Maandag 29/11/2021

Als de nacht zich aandient

Wij zijn slechts toeschouwers, we kunnen niets doen en alles lijkt een onaantastbare noodwendigheid te volgen

Roman van Haruki Murakami

Niet alleen is Haruki Murakami een schimmige schrijver die zich liever achter zijn boeken verbergt dan in de spotlights te treden, het duister, of toch minstens de schemer, blijkt ook in zijn nieuwe boek zijn favoriete achtergrond te zijn.

Haruki Murakami

After Dark

Oorspronkelijke titel: Afuta daku

Vertaald door Jacques Westerhoven

Atlas, Amsterdam, 218 p., 18,50 euro.

Bij Murakami is het leven een opeenstapeling van open vragen en zo hoort het ook, want zoals een van de hoofdpersonages in zijn nieuwe roman After Dark het zegt: "Ik ga er maar van uit dat er op deze wereld dingen zijn waar je maar beter geen weet van kunt hebben."

De jongeman die dit zegt heet Takahashi. Op een avond komt hij een coffeeshop binnen en treft daar Mari aan, een meisje dat hij twee jaar eerder ontmoette en aan wie hij gekoppeld werd omdat zijn vriend een oogje had op haar bloedmooie zus Eri. Takahashi haalt Mari weg uit het boek dat ze aan het lezen is en begint verwoed vragen te stellen over haar zus. Het meisje herinnert zich hem niet eens meer, zit wat verveeld met de "louter intellectuele interesse" die hij beweert te hebben voor Eri maar slaagt er niet in hem af te schepen met een paar smoezen. Hij is een volhouder en vertelt dus maar al te graag dat de muziekkoffer die hij over zijn schouder draagt een trombone bevat. Ooit hoorde hij het jazznummer Five Spot After Dark met daarin Curtis Fuller op de trombone en hij wist meteen dat dat zijn instrument zou worden: "Het noodlot had ons bij elkaar gebracht", zegt hij plechtig tegen Mari, wat natuurlijk net zo goed geldt voor het tweetal aan het tafeltje in die Japanse coffeeshop.

After Dark is het verhaal van een nacht, over hoe de tijd 's nachts anders verloopt dan overdag en over de tintelende dreigingen van het duister. Mari is een meisje van negentien dat om een niet genoemde reden die avond niet naar huis wil. Haar laatste trein is vertrokken en de eerste is nog lang niet onderweg. Ze wil de nacht al lezend doorbrengen in coffeeshops en cafés. Takahashi is een student van een paar jaar ouder. Hij is op weg naar een repetitie van de band waarin hij speelt, in de kelder van een flatgebouw, diep onder de grond waar ze niemand storen, waardoor ze tot de ochtend kunnen doorgaan. Wanneer hij haar achterlaat weigert hij zijn naam te noemen. Het enige wat hij haar wel wil geven, is zijn gsm-nummer, voor als ze iemand nodig zou hebben.

Maar het omgekeerde blijkt waar te zijn. Takahashi is nog niet lang de deur uit of er komt een rijzige, geblondeerde vrouw de zaak binnen. Ze stapt gedecideerd op Mari af en vraagt of zij even zou kunnen helpen. Van Takahashi heeft ze gehoord dat Mari Chinees spreekt en ze blijkt met een gewond Chinees meisje te zitten van wie ze geen woord verstaat. Mari gaat mee met Kaoru, zoals deze ex-catchster heet, wat Japans is voor 'madeliefje', recht de rosse buurt binnen en de trappen op van de Alphaville, wat men gemeenzaam een 'wipper' noemt, of een 'love hotel', alleen komt er geen liefde aan te pas en draait het louter om brute seks. Naast madeliefje maakt Mari daar ook kennis met 'tarwe' en 'krekel' - alleen dat laatste blijkt een pseudoniem te zijn, vertrouwt Murakami ons met een typisch staaltje van zijn soms absurde humor toe - waarna we met onze neus op de niet zo frisse feiten worden gedrukt. Een Chinese prostituee begon te menstrueren net voor de wip, waarop haar klant zo kwaad werd dat hij haar afroste, haar kleren nam en verdween. Onder het bloed zit het meisje in een hoek, en het is aan Mari om haar te kalmeren.

Murakami vertelt zijn verhaal op een heel filmische, afstandelijke wijze, als een film noir bijna, waarbij zijn beschrijvingen soms meer weg hebben van regieaanwijzingen bij een toneelstuk dan van fragmenten uit een roman. Wij zijn slechts toeschouwers, krijgen we een paar keer te horen, we kunnen niets doen en alles lijkt een onaantastbare noodwendigheid te volgen. "De drie vrouwen gaan het kantoor van het hotel binnen. Tegen de muren staan stapels kartonnen dozen. Een stalen bureau, een eenvoudig bankstel om gasten te ontvangen. Op het bureau staan een toetsenbord en LCD-scherm van een computer. Aan de muur hangen een kalender, een ingelijste kalligrafie van Mitsuo Aida, en een elektrische klok. Er is een draagbaar televisietoestel en een kleine ijskast met daarbovenop een magnetron. Het vertrek is bijna te klein voor drie personen."

Zo nu en dan verlaat Murakami Mari's verhaal om op haar zus in te zoomen. Die ligt te slapen in haar kamer terwijl haar tv op bijna magische wijze tot leven komt. We krijgen een kamer te zien waarin een man op een stoel zit. Hij zit voor zich uit te staren, met een masker op en het lijkt wel alsof hij door het scherm heen naar Eri kijkt. Wie hij is, wordt nooit duidelijk. Misschien is hij de aanrander van de Chinese prostituee wel, maar misschien is hij dat ook niet. Feit is dat hij heel wat later verdwenen is en dat Eri doorheen de tv gezogen lijkt en ontwaakt in de andere kamer.

Murakami is al meermaals verweten - onder meer door Nobelprijswinnaar Kenzaburo Oë - dat hij te veel in zijn eigen kafkaiaanse fantasieën verblijft en te weinig in de concrete Japanse maatschappij. En inderdaad, het is de man niet te doen om kritiek te leveren op wat er zoal mis gaat in het Japanse staatsbestel. Veel meer geïnteresseerd is hij in wat de uitvloeisels van dit staatsbestel of van de Japanse maatschappij in haar geheel met het individu doen. Murakami's boeken zijn dus niet wereldvreemd, ze gaan alleen over mensen en niet over politieke ideeën. De realiteit komt After Dark enerzijds binnen in de vorm van de Chinese prostituee die tot een kartel blijkt te behoren dat door de Chinese maffia wordt geleid, een amalgaam van schemerige organisaties die de traditionele yakuza laat verbleken tot een stel broekventen en de Japanse onderwereld steeds verder in haar greep krijgt. En er is meer. Hoe ongrijpbaar - ze leek in onze fantasie bijna tot levitatie over te gaan - Eri ook moge wezen, ook bij haar breekt de realiteit door en wel in de psychische kwaal waar ze volgens Mari aan lijkt te lijden: 'hikikomori', ofwel de terugtrekking van jongeren in hun eigen kamer, waarna ze voor de buitenwereld 'verdwijnen'. Eri, zo vertelt Mari tegen Takahashi, komt al twee maanden haar kamer niet meer uit. Het voedsel dat voor haar deur gezet wordt, verdwijnt wel en af en toe gaat ze midden in de nacht naar het toilet, maar voor de rest slaapt ze alleen maar, wat de jongeman ertoe verleidt in haar een slachtoffer van haar schoonheid te zien. Iedereen aanbad haar zo sterk dat ze niet meer wist wat er van haar verwacht werd in dit leven, waardoor ze haar gevoelens is gaan uiten door zichzelf te kwetsen.

After Dark is te lezen als Murakami's ode aan de nacht en is in die zin te vergelijken met Ali Smiths Hotel World. De nacht is een organisme bij deze schrijvers, dat iets anders en fascinerenders uit de mens naar boven brengt dan de dag. "Midden in de nacht verstrijkt de tijd op middernachtelijke manier", laat Murakami de kastelein van een nachtcafé zeggen en hij illustreert dat zelf door ieder nieuw hoofdstuk van een klok te voorzien. De tijd springt, zo blijkt. Sommige momenten zijn leeg, andere bevatten zoveel informatie dat ze wel twintig pagina's vragen om ze op papier te krijgen. De mens is duidelijk geen meester meer van zijn tijd tussen zonsondergang en dageraad. Hij verliest zich, begrijpt niet meer en ondergaat. Het kan een bedreiging lijken, maar wanneer op het einde van After Dark de zon weer opkomt heb je toch vooral een gevoel van verlies. De saaiheid neigt, zo besef je. "Als puntje bij paaltje komt, heeft alles zich afgespeeld in een soort diepe spleet, op een plaats waar we niet bij konden. Tussen middernacht en het eerste ochtendgloren opent die plaats ergens stilletjes zijn pikzwarte deur. Het is een plaats waar onze logica niet de minste invloed heeft." After Dark is dus niet alleen een boeiende roman over liefde, aanhankelijkheid, eenzaamheid en verlangen, het is ook een uitnodiging en een bevel: ga vannacht de stad in, dompel je onder in zijn irrationaliteit en ervaar wat het betekent om mens te zijn.

Marnix Verplancke

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234