seconden. Eentje op 32 blijkt Maxime Monfort te zijn. Een op 45. Een op 1:10, toch al - zijn regenboogtrui maakt hem herkenbaar als Alessandro Ballan. Vijf man op 1:15. Een eerste groep op 2:01. Cadel Evans zit er weer bij, alsook Carlos Sastre: ingezetenen in de hoek waar klappen vallen, en blijven vallen. Nog eentje op 2:10. Drie op 4:44. Eén op 5:05. Nog één op 5:17. Drie op 6:31. Enzovoort. De seconden spreken voor zich, en ook voor de staat van deze Tour. Niemand wil wachten op een ander. En blijkbaar was niemand sterk genoeg om de renner(s) voor zich bij te benen. Elk voor zich.Een nijdige, weerbarstige dag, waar zelfs voor de winnaar amper echte vreugde was. Ja, andermaal bewees Mark Cavendish dat hij (veruit) de snelste sprinter is. Van de Tour, van het seizoen, van heel zijn generatie. Nogmaals: in een reguliere sprint voor de eerste plaats in een vlakke rit in de Tour de France is de kleine, driftige Engelsman nog nooit geklopt. De teller staat op negen. (Bijna) geen enkele sprinter in de naoorlogse geschiedenis van deze wedstrijd doet beter.Met vijf sprintoverwinningen in één Tour evenaart Mark Cavendish het naoorlogse record van de Franse spurtkoning André Darrigade - vijf keer raak in 1958 - en ‘Fast Freddy’ Maertens in 1976. En toch wint Mark Cavendish met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid het groen níét. Dat komt door de telling voor het puntenklassement (klein verschil in punten tussen een eerste en een tweede plaats) en een hard aangevochten declassering om een verre ereplaats in de rit naar Besançon. Als het hem een troost mag wezen: in 1958 overkwam André Darrigade net hetzelfde. Zoals gezegd won die vijf ritten. Maar Jean Graczyk ging lopen met het groen. Zonder één rit te winnen - dit jaar won Thor Hushovd tenminste nog op Montjuïc, in Barcelona. Maar dat maakt Cavendish’ zaak niet. Al legde hij zijn ruzie met Hushovd bij, de frustratie blijft knagen. Cavendish wilde Parijs halen, op de Champs Elysées winnen, in het groen pronken. Zeker dat laatste mocht niet zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234