Donderdag 17/10/2019

Alles heeft een verhaal

Haar appartement was ooit van een prinses, haar meubels zijn vintage en haar interieur 'gainsbourgiaans'. 'Modern is niks voor mij', zegt Stéphanie Anspach.

Met een achternaam als de hare verwacht je automatisch dat de Brusselse breigoedontwerpster Stéphanie Anspach (25) ergens in het centrum van de stad onderdak vond. Vlak bij de Beurs of de Ancienne Belgique. Maar de gps geeft twintig minuten zuidelijker aan, in het deel van Elsene dat naar Ukkel neigt, waar chique ambassades elkaar afwisselen in de buurt van het Georges Brugmannplein. Daar, in de Darwinstraat, ligt het kleine appartement van de jonge ontwerpster, die drie jaar geleden meteen in het oog sprong met haar eerste collectie knitwear.

Ze woont in een statig pand, met een mooie poort die automatisch openzwaait na een kort contact via de intercom. "Dit is ooit nog van prinses Léa geweest", vertelt Stéphanie. "Toen was het nog één woning, nu is het opgedeeld in vijf appartementen. Ik vermoed dat de prinses niet in mijn appartement woonde, maar dat dit eerder voor de dienstmeid bestemd was."

Na enig opzoekingswerk blijkt dat prinses Léa de vrouw is van prins Alexander van België, zoon van koning Leopold III en zijn tweede echtgenote Lilian. Zelf is Stéphanie ook van bijzondere afkomst. Die Anspach in haar achternaam is dezelfde Anspach als die van de bekende Brusselse laan. Of beter: van de bekende Brusselse burgemeester Jules Victor Anspach. "De oom van mijn grootvader." Vreemd genoeg is het Stéphanies moeder die haar achternaam doorgaf. Haar vader is de Brusselse fotograaf en galeriehouder Stefan de Jaeger. "Tot tien jaar geleden had ik eigenlijk geen contact met mijn vader. Vandaar dat ik Anspach heet en niet De Jaeger."

Très cosy

Nu is De Jaeger nochtans wel aanwezig in haar leven. Of toch zeker in Stéphanies appartement, waar foto's hangen uit de galerie van haar vader. Net als foto's van haar vader en Serge Gainsbourg. "Oude vrienden", vermeldt ze achteloos. Wablieft? "Mijn papa en Serge hebben ooit samengewerkt en daarna zijn ze vrienden geworden. Misschien daarom dat er zo'n gainsbourgsiaanse sfeer hangt in mijn appartement. Zelfs mijn kat, Serge, is naar Gainsbourg vernoemd.

"Ik hou enorm van die stijl die rond Gainsbourg en Birkin hangt: heel elegant, herkenbaar, très cosy en puur." En met een ziel, want haast niks in het appartement van Stéphanie ziet er nieuw uit. Ze serveert de koffie uit een oude Italiaanse koffiepot, een roestige Bialetti. "Ik hou echt van dingen met een geschiedenis, zowel kleren als meubels en interieurobjecten. Zo is mijn interieur een verzameling van stukken die ik op marktjes gevonden heb, spullen uit de kringloopwinkel en objecten van mijn vader en grootmoeder - die ook een kunstenares was. Bijna heel mijn interieur heeft een leven voor mij gehad, een leven tijdens én hopelijk ook een leven na mij. Nieuwe spullen tref je hier nauwelijks aan. In het begin, toen ik hier net kwam wonen, stond er trouwens heel weinig. De inrichting is organisch gegroeid. Ik heb niet alles op één dag gekocht. Iedere keer heb ik gewacht op stukken waar ik verliefd op kon worden."

Bourgeois-bohème

Elk stuk in haar interieur heeft een verhaal en is daarom belangrijk voor Stéphanie. "Alle objecten zijn waardevol. Waarschijnlijk niet in geldwaarde, maar wel voor mij. Van die foto's die hier hangen, heb ik bijvoorbeeld geen enkel idee wie die gemaakt heeft. Wat wel vrij bekend is, is het tapijt aan de muur van de woonkamer. Het is er een van de Franse kunstenaar Jean-Louis Viard. Dat heb ik in de Hoogstraat gekocht, dé plek voor antiek en deco in Brussel. Daar komt trouwens ook mijn salontafel vandaan. Volgens mij is dat van een Zweedse designer, de naam moet ik je helaas schuldig blijven. Het is wel het enige dure stuk dat ik bezit. De ontwerper van het bijzettafeltje in mijn slaapkamer ken ik wel. Dat is (googelt het snel even op haar smartphone) de Ierse Eileen Gray. Die Bauhaus-stijl bevalt me enorm. Zeker in combinatie met Scandinavisch design."

De wijk waarin Stéphanie Anspach woont, wordt 'le petit Paris de Bruxelles' genoemd. Omdat de gebouwen ietwat Parisien aandoen. De ontwerpster omschrijft de buurt als "een tikkeltje bo-bo", bourgeois-bohème dus. "Ik ben hier zes jaar geleden komen wonen en sindsdien is de buurt wel nog opgewaardeerd. Er zijn ook steeds meer kleine boetiekjes en leuke nichewinkeltjes gekomen. Er valt ook veel antiek en design te scoren. Een heel leuke buurt, maar ik zal hier toch niet voor de rest van mijn leven blijven. Zoals je ziet, woon ik hier klein. Ik heb een woonkamer aan de straatzijde, een keukentje, een kleine badkamer en slechts één slaapkamer. En dat op het gelijkvloers, wat betekent dat ik mijn ramen niet wagenwijd open kan zetten. Heel jammer.

"Maar goed, ik ben toch niet van plan om nog heel lang in Brussel te blijven. Antwerpen en Parijs trekken me ook wel aan. Tijdens de productieperiode van een nieuwe collectie spendeer ik heel veel tijd in Antwerpen, omdat ik samenwerk met een professor aan de Modeacademie. En Parijs leer ik nu ook beter kennen omdat ik er vanaf augustus ga verkopen. De tijd is aangebroken om de grenzen open te trekken voor mijn label."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234