Maandag 30/01/2023

Als een drilboor

Anja Meulenbelt. 'De schaamte voorbij'

Johan Vandenbroucke

"De schaamte voorbij? De schaamte zal nog wel komen," oordeelde criticus Maarten 't Hart over Anja Meulenbelt en haar bestseller. In 1976 veroorzaakte De schaamte voorbij een sensatie; talloze vrouwen ervoeren het boek blijkbaar als een bevrijding en er werden meer dan 100.000 exemplaren van verkocht. Volgens een zusterziel als Emma Brunt had Anja Meulenbelt "hét boek van de vrouwenbeweging" geschreven, waarop Maarten 't Hart dan weer reageerde met: "Als dat vulgaire, egocentrische, banale werk, hét boek was, wat dan nog aan te vangen met het feminisme?"

De strikt literaire critici hadden het nogal eensgezind over de clichés en het slordige taalgebruik van Meulenbelt. Dat waren vooral mannen natuurlijk, tegen wie de schrijfster zich al in het boek had ingedekt, als "de mensen die nu over mijn schouder meekijken als ik tik... Mannen die zullen zeggen zie je wel, neurotische mannenhaatster, lesbisch manwijf." Maar ook vrouwen ergerden zich aan haar recht-voor-de-raapse openhartigheid en botte stijl. Annie Romein-Verschoor bijvoorbeeld sprak van "een geval van paranoia" en vroeg zich, nota bene in het feministische blad Opzij, af hoe het mogelijk was dat zoiets werd uitgegeven en zelfs het predikaat 'roman' kreeg.

Bij herlezing meer dan twintig jaar later, en dus op veilige afstand van het toen vooral politiek bepaalde rumoer en de persoonlijke verhalen die het boek blijkbaar wakker maakte, blijken de negatieve kritieken grotendeels terecht. Het drilboorproza van Meulenbelt, dat aanvankelijk nog enig ritme in het verhaal brengt, wordt na enkele hoofdstukken voornamelijk gênant vervelend. Dit levensverhaal vol turbulente gebeurtenissen herleest als een eindeloze brij van moeizame en pijnlijke relatieanalyses, die samen blijkbaar een bewustwordingsproces moeten beschrijven. Dat ligt, behalve aan de onmachtige stijl, aan de herhalingen en de soms weinig kiese onthullingsdwang, en ja ook aan het ideologische sausje dat zelfgenoegzaam en humorloos heel het boek doortrekt.

"Taal, mijn probleem is taal," staat er al op de eerste bladzijde, "het is niet mijn taal. Ik zou in kleuren moeten kunnen schrijven of in woordloze geluiden." In omlijstende hoofdstukken (die in het begin nog de interessantste lijken) beschrijft Meulenbelt het moeilijke ontstaan van het boek en haar gevecht met de taal. Maar ook die taal wordt in verband gebracht met de vrouwenstrijd; waarover ze wil schrijven zijn immers "emoties die te sentimenteel lijken of te dramatisch als ze in letters op papier staan. Liefde. Pijn. Woorden die vlak worden, of zakelijk, of hard. Kut. Vagina. Orgasme. Niet mijn taal, maar ik heb nog geen andere."

Het was Anja Meulenbelt ook niet om mooie literatuur te doen, maar om een therapie, "een poging om mezelf te redden", en uiteindelijk vooral om de bewustwording, zeg maar de bevrijding van haar seksegenoten. "Ik heb me nooit voorgenomen mooi te schrijven," zegt ze in een interview (met Bibeb): "Ik schrijf voor het gebruik. Ik weet dat er clichés in voorkomen en niet-mooie zinnen. 't Boek gaat over de pijn die je oploopt in het gewone leven. Als ze mij verwijten dat het geen literatuur is, lijkt het op de slager verwijten dat hij geen brood

bakt."

Openhartig is De schaamte voorbij in elk geval. Zo wordt ook vermeld dat een vriendin na lezing van een eerste deel opmerkt "dat al die mannen haar wel de strot uit kwamen na een tijdje". Meulenbelt denkt daar over na, maar besluit "om ze te laten staan, ik ga er ook van over mijn nek, maar daar gaat het nou juist over. En iedereen kan makkelijk overslaan waar zij geen zin in heeft. Niet een te mooi boek. Niet mooier maken dan het was."

Het feminisme leerde dat het persoonlijke ook politiek was. Dus presenteerde Anja Meulenbelt haar particuliere en buitenissige levensgeschiedenis als een proces van bewustwording, en als een voorbeeld voor andere vrouwen op zoek naar zelfontplooiing: "Ik ben het nog steeds, gekwetst, rancuneus, wantrouwig, naast de sterke creatieve onafhankelijke vrouw die ik ook ben." Een persoonlijke getuigenis, die tegelijk herkenbaar en politiek bewustmakend moest zijn: "Ik zie, als onder scherpe schijnwerpers, tienvoudig vergroot, de dagelijkse details van mijn onderdrukking, de dagelijkse details van andervrouws pijn. Ik heb er geen verweer meer tegen, geen oogkleppen, ik zit er midddenin, als een weekdier zonder schelp."

Een levensverhaal dat haast uitgroeide tot een mythe met Messiaanse trekjes, inclusief openbaring en opstanding. Gelijkgestemde zusters werden er lyrisch van. Hanneke van Buuren bijvoorbeeld - door Renate Rubinstein eens omschreven als "de madame Mao van de Nederlandse feministische culturele revolutie" - schreef een juichende recensie in De Nieuwe Linie: "Ik zou graag in dit artikel voelbaar maken hoezeer Anja Meulenbelt erin geslaagd is neer te schrijven wat ons, feministen, allemaal dag in dag uit overkomt". Een recensie die verder vooral bestond uit het herhalen van de herkenning: "Oja, Anja, oja, oja."

Nu is de vraag wat er eigenlijk zo herkenbaar was. Het ik-personage maakt een wel heel speciale evolutie door die met veel zin voor exhibitionisme wordt verteld: van een gedwongen tienerhuwelijk wegens zwanger en een scheiding na mishandeling, over een hervatte studie in politiserend vormingswerk en een helse jacht op zoek naar minnaars en begrip in het milieu van avant-gardetheater, communes en agitprop-actiegroepen, naar het boegbeeld van het militante feminisme. Wel herkenbaar is het voortdurend hulpeloos tobben, het almaar onvruchtbaar analyseren van vergissingen en afgesprongen relaties. En het verlangen niet alleen te zijn, twijfelend, radeloos en ontredderd na de desillusies van de liefde: "Er is geen prins op het witte paard. Er is geen oplossing. Maar ik ben niet de enige die worstelt met dezelfde dilemma's. Ik ben niet alleen. Ik ben niet alleen. Ik ben niet alleen."

Nu leest het als een opgeklopt en soms vervelend relaas vol modieuze jaren-zeventigpraatjes, met veel politiek vormingswerkjargon en ondertussen doorgeprikte illusies. Toen sprak het blijkbaar aan, die vreemde combinatie van larmoyant zelfbeklag en betweterigheid, van onverbloemde schuttingtaal, zoeken-naar-jezelf en geloof in zelfbevrijding. Daar hoorde blijkbaar dat gejaagde ritme bij, proza zonder werkwoorden soms, dan weer zonder komma's, struikelend, hijgend, snikkend. "Zelfbeklag? Zeker. Ik kan zwemmen in zelfmedelijden, ik kan me er in wentelen als een varken in de modder. Rancuneus. Ook dat. Maar geen schaamte. De schaamte is voorbij."

Echter dan het echte leven, zullen de zielszusters gedacht hebben. De schrijfster, tien jaar later in een terugblik: "De grote doos met brieven van vrouwen die ik overhield na De schaamte voorbij lieten me zien dat ik niet de enige was, en dat het zin had om die ervaringen om te zetten in tekst. Zoals wel vaker schreef ik het boek dat ik zelf had willen lezen. (...) Ik had haast. Ik had geen literaire pretenties. Het direkte, ruwe, niet mooi gemaakte beviel me."

De schaamte voorbij van Anja Meulenbelt verscheen bij uitgeverij Van Gennep. Het is nog steeds verkrijgbaar als Geuzenpocket, bij uitgeverij De Geus.

(Foto Bert Nienhuis)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234