Maandag 15/07/2019

'Als De Wever het belang van de Franse pers niet inziet, is hij een idioot'

Jean Quatremer, Brussel-correspondent van de Franse krant 'Libération', doet zelden iets zonder een knal. In zijn nieuwe boek 'Sexe, mensonges et médias' neemt hij de affaire-DSK in het vizier, de censuur in de Franse pers en Bart De Wever natuurlijk, 'mijn beste vijand'.

Quatremer spreekt en lacht met veel gedruis. Al 25 jaar woont hij in Brussel maar toch heeft hij nog die typische grande gueule waar Parijzenaars bekend om staan. "De zaak-DSK is voor mij niet meer dan een vertrekpunt om na te denken over onze journalistieke praktijken", begint hij. "Over de banden tussen reporters en politici. DSK is een echt symbooldossier."

Waarom is het symbolisch?

Quatremer: "Iedereen wist dat DSK een probleem met vrouwen had. Iedereen binnen de Franse politiek en mediatieke wereld vertelde anekdotes over de manier waarop DSK met vrouwen omging. Maar niemand durfde daarover te schrijven. Dat gold ook voor de gezondheidstoestand van François Mitterrand of voor zijn tweede familie met zijn geheime dochter Mazarine. Ook over het herseninfarct van Jacques Chirac van september 2005 wordt heel weinig geschreven, bijna niets. Meteen na het einde van zijn mandaat is hij naar de bodem gezakt. Nu kan men zich toch afvragen wie Frankrijk heeft bestuurd tussen september 2005 en mei 2007. Maar de pers onderzocht niets, alleen de Amerikaanse pers was verbaasd over het feit dat Chirac niet capabel was om iets te doen zonder spiekbriefjes. Er blijft een omerta daarover in onze pers."

Maar u heeft het taboe rond DSK en de vrouwen doorbroken.

"Ik kon niet anders. Ik ben al een kwarteeuw journalist maar ik had tot deze zaak nooit over Franse politiek geschreven. En de eerste keer dat ik dat toch moest doen, botste ik op censuur. Zelfs binnen mijn eigen krant, Libération. En dat was nieuw voor mij. Over Europa of België kan ik veel schrijven: dat doet er niet toe, maar als ik iets over Franse politiek wil schrijven, dan moet ik tegen censuur vechten.

"In juli 2007, toen DSK als algemeen directeur van de IMF werd gekozen, heb ik op mijn eigen website een portret van de man gepubliceerd. Daarin stonden een paar elementen, onder meer dat zijn omgang met vrouwen niet met de Amerikaanse zeden en gebruiken strookt. Dat zou hem in de VS in gevaar kunnen brengen, schreef ik toen al. Want iedereen wist dat zodra DSK een vrouw op het oog had, hij haar mordicus zou versieren en lastigvallen."

Hij was niet subtiel...

"Nee, veel meer dan dat, vrees ik. In mijn 25-jarige journalistieke carrière heb ik veel politici gezien en verschillende Franse presidenten meegemaakt, maar ik heb nooit eerder iemand gezien die zo kwalijk met vrouwen omging. Een portret van DSK schetsen zonder dat element zou een leugen geweest zijn. Dat is een beetje alsof je een portret van Michel Daerden zou schrijven zonder te melden dat hij altijd dronken is. Soit. Na dat portret van DSK heb ik veel problemen binnen mijn redactie gehad. Men zei dat ik een grens had overschreden.

"Er is toen een rondje 'Quatremer bashing' ingezet. Ik heb daar fel onder geleden. Je voelt je zo geïsoleerd in zulke omstandigheden. Ik vroeg me af waarom er zoveel haat was tegenover mij. Enkele maanden later brengt een interne bron binnen het IMF me op de hoogte van de Piroska Nagy-zaak. Mijn bron weet dat DSK een van zijn medewerksters bij het IMF heeft lastiggevallen. Bon, dat zou een echt schandaal kunnen worden. Ik werk aan het dossier en ga naar mijn hoofdredacteur Laurent Joffrin om toelating te vragen om het onderzoek in Washington te kunnen voortzetten."

Wat antwoordde hij?

"'No way. Dat is privé: we moeten ons daar niet mee bezig houden.' In september vertelt mijn bron dat het IMF zelf daarover een intern onderzoek gestart is. Ik stuur opnieuw verschillende e-mails naar mijn redactie, maar die blijven zonder antwoord. Dan zeg ik tegen mijn bron: geef het nieuws maar aan Engelse of Amerikaanse media. Op 18 oktober brengt de Wall Street Journal het verhaal op zijn eerste pagina. Wereldscoop. En ik vraag me tot de dag van vandaag af waarom een krant die 120.000 exemplaren verkoopt een verhaal weigert dat een krant die 1.5 miljoen exemplaren verkoopt, wel wil brengen. Zelfs daarna heeft Libération niet eens een artikel bij mij besteld over de zaak, terwijl de Wall Street Journal en de New York Times interviews met mij vroegen over mijn portret van 2007."

Waarom zoveel oppositie?

"Binnen mijn redactie zijn de journalisten zo diep vervuld van de idee dat men niet over het privéleven van politici kan schrijven dat het zeer moeilijk is om van gedacht te veranderen. Ik had die discrete regel gebroken. En we spreken dus over Libération hè, een krant die na mei '68 gesticht werd, met waarden als oppositie, strijden tegen de gevestigde sociale orde en kritiek op de machthebbers. We hebben die waarden verloren en we hebben de sociale normen en waarden van de meerderheid aanvaard. Zoals Georges Pompidou het destijds gewild heeft, schrijven of praten media niet over het privéleven van de politici. En daarom is de zaak-DSK zo symbolisch. Ik wilde vertellen hoe de pers vandaag nog altijd werkt."

Is dat typisch Frans? Die bescherming van de elite bestaat toch ook in België?

"In Frankrijk is de verwevenheid tussen journalisten en politici zelfs amoureus: ze trouwen met elkaar. In België bestaat iets anders. Ik ben verbaasd over het aantal oud-journalisten die woordvoerders van politieke partijen worden. Nog straffer: daarna kunnen ze gemakkelijk naar de journalistiek terugkeren, zelfs om te schrijven over de partij die ze vertegenwoordigden. Dat vind ik echt verbazend. Als die verwevenheid de journalistiek zou helpen om goede info te krijgen, dan zou de Belgische en de Franse pers de beste ter wereld zijn en de Amerikaanse de slechtste. In de praktijk brengen de Amerikanen meer scoops dan wij."

Er is toch niets mis met het feit dat journalisten informeel met hun bronnen afspreken?

"Het gaat niet over een lunch of vriendelijk zijn. Journalisten moeten alleen geen vrienden worden met mensen die ze moeten volgen, ze moeten niet samen slapen of naar de verjaardag van elkaars kinderen gaan. Ze moeten samen geen feestjes organiseren of met vakantie gaan. Die intieme banden tussen media en politici zijn een gevangenis. Want je zoekt uiteindelijk toch telkens een manier om niets tegen jouw bronnen te moeten schrijven. Journalistiek moet ver van deze gevangenis blijven - en liever botsen tegen de eigen bronnen.

"Het is onmogelijk een grens vast te leggen die eeuwig blijft liggen. Ik wil dat journalisten over hun eigen praktijken beginnen na te denken. Laten we wel wezen: het is zeker niet toevallig dat de journalistiek vandaag de dag maar matig geapprecieerd wordt door de mensen - maar net iets beter dan de politiek. Misschien is het tijd om onszelf wat meer in vraag te stellen. Het zijn misschien niet altijd de mensen die ongelijk hebben en de journalisten die gelijk hebben. Onze praktijken worden door mensen als schandalig ervaren. Ze weten dat journalisten niet altijd alles schrijven wat ze weten over politiek. "Neem nu Frankrijk: als de vier nationale kranten samen slechts 800.000 kranten verkopen in een land dat 63 miljoen inwoners telt, dan is dat een probleem. Dat betekent dat mensen menen dat kranten hen de waarheid niet meer vertellen. En dat ze de waarheid elders moeten zoeken, onder meer op internet. Als we daar niets aan doen, dan zullen we verdwijnen."

Was het vroeger dan allemaal zo veel beter?

"Vroeger was de journalistiek een kracht van het verzet. Ze had een geest van contestatie van de macht, die bijna genetisch was. Dat is allemaal veranderd, onder meer omdat de pers bijna helemaal door de staat gesubsidieerd is. De eigenaars van de kranten, de tycoons, zijn afhankelijk van overheidsbestellingen voor het overleven van hun groep. Kijk naar Lagardère of Bouygues. Daarnaast is er een soort van groeiende culturele en sociale homogeniteit tussen de journalistieke en de politieke wereld. De opleiding is bijna dezelfde, ze gaan naar dezelfde scholen. Journalisten gaan naar Sciences-Po (instituut voor politieke wetenschappen in Parijs, nvdr.) en journalistieke scholen, politici gaan naar Sciences-Po of ENA (Ecole nationale de l'administration). Men is het resultaat van zijn milieu. Op de redacties in Parijs is er bijna geen diversiteit, je ziet er alleen hoogopgeleide blanken."

Iets anders. U heeft het ook moeilijk met het nieuwe Vlaamse discours.

"Ik ben erg geschokt door het gedrag van Bart De Wever. Ik vind het schandalig dat hij weigert te spreken met Le Soir, Le Monde, Le Figaro of Libération. Alleen met La Libre Belgique wil hij spreken. Men zou beter zeggen: als u niet met alle kranten praat dan krijgt u nergens nog een interview. Het is niet aan De Wever om de journalist te kiezen, toch!"

Critici zeggen dat Jean Quatremer niets van Belgische politiek snapt.

"Ik kijk met een ander perspectief naar de Belgische politiek. En ik blijf diep pessimistisch over de toekomst van dit land. België kan niet gered worden als Vlaanderen het niet wil. Franstaligen geloven dat nu, met deze regering, alles wel weer in orde komt. Ze vergissen zich, denk ik."

Dat blijkt uit de peilingen: N-VA blijft groeien.

"Ja. En ik blijf me verbazen over de Franstaligen: hoe kunnen ze zo slecht de problemen inschatten? Ze geloven dat N-VA uit elkaar gaat vallen. Ze weigeren het feit onder ogen te zien dat dit land economisch en demografisch door Vlaanderen gedomineerd wordt. Als buitenlander in België heb ik er geen probleem mee om dat in te zien.

"N-VA is de enige oppositiepartij. O ja, en de groenen zijn er ook nog, maar wat stellen die voor als oppositiekracht in Vlaanderen? N-VA doet zich voor als een partij van 'echte' mensen die compromissen, in ruil voor ministeriële postjes, weigeren. En dat gebeurt in een land waarin politici bereid zijn om gelijk welk compromis te sluiten voor een job in de regering. Kijk eens goed naar die regering: twee jaar politieke crisis om uiteindelijk dezelfde ministers te krijgen: Onkelinx, Milquet, Wathelet, Reynders... Alleen de Vlamingen hebben enkele nieuwe namen durven sturen."

In Frankrijk is het ook steeds weer dezelfde elite die de posten verdeelt.

"O, ik ga zeker niet zeggen dat Frankrijk het beter doet. Er is een probleem met de vernieuwing van de politieke elite aan Franse en aan Franstalige kant, vind ik. Maar in België bereikt dat probleem stilaan een hallucinant niveau. Als ik naar het aantal 'zonen van' kijk, dan is het erg. Het lijkt wel alsof ook in een democratie politieke verantwoordelijkheid van vader op zoon doorgegeven wordt. Een schande."

Straks verwijt men u nog een bondgenoot van Bart De Wever te zijn.

"De Franstaligen steken hun hoofd in het zand. Dit land heeft geen traditie van politieke confrontatie. En dat heeft Bart De Wever toch veranderd. Hij is de enige die niet bang is voor de confrontatie. Voor mij is Bart De Wever een moderne politicus die de volledige politieke Belgische klasse ouderwets heeft gemaakt. Hij is een provocateur, een politicus à la française."

Een beetje zoals Nicolas Sarkozy in Frankrijk ?

"Precies. Ze hebben hetzelfde engagement, bijna dezelfde ideeën. Ik hou wel van dat type politicus: ik ben ook iemand die niet rond de pot draait. Ik zou er geen probleem mee hebben om samen met De Wever in debat te gaan. Maar in België kan zoiets niet, omdat men bang is van de politieke confrontatie. Terwijl je de zaken soms toch moet durven stellen zoals ze zijn. Men kan de ideeën van De Wever toch niet verengen tot zijn anti-Franstalig discours. Hij heeft ook een fiscaal, socio-economisch discours. Als Wallonië liberaal zou worden, dan zouden de moeilijkheden tussen het noorden en het zuiden van dit land waarschijnlijk verdwijnen. Een utopie, zolang er geen echte rechtse partij in Wallonië bestaat. In Wallonië heb je alleen politieke partijen die van extreem links naar links gaan. Soms doet Wallonië me een beetje aan Frankrijk denken, maar dan in slechte zin: verlamd door linkse partijen en vakbonden."

Iedereen ziet België barsten. Tot er een ramp gebeurt zoals het busdrama in Zwitserland. Dan wordt iedereen opnieuw Belg.

"Precies omdat Belgen niet meer aan politiek doen. Ze zijn liever het register van de emotie. In een land dat minder en minder van politiek houdt, hangt men meer aan emotie vast. Witte marsen zijn een Belgische specialiteit: na Dutroux, na Hans Van Themsche, na De Gelder.... Maar als je dan vraagt om je politiek te engageren, dan is er niemand. En ik kom terug op De Wever. Hij is de enige politicus die politiek opnieuw introduceert in het systeem. (bitter lachje) Ik begrijp niet waarom hij mij boycot."

Neem het niet persoonlijk. Voor hem zijn Franse media zijn niet belangrijk.

"Ach, ik word door zo veel mensen geboycot nu. Herman Van Rompuy heeft meer dan twee jaar niet tegen mij gesproken omdat ik had geschreven dat hij een 'flamingant met een menselijk gezicht' was. Maar De Wever onderschat het belang van de Franse pers. Sorry, maar wie behalve in Vlaanderen en in Nederland leest de media in het Nederlands? En nogmaals sorry, maar het Frans is een taal die nog ergens voor staat in de wereld. Als de New York Times of The Wall Street Journal iets over Vlaanderen willen schrijven, lezen ze eerst Le Soir. Als De Wever dat niet begrijpt, dan is hij een idioot."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden