Zondag 05/02/2023

'Als de computer ons een hand

Regisseur Ash Brannon over de digitale animatiefilm 'Toy Story 2'

geeft, vragen wij een arm'

In de grappige en grafisch indrukwekkende sequel Toy Story 2 wordt cowboypop Woody door een verzamelaar gekidnapt - wat meteen het neologisme toynapping oplevert - met de bedoeling hem aan een speelgoedmuseum in Japan te verkopen. Woody blijkt namelijk, zonder dat hij dat wist, een kostbaar verzamelobject te zijn, aangezien hij een soort merchandising-resultaat is van de in de jaren vijftig erg populaire tv-show Woody's Roundup. Onder leiding van ruimteheld Buzz Lightyear zullen Woody's vrienden (zoals Mr. Potato Head, Slinky Dog, de dino Rex en het varkensspaarpotje Hamm) alles in het werk stellen om hun cowboyheld vrij te krijgen. Maar heeft Woody wel zin om terug te keren?

Het is al van eind '95, begin '96 geleden dat Toy Story, de volledig digitale animatiefilm van de Pixar Animation Studios, op het bioscooppubliek werd losgelaten. Regisseur John Lasseter hield daar toen een Special Achievement Academy Award aan over, terwijl de film zelf genomineerd werd in de Oscar-categorie voor het beste scenario, meteen een primeur voor het animatiefilmgenre. Sindsdien leverden Lasseter en Pixar ook nog de lange animatiefilm A Bug's Life af.

Gelet op het enorme succes van de eerste Toy Story lijkt het een beetje vreemd dat de sequel zo lang op zich liet wachten. Daarbij komt dat de digitale technologie zichzelf voorbij lijkt te rennen bij het ontwikkelen van steeds meer gesofisticeerde, krachtigere en dus snellere computers, zodat men als leek zou denken dat ook de animatiefilms steeds minder productietijd nodig hebben. Verkeerd gedacht, zo blijkt. "Alles bij elkaar hebben we drieëneenhalf jaar aan Toy Story 2 gewerkt. Dat betekent dus dat er zelfs sprake was van overlapping met de vorige Pixar-productie A Bug's Life," legt Ash Brannon uit. Hij mag zich samen met Lee Unkrich coregisseur noemen van deze film, die net als Toy Story en A Bug's Life door John Lasseter geregisseerd werd. "We hebben zo snel als we konden aan deze vervolgfilm gewerkt, want bij Disney wilde men dat het publiek nog steeds vertrouwd zou zijn met de Toy Story-personages op het moment dat de tweede film in de zalen kwam. De technologie helpt natuurlijk enorm, maar naarmate de computers sneller worden, worden wij als animatoren automatisch veeleisender. We maken het de computers steeds moeilijker. Bij A Bug's Life wilden we dat de computer ons hielp bij het maken van bomen waarvan elk blad kon ritselen in de wind en van een weide waarin elk grassprietje kon bewegen. In Toy Story 2 is de hond Buster veel nauwkeuriger en grondiger uitgewerkt dan de kwade hond Scud in de eerste film. Die had zowat zes haartjes, denk ik, terwijl Buster nu maar liefst vier miljoen haartjes heeft. Maar zelfs als de computers tien keer sneller worden, dan nog zullen we zaken vragen die veertig keer moeilijker zijn."

Dus als de computer je een hand geeft, wil je een arm? "Precies! Maar los van al die technologie mag je niet vergeten dat er zo lang aan deze films gewerkt wordt om het verhaal en de personages juist te krijgen. En daarbij krijg je dus geen enkele hulp van de computer."

Computers zijn inderdaad nog niet in staat om cinefiele knipoogjes en inside jokes in een scenario te verzinnen. Zoals in de scène waarin cowboy Woody getoynapt wordt en plots een wit pluimpje naar beneden komt gedwarreld. Als men weet dat de stem van Woody door Tom Hanks wordt ingesproken, dan moet dit wel een verwijzing zijn naar de film Forrest Gump? "Dat lijkt alleen maar zo," glimlacht regisseur Brannon. "Het veertje is een spoor dat nagelaten wordt om achter de identiteit van de kidnapper te komen, want die loopt geregeld rond in een kippenpakje." En hoe zit het dan met de dialoog tijdens het gevecht tussen ruimteheld Buzz Lightyear en de boosaardige heerser Zurg, met zinnen als: "Jij hebt mijn vader gedood!" en "Maar ik ben je vader!" Dat is toch... "Absoluut, een hommage aan Star Wars," lacht hij.

Bij het publiek heerst de indruk dat met Toy Story 2 een nieuwe Disney-film in de zalen komt. Dat klopt niet helemaal.De Toy Story-films en ook A Bug's Life werden gemaakt door de relatief kleine Pixar Animation Studios, waarna het reusachtige Disney-bedrijf de marketing en distributie in handen heeft genomen.

"Onze verstandhouding is uitstekend," benadrukt Pixar-regisseur Ash Brannon. "Maar het is goed eraan te herinneren dat Disney en Pixar twee onafhankelijke firma's zijn. Wij maken de films, van begin tot einde, en Disney beperkt zich tot het volgen van de scenario-ontwikkeling en het geven van aanmerkingen. We houden rekening met hun notities, maar we lossen onze verhaalproblemen altijd zelf op. Wat Disney uitstekend doet en waarvoor wij bij Pixar helemaal niet uitgerust zijn, is het distribueren van onze films. Wat Pixar niet, of nog niet, heeft en Disney wél, is die gigantische naambekendheid. Als men ergens 'Disney' ziet staan, zegt dat meteen erg veel over de kwaliteit van het product. Sinds de eerste Toy Story zijn er wel nieuwe onderhandelingen geweest, zodat onze naam nu naast die van Disney staat. Ik zal je trouwens een geheimpje verklappen. Als je goed oplet, kun je in de eerste Toy Story op de achterkant van Buzz Lightyear de woorden 'Copyright Disney' zien staan. Wel, in deze sequel staat er 'Disney/Pixar'."

Er lopen ook enkele mensen in de film rond, zoals het jongetje Andy en zijn moeder. Alhoewel elk personage, elk decor, elk rekwisiet in Toy Story 2 alleen maar bestaat bij gratie van de digitale illusie, zijn het net de menselijke personages die er in deze virtuele context een beetje 'onecht' uitzien.

"De menselijke personages, die we in de eerste film voornamelijk via hun voeten of hun handen lieten zien, hebben in deze sequel iets meer screentime, maar dat heeft vooral te maken met het nieuwe personage van Al, de kidnapper. Die moest dus wel regelmatig in beeld komen en we zijn nogal tevreden over zijn fysieke verschijning. Er is een duidelijke verbetering, bijvoorbeeld wat zijn haar en zijn huid betreft. We waren dus niet bang om hem wat meer te laten zien. Maar wat het Andy en zijn moeder betreft stonden we voor een moeilijke keuze. Sinds de eerste Toy Story hebben we zoveel technologische vooruitgang geboekt dat we ook die personages er beter konden laten uitzien, maar bij hen hebben we de verbeteringen bewust beperkt gehouden en ons voornamelijk gehouden aan hun oorspronkelijke design, zodat het publiek hen makkelijk zou herkennen, zoals zij zich Andy en Mom van vier jaar geleden herinnerden. Met het nieuwe personage van kidnapper Al konden we een stapje verder gaan."

Nieuw is ook de aanwezigheid van de Barbie-popjes."We wilden Barbie al voor de eerste Toy Story-film, maar we leefden toen nog in een andere wereld," glimlacht Brannon. "Pixar was toen nog een onbekende firma en Mattel Toys, de producent van de Barbie-poppen, had nog nooit van ons gehoord. Toen wij vroegen of we hun beroemdste stukje speelgoed mochten gebruiken in onze film, zeiden ze dus natuurlijk neen. Maar toen ze Toy Story zagen, beseften ze dat ze zich vergist hadden. Mattel Toys heeft ons niét zelf gevraagd of hun poppen in de sequel aanwezig konden zijn, maar aangezien wij in het scenario een goede plaats voor Barbie gevonden hadden, hebben wij het hen opnieuw gevraagd. En nu was de reactie: 'Yes, please!' De samenwerking is ook uitstekend verlopen. Ze waren heel erg hands off, ze vertrouwden ons duidelijk."

Wat het scenario van Toy Story 2 zo leuk maakt, is onder meer dat het merchandisingfenomeen al volop in het verhaal verweven zit. Er is bijvoorbeeld het bezoek aan dat speelgoedmagazijn, waar honderden Buzz Lightyear-poppen liggen opgestapeld. En er is vooral de ontdekking van cowboy Woody dat hij in de jaren vijftig een erg beroemde televisiefiguur is geweest en dat die populariteit toen ook al aanleiding gaf tot alle mogelijke en onmogelijke merchandisingspulletjes. Ook de vraag of speelgoed eigenlijk wel bedoeld is om te verzamelen en uiteindelijk misschien zelfs als een collector's item in een of ander museum terecht te komen, achter glas en ver verwijderd van speelgrage kinderhandjes, zit subtiel in het verhaal verweven.

Allemaal erg leuk maar ook ambivalent, want op die manier wordt voedsel gegeven aan de kritiek dat dergelijke tekenfilms niet veel meer zijn dan een gigantisch alibi om miljoenen speeltjes te verkopen aan makkelijk beïnvloedbare kindertjes.

"Ik begrijp die kritiek volkomen," knikt Brannon. "Maar wij maken deze films gewoon omdat we als kinderen zoveel van die magische speelgoedwereld hielden. We leven nu eenmaal in het computertijdperk en dat geeft ons de perfecte mogelijkheid om een geloofwaardige wereld te creëren waarin we dat speelgoed tot leven kunnen wekken. Voor ons is dát de reden waarom wij het gedaan hebben. Ik wil ook benadrukken dat al het bestaande speelgoed dat in de Toy Story-films een rol speelt, zoals Mr. Potato Head en Barbie, niet gebruikt wordt als product placement. Men heeft ons niet betaald om dat speelgoed een plaatsje te geven in de film; we hebben het gekozen omdat we er als kinderen zelf van hielden en omdat we dachten dat het leuk zou zijn om het een bepaalde persoonlijkheid te geven. Maar ik besef natuurlijk ook wel dat de merchandising rond deze film immens is. Men doet dat trouwens bij alle mogelijke tekenfilms. Men maakt zelfs popjes van Tarzan, en die was oorspronkelijk toch geen stukje speelgoed.

"Er is inderdaad, zeker in Amerika, sprake van een soort verzamelgekte. Enkele jaren geleden was er bijvoorbeeld de rage van de zogenaamde beanie babies, die zelfs door erg jonge kinderen verzameld werden en vervolgens ergens op een rek terechtkwamen. Van spelen met die bonenpoppen was absoluut geen sprake. We hebben die verzamelwoede trouwens gebruikt bij het ontwikkelen van het scenario, waarbij we dat fenomeen bekeken vanuit het standpunt van zo'n stukje speelgoed. Hoe zou het zijn om altijd op zo'n rek te zitten zonder dat er met jou gespeeld wordt, zonder dat je ooit geknuffeld wordt? Welk gevoel zou je krijgen bij het besef dat men alleen maar om je geeft vanwege je commerciële waarde? Dat was dus het vertrekpunt voor het verhaal. Wat indien Woody de kans zou krijgen om zo'n collector's item te worden? Wat indien hij zich niet meer hoefde af te vragen of zijn vriendje Andy ooit te groot zou worden om nog met hem te spelen? Wat indien er altijd goed voor hem gezorgd zou worden, bijvoorbeeld in zo'n museum?

"Zelf hebben we erg veel plezier beleefd aan het verzinnen van die zogenaamde merchandising uit de jaren vijftig. Er is ook hard gewerkt aan het uitzicht: het moest er soms een beetje gedeukt en verkleurd uitzien. Om ideeën op te doen hebben we allerlei oude catalogi van speelgoed uit de tijd bestudeerd. Daar waren prachtige stukken bij, met een erg mooi design. Volgens mij kwam dat onder meer omdat dat oude speelgoed nog veel ruimte liet voor de fantasie. Het moderne speelgoed doet alles zelf: reageren, praten, bewegen. Het lijkt wel alsof het kind geen eigen verbeelding meer nodig heeft. Indertijd had spelplezier blijkbaar meer te maken met wat je zelf met dat speelgoed deed."

PS: Net als A Bug's Life wordt ook Toy Story 2 tijdens de aftiteling afgesloten met een bijzonder grappige reeks bloopers. Blijven kijken dus, al zal niemand op die manier oog hebben voor de namen van de talrijke medewerkers aan deze uitstekende Pixar-productie.

TITEL: Toy Story 2. REGIE: John Lasseter, Lee Unkrich en Ash Brannon. SCENARIO: Andrew Stanton, Rita Hsiao, Doug Chamberlin en Chris Webb. FOTOGRAFIE: Sharon Calahan. MUZIEK: Randy Newman. PRODUCTIE: Pixar Animation Studios voor Walt Disney Pictures. Met de stemmen van Tom Hanks, Tim Allen, Joan Cusack, Kelsey Grammar, Don Rickles, Wallace Shawn, John Ratzenberger, e.a. VS, 1999, kleur, 95 min. Gedistribueerd door Buena Vista International.

Het zijn net de menselijke personages die er in deze virtuele context een beetje 'onecht' uitzien

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234