Woensdag 25/11/2020

Als een struise meid van het platteland

'Ze zijn als een struise meid van het platteland', schrijft Anne-Marie Koenig in haar Dagboek van een tuin over de goudsbloem. Veel tuiniers hebben het echter niet zo begrepen op deze struise madammen. 'Deze bloem zal ik nooit een plaatsje in mijn tuin geven', schampert de Engels-Nederlandse tuinauteur Michael King in zijn boek Verrassende Eenjarigen. Het is natuurlijk geen 'verrassende eenjarige', maar voor mij hoeft dit soort snobisme niet.

De goudsbloem (Calendula officinalis) is waarschijnlijk afkomstig uit het Middellandse-Zeegebied. Vermoedelijk werd ze in de 11de of de 12de eeuw meegebracht door de eerste kruisvaarders. Feit is dat ze in de 12de eeuw al op ruime schaal rond kloosters werd gekweekt als geneeskruid en om het altaar te versieren. De beschrijving die de 16de eeuwse Vlaamse botanicus Dodoens in zijn Kruidenboek van de goudsbloem geeft, klinkt vandaag bijna als poëzie.

"De Goudt-bloemen hebben bleeckgroene langworphige wat breedachtig sachte ende een weynigsken wolachtige bladeren: de stelen zijn oock met bladeren bewassen ghestreept oft ghevoort van binnen een voos merch hebbende in meer wiecken oft sijdtacken verdeylt.

En zo gaat het dan nog even verder, over de bloem en de knoppen.

op het kerkhof

Dodoens signaleert ook dat de naam Calendula al door de Romeinen werd gebruikt en verwijst naar de calendae, "dat is de eersten dagh des maendts", waarop de intresten van leningen moesten worden betaald. De goudsbloem bloeit namelijk heel lang en maakt telkens nieuwe bloemen, zodat het wel lijkt alsof ze elke maand opnieuw bloeit. Goudsbloemen zouden - zo vertelt een Griekse mythe - ontstaan zijn uit de tranen die Afrodite/Venus plengde bij de dood van haar geliefde Adonis. Waar die tranen op de aarde vielen, ontsproten goudsbloemen. Daarom zou het een symbool voor dankbaarheid en liefdevolle herinnering zijn, maar ook van droefheid. In de Griekse iconografie werd de droefheid vaak uitgebeeld door een jongeman met een goudsbloem in de hand.

Daarom werd de plant ook vaak afgebeeld op grafmonumenten. Volgens het Compendium van Rituele Planten in Europa werden in Duitsland goudsbloemen aangeplant op de kerkhoven. In Noord-Thüringen zei men zelfs dat ze niet thuishoren in de tuin maar op het kerkhof. Volgens sommigen zou ook de Franse benaming 'souci' of 'souci des champs' naar die droefheid en bezorgdheid verwijzen. Maar dat blijkt een verkeerde interpretatie te zijn. Volgens Dodoens heeft "den naem Solsequium den Franschen naem Soulsie ghemaeckt. Solsequium dat is cruydt dat de sonne volght omdat de bloeme omtrent den avondstond sich selven ineentreckt." De goudsbloem is inderdaad zeer gevoelig voor de lichtintensiteit en sluit zich 's avonds om pas 's morgens weer open te gaan. Ook bij betrokken weer gaan de bloemen dicht. 'En bloeit de Calendula om acht uur niet, dan is er regen in 't verschiet', zegt een oude weerspreuk. De goudsbloem is niet alleen een van de bloemen van Venus, maar het is ook een van de vele Mariabloemen. In het Engels heet ze zelfs marigold. Volgens de middeleeuwse overlevering zou Maria altijd een goudsbloem op haar boezem hebben gedragen als een materieel symbool voor het gouden licht rond haar hoofd. Vroeger bestond de gewoonte om de kerken op 25 maart, feestdag van Maria's Boodschap, te versieren met goudsbloemen.

in apotheek en keuken

Goudsbloemen worden van oudsher in de kruidengeneeskunde gebruikt. Ze zouden volgens Dodoens in zijn Kruidenboek onder meer goed zijn voor het hart, tandpijn verlichten en geelzucht genezen.

Ook werd goudsbloem aangeraden tegen pijnlijke maandstonden en aandoeningen van de baarmoeder, tegen rode ogen, als zweet- en waterafdrijvend middel, als krampwerend en laxerend middel, als remedie tegen lintwormen, tegen winterhanden, wratten, eksterogen, spataders en alle mogelijke huidkwaaltjes.

In de hedendaagse kruidengeneeskunde en de cosmetica worden zalfjes en compressen van goudsbloemen aangeprezen bij brandwonden, insektenbeten, allerlei huidaandoeningen, tegen winterhanden en -voeten en spataderen. Het stengelsap zou wratten, likdoorns en eeltknobbels kunnen verwijderen. Thee van de bloemen zou de spijsvertering stimuleren, maagpijnen verzachten en de menstruaties opwekken en zou kunnen worden gebruikt als mondontsmettend middel.

Je kunt zelf gemakkelijk een verzachtende Calendulazalf maken door 1 kg vet (vaseline, reusel of een andere vetstof) te smelten op een zacht vuurtje en er 200 g gedroogde bloemblaadjes aan toe te voegen. Opwarmen tot net aan het kookpunt, zeven en laten afkoelen. Voor Calendulathee laat je ongeveer 30 g verse of gedroogde bloemblaadjes gedurende een kwartiertje trekken in een liter water.

Dodoens verhaalt in zijn kruidenboek dat de alchemisten goudsbloemen ook gebruikten bij hun pogingen om goud te maken.

Maar niet alleen kruidendokters en alchemisten gebruiken goudsbloemen, ook in de keuken vinden ze allerlei toepassingen. Vroeger werden de gedroogde blaadjes verkocht als namaaksaffraan. Het geel-oranje pigment wordt ook vandaag nog aangewend als kleurstof voor boter en kaas. Verder kunnen de bloemblaadjes worden versnipperd in yoghurt of platte kaas, op een omelet of in een vruchten- of groentensla. Ze hebben weliswaar niet zoveel smaak, maar hun felle kleur en hun knapperige structuur vormt toch een streling voor oog en tong. Samen met bieslook kun je de bloemblaadjes ook versnipperen in een heldere vlees-, vis- of groentenbouillon. Of je kunt enkele blaadjes samen met wat dillebloempjes mengen in een zachte aardappelpuree. Wedden dat je tafelgenoten de herkomst van die oranje snippers niet kunnen raden?

Met de gedroogde bloemblaadjes (laat ze daarvoor gedurende twee dagen drogen in de zon) kunt u ook een originele kruidenazijn maken: voeg 100 g bloemen toe aan een literfles azijn, sluit de fles zorgvuldig af en laat ze een tiental dagen in de zon trekken. Het typisch geurende blad van de goudsbloem kan fijngesnipperd gemengd worden in een groene sla.

hoera-bloemen

En dan is er natuurlijk nog de tuin. Met hun fel gele of oranje kleur zijn het echte hoera-bloemen. Reden waarom ze angstvallig geweerd worden uit de chique buxus- en pasteltintentuinen. Ook veel plantenliefhebbers halen nogal eens de neus op voor deze veel te gewone en veel te gemakkelijke bloem. Maar in een ouderwetse moestuin, een bloemenweitje, een snijbloemenperkje of zelfs in een pot voor balkon of terras, is het een uiterst dankbaar plantje dat zich lustig uitzaait als het daartoe de kans krijgt. Het is ook een heel leuk plantje voor beginnende tuiniers of voor een beginnende tuin omdat het zo complexloos groeit en bloeit. "Ze zijn zo vrolijk dat ze iets van spot uitstralen en zo de arme bleekscheetjes die zo onnadenkend zijn om naast hen te groeien, belachelijk maken", aldus de Franse Anne-Marie Koenig in haar Dagboek van een tuin. "Ze zijn als een struise meid van het platteland". Ik kan dat alleen maar beamen en hopen dat meer mensen die 'struise meiden' opnieuw gaan zaaien.

Goudsbloemen zijn niet alleen vrolijk en gemakkelijk, ze hebben ook nog enkele bijkomende troeven. Zo zouden bloeiende goudsbloemen mieren op een afstand houden en luizen aantrekken (waardoor die van andere planten wegblijven). Hun wortels zouden, net als die van het Afrikaantje (Tagetes), een bepaalde stof afscheiden die aaltjes kunnen bestrijden en op die manier bodemmoeheid kunnen voorkomen. Tenslotte kunnen goudsbloemen gebruikt worden als groenbemester door ze op het eind van het seizoen mee onder te spitten. Goudsbloem moet je in principe slechts één keer zaaien. Nadien zaaien ze zichzelf uit en komen ze elk jaar terug. Zaaien kan van maart tot juni voor bloei van juni tot september. Zaai ze bij voorkeur op niet te rijke grond (zeker niet extra bemesten) in volle zon. Door te vermijden dat ze in zaad komen, bloeien ze veel langer. Door ze na hun eerste bloei flink terug te knippen, bloeien ze later op het seizoen nog een tweede keer.

Omdat goudsbloemen niet zo populair zijn, is de veredelingsdrang van de kwekers relatief beperkt gebleven. Er zijn tegenwoordig cultivars in de handel met enkele, halfgevulde en gevulde bloemen, meestal geel tot oranje van kleur, maar er bestaan ook minder felle crèmekleurige tinten. De hoogte variëert van 20 tot 60 cm. De lagere soorten zijn zeer geschikt voor potten. Calendula officinalis 'Apricot Beauty' heeft licht abrikooskleurige bloemen. 'Cream Beauty' is een dubbelbloemige compacte cultivar met zacht roomgele kleur. 'Orange King' en 'Plena' zijn twee gevuldbloemige, fel oranje cultivars. 'Pink Surprise' is roosachtig geel. Bij 'Greenheart Orange' vormen de helderoranje bloemblaadjes een krans rond het dikke lichtgroene bloemhart. De naam 'Gitana' slaat op een serie laagblijvende cultivars in verschillende kleuren. 'Kablouna Mixed' is een mengeling met meestal rode of bruine tinten, en met korte bloemblaadjes rond een opvallend groot hart.

kaapse goudsbloem

Wie de goudsbloem te gewoon vindt maar toch iets van haar vrolijkheid in de tuin wil, kan de zeldzamer Kaapse goudsbloem (Dimorphotheca) zaaien. De margrietachtige bloemen hebben een diameter van zo'n 6 cm en vallen op door de naar buiten gebogen lintbloemen die intens wit, crème of oranje van kleur zijn. Na de bloei knikt het hoofdje sierlijk naar binnen.

Dimorphotheca heeft in ons klimaat een zonnige, warme plek op lichte, goed doorlaatbare grond nodig om rijk te bloeien. Het is eigenlijk een doorlevend halfheestertje dat in ons klimaat echter als eenjarige wordt gekweekt. Ze worden best ter plaatse gezaaid in mei omdat ze zich met hun lange penwortel moeilijk laten verplanten. Meer nog dan de gewone goudsbloem is de kaapse goudsbloem zeer gevoelig voor de lichtintensiteit en sluiten de bloemen zich bij betrokken hemel, waardoor ze in zekere zin regen kunnen voorspellen. Het bekendst is Dimorphotheca pluvialis met oranje bloemhoofdjes. 'Glistening White' bloeit wit, wat dacht u anders. Het donkere hartje, bestaande uit tientallen minuscule buisbloempjes, zorgt voor een mooi contrast met de blinkend witte lintbloemen. Ook 'Tetra Polar Star' is een witbloeiende cultivar met een opvallend blauw gekleurd hart. Dimorphotheca sinuata of satijnbloem bloeit normaliter eveneens met dieporanje bloemen, maar ook hiervan bestaan gele, witte en roze cultivars.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234