Donderdag 12/12/2019

Bronnengeheim

Als de zwijgzame journalist plots medeplichtig wordt

18 maart 2002. Journalist van Het Laatste Nieuws José Masschelin verlaat de gevangenis van Gent. Hij zat drie dagen in de cel voor berichtgeving in de zaak-Joop Schafthuizen. Beeld BELGA

Journalisten kijken met verbazing naar de vervolging van VRT-journalist Bart Aerts. Hij wordt verdacht van misbruik van het inzagerecht in de zaak van de kasteelmoord. Vroeger waren huiszoekingen schering en inslag, één journalist zat zelfs een tijdje in de cel. Maar sinds de wet op het bronnengeheim leken die toestanden voltooid verleden tijd.

Bart Aerts liet vorige week in Terzake telefoongesprekken horen waaruit blijkt dat de familie van Stijn Saelens, het slachtoffer van de kasteelmoord, geprobeerd heeft om het onderzoek te beïnvloeden. Die reportage resulteerde in een huiszoeking bij Aerts thuis, die 's ochtends vroeg van zijn bed werd gelicht. Zijn computer werd uitgepluisd, zijn gsm is in beslag genomen en de journalist werd zes uur lang van zijn vrijheid beroofd. Medeplichtigheid aan misbruik van het inzagerecht, was de uitleg.

Op die forse demarche van het Brugse parket wordt met consternatie gereageerd binnen de journalistiek. In een nog niet zo ver verleden waren huiszoekingen bij journalisten bijna schering en inslag. Maar na grootscheepse huiszoekingen na de berichtgeving over de Agusta-affaire werd de magistratuur door het Europees Hof voor de Mensenrechten op de vingers getikt en in 2005 kwam er een wet op het bronnengeheim. Sindsdien werden journalisten met rust gelaten, althans tot Aerts vorige week bezoek kreeg.

Speurders over de vloer

Een flagrante schending van het bronnengeheim, klinkt het unisono. Aerts is immers helemaal niet verplicht om te vertellen vanwaar hij die opnames heeft, tenzij hij daarmee levensbedreigende delicten kan vermijden. "Ze hebben ook niet het recht om op basis daarvan een huiszoeking uit te voeren of hem vast te houden", zegt Pol Deltour van de Vlaamse Vereniging van Journalisten. De VRT heeft alvast een verzoekschrift ingediend om de gsm terug te eisen. Pittig detail: de onderzoeksrechter achter de aantijgingen, Christine Pottiez, voerde ook het onderzoek naar Bernard Wesphael, de oud-politicus die onlangs werd vrijgesproken van doodslag op zijn vrouw.

"Af en toe krijg ik een uitnodiging om langs te komen voor een verhoor, wat ik ook doe", vertelt Douglas De Coninck, journalist voor deze krant. Hij moet er een beetje om lachen. "Meestal is dat een uitstekende manier om contacten te leggen, zeker bij Comité P. Vaak ligt het verslag al klaar en hebben ze zelf ingevuld dat ik me beroep op het bronnengeheim. Ik heb maar te tekenen en daarna krijg ik een kop koffie."

Dat was vroeger dus wel anders. Voor die wet uit 2005 kregen redacties om de haverklap speurders over de vloer, op de redactie of thuis. Er was geen zwaarwichtig gerechtelijk krantenverhaal of telefoons werden afgetapt om uit te zoeken waar het lek zat. "Er was een soort wettelijk vacuüm. In het beste geval konden journalisten zich beroepen op het Europees verdrag voor de rechten van de mens", zegt Deltour.

Zo citeerde José Masschelin van Het Laatste Nieuws in 2002 uit het psychiatrisch verslag van Joop Schafthuizen, de vriend van schrijver Gerard Reve die verdacht werd van pedofilie. "De ouders van het slachtoffer hadden mij het onderzoeksdossier bezorgd omdat ze niet vertrouwden in de afloop", vertelt hij. "Ik heb de kosten van de kopieën betaald. Die mensen waren arm en het kwam toch neer op zo'n 300 euro."

Masschelin werd opgepakt na een klacht van de advocaat van Schafthuizen en zat drie dagen in de cel. Dat zorgde voor een hoop verontwaardiging. Vanuit de redactie in Kobbegem werden bussen ingelegd voor journalisten die gingen protesteren aan het gerechtshof in Gent, in de kranten werd luid geroepen dat het een schande was.

Masschelin werd later veroordeeld tot een boete van 2.500 euro waarvan de helft met uitstel. "Van justitie kun je de gekste dingen verwachten. Op mijn aanhoudingsmandaat stond dat ik een gevaar was voor de werking van de democratische rechtsstaat. En ik heb een tijdlang een strafblad gehad. Probeer zo maar eens naar de Verenigde Staten te reizen."

Jaren later dienden ook de advocaten van Kim De Gelder en cannabisboer Patrick Lagrou een klacht tegen hem in. "Maar ik ben telkens heel correct verhoord en stond na tien minuten weer buiten."

Stoete Ostendenoare

Af en toe probeert justitie het toch via een omweg. In 2007 noemde het parket van Brugge De Coninck de bendeleider en aanstoker van de Stoete Ostendenoare, een actiegroep die het Belgisch kolonialisme aanklaagde door onder meer de hand van het standbeeld van Leopold II af te zagen. De Coninck had reportages geschreven over de actiegroep en nam in hun plaats een prijs in ontvangst, met de belofte die eens door te geven. Maar toen justitie namen wilde, weigerde hij die te geven. "Die beschuldigingen hebben toch een jaar aangesleept. Maar mijn slaap heb ik er niet voor gelaten, het was vooral erg grappig."

Uiteindelijk werd De Coninck buiten vervolging gesteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234