Dinsdag 06/12/2022

InterviewDokter Bart Van Geluwe

‘Als een goed functionerende anus je dierbaar is, zou ik fisten niet aanraden’

null Beeld Geert Van de Velde
Beeld Geert Van de Velde

Ongetwijfeld een van de meest onderschatte onderdelen van het lichaam – zeker dat van ú daar, met die geconstipeerde blik – is de anus. Een leven lang zorgt die er trouw en onvermoeibaar voor dat uw stoelgang in de endeldarm blijft zitten en op gepaste momenten wordt gelost, en dat is ingewikkelder dan het klinkt. Dokter Bart Van Geluwe onthult ons alle geheimen van de roze uitgang tijdens de derde etappe van onze reis door het lichaam, en verklapt hoe we die het best soigneren.

Marc Van Springel

Hoe belangrijk de anus is, wordt meestal pas duidelijk als er problemen mee zijn. Er kampen méér mensen dan u zou denken (en zeker niet alleen ouderen) met anale aandoeningen van allerlei aard, maar die regio van ons lijf blijft in de taboesfeer hangen. Daartegen trekt dokter Bart Van Geluwe ten strijde in zijn bestseller Achterwerk. Hij is algemeen en abdominaal chirurg aan het AZ Groeninge Kortrijk en het UZ Leuven, oprichter van het medisch centrum Proctoclinic en een graag geziene spreker op medische congressen in binnen- en buitenland.

Om het sluitstuk van de darm aan te duiden, worden anus, rectum, aars, endeldarm en sluitspier door elkaar gebruikt, maar hoe zit het anatomisch juist in elkaar?

“Het rectum is een andere benaming voor de endeldarm, het laatste deel van de dikke darm. De anus of aars is de uitmonding van de endeldarm door de bekkenbodem, de spierplaat die de organen in de buik ondersteunt. Bij vrouwen is de aars ongeveer 2 centimeter lang, bij mannen tussen de 2 en 5 centimeter.

“Het rectum en de dikke darm hebben een vrij grote doorsnede, terwijl de opening in de bekkenbodem klein is. Daardoor krijg je een soort trechter: het rectum kun je zien als het reservoir en de anus als de tuit. Die vorm heeft te maken met de functie: de trechter is het afsluitsysteem van het maag-darmstelsel en moet ervoor zorgen dat we niet constant vocht, stoelgang of wind verliezen.”

Wat is dan de sluitspier?

“Dat is een onderdeel van de anus. We hebben trouwens twee sluitspieren, een uitwendige en een inwendige. De inwendige is de dunste, dat is de spierlaag van de darm die op het einde een beetje dikker wordt. De uitwendige sluitspier kunnen we actief en bewust dichtknijpen. En dan hebben we nog de aambeien.”

Aambeien zullen de meeste mensen vooral als een vervelend probleem zien, maar ze hebben wel degelijk een belangrijke functie.

“De twee sluitspieren zijn cirkelvormig en vormen samen een soort donut. Hoe hard je ook knijpt, een cirkel zul je nooit perfect dicht krijgen. Aambeien zijn niets anders dan de binnenbekleding van die spieren. Het zijn zakjes die zich met bloed vullen als ze de zaak moeten afsluiten en leeglopen als de stoelgang naar buiten wordt geduwd, waarna ze zich weer met bloed vullen.”

De belangrijkste functie van de anus is de stoelgang ophouden en die op het juiste moment loslaten. Dat klinkt simpel, maar het is een erg ingenieus systeem.

“Het rectum is het reservoir, zeg maar de garage waar de stoelgang opgestapeld wordt, en de aars is de garagepoort. Die twee communiceren met elkaar op een geniale manier. De aars is relatief goed bezenuwd. Hij zit vol sensoren die, als er stoelgang naar beneden zakt, kunnen voelen of het om slappe, harde of zachte stoelgang gaat, of om wind. Die sensoren sturen de spanning van de sluitspier bij. Als het rectum zich vult en de stoelgang naar beneden zakt, moet de sluitspier zich openen: de aars voelt dat er stoelgang op komst is, en weet dat de spier moet ontspannen.

“Die communicatie tussen het rectum en de aars kunnen we overrulen, bijvoorbeeld als we stoelgang voelen maar het op dat moment niet uitkomt om die te lossen. Dan kunnen we de stoelgang terug naar boven sturen. Dat we de drang kunnen uitstellen, is op zich goed, want zo kunnen we bijvoorbeeld eerst onze vergadering afhandelen. We doen dat echter best niet te veel, want je kunt dat zeer delicate systeem ook stukmaken.”

Je stoelgang te vaak ophouden is geen goed idee?

“We moeten leren op te houden, dat laat ons toe om als mens sociaal te kunnen functioneren, maar we moeten ook naar de roep van de natuur luisteren. Hoe drukbezet je ook bent, als je drang voelt, moet je er af en toe aan toegeven. Het komt er vooral op aan het juiste evenwicht te vinden. Als je te vaak te lang je stoelgang ophoudt, kan de rectale wand na vele jaren zo uitgerekt zijn dat de sensoren die de stoelgang moeten voelen en de drang tot ontlasting moeten opwekken, niet goed meer functioneren.”

We gaan blijkbaar ook verkeerd naar het toilet.

“De moderne mens doet het zittend, terwijl hurken veel beter is. Dat heeft met onze evolutie te maken. We waren viervoeters en zijn daarna rechtop beginnen te lopen. Om ons gevoeg te doen, moesten we hurken. Dat hebben we duizenden jaren zo gedaan, en in veel landen doen ze het nog altijd op die manier. Dan gaat de zaak onderaan ook vlotter open.

“Tot tweehonderd jaar geleden gingen we in de bosjes naar het toilet, maar op een gegeven moment richtten we voor de grote en de kleine boodschap een kamer in met iets wat op een stoel leek: het toilet. Voortaan deden we zittend ons gevoeg. Daarmee toonden we dat we gecultiveerd waren, en deden we niet langer wat onze bekkenbodem gewend was. Maar als je zit, ontspant de bekkenbodem zich minder goed. Je kunt het oplossen door je af te duwen op je tenen, je knieën naar boven te brengen en naar voren te leunen, zodat je een hurkende zithouding aanneemt. Of je kunt een voetbankje gebruiken. Je moet dan minder hard persen.”

De stoelgang bestaat, toch wel verrassend, voor 75 procent uit water.

“Inderdaad. Het overige kwart zijn hoofdzakelijk vezels die niet in de darm worden verteerd. Daarnaast heb je nog afvalstoffen zoals bacteriën, medicatie of kleurstoffen die we via onze voeding binnenkrijgen, en andere stoffen die we niet via de urine kunnen afscheiden. Maar als we te weinig drinken of veel zweten, haalt ons lichaam het vocht uit de stoelgang. Die wordt dan harder.”

De ideale stoelgang, leren we uit uw boek, zijn worsten met een perfecte verhouding tussen vaste stof en water, die eerst wat dobberen en dan traag zinken door de luchtbellen die erin zitten.

“Omdat patiënten altijd ‘goed’ zeggen als je vraagt hoe hun stoelgang is, werd de Bristol-stoelgangschaal ontwikkeld. Zo kunnen we hun stoelgang gedetailleerder bespreken. De schaal beschrijft zeven types: van losse, harde, nootjesachtige keutels tot vloeibare, waterachtige stoelgang. De types 3 en 4, de vrij gladde worsten, worden als de beste stoelgang beschouwd. Mensen die veel vezels eten, zullen wat meer lucht produceren, waardoor hun worsten ook meer lucht bevatten en even drijven. Het duidt er ook op dat de stoelgang niet te veel vaste resten bevat en de spijsvertering dus goed functioneert. Zo’n traag zinkende worst is het summum der bolussen, maar het is natuurlijk geen must. Te véél luchtbellen zijn ook niet goed: dat kan leiden tot winderigheid en stoelgang die blijft drijven. Ook vervelend.”

De stoelgangfrequentie kan sterk variëren van persoon tot persoon. Wat wordt als normaal beschouwd?

“Meer dan drie keer per dag gaan is te veel, en minder dan één keer om de drie dagen is te weinig. Je hoeft dus niet per se elke dag naar het toilet te gaan, wat veel mensen lijken te denken. Vooral belangrijk is dat er een regelmaat in zit.”

Anus in de zon

Voor wie dat wenst, kan de anale regio een bron van seksueel genot zijn, ook al zit dat in de taboesfeer.

“De bezenuwing van de aars verloopt via dezelfde banen die ook de penis en vagina bezenuwen: dat verklaart waarom de anus als genotszone kan dienen. Voor dat taboe bestaat geen allesomvattende uitleg. Uiteraard is er de hygiënische connotatie: de aars wordt vaak gezien als iets vies. Misschien speelt ook de evolutie naar rechtop lopen een rol. Daardoor is de voorkant van ons lichaam belangrijker geworden. Zo zijn we de anus wellicht als de tegenpool van de vagina of de penis gaan zien, en dus als iets dat erotisch niet meer interessant is. Maar bij de oude Grieken was het geen taboe, net als bij veel overzeese indianenstammen vóór de komst van de Europese ontdekkingsreizigers.

“Het geloof zit er mogelijk voor iets tussen: seksualiteit mocht alleen nog beleefd worden als die diende om zich voort te planten. Maar in de jaren 60 en 70, het tijdperk van de vrije liefde, moesten alle seksuele taboes eraan geloven. Net toen de tijd rijp leek om ook het taboe rond anale erotiek te slopen, dook een mysterieuze ziekte op. Anale erotiek, homoseksualiteit en hiv werden op een hoopje gegooid en anale seks werd met het risico op ziekte geassocieerd, wat het taboe versterkte.”

Kan anale penetratie kwaad? Biologisch gezien dient de zone er niet voor.

“In de medische literatuur zijn er geen argumenten te vinden waarom het slecht zou zijn. Het is niet bewezen dat er problemen met de sluitspier of de aambeien door ontstaan, of dat het het risico op incontinentie zou verhogen. Tenminste, als het op een verstandige manier gebeurt. Verstandig wil zeggen: het mag geen pijn doen en je gebruikt best een condoom, want het risico bestaat dat je geslachtsziekten overdraagt. Omdat er scheurtjes in de aars of de endeldarm kunnen ontstaan, is die kans groter dan bij vaginale seks.”

In sommige milieus durven ze er een hele vuist in te duwen. Is dat nog gezond?

“Bij operaties langs de aars wordt die 2 tot 4 centimeter opengesperd. Dat kan de anus perfect hebben. Maar bij 10 centimeter zal de aars zeker schade oplopen. Omdat het zo extreem is, is het ook niet bestudeerd in de literatuur. Maar als een goed functionerende anus je dierbaar is, zou ik het niet aanraden.”

De anus bleken was ook een tijdje in. Kan dat kwaad?

“In de jaren 80 was het zelfs een kleine hype, die kwam overgewaaid uit de pornowereld. Een bleke anus geeft een nettere indruk. Er waren destijds veel – niet altijd zo onschuldige – zalfjes op de markt waarmee die regio gebleekt kon worden. Tegenwoordig maakt men zich minder druk over de tint van de anus en krijgen we er nog zelden vragen over.

“Nu promoten influencers zelfs zonnen met je anus omhoog gericht. Het zou stimulerend zijn voor de creativiteit en het libido, en burn-outs voorkomen. Maar die zone is geen zon gewend en de huid is daar gevoeliger. Zonnen is nooit goed, maar zeker met die regio moet je toch opletten. Als je per se met je anus wilt zonnen, smeer hem dan goed in.”

Doekje voor de jeuk

De meest frequente problemen hebben wellicht met de aambeien te maken.

“Dat is ook logisch: iedereen heeft ze en gebruikt ze dagelijks. Drie op de vier mensen krijgen er vroeg of laat problemen mee, maar die moeten daarom niet allemaal onder het mes. Soms beperken de klachten zich tot wat pijn, jeuk of bloed.

“Problemen met de aambeien kunnen ontstaan als je er genetische aanleg voor hebt. De belangrijkste oorzaak is echter druk door lang op het toilet te zitten of door harde stoelgang, waardoor je steviger moet persen. Dan kunnen de aambeien vergroten en uiteindelijk verzwakken. Ze kunnen afgekneld raken, wat pijn veroorzaakt, of erger nog, zo volumineus worden dat ze naar buiten worden geperst.

“Eén op de vijf mensen met anale jeuk hebben iets te grote aambeien, die vocht verliezen. Huisartsen vergeten dat soms: bij jeuk denkt men meteen aan een huidprobleem, terwijl het probleem vaak een centimeter dieper zit. Een zalfje helpt dan niet.”

Wat wel?

“De aambeien zijn goed voor 20 procent van de afsluiting. Daarom worden ze nooit volledig weggenomen. We proberen eerst de druk te verminderen met een zachtere stoelgang. Als dat niet lukt, kun je met zalf of pilletjes de wand van de aambeien versterken. Een andere optie is ze injecteren met een stofje dat ze doet verschrompelen, of we plaatsen een elastiekje dat ze naar binnen trekt. Dat kan alleen als je er vroeg genoeg bij bent. Door het taboe lopen mensen er soms jaren mee rond en zien we ze pas op consultatie als de aambeien al naar buiten hangen. Dan is een chirurgische ingreep bijna onvermijdelijk.”

Ook vrij frequent zijn anale kloven. Hoe kun je die oplopen?

“Anale kloven of fissuren zijn geen lachertje: dan huil je op het toilet van de pijn. Die pijn is ook pas één of twee uur na het toiletbezoek weg. Het kan het gevolg zijn van constipatie: mensen moeten, bijvoorbeeld omdat ze op reis een week niet naar de wc konden gaan, te hard persen en voelen meteen dat er een scheur ontstaat. Het kan omgekeerd ook als je door een ernstige buikgriep tien keer op een dag waterige stoelgang hebt. Het probleem is dat de interne sluitspier, waar we geen controle over hebben, merkt dat er een scheur is, en om de genezing niet te verstoren wil verhinderen dat er nog stoelgang passeert. Je moet daardoor harder persen. Gevolg: de wonde scheurt opnieuw open, en je belandt in een pijnlijke vicieuze cirkel.

“We kunnen kloven behandelen met een zalf die de interne sluitspier wat verlamt, zodat ze niet meer te veel kan dichtknijpen. Zo kan de wonde genezen. Vaak stopt men echter te vroeg met de behandeling en kan het een chronische fissuur worden. In zo’n geval kunnen we botox injecteren in de interne sluitspier. Die zal de spier zes weken ontspannen. Een laatste optie is een operatie waarbij we de spier een knipje geven, zodat ze weer normaal knijpt.”

In de anus kunnen ook abcessen en fistels opduiken. Wat is het verschil?

“Een abces voel je meestal ’s ochtends bij het opstaan: plots zit daar een zeer pijnlijk ei. Het is rood, warm, gezwollen en zeer gevoelig, en zit vol etter. Het kan spontaan openbarsten of door een chirurg worden opengemaakt. Uit zo’n abces kan een fistel ontstaan, een ontsteking die een verbinding maakt tussen twee organen die normaal niet met elkaar verbonden zijn. Bij een anaal abces kan zo een gangetje ontstaan tussen de aars en de huid. Daaruit kan wat prut, vocht of stoelgang komen, wat tot hygiënische problemen of irritatie kan leiden. Zonder een operatie zal een fistel niet genezen.

“Veel mensen hebben er last van, ook jongeren vanaf 16 jaar. Het komt te pas en te onpas voor, en je kunt er preventief niks tegen doen. Het heeft ook niets te maken met hygiëne, te weinig vezels in het dieet of harde stoelgang. Het gaat om ontstekingen in de kliertjes in het slijmvlies van de anus, die de uitgang gesmeerd houden.”

5 procent van de bevolking heeft last van anale jeuk. Die wordt vreemd genoeg meestal veroorzaakt door die regio te véél te reinigen.

“De meeste patiënten met jeuk durven niet naar een arts te gaan, omdat ze denken dat ze niet proper genoeg zijn. Ze zoeken hun heil in allerlei zalfjes, doucheproducten en vochtige doekjes. Begrijpelijk, maar zo maak je het probleem alleen erger. Het beste is gewoon water te gebruiken en niet te hard te wrijven. Krab er ook niet aan, want dan komen er eiwitten vrij die een ontsteking kunnen veroorzaken, en nog méér jeuk.”

Kan wc-papier schadelijk zijn voor de anus?

“Zeker. Wrijven irriteert de huid, zeker als je wat goedkoper en minder zacht papier gebruikt. Ik denk dat we over twintig à dertig jaar allemaal zo’n Japans toilet met een ingebouwde waterstraal en droger hebben. Onze kleinkinderen zullen er verbaasd over zijn dat wij ooit ons achterste met papier schoonmaakten.”

Met geparfumeerde vochtige doekjes kijken we blijkbaar ook beter uit.

“Er zit in die doekjes altijd iets ontsmettends, een parfum of een andere chemische stof. Die kunnen irritaties of zelfs eczeem veroorzaken als er tussen de huidplooitjes resten achterblijven. Die doekjes op een gewonde huid aanbrengen is ook geen goed idee. Er zijn er wel die goed getest en veilig zijn, en het kan geen kwaad om af en toe zo’n doekje te gebruiken, maar ik zou toch afraden om er dagelijks mee over de anus te wrijven.

“Anale jeuk kan allerlei oorzaken hebben: een wond, aambeien, een fistel, zweet of een huidaandoening, maar ook wormpjes of een ander waspoeder. Het materiaal waaruit je ondergoed is gemaakt, kan ook jeuk uitlokken. Loszittend katoenen ondergoed geniet daarom de voorkeur. Bij de helft van de patiënten vinden we geen verklaring voor de jeuk. Dan kun je eventueel een blue tattoo laten zetten. In de anale regio wordt een tatoeage met methyleenblauw aangebracht, een kleurstof die de zenuwuiteinden blokkeert. Die tattoo werkt zes weken en in die periode kan de huid herstellen.”

Anale migraine

Prof- en amateurwielrenners vrezen de beruchte ‘derde bal’. Wat is die juist?

“Als je vaak op de fiets zit, kun je door de wrijving huidwondjes krijgen in de gevoelige zone tussen aars en scrotum of vagina. Zo kan er een onderhuidse verdikking ontstaan die als een extra teelbal aanvoelt. De beste behandeling is wrijving vermijden met een fietsbroek waar een zeemleren lap in zit. En trek voor elke tocht een andere, gewassen fietsbroek aan. Chamoiszalf is ook een goeie bescherming.”

Weinigen zullen wellicht van anale migraine gehoord hebben. Toch heeft maar liefst 8 procent van de bevolking er last van.

“Het gaat om een korte, zeer pijnlijke kramp rond de anus of het rectum, die met tussenpozen opduikt. Ze komt vooral ’s nachts voor, kan enkele seconden tot enkele minuten duren, en in uitzonderlijke gevallen zelfs een halfuur. Omdat ze zo kort duurt, is ze ook lastig te onderzoeken en te behandelen. We weten niet goed wat het is of hoe het ontstaat.”

Ook in de anale regio kan kanker toeslaan. Komen rectale en anuskanker vaak voor?

“Kanker die laag in de dikke darm zit, kan doorgroeien naar de aars, maar dan is het officieel dikkedarmkanker. Anuskanker ontstaat in de anus zelf. Meestal gaat het om een ontaard genitaal wratje. Anuskanker komt minder frequent voor dan dikkedarmkanker, maar toch zijn er in Vlaanderen zo’n honderd diagnoses per jaar, vaak bij jonge mensen. Positief is dat, als we er vroeg genoeg bij zijn, meer dan 75 procent van de anuskankers met radio- en chemotherapie genezen kan worden. In de overige gevallen moeten endeldarm en aars operatief verwijderd worden en krijgt de patiënt een stoma.”

Wat sterk wordt onderschat, is de impact van een vaginale bevalling op de anale regio. U noemt het zelfs een aanslag op de aars.

“De bekkenbodem van een vrouw overleeft een bevalling wel, maar in de meeste gevallen is er schade. Men schat dat tot 50 procent van de vrouwen tijdens de eerste vaginale bevalling een gescheurde sluitspier oploopt. Daarna is zowel plassen als stoelgang maken anders. De bekkenbodem is meestal zo jong dat hij dat zal compenseren. Maar vijftien à twintig jaar later, als de hormonen anders werken en de spieren verslapt zijn, kunnen er wél problemen ontstaan, zoals incontinentie of verzakkingen.

“Een vaginale bevalling is traumatiserend voor anus en bekkenbodem, maar vreemd genoeg is dat niet bespreekbaar voor gynaecologen. Jonge vrouwen zouden zich meer bewust moeten zijn van de mogelijke schade en de invloed op hun levenskwaliteit later.”

Ook constipatie komt vaak voor: tot 35 procent van de Belgen heeft er last van.

“De oorzaak is onze westerse levensstijl: we eten te weinig vezels. Dagelijks hebben we 30 tot 40 gram nodig, en dat haalt slechts 10 procent van de westerlingen, namelijk wie vegetarisch eet. Met een paar sneetjes bruin brood en een glaasje vers sinaasappelsap kom je er dus niet. Daarom is onze stoelgang gemiddeld veel harder en hebben zoveel mensen aambeien. Een tweede oorzaak is een gebrek aan beweging. De darmtransit wordt gestimuleerd door beweging: gewoon wandelen is al goed.

“Constipatie kan ook een anatomische oorzaak hebben, vooral bij vrouwen. Het rectum kan na een vaginale bevalling van dertig jaar eerder zo getraumatiseerd zijn dat het als een pudding in elkaar stuikt. Het gevolg is dat het een klep vormt, waardoor een deel van de stoelgang niet meer naar buiten kan. Dat noemen we een prolaps of een verzakking. Omdat de stoelgang lang in het rectum blijft, zal hij harder worden en kan er verstopping ontstaan. Patiënten voelen dan een paar keer per dag een drang, maar als ze op het toilet zitten te persen, komt er weinig of niks. Dat kunnen we verhelpen met een operatie waarbij het rectum weer in zijn normale positie wordt gebracht.”

Een al even groot probleem is incontinentie. Het slechte nieuws is dat we er vroeg of laat allemaal last van krijgen. Heeft dat puur met slijtage te maken, of zijn er ook andere oorzaken?

“De bekkenbodem is een spier, en zoals alle andere spieren neemt die in de loop der jaren in kracht af. Vrouwen zijn echter opnieuw in het nadeel. Ze hebben van nature een dunnere kringspier, en de incontinentie kan versneld worden door anale operaties of één of meer vaginale bevallingen. Medicatie kan ook een invloed hebben. Als 55-plusser de controle over je wind of stoelgang verliezen is geen pretje.”

Wat valt eraan te doen?

“Je voedingspatroon aanpassen kan helpen: eet meer vezels en vermijd producten die de maag-darmtransit versnellen, zoals cafeïne, lactose en fructose. Je kunt de stoelgang ook wat vaster proberen te krijgen met medicatie. We moeten altijd bekijken of het niet het gevolg is van een verzakking, en de aars verkeerdelijk denkt dat er stoelgang op komst is. De interne sluitspier zal dan automatisch verslappen en dat kan tot verlies leiden als je hoest of lacht.

“Als het niet om een verzakking gaat, is de sluitspier mogelijk gescheurd. Soms kunnen we dat chirurgisch herstellen. Een andere oplossing is zenuwstimulatie met een soort pacemaker. De patiënt voelt de stoelgang dan beter aan. Ook bekkenbodemkinesitherapie kan de kracht van de sluitspier en de gevoeligheid van het reservoir verbeteren.”

null Beeld Geert Van de Velde
Beeld Geert Van de Velde

Wind in de fik

Flatulentie of winderigheid kan vervelend zijn, maar is het een medisch probleem?

“Meestal gaat het samen met constipatie. De mens produceert dagelijks anderhalve liter wind, maar als je vlot naar het toilet gaat, ben je daar het grootste deel kwijt. Als de constipatie wordt behandeld, zal de flatulentie meestal ook verdwijnen. Maar als mensen echt véél wind produceren, is daar weinig aan te doen. Je dieet aanpassen kan helpen. Dat eieren, kool, ui, bonen en spruiten wind veroorzaken, is bekend, maar ook met koolzuurhoudende dranken let je beter op, omdat die lucht bevatten. En in lightproducten zitten kunstmatige zoetstoffen die niet door de dunne darm worden afgebroken. Bij de drogist kun je pillen tegen winderigheid kopen, maar er is geen bewijs dat die werken.”

Ook stress en angst kunnen winderigheid veroorzaken. Hoe komt dat?

“Dat heeft te maken met de stressmodus van het lichaam: het wil energie sparen voor de hersenen en de spieren die in actie moeten komen. Al de rest is ballast en wil het kwijt. Bij stress worden de darmen hyperactief. Omdat de stoelgang minder lang in de darmen zit en er minder vocht aan wordt onttrokken, zal hij ook minder vast worden. Bij angst zit het lichaam in diezelfde modus.”

Hoe ontstaat wind?

“Het is een bijproduct van het vergistingsproces in de darmen. Ook de lucht die we inslikken, komt in de darmen terecht. Daarom kan snel eten, met een volle mond praten, roken, gum kauwen of door een rietje drinken de flatulentie verhogen. Overigens bestaan winden voor 99 procent uit reukloze gassen, zoals stikstof, zuurstof en methaan. Voor de geur is slechts 1 procent gassen verantwoordelijk, zoals zwavelverbindingen, boterzuur en ammoniakgas. De samenstelling van de wind is bij iedereen anders. Of de wind het brandbare methaangas bevat, hangt af van de bacteriën in de darm, en dat is erfelijk bepaald.”

Op feestjes wil een leukerd weleens een flatus aansteken. Is dat gevaarlijk?

“Methaan is in ieder geval niet ongevaarlijk. Als we bij iemand met een darmperforatie het buikvlies openen met een elektrisch mes, kan dat een steekvlam geven. Omdat we de wonde ontsmetten met alcohol, kan de patiënt brandwonden oplopen. Maar een flatus aansteken kan weinig kwaad: het is een korte vlam en de lucht wordt naar buiten geperst, dus zal de vlam niet naar binnen slaan.”

Voor vegetariërs hebt u ook goed nieuws: ze produceren meer winden dan anderen, maar die ruiken minder.

“Ze maken meer wind omdat plantaardige voeding lastiger te verteren is, maar hun winden geuren minder dan die van vleeseters. Vlees bestaat uit eiwitten, en als die worden afgebroken, krijg je de typische geur van rotte eieren. Ook voeding met veel suikers veroorzaakt winden met een onaangename geur.”

We worden ook winderiger als we ouder worden.

“Dat hangt samen met de incontinentie. De bekkenbodem boet aan kracht in en windjes ontsnappen sneller. De transit verloopt ook trager, zodat de bacteriën meer tijd hebben om te vergisten.

“Ook aardig: winden die je om de één of andere reden niet laat, komen er via je mond uit. De darmbacteriën zetten een deel van de gassen om in andere chemische stoffen, en een ander deel komt via de darmwand in het bloed terecht, en zo in de longen.”

Vijgen en pruimen

Voeding is een onderschatte factor voor de gezondheid van aars en darmen. Wat zetten we best op het menu?

“Wie last heeft van aambeien, kan zalfjes of medicatie nemen. Die vaak dure medicijnen zijn echter gemaakt van extracten uit groenten en fruit. Je kunt dus evengoed die nuttigen. De stoffen die wetenschappelijk het best bestudeerd zijn, zijn de flavonoïden, waarvan we weten dat ze de wand van de bloedvaten kunnen versterken. Een zeer goede bron van flavonoïden zijn blauwe bessen en veenbessen. Ook een aanrader is spinazie, omdat die naast flavonoïden ook veel vezels bevat. Gerst heeft door de vezels eveneens een gunstig effect op de stoelgang en op aambeien. Het zet darmbacteriën bovendien aan om stoffen te produceren die de darm onderhouden. Met vijgen, pruimen, havermout, rode bieten, papaja, banaan en artisjokharten doe je je aars ook een groot plezier.”

Van bananen wordt gezegd dat ze verstoppen.

“Dat klopt niet. Een banaan maakt slappe stoelgang wel vaster, daarom wordt aangeraden bananen te eten als je diarree hebt. Maar harde stoelgang zullen ze net verzachten. Bananen bevatten voorts veel kalium, dat de bloedvaten ontspant, zodat de druk in de anus vermindert.”

Welke voeding laten we beter links liggen?

“Welvaartsvoeding zoals zuivel, witte bloem – dus witbrood, pasta en koekjes – rood en bewerkt vlees, cafeïnehoudende dranken, gefrituurd, zout of pikant voedsel en alcohol. Pikant eten en alcohol zijn slecht omdat ze de bloedvaten openzetten, ook de aambeien. Iedereen reageert anders op voeding, maar door producten uit te sluiten kom je er wel achter wat een effect heeft op je darmen en aars.”

Nog een reden om wat meer respect te hebben voor onze aars: we zijn ooit allemaal als anus begonnen.

“Als een eicel zich begint te delen na de bevruchting door een zaadcel, zie je een deukje verschijnen. Dat wordt dieper en dieper, en vormt aan de andere kant een tweede deukje: dat wordt later de mond. Maar het allereerste deukje, dat wordt de aars. Is dat niet mooi?”

Bart Van Geluwe – Achterwerk: alles over het laatste lichamelijke taboe, Borgerhoff & Lamberigts.

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234