Zaterdag 23/10/2021

InterviewLudivine Dedonder

‘Als andere naties over kernwapens beschikken, moeten wij ze ook kunnen inzetten. Anders zijn we in gevaar’

Ludivine Dedonder: ‘De toestand in Afghanistan baart me grote zorgen voor de achter­blijvers. Daar denk ik bijna ieder uur aan. Maar we laten onze mensen niet in de steek.’ Beeld Saskia Vanderstichele
Ludivine Dedonder: ‘De toestand in Afghanistan baart me grote zorgen voor de achter­blijvers. Daar denk ik bijna ieder uur aan. Maar we laten onze mensen niet in de steek.’Beeld Saskia Vanderstichele

Ludivine Dedonder (PS) heeft een vuurdoop gehad als minister van Defensie. Eerst ging het helemaal fout bij een schietoefening in Brecht, daarna plunderde Jürgen Conings het munitiedepot in Leopoldsburg, nog later stonden de Ardennen onder water, en uiteindelijk moesten honderden mensen in Kaboel uit de handen van de oproerige taliban worden gered. Tussendoor genoot de minister van een korte vakantie in Griekenland. Helaas, toen stond de Peloponnesos in de fik.

Mevrouw Dedonder, u bent de eerste vrouw op het departement Defensie. Waarom heeft het zo lang geduurd?

“In Duitsland, Frankrijk en Nederland had je al langer vrouwelijke ministers van Defensie. Het was tijd dat het ook in ons land gebeurde.”

Is het ook het ministerie van Machismo?

“In alle geledingen van de samenleving tref je nog te veel machismo en racisme aan. Dat is betreurenswaardig, maar daar heb ik me nooit door laten tegenhouden. Het leven heeft me geleerd sterk te zijn.”

“De afgelopen decennia is zwaar bespaard op Defensie: de uitdagingen zijn groot. U kent het gezegde: ‘De honden blaffen, de karavaan trekt voort.’ Ik heb geen tijd voor machismo.”

In de Kamercommissie Defensie zitten met Theo Francken (N-VA), Denis Ducarme (MR), Hendrik Bogaert (CD&V) en André Flahaut (PS) prominente vertegenwoordigers van de testosteronbrigade.

“Defensie is een mannelijk departement, maar daar komt langzaam verandering in. Almaar meer vrouwen zijn bij het leger aan de slag.”

Op dit moment gaat het om 9 procent.

“Als je alleen de militairen meerekent, ja. Met de burgers erbij kom je uit op 11 procent. Dat blijft erg weinig. En in de Kamercommissie Defensie zit je met dezelfde verhoudingen.”

Was u gelukkig met uw eerste ministerpost?

“Ik was vooral verrast dat Paul Magnette, mijn partijvoorzitter, deze post voor mij in petto had. Ik heb er hartelijk om moeten lachen, maar ik heb al zovéél dingen gedaan. Dit kon er nog wel bij.”

U bent zelfs journaliste geweest.

“En later, als schepen in Doornik, heb ik totaal verschillende bevoegdheden gehad. Defensie was een nieuw beleidsdomein voor me, maar ik ben er met plezier aan begonnen. Ik ben polyvalent.”

Is Defensie een PS-departement?

“Hoe bedoelt u?”

Het deelt veel nieuwe jobs uit.

“We moeten inderdaad weer in mensen investeren en rekruteren. Het personeel is bij de investeringen van de afgelopen jaren stelselmatig overgeslagen.”

Het gaat om 10.000 mensen in 4 jaar tijd.

“Precies: 2.500 banen per jaar. Voor dit jaar hebben zich 8.300 mensen aangeboden. Dat is du jamais vu, het resultaat van een grote wervingscampagne.”

Op 1 april schakelde u zelfs Mehdi Carcela in, voetballer bij Standard Luik.

“Ik hou van voetbal. En Mehdi wilde het spel meespelen: hij ontkende het fake news niet dat hij zich als nieuwe rekruut had aangemeld. Al lachend probeer ik mijn doel te bereiken.”

‘Ik was verrast dat Paul Magnette Defensie voor mij in petto had. Ik heb er hartelijk om moeten lachen. Maar ik ben polyvalent. Ik ben er met plezier aan begonnen.’ Beeld Saskia Vanderstichele
‘Ik was verrast dat Paul Magnette Defensie voor mij in petto had. Ik heb er hartelijk om moeten lachen. Maar ik ben polyvalent. Ik ben er met plezier aan begonnen.’Beeld Saskia Vanderstichele

Carcela is een Marokkaanse Belg, maar divers kun je het leger niet noemen: er zijn nog altijd weinig rekruten met buitenlandse roots.

“Ik geloof niet in quota. Zo werkt het niet. Ik wil mensen zin geven om hier te komen werken. Sinds ik op deze post zit, krijgen we ook meer kandidaturen van vrouwen en mensen van buitenlandse origine binnen: ze voelen dat ze welkom zijn. Maar in het leger zelf moet ook een omslag plaatsvinden, waarbij ruimte ontstaat voor iedereen. Het leger dat ik voor ogen heb, is een spiegel van de huidige samenleving.”

“Ik wil ook een nieuw soort kazernes laten bouwen, wat ik noem: ‘kwartieren van de toekomst’, halfopen en gericht op de samenleving. Eén in Henegouwen en één in Oost-Vlaanderen.”

Charleroi en Ursel?

“Charleroi is zeker, Ursel nog niet. Het leger is ondervertegenwoordigd in Henegouwen, daar moesten we dringend wat aan doen. Er zijn ook nog te veel werklozen in Henegouwen: 80.000 volgens precoronastatistieken.”

“In Charleroi zullen mensen met honderd verschillende beroepen aan het werk kunnen. In de kazerne van de toekomst ligt het accent niet meer uitsluitend op veiligheid en defensie, maar ook op vorming en samenwerking met de academische wereld en de industrie. Op één en dezelfde site zullen we technologische projecten opzetten die nuttig zijn voor militairen én burgers.”

Dan zult u het personeel op post moeten houden. Nu is één kwart van de nieuwe rekruten binnen drie jaar alweer vertrokken.

“Het welzijn van de werknemers moet omhoog, de infrastructuur moet beter, de betaling van het personeel moet op niveau gebeuren.”

U gaat militairen meer betalen?

“Sinds 2003 hebben ze geen loonsverhoging meer gehad. Dat is onrechtvaardig. Ik heb het overleg met de vakbonden weer op gang gebracht, we hebben een akkoord gesloten waardoor het personeel weer behoorlijk zal worden vergoed. Wat dat precies betekent, zal het begrotingsoverleg uitwijzen.”

U wilt het leger meer laten aansluiten bij de huidige samenleving. Hoort pensioen op je 65ste daar nog bij?

“Er is een groot verloop bij het leger omdat militairen minder betaald krijgen, verder van huis werken, 24 uur per dag paraat zijn. Daar mag iets tegenover staan. Misschien wordt de pensioenleeftijd wel een argument in het loonoverleg. In elk geval: ík ga het debat daarover niet beginnen.”

Met haar zoon Oscar. ‘Ik wilde de kans niet laten schieten om hem te laten zien wat ik doe. Een politica is ook maar een mens.’ Beeld Axelle Graisse
Met haar zoon Oscar. ‘Ik wilde de kans niet laten schieten om hem te laten zien wat ik doe. Een politica is ook maar een mens.’Beeld Axelle Graisse

DE BRIEVEN VAN DEMIR

Defensie staat bekend als een rustige plek voor een minister. U bent in tien maanden tijd van de ene brandhaard naar de andere uitgerukt.

“Misschien zullen mensen daardoor beseffen: er is te weinig personeel bij Defensie.” (lacht)

Het gaat om meer dan een gebrek aan mankracht. U zei in het parlement: ‘Ik heb chaos geërfd.’

“Een volksvertegenwoordiger verweet me dat het chaos was sinds mijn aantreden. Ik heb geantwoord: ‘Ik heb úw chaos geërfd.’”

Is het leger jarenlang quantité négligeable geweest?

“We komen van een leger van 100.000 manschappen. Ik probeer er weer 25.000 van te maken. Als ik niet zou ingrijpen, zouden het er 20.000 zijn. Sorry, daar kun je niets mee uitrichten bij een nationale of internationale crisis.”

Laten we even overlopen wat u al hebt meegemaakt als minister. In april was er de grote heidebrand in Brecht, het gevolg van een schietoefening. Daar staat normaal een brandweerwagen, maar die was nergens te bekennen. En de laatste militairen die er goed mee konden werken, waren al jaren met pensioen. Dat was het Belgische leger op zijn smalst.

“Het definitieve verslag van de brand heb ik nog niet. Maar in essentie ging het weer om hetzelfde: personeelsgebrek. Te weinig militairen met voldoende jaren op de teller om jongeren te begeleiden. Het is één van de vele incidenten die aangeven: ils sont dans les cordes – ze zijn op.”

Zuhal Demir (N-VA), Vlaams minister van Omgeving, zegt dat u niet antwoordt op haar brieven over de brand in Brecht. ‘Alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat een zesde van de Vlaamse hei in vuur opgaat voor simpele schietoefeningen.’

“Op haar eerste brief heb ik geantwoord. Daarna heeft ze me een tweede gestuurd, een rekening voor de nieuwe aanplantingen. Sta me toe dat ik het eerst even zélf laat becijferen. Intussen overlegt de legerleiding ook met het Agentschap voor Natuur en Bos.”

Waren fosforkogels de oorzaak van de brand?

“Vermoedelijk.”

Niet-toegestane kogels, dus.

“Ze zijn wél toegestaan, maar in de gegeven meteorologische omstandigheden – met wind en droogte – waren ze dat niet. U zult me niet horen zeggen dat Defensie daar niet in de fout is gegaan.”

DAG COPAIN

Een andere fout: de zaak-Jürgen Conings. Die is te herleiden tot één wezenlijke vraag: hoe kan een militair die als potentieel terrorist op de OCAD-lijst staat, toegang hebben tot de wapenkamer van een kazerne?

“Dat is ontoelaatbaar, en dat heb ik ook meteen gezegd.”

Hebt u ook een antwoord op die wezenlijke vraag?

“Volgens het verslag van de algemene inspectie van Defensie en van het Comité I, dat de inlichtingendiensten controleert, luidde de conclusie andermaal: personeelsgebrek, maar ook te weinig opvolging, en banalisering van extreemrechts. De man was al geruime tijd bekend voor racistische feiten, maar daar was hij amper voor gestraft: vier dagen, als ik me niet vergis.”

Banaliseert het leger extreemrechts?

“Een deel van onze samenleving doet dat – en het leger weerspiegelt de samenleving.”

Het leger is wellicht nog iets rechtser dan de samenleving.

“Voor drugs heb je een heel duidelijke regelgeving in het leger: je weet perfect welke straffen op gebruik staan. Over racisme, extremisme en seksisme stond tot voor kort niets in het tuchtrecht, dat werd overgelaten aan de persoonlijke beoordeling van de korpschef. Die tijd is voorbij: die dingen moeten óók duidelijk in het tuchtrecht komen te staan.”

Jürgen Conings was de eerste militair op de OCAD-lijst, maar uzelf, stafchef Michel Hofman en Philippe Boucké, het hoofd van de militaire inlichtingendienst ADIV, waren daar niet van op de hoogte. Hoe kan dat?

“De informatie is niet tot boven geraakt.”

Dat is moeilijk te geloven.

“Het is ongelofelijk én ontoelaatbaar.”

“Inmiddels hebben we een actieplan voor de ADIV uitgetekend – dat lag er dus nog niet – en er komt ook een meerjarenplan. We lijnen scherp af wat de taken van de ADIV zijn en hoe de samenwerking met andere inlichtingendiensten zal verlopen.”

In het hart van de ADIV zijn jarenlang oorlogen uitgevochten tussen de burgers van de binnendienst en de militairen van de buitendienst. Blijkbaar gaat dat maar door.

“U hebt gelijk als u zegt: die oorlogen zijn er altijd geweest. Het was ook lang geleden dat er een audit bij de ADIV had plaatsgevonden. De zaak-Conings brengt alles in een stroomversnelling: viceadmiraal Wim Robberecht, de opvolger van Philippe Boucké, zal de problemen aanpakken met zijn overgangsteam. Dat team moet wel nog samengesteld worden.”

Waarom hebt u generaal Boucké ontslagen?

“Ik heb hem niet ontslagen: hij vervult nu een andere taak bij Defensie.”

Is hij onder de druk bezweken?

“Hij was niet de krachtige, enthousiaste leider die de ADIV kon hervormen. Het viel hem zwaar, moreel en fysiek. Alle begrip, het was een crisis die veel mensen zwaar op de proef zou hebben gesteld. Maar er was een terrorist op de loop: het móést anders.”

“Wim Robberecht lijkt me de juiste man om over te nemen. Wat niet betekent dat ik Philippe Boucké op onbetamelijke wijze heb opzijgeschoven. Ik luister naar mensen. En daarna ga ik het gesprek aan.”

Het waren heftige gesprekken.

“Hártelijke gesprekken.”

Nee, heftige gesprekken, vooral tussen generaal Boucké en uw kabinetschef, Jamil Araoud. Op een bepaald moment ging het zo hard dat een ambulance de generaal heeft weggebracht.

“Dat incident is opgeblazen. Iedereen heeft weleens last van bloeddrukval – ik ook. Verplaats u even in de positie van meneer Boucké: hoeveel stress had hij niet ervaren, met alles wat zich had voorgedaan? En hij is niet ingestort, hè. De ambulance is overigens zonder hem vertrokken.”

“Philippe Boucké heeft de ADIV niet met slaande deuren verlaten, zoals sommigen graag beweren. Hij heeft zelf nog het perscommuniqué van zijn overplaatsing aangepast. Hij ging daarmee akkoord.”

Waarom was er dan zoveel commotie achteraf? Generaals roerden zich op Twitter.

“Meneer Boucké heeft zijn collega’s pas op de hoogte gebracht nadat het perscommuniqué was verstuurd. Ze wisten niet wat er precies speelde. Eén generaal heb ik er achteraf op aangesproken. ‘Boucké is een copain,’ zei hij. ‘Wij waren verbaasd over wat hem overkwam.’”

'Tijdens de verdwijning van Jürgen Conings functioneerde ik als een machine: ik maakte abstractie van de politie die me escorteerde .' Beeld Saskia Vanderstichele
'Tijdens de verdwijning van Jürgen Conings functioneerde ik als een machine: ik maakte abstractie van de politie die me escorteerde .'Beeld Saskia Vanderstichele

DE HOND VAN CONINGS

U stond op de hitlist van Jürgen Conings.

“Ik ben niet expliciet als doelwit vermeld, maar hij wilde Defensie en politici aanpakken. Dus ja, ik was één van de mensen die bescherming genoten, zij het een beetje minder dan viroloog Marc Van Ranst. Op het kabinet waren de luiken dagenlang neergelaten. Er hing een speciaal sfeertje.”

Had u ook veiligheidsmensen bij u thuis?

“Er was surveillance, maar niemand was ter plaatse. Dat wilde ik niet voor Oscar, mijn elfjarig zoontje. In die dagen had ik zoveel aan mijn hoofd dat ik als een machine heb gefunctioneerd: ik maakte abstractie van de politiebusjes die me escorteerden. Enfin, ik probéérde dat.”

Uw zoontje had niets in de gaten?

“Hij had het onmiddellijk in de gaten: hij had samen met mijn moeder naar het tv-journaal gekeken, waar ze het hadden verteld. Mijn moeder wist ook nergens van. (lachje) Ik wilde hun niet te veel angst aanjagen en heb dan maar verteld dat, na de verdwijning van Jürgen Conings, alle ministers werden beschermd. En dat zij zich geen zorgen hoefden te maken.”

Was u opgelucht toen Conings op 20 juni werd gevonden, na vijf weken?

“Opgelucht dat hij geen schade had aangericht of mensen had neergeschoten. Maar we hadden hem veel liever levend teruggevonden. C’est une histoire triste.”

Vijf weken is wel lang.

“Heel lang. De federale procureur heeft uitgelegd waarom: het park De Hoge Kempen is een uitgestrekt en ondoordringbaar natuurgebied – niet eenvoudig te doorzoeken. Hij was er vanaf het begin van overtuigd dat Conings zich daar moest bevinden. Hij kón nergens anders zijn.”

Intussen is de vindplaats in Dilsen-Stokkem een bedevaartsoord voor extreemrechts.

“Ik begrijp dat mensen boos zijn: dat ze genoeg hebben van de coronamaatregelen die hun leven beheersen, dat ze snakken naar de vrijheid die hun is ontnomen, dat ze financiële problemen hebben. Maar een gewapende kerel steunen die anderen bedreigt, dat gaat er bij mij niet in.”

Een technische vraag: Jürgen Conings had een Duitse herder. Is het dier ingezet om hem op te sporen?

(kijkt verwonderd)

Dat lijkt me de logica zelf.

“De federale procureur en de politie hebben de zoektocht geleid, het leger ondersteunde. Ik zal eens navraag doen.”

Heel wat mensen blijven ervan overtuigd dat Conings is omgebracht vóór hij werd teruggevonden.

“Complottheorieën zijn in de mode sinds de coronacrisis. Het zijn de nieuwe wapens waarmee sommigen ons bestoken om onze democratie te verzwakken.”

“Het complot over ‘de moord op Jürgen Conings’ is ridicuul. Je zoekt niet vijf weken lang naar een kerel die je al zou hebben omgebracht, dat slaat nergens op. Het is dieptreurig dat mensen zich door zulke verzinsels op sleeptouw laten nemen.”

Tijdens Conings’ vlucht bleek ook dat Bart D.S. als veiligheidsofficier in de kazerne van Leopoldsburg werkte. D.S. is lid van MC Egmond Nomads, een motorclub die banden met de Hells Angels heeft.

“Zulke toestanden kunnen niet meer. De legerstaf heeft versterking van de ADIV gevraagd en de samenwerking met andere inlichtingendiensten opgevoerd. Niemand wil zoiets opnieuw meemaken.”

Waterdicht zijn onze kazernes niet. In mei smokkelde het derde bataljon parachutisten van Tielen, een elite-eenheid, een stripteaseuse binnen om een afscheidsfeestje te vieren. Er was een lockdown. En de oversten van de para’s waren op de hoogte.

(rolt met de ogen) “Ook daar loopt een onderzoek naar. U merkt het: er valt heel wat te hervormen. Dat is dus mijn verantwoordelijkheid. We ontdekken elke dag wel iets nieuws.”

“De verdwijning van Jürgen Conings is niet te vergelijken met het incident met de stripteaseuse, maar ook dat soort fratsen is niet acceptabel. Er is geen plaats voor mensen die de waarden van Defensie niet respecteren – extremisten, racisten, seksisten. Zulke dingen horen niet in een kazerne, désolée.”

KILLERROBOTS

Toen de zaak-Conings eindelijk achter u lag, waren er de overstromingen in de Ardennen. In juli bleek het materieel van het leger niet bestand tegen rampspoed 2.0: vrachtwagens raakten niet ter plaatse, de motoren van de reddingsboten konden niet tegen de stroming op, helikopters bleven aan de grond.

“Sta me toe te nuanceren: het was een crisis in het binnenland. De ramp was de bevoegdheid van Binnenlandse Zaken. Het leger trad op als steun voor de hulpdiensten, de politie en de civiele bescherming, omdat zij het niet alleen redden. ‘Hulp aan de natie’ is de officiële term. Vanaf dag één heb ik alle mogelijke mensen en middelen vrijgemaakt.”

“Natuurlijk wilde ik ook helikopters laten inzetten. Dat kon niet, tot mijn grote frustratie: er was te weinig zichtbaarheid. Was het beter om een helikopter tegen een elektriciteitspaal te pletter te laten vliegen? Onze zodiacs hadden te weinig power, dat klopt. Eén boot is door de heftige stroming tegen een gebouw te pletter geslagen, en van een andere heeft de motor het begeven. Maar ze hebben mensen gered.”

“Tegen die ongebreidelde natuurkracht waren wij niet opgewassen, dat klopt. Maar dat waren ze in Duitsland en Oostenrijk evenmin. De vraag is: zal het leger in de toekomst bij ongeziene crises ook deel uitmaken van de eerstelijnshulpverlening, of zullen we de hulpdiensten en civiele bescherming versterken? Daar moet de regering binnenkort over beslissen.”

Is de structuur van België niet meer geschikt voor grote rampen?

“Annelies Verlinden (CD&V), de minister van Binnenlandse Zaken, heeft het helder verwoord: ‘De provincies wilden de reddingsoperaties zelf aansturen.’ Maar dat is niet zonder moeilijkheden verlopen. Daarom heeft zij er later nog een federale ondersteuningscel aan toegevoegd.”

U bent ter plaatse geweest. Hoe was dat?

“Hard. In Trooz was ik alleen met de getroffen families, die hun wanhoop en ontreddering met me deelden. Maar er was ook een grote solidariteit, die me diep heeft ontroerd. Ik heb Vlamingen ontmoet, Antwerpenaren, die uit eigen zak een gîte hadden gehuurd om te komen helpen. Dat is wat anders dan het populistische discours dat je overal hoort. Een voorbeeld voor ons land!”

Na het drama van de Ardennen kwam operatie Red Kite in Afghanistan.

“U kunt níét zeggen dat ik niet werk.” (lacht)

Bent u, als u terugkijkt, tevreden met meer dan 1.400 geëvacueerden?

“Met beperkte middelen zoveel mensen evacueren in enkele dagen tijd: de verdienste van onze mensen ter plaatse is groot. De verhalen die ze me bij hun terugkeer in Melsbroek hebben verteld, zijn me bijgebleven.”

“De huidige toestand in Afghanistan baart me grote zorgen voor de achterblijvers. Daar denk ik bijna ieder uur aan. Op dit moment kunnen we niemand overvliegen vanuit Islamabad, de hoofdstad van Pakistan. Maar we blijven de toestand in de gaten houden. We laten onze mensen niet in de steek.”

Defensie heeft erg laat een lijst met te evacueren mensen opgemaakt. Begin augustus stonden daar dertig namen op. Welgeteld één gezin was overgevlogen.

“Die dertig mensen, dat waren de Afghanen die jarenlang voor ons leger hadden gewerkt. Met hen hadden we contact opgenomen. Eén gezin wilde naar België overvliegen. Maar heel wat mensen zijn, ondanks een reisverbod van Buitenlandse Zaken, deze zomer toch naar Afghanistan gegaan. Toen de taliban in recordtempo het land overnamen, kwam de ene oproep na de andere bij Buitenlandse Zaken binnen. Daar hadden ze oorspronkelijk een lijstje met twintig namen – stel u voor: ze werden overwéldigd door de telefoons. Bij Defensie hebben we geen extra oproepen gekregen, behalve van de dertig mensen op onze lijst: we hebben vijftien ex-medewerkers met hun gezinnen naar België gebracht.”

“Ik zou dus zeggen: wij hebben niet te laat een lijstje gemaakt. De gezinnen hebben te laat laten weten dat ze naar België wilden komen.”

Afghanistan-veteranen vragen zich af waarom ze twintig jaar lang in de vuurlijn hebben gestaan. Ze hebben het gevoel dat het nutteloos was. Wat zegt u tegen hen?

“We hebben met de legerstaf een bericht naar alle veteranen gestuurd: ze mogen trots zijn op wat ze hebben verwezenlijkt. De toestand is in twintig jaar tijd wel degelijk verbeterd, kijk bijvoorbeeld naar de positie van de vrouw in de Afghaanse samenleving. Wat na die twintig jaar is gebeurd, was niet de schuld van onze militairen. Daar moeten we, als Europese Unie en NAVO, lessen uit trekken.”

Welke lessen?

“Donald Trump had, als president van de Verenigde Staten, een akkoord gesloten met de taliban over de Amerikaanse exit. Toen puntje bij paaltje kwam, bleken de taliban weinig voorwaarden na te leven. Maar even later meldde de NAVO dat de Amerikanen zouden vertrekken. En wij moesten mee, want de NAVO en de VS vormen een tandem. (zwijgt) Als je de wereldwijde bedreigingen bestudeert, besef je: Europa moet alleen durven te staan. We moeten onze eigen strategische autonomie uitbouwen en minder afhankelijk worden van de VS.”

U wilt van cybersecurity een prioriteit maken. Binnenkort zou het Belgische leger over vier drones beschikken die zonder menselijke besturing kunnen bombarderen: zogenoemde killerrobots.

“Fout. De drones worden nog altijd op afstand door een piloot aangestuurd. Ik ben geen voorstander van killerrobots. Ja, Amerika heeft ze wel, maar de Belgische wet verbiedt ze.”

Over twee jaar komen de veelbesproken F-35-gevechtsvliegtuigen in ons land aan. Die kunnen atoombommen vervoeren.

“Zoals de F-16’s van vandaag. Ze kunnen dat doen, ja, maar het hoeft niet.”

Wat denkt u daar, als socialiste, over?

(lacht) “Dat je die wapens zo veel mogelijk moet beperken. Maar ik ben ook realistisch: als andere naties erover beschikken, moeten wij ze ook kunnen inzetten. Anders zijn we in gevaar.”

DE LESSEN VAN DAERDEN

U hebt, als minister van Defensie, uw zoontje Oscar meegenomen naar een demonstratie van tanks in Bastenaken. Waarom deed u dat?

“Oscar is geboren met een vader (Paul-Olivier Delannois, red.) die burgemeester van Doornik was en een moeder die er schepen was. Hij is van jongs af vertrouwd met politiek. Als kind heeft hij heel wat patriottische ceremoniën en herdenkingen bijgewoond. Hij houdt niet alleen van tanks, maar ook van de geschiedenis die eraan verbonden is. Plus, hij gaat graag met zijn mama op stap.”

“Het is niet vanzelfsprekend om tegelijk mama en minister te zijn. Als ik de kans krijg om Oscar te laten zien wat ik doe, wil ik die niet laten schieten. Een politica is ook maar een mens. Zelfs in de schaarse momenten dat ik alleen met hem thuis ben, eist de telefoon me voortdurend op.”

“Ik kom ’s avonds doorgaans niet vroeg naar huis. Meestal heb ik dan nog maar even tijd voor hem. En ’s ochtends sta ik heel vroeg op om mijn dossiers te bestuderen. Soms om drie uur, zelfs.”

Pardon?

“Als ik zware dossiers heb, zoals de afgelopen weken, ben ik om drie uur uit de veren. Anders is het vier uur. Dat doe ik om zo veel mogelijk tijd met mijn zoon te kunnen doorbrengen zonder mijn werk te verwaarlozen. Dus ja, ik heb tegenwoordig wallen onder mijn ogen. (lacht) In tien maanden als minister ben ik tien jaar ouder geworden.”

Zult u gelukkig zijn als Oscar later militair wil worden?

“Ik zal gelukkig zijn als hij iets doet wat hij graag doet. Als hij politicus wil worden, zal ik zijn enthousiasme misschien een beetje temperen. (lacht) Gelukkig wordt hij nu vooral in beslag genomen door biologie – we wonen niet ver van Pairi Daiza.”

Na het overlijden van Michel Daerden (PS) in 2012 hebt u verklaard dat u, in politiek opzicht, alles aan hem te danken hebt. U bent begonnen als woordvoerder op zijn kabinet.

“Als je met een dossier naar hem ging, moest je het kennen: hij stelde de ene scherpe vraag na de andere. Eén keer heb ik mijn mond vol tanden voor hem gestaan. Dat beviel me niets — ik ben nogal perfectionistisch. Dankzij hem ben ik nóg strenger voor mezelf geworden.”

In Vlaanderen had Daerden geen beste reputatie. In onze perceptie was hij de hele tijd dronken.

(zucht) “Wat niet het geval was. Hij sprak op een bijzondere manier, die liet vermoeden dat hij dronken was. Hij was iemand van wie je hield of niet hield, een middenweg was er niet. Een intelligente man, die veel jonge mensen in de politiek heeft gebracht. Ik heb veel geleerd op zijn kabinet.”

Nog één ding. In het begin van het gesprek zei u: ‘Het leven heeft me geleerd sterk te zijn’. Wat bedoelde u daarmee?

“Ik ben niet geboren met een zilveren lepel in de mond. Mijn mama droeg me op hard te werken op school: ik mocht niet eindigen zoals zij, die niet had kunnen studeren wat ze wilde. Als ik in de basisschool met 97 procent op mijn rapport thuiskwam, was ze tevreden. Als ik de maand daarop 93 procent had, was ze ontgoocheld.”

“Mijn ouders hebben zich elk op hun manier opgewerkt. Ze werkten zeven dagen per week. In het weekend verbleef ik, als jong kind, bij mijn grootouders.”

Waren uw ouders zelfstandigen?

“In de week baatte mijn moeder een klerenwinkel uit en was mijn vader kok in een rusthuis. In het weekend hielden ze samen een restaurant open. Ik deed algauw mee: op zaterdag en zondag stond ik, als adolescente, in de keuken. Dat was niet makkelijk, met ouders die uit elkaar gingen. Maar ik geef niet snel op. En: ik kan mensen ontzettend goed laten eten.” (lacht)

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234