Zaterdag 04/04/2020

Allez Frans, jong, komaan! Woyzeck wordt vanaf vandaag met de voornaam aangesproken. Eigenlijk al sinds het voornemen van NTGent en Toneelgroep Ceremonia om zich te wagen aan Büchners nooit voltooide toneelklassieker. Regisseur Eric De Volder en actrice Marijke Pinoy praten over het beklagenswaardige wedervaren van Frans. De jongeling wie alles zal ontvallen, zijn kind, zijn lief, zijn leven. DOOR STIJN DIERCKX

‘Ongelooflijk, hoe de actualiteit ons in de kuiten bijt”, zegt dramaturg Gommer van Rousselt. Toen de lelijke pestbeelden uit Zinnik de repetitieruimte van Frans Woyzeck bereikten, moest de ploeg wel even slikken. De voorbije maanden werkten zij rond een personage dat door zijn onmiddellijke oversten beschimpt en vernederd wordt, door zijn gelijken niet verdedigd of beschermd. Anderhalve week voor de première komen plots die nieuwsfeiten uit de donkere plooien van de samenleving gekropen, hun plek voor de spiegel van het schouwtoneel opeisen.

Twee jaar geleden werd Eric De Volder uitgenodigd door Johan Simons en Wim Opbrouck, toenmalig en huidig artistiek leider, om een repertoirestuk neer te zetten op de grote scène van NTGent. Simons suggereerde al in die eerste gesprekken om met Woyzeck aan de slag te gaan. Repertoire, voor het grote plateau dan nog, die vraag moet De Volder aanvankelijk verwonderd hebben. De inspiratie voor zijn vorige 22 voorstellingen vond hij op andere plekken. In oude kartonnen dozen op marktpleinen, in de intimiteit van verjaarde dagboeken en vergeelde briefwisselingen. In anekdotisch gerief dat universele geschiedenissen vertelt, van de authentieke mens op zijn alledaagse levenswandel.

De Volder: “In het begin had ik toch een ontregeld gevoel bij deze uitnodiging. Het was duidelijk dat ik niet in dit proces kon stappen zoals ik dat bij voorgaande producties gewend was. Ook de beslissing om intensief met Dominique Pauwels van LOD samen te werken, om muziek een cruciale rol in de voorstelling te laten spelen, maakte dat ik anders met tekst moest omgaan. Ik voelde bovendien een grote verantwoordelijkheid ten opzichte van het oorspronkelijke materiaal. Al wist ik natuurlijk wel dat Büchners schriften gefragmenteerd en onaf waren. Op een bepaald moment dacht ik: of ik nu het dagboek van een duivenmelker vind of vier schetsmatig opgezette stukken van een gast die te vroeg gestorven is en zijn werk nooit heeft kunnen afmaken, veel verschil maakt dat in wezen niet.”

Had iemand van de acteurs al eens eerder Woyzeck gespeeld?

Marijke Pinoy: “Nee, iedereen had al wel eens een opvoering gezien, maar nooit zelf gespeeld. We zijn ook heel bewust niet opnieuw op zoek gegaan naar films of beelden van vroegere versies. Eric raadpleegde verschillende vertalingen en bewerkingen, maar heeft uiteindelijk zijn eigen versie geschreven en is erin geslaagd om dicht bij de originele inhoud te blijven en tegelijk zijn eigen kenmerkende stempel op de voorstelling te drukken. De taal van Eric is specifiek en poëtisch en komt in de context van dit kleine personage volledig tot zijn recht.”

De Volder: “Ik wilde mij zo zuiver mogelijk verhouden tot die originele tekst. Al is mijn kennis van het Duits niet vlekkeloos, toch frappeerden Büchners spielereien mij. Net zoals ik schreef hij graag in een vervormd dialect: in plaats van ‘nichts’ schrijft hij ‘nix’, een soort sms-taal avant la lettre. Ik ben ook zijn mooie en speelse brieven naar zijn lief beginnen lezen. Hij had een bijzonder schone vloei in zijn pen, maar behalve dat was hij ook erg sociaal geëngageerd. Hij is moeten vluchten na zijn opruiend pamflet Der Hessische Landbote, tegen de uitbuiting van de boeren. Die kerel was toen amper twintig, maar hij durfde zijn nek uit te steken. Tussen een paar toneelstukken door schreef hij ook aan een dissertatie over de hersenstructuren van de barbeel. Hij studeerde dus ook nog eens voor dokter, hij had een buitengewoon brede waaier aan interesses en talenten. Ik meen dat: ik had die gast echt willen leren kennen.”

Doe je Büchner en Woyzeck samenvallen? Ik krijg de indruk dat je het leven van de schrijver hebt willen betrekken in zijn toneelstuk.

De Volder: “Ik heb wel bepaalde verwijzingen naar Büchner zelf in de voorstelling gesmokkeld. Het kind, dat personage heeft in het originele stuk geen naam, ik heb mij gepermitteerd om er een meisje van te maken en haar de naam van Büchners verloofde te geven: Mina. We voegden ook ‘Frans’ toe, om de icoonstatus van de titel een beetje af te kalven. Zo komt Woyzeck dichter bij ons te staan, ik moet sympathie hebben voor het personage waarmee ik werk. Ik lach hem niet uit. Als hij belachelijk is, dan is hij dat ondanks zichzelf. Die tekst is gebaseerd op historische feiten en gaat uiteindelijk over een moegetergde en gekgepeste kerel die uit jaloezie en wanhoop zijn lief vermoordt. Dat doet onze Frans ook, maar we hebben er bovendien de activist in willen steken. Alles waar de jonge Büchner voor stond in zijn overbegeesterde, verstrooide, soms door dromen overmande kop. Ik wilde dat echt flikken, stel dat hij hier geweest zou zijn, dat hij zou zeggen: ik ga akkoord. Liefst al tijdens de repetities, maar zeker na de première.”

Pinoy: “Eric zei dat ook vaak tijdens de improvisaties: ‘Ik voel hem, hij is hier en kijkt over onze schouder mee.’”

Eric staat in acteurskringen bekend om zijn specifieke werkproces. Vanop de Ceremoniazolder vertrekt hij met beeldmateriaal waar spelers improviserend hun weg in zoeken. Was dat nu anders, gezien het gegeven materiaal?

Pinoy: “Ik had al één keer met Eric gewerkt, zeven jaar geleden bij Achter ’t eten, dat was een unieke ervaring. Voor mij is Eric een artiest pur sang. Dat is zeldzaam, mensen die de verschillende disciplines in de kunsten overschrijden. Ik was blij dat we ook nu weer vanuit de intimiteit van zijn zolder vertrokken. Op de eerste dag gaf hij ons elk een foto met een schilderij van Goran Djurovic op.”

De Volder: “Ik had in het Museum Dr. Guislain een mooie overzichtstentoonstelling gezien van Djurovic. Dat was één brok verbeelding, heftig realisme gebed in theatrale, surrealistische situaties. Al zijn figuren zijn bijzonder expressief. Die gaf ik aan de acteurs als aanknopingspunt om hun personage rond te bouwen.”

Pinoy: “Veel repetitieprocessen beginnen in een ongedwongen sfeer. Een voorlopig aftasten van het materiaal: vanuit de eerste tekstlezing al pratend op zoek gaan, overleggen met elkaar en nog eens lezen en op het gemak de juiste draai proberen vinden. Maar op die zolder van Eric hangt iets sacraals, niks psychedelisch of zo, maar heel concreet. Er overvalt je een soortement eerbied voor die ruimte. Op een of andere manier komt dat door de rituelen waarmee Eric graag werkt. Het gebruik van schmink is een van de vaste ingrediënten in het De Volderidioom. Aan de hand van die foto’s beginnen we van bij de start van het repetitieproces ons personage op ons gezicht te boetseren. En terwijl we improviseren maakt Eric schetsen, daardoor kijkt hij vanuit een visuele essentie. Hij toont en legt uit wat hij ziet en met die informatie kunnen wij dan weer de vloer op. Door die rituelen zit je onmiddellijk in de actie. Je belandt meteen in een concentratie die minder vrijblijvend aanvoelt dan vaak het geval is.”

Er zijn vaste Ceremonia- en NTGent-acteurs, Marijke is de enige die in geen van beide ensembles zit. Hoe heb je deze spelersgroep samengesteld?

De Volder: “Marijke is gewoon een fantastische actrice met wie ik heel graag nog eens opnieuw wilde werken. Dat heb ik eigenlijk met iedereen met wie ik in het verleden werkte. Zo’n proces is telkens een belevenis die sporen nalaat. Als je dat hebt doorgemaakt met elkaar, dan creëer je een wederzijds vertrouwen waar je een volgende keer op kunt voortbouwen. Met Frank Focketyn en Oscar Van Rompay had ik nooit eerder samengewerkt, maar ik zag hen uiteraard al vaak spelen. Ik wist wel ongeveer wat ik mocht verwachten. Enkel Anne-Charlotte Bisoux kende ik nog niet, maar de combinatie van mensen die mijn werkwijze kennen met volslagen nieuwe ontmoetingen zorgt voor chemie in de groep. Uitgaande van deze tekst heb ik vooraf bepaald welke figuren zeker aan bod moesten komen en legde vervolgens de rollen vast in een optie. Ik bekijk dan hoe de groep in elkaar zit, wat het meest efficiënte is op vlak van dubbelrollen enzovoort. In dit geval is alles gebleven zoals het vooraf gepland stond.”

Marijke, welk personage speel jij?

Pinoy: “Ik speel Margriet, de vriendin en buurvrouw van de Woyzecks. Ze woont wat verderop in de straat en komt af en toe haar gedacht zeggen, zich met van alles bemoeien en de boel op stelten zetten. Als ze los slaat, slaat ze fameus los!”

De Volder: “Eigenlijk tonen we een wijk, een dorp. Een kleine gemeenschap waar iedereen iedereen kent. En zoals overal loopt er ook een sukkelaar in dat dorp rond: Frans Woyzeck. Hij is soldaat maar klust overal bij om zijn gezin te onderhouden.”

Pinoy: “Hij wordt gebruikt en misbruikt door zijn bazen en is het mikpunt van spot en vernedering. Zelfs zijn eigen vrouw vraagt zich af waarom hij zo over zich heen laat lopen. Op een gegeven ogenblik breekt er iets in hem en er is niemand die iets onderneemt tegen zijn isolement. Griezelig, die plotse actuele inslag, met de gebeurtenissen in dat Waals pestbedrijf.”

Acht acteurs op de speellijst, dat is op zich al een grote groep. Daarbij plaatste je nog een tiental zangers.

De Volder: “Ja, maar die zangers staan niet op scène. Hun zanglijnen zijn vooraf opgenomen en verhouden zich tot de acteurs. Soms zingt een operastem een lijn tekst terwijl het voor het publiek aanvoelt alsof die boodschap vanuit de stem van een zichtbaar personage komt. Soms koppelen we parlando’s aan gezongen stukken, de ene keer zingen de acteurs mee in de tonaliteit van de operastem en op andere momenten breken ze daar scheef tegen in. Zo krijg je verschillende facetten binnen een personage. De geschakeerdheid zit ook in het variëren met de locatie van de klanken. Soms komen de muziekstemmen uit de diepte van de scène, soms blijven ze heel dicht bij de acteurs, en bijwijlen pakken ze de hele zaal in.”

Pinoy: “Ik kan u zeggen, die vorm is geen evidentie voor ons als spelers, de dingen voegen zich niet zomaar vanzelf. Je speelt op verschillende niveaus. We hebben daar uitgebreid mee geëxperimenteerd en geleidelijk aan een weg in gezocht. Het gaat over een broos evenwicht vinden, zonder dat het ene moet inboeten voor het andere. Die groteske opera-buffastemmen boven, onder en tussen het levende spel leveren pas hun grote meerwaarde als alles tot op de seconde juist zit. Voeg daarbij nog eens het lichtontwerp, de uitvergrote beschilderde expressies en de paar geïsoleerde scenografische elementen, en je krijgt de typische gestileerde magie van De Volder. De optelsom van die vormelijke onderdelen maakt zijn stem zo uitzonderlijk en specifiek in het hedendaagse theaterlandschap. Op inhoudelijk vlak is ‘aandoenlijk’ misschien wel het best gekozen adjectief voor de stukken van Eric. Kinderlijke tristesse. Tussen alle uitvergrote wreedaardigheden priemen altijd nog tekentjes van hoop.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234