Maandag 28/11/2022

Als de ballen niet komen, blijft de eenzame spits vergeefs lopen

In de Premier League was hij al de beste speler, maar op een groot kampioenschap kon Robin van Persie nog nooit uitblinken. Daarom hoopt de aanvaller van Oranje in Polen en Oekraïne op de passes die hij in Zuid-Afrika niet kreeg. Alleen, Wesley Sneijder en Arjen Robben staan op het veld niet meteen bekend om hun generositeit. Henk Spaan

k leerde Robin van Persie kennen bij hem thuis in de oude Rotterdamse wijk Jaffa. Robin was toen negentien, hij woonde bij zijn vader, de kunstenaar Bob van Persie. Aan de muur van de woonkamer hingen een paar collages van vader Bob van het Feyenoordstadion, de club waar Robin toen voor speelde. Aan de muur en het plafond van de slaapkamer van de jongen hingen voetbalshirts, vooral verzameld op buitenlandse toernooien.

Robin toonde me zijn kleine verzameling memorabilia van Diego Maradona, waaronder alle video's waarop hij de hand had kunnen leggen. In de film van acht minuten die ik maakte, praatten we over zijn ploeggenoten bij Nederland min-negentien: Rafael van der Vaart, Johnny Heitinga, Nigel de Jong, Arjen Robben en Wesley Sneijder. Hoe aardig het niet zou zijn om met hen ooit in het 'grote' Hollandse team te spelen. Acht jaar later, in 2010, stonden ze alle zes in de finale van de wereldbeker tegen Spanje.

In de jaren na onze kennismaking heb ik contact gehouden met die open jongen, die zo gretig leek om bij te leren. Hij is uitgegroeid van een grillige, enigszins humeurige adolescent tot een verbaal sterke, volwassen gezinsman, een van de weinige voetballers die ik ken die in staat zijn tot zelfbespiegeling en zelfkritiek. Hij behoort ook tot de kleine minderheid van professionele voetballers die de rekening vragen op restaurant.

Op een kruispunt

Gisteren ging het Europees kampioenschap voetbal in Oekraïne en Polen van start. De 28-jarige Van Persie bevindt zich op een kruispunt in zijn carrière, zowel als international als op clubniveau. Zal Nederland erin slagen aan te knopen met zijn traditioneel aanvallend voetbal, dat ooit de wereld in vervoering bracht? De ploeg stond weliswaar in de finale van de wereldbeker in 2010, maar vele Nederlandse supporters misten flair in het spel. En zal zijn club, Arsenal, genoeg doen om hem in Londen te houden, een beslissing die niets te maken heeft met zijn salaris?

Ook al is hij de beste onder zijn gelijken - Van Persie was Voetballer van het Jaar in Engeland (althans volgens spelers en journalisten, de officiële prijs ging naar Vincent Kompany) - toch kan hij het talent van anderen bewonderen. In 2011 interviewde ik hem opnieuw voor de Nederlandse televisie. Dit zei hij over Dennis Bergkamp, zijn landgenoot die destijds het genie van Arsenal was toen Van Persie in 2004 overkwam naar de Londense club: "Ik had zo'n gigantisch respect voor die man. Ik zat naast hem in de kleedkamer. Hij had nummer tien, ik nummer elf, en dus zat ik elke dag naast mijn idool. Ik zag ooit een training van hem die voor mij bewees dat die man buitengewoon was. Ik was al klaar en zat in het bubbelbad te kijken naar zijn training. Het was een passeertraining. In die 45 minuten gaf hij geen enkele slechte pass. Hij maakte gewoon geen fouten, alles was 100 procent, het maximum. Passeren is heel moeilijk, de bal aannemen en meteen terugkaatsen - zo mooi. Ik vond het kunst. Op die manier gaf hij de antwoorden waarnaar ik op zoek was. Zijn gedrevenheid en concentratie openden mijn ogen. Vanaf die dag wist ik dat ik nog een lange weg af te leggen had als ik dat niveau wilde bereiken. Vanaf die dag heb ik elke oefening tegen 100 procent gedaan. Omdat ik wilde zijn zoals Bergkamp."

Van Persie uit die enorme ambitie met het accent van de Nederlandse straat, een mengeling van Marokkaans, Caribisch-Nederlands en authentiek Rotterdams. Hij praat met generositeit en concentratie, waardoor het een genot is hem te interviewen. Hij straalt de immense ambitie van de topatleet uit. Hij moet gewoon winnen. Voor het Nederlandse magazine Hard Gras vertelde hij me: "Ik heb een pingpongtafel thuis. Iedereen die bij me op bezoek komt moet een set tegen me spelen. Ik heb besloten dat ik er geen enkele wil verliezen. Ik mep ze gewoon weg."

En omdat hij absoluut moet winnen, wordt dat ook het probleem van Arsenal. Het moet Van Persie ervan overtuigen dat zijn enorme ambitie samenvalt met die van de club. Wil Arsenal Engels kampioen worden? Wil het echt de Champions League winnen? Van Persie wil dat, en als hij zijn eigen gedrevenheid niet herkent in die van de club, dan gaat hij elders naartoe, hoezeer hij en zijn gezin het ook naar hun zin hebben in het dorpachtige Hampstead, hoe graag hij ook uit eten gaat in een van de buurtrestaurants met zijn vriend bij Arsenal Thomas Vermaelen.

De laatste aankopen van Arsenal overtuigden niet. Andrei Arsjavin was duur, inefficiënt en onpopulair in de kleedkamer, Marouane Chamakh een vergissing, Gervinho ongeschikt voor de Premier League. En het feit dat manager Arsène Wenger de jonge middenvelder Aaron Ramsey, met zijn gebrekkige kijk op het spel en zijn povere statistieken (amper twee goals en vier assists in het hele seizoen) zo in bescherming neemt, helpt ook niet echt.

Positief is dan weer dat Wenger spelmaker Mikel Arteta kocht, die in zes maanden is uitgeroeid tot een echte Arsenalspeler en de draaischijf van het passeerspel op het middenveld. Overigens had Arsenal in plaats van Ramsey Van Persies landgenoot Van der Vaart in het middenveld kunnen uitspelen. "Wil je bij ons komen spelen?", had Van Persie hem gevraagd. Van der Vaart, die toen uit de gunst was gevallen bij Real Madrid, geloofde zijn oren niet. Maar Robin was ernstig. Met Van der Vaart links op het middenveld zou hij precies weten waar en wanneer hij de bal moest verwachten. Jammer genoeg geloofde Wenger niet in Van der Vaart, ook al had hij hem maar 8 miljoen pond gekost, een habbekrats vergeleken met de 15 miljoen voor Arsjavin.

Van Persie sprak bij herhaling zijn bewondering uit voor zijn ploeggenoten Arteta, Alexandre Song en Theo Walcott. Maar hij mist nog altijd de vroegere spelmaker Cesc Fabregas, die sinds hij naar Barcelona verhuisde nooit meer zijn oude vorm te pakken kreeg. Van Persie noemt de assists van Fabregas 'kunst'. Hij spreekt lyrisch over de frequentie waarmee Fabregas een aanvaller alleen voor de doelman kon brengen. Meestal was die aanvaller Van Persie.

"Cesc is eigenlijk traag", vertelde hij me. "Hij was een van de traagsten van ons. En toch was hij de snelste van ons allemaal. Hij denkt altijd twee seconden voorop. Soms dacht ik: 'Waarom neemt de tegenstander de bal niet af?' Maar dan deed hij plotseling een schijnbeweging. Op training liep ik ooit drie, vier meter achter hem. Ik haalde hem in en dacht: nu heb ik je. Maar met de tip van zijn schoen geeft hij een klein passje voor een één-twee. Dat geeft hem opnieuw anderhalve meter. Ik haal hem opnieuw in, wil de bal afnemen, maar plotseling draait hij weg met een schijnbeweging. Zo irritant! Wij aanvallers mochten altijd een diepe bal van hem verwachten. De meeste middenvelders kijken eerst opzij en dan misschien naar voren. Cesc keek altijd eerst naar voren."

Fabregas wordt nog altijd gemist. Je mag niet nog eens een seizoen zoals dit verwachten waarin Van Persie dertig doelpunten maakt zonder spelmaker om hem aan te spelen. In maart 2011 ging ik hem opnieuw interviewen in Londen voor een Nederlandse tv-documentaire. Toen we in een hotel in Covent Garden naar een selectie van zijn mooiste goals aan het kijken waren, vertelde hij me dat de spelmaker van een ploeg een soort eenheid moet vormen met de aanvaller.

Arsenal beseft dat Van Persie dat vindt. Niet voor niets ging Gilles Grimandi, de scout van Arsenal, onlangs Younès Belhanda bekijken, de Marokkaanse spelmaker van Montpellier. Niet voor niets werden spelmakers zoals Eden Hazard en Yoann Gourcuff zo vaak in verband gebracht met Arsenal. Maar kunnen ze de leegte opvullen die Fabregas achterliet? De enige manier waarop Van Persie de spelmaker kan vinden waarnaar hij verlangt, is de kleine Spanjaard naar Barcelona volgen.

Conservatieve bondscoach

Als de passes niet komen, dan kan een aanvaller zoals Van Persie twaalf kilometer lopen tijdens een wedstrijd en de bal niet meer dan vijf keer raken. Dat is een van de problemen van Nederland. Het resultaten-eerst-contingent van het Hollandse legioen mocht de finalisten van de wereldbeker dan enthousiast toejuichen langs de Amsterdamse kanalen, de bewonderaars van de zogenaamde Hollandse School van het aanvallende voetbal waren ontzet door het ruwe spel dat ze gezien hadden van Nederland tijdens de campagne.

Een aanvaller hangt af van de aanvoer en in de wereldbeker van 2010 was Van Persie vooral afhankelijk van Arjen Robben en Wesley Sneijder. Als we Van Persie omschrijven als genereus, dan is het tegenovergestelde waar voor deze twee wereldklassespelers. Robben deelt de bal niet graag, wat hem de toorn van zijn ploegmakkers bij Bayern opleverde. Franck Ribéry bezorgde Robben onlangs een blauw oog bij een ruzie over wie een vrije trap zou nemen. In juni 2011 werd Van Persie gewisseld tijdens een wedstrijd tegen Brazilië. Anders dan we van hem gewoon zijn, verdween hij zonder een woord te zeggen naar de kleedkamer: Robben had hem straal genegeerd toen hij volledig ongedekt voor doel stond. Achteraf zei Van Persie: "Ik had niet mogen weglopen. Dat was fout. Maar ik zie het voetbal gewoon anders dan Robben."

Hetzelfde probleem heeft hij met Sneijder. Van Persie is afhankelijk van zijn passes, maar Sneijder kijkt altijd eerst naar zijn eigen kansen. Hij scoorde vijf keer tijdens de wereldbeker, Van Persie maar één keer. "Hoe moeilijk ik het ook vind om te aanvaarden: ik was niet in topvorm", zei hij.

We keken naar beelden van de Fabregasachtige pass die Mark van Bommel gaf tegen Japan. "Kijk, tegen Wigan nam ik exact dezelfde bal van Fabregas recht op de schoen - en die bal van Mark springt van mijn voet weg. Maar nogmaals: tijdens de hele wereldbeker werd ik maar vier à vijf keer alleen voor de doelman gezet. Cesc deed dat vier à vijf keer per wedstrijd."

Structureel is er weinig veranderd aan de Nederlandse ploeg in de twee jaren na de wereldbeker, en dat baart zorgen net voor het Europees kampioenschap. Aangezien de Nederlandse bondscoach Bert van Marwijk nogal conservatief is, zullen er wellicht geen grote wijzigingen komen in de ploegopstelling. Als Dirk Kuyt opnieuw de voorkeur krijgt op de vaardige Barcelonaspeler Ibrahim Afellay, dan zal Van der Vaart de bank moeten houden en zal het egoïsme van Sneijder en Robben vrij spel krijgen van de staf. En zal de Hollandse School opnieuw afwezig zijn.

Nu het zomertransferseizoen eraan komt, zal Van Persie ook moeten praten met de club die hem niet wil laten gaan - een team dat hem na eerdere onsuccesvolle onderhandelingen op 17 mei angstvallig verbiedt met de pers te praten, ook de Nederlandse. Ondertussen blijft Van Persie leven voor het spelletje. Hij vertelde me: "Weet je wat zo mooi is aan voetbal? Als je traint, zie je zo snel vooruitgang. Na de training was ik altijd bezig met (zijn vorige ploegmaat Mathieu, red.) Flamini. We vuren keihard passes op elkaar af - alsof we een kogel moeten bedwingen. Ik vind dat zo sexy."

Tegenwoordig houdt hij zich bezig met Walcott, de vleugelaanvaller van Arsenal die veel te weinig scoort naarmate zijn ongelofelijke snelheid hem zo vaak alleen voor de goal brengt. Na de formele training passeert Van Persie naar hem 20 à 30 meter van de goal. Walcott moet spurten, kijken wat de doelman doet, concentreren en afronden. Ik herinner me een goal tegen Aston Villa niet zo lang geleden die wel eens het gevolg geweest kan zijn van dat extra werk.

Het aardige aan Van Persie is dat hij ondanks het genadeloze dat zijn vak hem leert, de jongen is gebleven die vroeger dribbelde in de straatjes en op de pleintjes van het oude Rotterdam. "Als jonge knaap liep ik altijd in trainingspak rond. Ik ging winkelen met de bal, ik ging naar school met de bal, ik deed alles met de bal", zei hij. "Ook als ik iemand ging opzoeken. Andere jongens namen de tram. Ik deed mijn trainingspak aan, greep de bal, en vertrok al dribbelend. Het schiet ook een stuk beter op, want je bent iets aan het doen. Je ziet iemand op de stoep wandelen, en je denkt: 'Hey, een tegenstander', maar dan ben je hem al voorbij. Je bent constant die bal aan het controleren.

"Als je ooit naar de wijk Kralingen in Rotterdam gaat, vraag daar dan eens hoe ik er naar de winkel ging. Ik maakte die kruidenier daar, een hindoe, compleet gek. Zelfs in de winkel jongleerde ik met de bal, op de voet, de knie. Als iemand voorbij kwam, speelde ik hem tussen de benen. Terugblikkend lijkt het misschien wat extreem. Maar eigenlijk ben ik nog altijd een beetje zo. Grappig, nee?"

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234