Woensdag 20/10/2021

Als een dodelijke parfumwalm

'fatale vrouwen' uit het fin de siècle in groninger museum

Dynasty-ster Joan Collins had de eer om afgelopen week de tentoonstelling Fatale vrouwen in Groningen te openen. Bezadigde middelbare mannen en vrouwen in net iets te vaak gewassen vrijetijdskleding circuleren er langs Circe, Salomé en Clytaemnestra, die wraakzuchtig, al dan niet met ontblote borsten, op hen neerkijken. Sommige vrouwen hebben het zwaard nog in de hand, druipend van het bloed van hun net gedode minnaar.

Groningen

Van onze medewerker

Merlijn Schoonenboom

Cleopatra ligt weelderig gedrapeerd op een tijgervel en laat weerloze mannen een dodelijke gifbeker drinken. Kunstenaar Félicien Rops tekent een gehoornde dierenschedel waaruit een enorme penis als een slang naar een naakte vrouw op een altaar kruipt. Geschokt zullen de museumbezoekers echter niet raken. De tijden zijn veranderd. Onverbloemde erotische toespelingen komen nu zelfs in de wasmiddelreclames voor. En daarbij: de fin de siècle-kunst is inmiddels zo vaak getoond dat ze toegankelijk is geworden. Het ooit zo revolutionaire symbolisme is na decennia van modernistische verguizing al twintig jaar geleden herontdekt en hangt volop in de museumzalen of als vrolijke reproducties aan huismuren.

De fin de siècle femme fatale heeft zelfs een campy lading gekregen. Kees van Twist, directeur van het toch al barokke en zwierig gekleurde Groninger Museum, liet dan ook Dynasty-ster Joan Collins de tentoonstelling openen. Die is immers vier keer getrouwd geweest en een onbekend aantal keer gefacelift, dus toch ook een femme fatale?

Nu de schilderijen uit dit tijdperk bij elkaar staan, wordt echter duidelijk hoe veel dieper de thematiek gaat. Dit gaat veel verder dan het simpele universele gegeven van de knappe maar slechte vrouw. Dit is een volledig andere wereld. Je treedt de wereld binnen van laat-19de-eeuwse broeierigheid, van een existentieel drama, van de mannelijke seksuele angst tot in het theatraalste hoogtepunt gesublimeerd.

Met eenenzeventig kunstwerken, waaronder een groot aantal tekeningen, wordt in deze tentoonstelling uiteraard slechts een tipje van de sluier gelicht. Toch is goed voelbaar wat er gebeurde. Want het personage van de femme fatale heeft altijd bestaan, maar werd in deze periode van dertig jaar opeens alomtegenwoordig. Als een dodelijke parfumwalm trok ze door de Europese kunst. In de beeldende kunst pas vanaf 1870, maar de eerste schreden van haar triomftocht beginnen in de Franse en Engelse literatuur rond 1800. Ze verdrong langzaam het type van de Byronniaanse held, de man die vrouwen ten gronde richtte, die de eerste helft van de negentiende eeuw in literatuur domineerde. Vanaf een gedicht als 'La Belle Dame sans merci' (1819) van John Keats, verscheen ze in Charles Baudelaire opiumvisioenen en uiteindelijk op haar hoogtepunt in Oscar Wildes Salomé.

De femme fatale, de vrouw die niet is gericht op voortplanting maar op vernietiging, lijkt eerst een soort vrouwelijke tegenhanger van de opkomende dandy-kunstenaar, die in een verstijfde burgerlijke samenleving koketteert met nutteloosheid en verval.

In die zin behoort ze bij de vernieuwende kunststromingen als symbolisme, in feite de eerste generatie van West-Europese kunstenaars die zich bewust buiten de samenleving plaatsten, die zich afzetten tegen de heersende academieschilderkunst, industrialisering en burgerlijke moraal en die zich als uitverkoren kenners van het hogere presenteerden.

Ze wordt vast personage bij Dante Gabriel Rossetti in Engeland en Gustave Moreau in Frankrijk, tot dertig jaar later Edward Munch in Noorwegen. Zelfs in Nederland, dat anders dan België nauwelijks dergelijk erotiserende en decadente kanten in de kunst kent, kwam ze voor in het werk van Jan Toorop.

Ze is het personage met de lange haren - als woest tegendeel van de ordelijke kapsels van de dames die destijds de wereld bevolkten -, de rode kersenmond en koortsig flonkerende ogen. Of ze heeft juist de androgyne vierkante kaak van de sfinx, zoals bij Ferdinand Khnopff, ongenaakbaar mooi en wreed tegelijk. De femme fatale is de uitvergroting van alles waar de fin de siècle-kunstenaar naar verlangt en wat hij tegelijk tot in het diepste vreest. Het is kunst met een hang naar theatraliteit die in de 20ste-eeuwse kunst is uitgebannen. Het is het tijdperk waarin zelfs bijbelse vrouwen als Judith en Salomé, die al eeuwen in de kunst als vrome vrouwen werden afgebeeld, in wellustige wezens veranderden.

Ergens in het midden van de tentoonstelling hangt een aantal schetsen van Gustave Moreau. Moreau stond aan het begin van de uitzinnige Salomé-rage. Bij hem verandert ze van bijbelse schone die in haar relatieve onschuld de onthoofding van Johannes de Doper veroorzaakte, tot het boosaardige middelpunt van een sensueel universum. Moreaus Salomé is "een monsterachtig beest", in de woorden van chroniqueur van het decadente levensgevoel J.K. Huysmans: ze is voor hem een "danseres die door een wellustige draaiing van haar lendenen aan een oude man een bronstige kreet van begeerte en ontucht ontwringt; die door het trillen van haar dijen de kracht van de koning ondermijnt en zijn wil breekt".

Maar ze is meer. Ze is overal, en zelfs in het werk van schilders van het mondaine leven als Alfred Stevens is het personage te vinden. En juist door de alomtegenwoordigheid van het thema dringt de vraag zich op: waarom? Waarom werd het personage van de femme fatale in deze tijd zo populair? Vooral de laatste twee decennia is er gretig onderzoek naar gedaan. Van academische historici als Bram Dijkstra, langs anachronistische psychoanalytici tot strijdbare feministen als Camille Paglia. De opkomst van de femme fatale is verklaard als product van de eeuw van de dubbele moraal, de stijve mannenmaatschappij waarin de eerste schreden van de vrouwenemancipatie werden gezet en tegelijk haar vrijheden steeds meer werden onderdrukt. Ze is in verband gebracht met het bordeelverbod, met de heersende geslachtsziekte syfilis, die tot waanzin kon leiden, en zelfs met de angst onder de burgerij voor de verwoestende kracht van de natuur, waarvan de seksuele vrouw dan het symbool was.

Kortom, de kunstenaars zouden onder een allesoverheersende vrouwenangst hebben geleden. Zo is vaak herhaald dat Gustave Moreau teruggetrokken bij zijn moeder woonde, ver weg van vrouwen van vlees en bloed, en dat hij alleen vrouwen als kunstwerk nog enigszins aankon. Vermakelijke interpretaties, die af en toe ook werkelijk inzicht bieden in de oorzaken van de alomtegenwoordigheid van het motief.

In Groningen is echter niets van deze verklaringsdrift te vinden. Samensteller Henk van Os, ex-directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam en nu hoogleraar, wilde duidelijk afstand nemen van het overschot aan interpretaties. Voor hem is de opmars van de dodelijke vrouw ondergeschikt aan het bredere verschijnsel in de kunst van "de veelbetekenende figuur". Het fin de siècle is voor Van Os vooral de tijd waarin kunstenaars ophouden afstandelijke poppetjes te schilderen en uit de bekende mythologische en bijbelse verhalen de meest suggestieve personages naar voren trekken.

Zo schilderde John William Waterhouse het verhaal van Circe die Odysseus wil vergiftigen. In plaats van een afstandelijke uitbeelding van het letterlijke verhaal is het een tafereel alsof je er zelf tussen staat. Je wordt overdonderd door Circes oogverblindende schoonheid, je staat op het punt de gifbeker aan te nemen, maar je ziet tegelijk als waarschuwing de in zwijnen veranderde mannen aan haar voeten en de vurige leeuwenkoppen aan haar troon. Door dit nieuwe schilderkunstige gezichtspunt krijgt het drama een zuigende werking. Het theater wordt persoonlijk. In een begeleidend essay trekt Van Os die lijn door naar een jongere kunstenaar als Edward Munch, bij wie de personages nog meer tot symbolen van een melancholisch levensgevoel zijn geworden.

Fatale vrouwen. 1860-1910. Groninger Museum, Museumeiland 1, Groningen. Di-zo, 10-17 uur, tot 4 mei. Daarna is de tentoonstelling te zien in het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen.

Vervolg op pagina 36

'De femme fatale is de uitvergroting van alles waar de fin de siècle-kunstenaar naar verlangt en wat hij tegelijk tot in het diepste vreest'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234