Zaterdag 12/06/2021

'Alles is nu in handen van Allah'

Neef Mamadou zag zijn droom als voetballer bij Barcelona in rook opgaan, zus Djoncounda heeft geen geld meer voor haar studies en moeder Mama Tchina weet niet hoe ze het voortaan zullen redden. 'Ze was ons grote voorbeeld, een heilige die niets dan goed deed.'

Door Ayfer Erkul

Bamako l Die donderdagmiddag werden niet alleen N'doye en Luna vermoord, maar werd een hele familie in Bamako, Mali, plots opnieuw in armoede ondergedompeld. N'doye onderhield hen allemaal, stuurde iedere maand geld naar haar ouders, geschenkjes naar haar dochtertje en kleren naar haar zussen.

Kadidiatou trekt vermoeid een zwart gewaad over haar hoofd en haar gebloemde Afrikaanse jurk. De 22-jarige vrouw draagt al de hele dag bekers water en schalen rijst en vlees rond; nu is het tijd om te bidden. In een kaal kamertje met afgebladderde blauwe verf op de muren knielt ze die dag voor de derde keer neer voor Allah. "Bidden helpt", zegt de zus van N'doye na haar gebed. "Het brengt mij tot rust."

We zitten in haar ouders' huis in Magnambougou, een wijk net buiten de Malinese hoofdstad Bamako. De dag na de begrafenis van N'doye zijn nog tientallen familieleden in het huis blijven logeren. Kinderen spelen in het stof, vrouwen zitten vermoeid op roestige metalen stoelen en wuiven lusteloos de vliegen weg.

Kadidiatou neemt haar zoontje op de schoot. Ze is al een tijdje gescheiden en wil best opnieuw trouwen. Ze heeft al een man op het oog. "Iemand met veel geld", glundert ze.

Maar de jonge vrouw weet dat ze nog een tijd zal moeten wachten. Na de dood van N'doye is niets meer als vroeger. Kadidiatou had in afwachting van N'doyes terugkeer de rol van haar oudste zus in het huishouden overgenomen. Nu N'doye niet meer terugkomt, kan ze haar familie niet in de steek laten.

"Weet je wat ik graag zou willen", zegt ze. "Naar België gaan, zien waar N'doye geleefd heeft. Ik ben niet bang hoor. Mijn moeder zegt dat het gevaarlijk is daar, maar ik wil op dezelfde plaatsten wandelen als zij. Weten of ze daar even gelukkig was als hier."

Toen N'doye nog in Magnambougou woonde, verschilde ze niets van de andere meisjes in haar buurt. Net als zij was ze bij haar geboorte besneden. Net als haar vriendinnen hielp ze van kleins af mee in het huishouden en heupwiegde ze op de muziek van de Malinese zangeres Babani.

N'doye groeide op als oudste dochter in een familie waar uiteindelijk zes dochters en twee zonen zouden geboren worden. Vader Aliou was toen nog een bemiddelde textielhandelaar. Hij kon een groot huis laten bouwen in Magnambougou, waar hij met zijn gezin ging wonen. Maar op een dag werd hij ziek. Ziek in zijn hoofd, zegt de familie. Hij kon amper nog een zinnig woord uitbrengen, was labiel en moest zijn handel stoppen. Depressie heette het voor de buitenwereld. Maar eigenlijk is de familie overtuigd dat iemand een 'marabou' aan het werk heeft gezet, een Afrikaanse tovenaar. "Iedereen was jaloers op ons toen we nog veel geld hadden", vertelt Kadidiatou. "Daarom hebben ze een vloek over ons laten uitspreken."

De familie zonk weg in diepe armoede. Af en toe stuurde de zus van moeder Mama Tchina een beetje geld uit België. Haar broer Modibo in Equatoriaal-Guinea probeerde ook zoveel mogelijk te helpen.

Op haar dertiende vond de familie het hoog tijd dat N'doye trouwde. Een mond minder te voeden, betekende veel want moeder Mama Tchina was net bevallen van een tweede zoon. N'doye weigerde, wilde helemaal niet trouwen met de echtgenoot die voor haar was uitgekozen. Zij had haar zinnen gezet op de veel knappere Mamadou. Die zat wel in het buitenland, maar ze had beloofd op hem te wachten.

Toen hij maar wegbleef, gaf het meisje toe en trouwde ze met de man die haar familie had uitgezocht. Het huwelijk duurde amper een jaar en toen keerde N'doye terug naar haar ouders. Enkele jaren later kon ze toch met Mamadou, haar eerste liefde, trouwen. Het koppel ging inwonen bij de ouders van Mamadou, maar N'doyes schoonmoeder vitte voortdurend op haar, haar schoonzus deed alsof ze niet bestond.

Drie jaar lang kon N'doye de druk aan, maar toen vroeg ze de echtscheiding aan en ging opnieuw bij haar familie wonen. Op haar negentiende was ze twee keer gescheiden en alleenstaande moeder van een dochtertje, Bassou. Ze begon een handeltje in textiel en hielp haar familie waar ze kon. "Ze was het licht van de hele wijk", zegt haar jongere zus Dijou hartstochtelijk. "Zoals zij was er niemand. Ze schakelde zichzelf helemaal uit voor ons. Zelfs als ze een onbekende tegenkwam die in nood was, gaf ze hem het beetje geld dat ze nog had. 'Er zijn altijd mensen die nog armer zijn dan wij', zei ze dan."

In één ding verschilde N'doye van de meisjes en jonge vrouwen in Magnambougou. Ze had lef, deinsde voor niets terug. N'doye besefte goed dat haar kleine bijdrage met haar handeltje niet voldoende was om de familie uit de armoede te houden.

Op een dag deelde ze daarom mee dat ze naar België wilde om meer geld te verdienen. Haar tante kon haar helpen, zei ze. Waar Antwerpen lag, wist ze niet. Maar België was een groot avontuur voor haar.

In Antwerpen werd ze, nadat haar visum was verstreken, een van de vele sans-papiers in de stad. "Dankzij mij kon ze werk vinden als kinderoppas van Luna", zegt haar tante, Fatoumata Demba, die voor de begrafenis is afgereisd naar Bamako. "Ze was heel leergierig. Na twee weken kende ze Antwerpen van binnen en buiten. Ze klaagde nooit."

Al wat N'doye in België verdiende in het eerste jaar dat ze er was, ging naar haar moeder. Pas toen haar tante zei dat ze ook wat voor zichzelf opzij moest zetten, begon ze te sparen. Niet veel, maar genoeg om af en toe iets voor zichzelf te kopen.

N'doye werd verteerd door heimwee naar haar familie en vooral haar dochtertje Bassou. Ze wilde zo snel mogelijk terug naar Mali. En het liefst als een mooie, succesvolle vrouw.

Die donderdag kwam toen het onheilsbericht. Buiten voor de woning stopte een auto en een oom met bleek gezicht en tranen in de ogen kwam binnen. Djoncounda: "Hij zei dat N'doye dood was. Ik geloofde hem niet. Waarom zou iemand N'doye willen vermoorden? Mijn zus heeft in haar leven nooit iemand kwaad gedaan."

Die dag werden niet alleen N'doye en Luna vermoord, maar een hele familie geraakt. Net nu het iets beter ging, is ze opnieuw straatarm. Mama Tchina zegt dat ze niet weet wat ze nu zullen doen zonder de maandelijkse bijdrage van haar dochter. "Het is in Allahs handen nu", zegt de vrouw stilletjes. Neef Mamadou, die voetballer wilde worden, zag zijn droom in rook opgaan. De vijftienjarige wilde naar haar toe, naar België, om daar in een club te spelen. "Ik wilde ooit bij Barcelona spelen", zegt de jongen. "Nu geraak ik daar niet meer."

Mijn leven is kapot, zegt ook de negentienjarige Djoncounda, die graag verder had gestudeerd. Maar met welk geld? "Ik zal nu waarschijnlijk snel moeten trouwen." Djoncounda zegt dat ze de dader nooit zal kunnen vergeven. "Zelfs als ze hem in mootjes zouden hakken, zou ik niet tevreden zijn. Maar ik vind wel dat hij zeker de doodstraf verdient. Dat zal andere racisten wel weerhouden hetzelfde te doen."

In België bestaat de doodstraf niet meer, zeggen we. Bitter: "Levenslang? In een gevangenis bij jullie? Ze zouden hem hier in de gevangenis moeten stoppen. Dat zijn tenminste nog echte gevangenissen. Met een stinkend gat in de grond voor wc, een vuile deken op de grond, en hitte. Dat zou hem pas leren."

N'doyes jongere

zus Dijou:

'Ze was het licht van de wijk. Zoals zij was er niemand'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234