Vrijdag 27/01/2023

Alles gaat voorbij, behalve het verleden

Met één zinnetje op de allerlaatste bladzijde van The Rotters' Club zette Jonathan Coe zijn fans drie jaar geleden aan het watertanden. Er zat nog een vervolg aan te komen op de avonturen van Benjamin Trotter en zijn vrienden, luidde de belofte. The Closed Circle speelt zich twintig jaar later af in het Groot-Brittannië van Tony Blair. Maar dat is geen reden tot optimisme.

Jonathan Coe

De gesloten kring

Oorspronkelijke titel: The Closed Circle

Vertaald door H. Damsma

Meulenhoff, Amsterdam, 463 p., 19,90 euro.

Zuinig zijn Engelse flaptekstschrijvers de laatste jaren niet geweest met de woorden 'funny', 'comic' en 'hilarious', maar in het geval van The Rotters' Club kon je ze zeker geen ongelijk geven. Wie niet kon genieten van het boek over Benjamin Trotter en zijn klasgenoten in de grammar school van Birmingham, heeft geen aanleg voor een gezonde vorm van nostalgie. Alle anderen smulden van de verwijzingen naar de (al dan niet zelf beleefde) seventies. Tegen de achtergrond van langdurige stakingen, IRA-bomaanslagen en Margaret Thatchers doorbraak zochten Trotter en zijn 'clubgenoten' hun weg naar volwassenheid. Het was moeilijk om niet ontroerd te raken door de wijze waarop Jonathan Coe zijn personages liet worstelen met alle vragen, twijfels en onzekerheden die bij de puberteitsjaren horen. The Rotters' Club was een pracht van een boek en ondanks alle kleine en grote tegenslagen ook een optimistisch verhaal.

In The Closed Circle hebben de clubleden, zeker in jaren, de volwassenheid bereikt. In Coes oorspronkelijke compositie zou het boek het zesde deel in een cyclus worden, maar uiteindelijk schrapte hij de delen twee tot en met vijf en koos hij voor een sprong van twintig jaar. The Rotters' Club eindigt op de dag dat Margaret Thatcher premier wordt, The Closed Circle begint enkele dagen voor het einde van het tweede millennium. Dat grote 'tijdsgat' is uiterst interessant, omdat het automatisch heel wat mysteries creëert, die overigens niet allemaal opgehelderd worden. Eerste vaststelling: de hoofdfiguren zijn er aan het einde van de jaren negentig niet gelukkiger op geworden. De wereld van de prille veertigers is een wereld van stukgeslagen dromen, van gemiste kansen, van bekraste zielen. Benjamin Trotter maakt zich bij de start van de nieuwe eeuw zorgen over "het air van mislukking, van ontgoocheling, dat hij dezer dagen om zich heen voelde hangen". Wat is er gebeurd met Trotter? Wel, eigenlijk niet zo heel veel. De hoofdfiguur uit The Rotters' Club is net, als twintig jaar geleden, nog steeds aan het schrijven aan zijn literaire meesterwerk dat ondertussen al een paar duizenden bladzijden telt. En Benjamin is dan wel getrouwd, dat belet niet dat hij nog steeds treurt om het vertrek van zijn eerste grote liefde. De oudste Trotter is niet de enige die met zijn hoofd in het verleden ronddwaalt. Zijn nichtje Sophie is bijna even gefascineerd door zijn belevenissen in het Birmingham van de jaren zeventig. Een andere schoolgenote van toen, Claire Newcomb, vraagt zich nog altijd af wat er met haar verdwenen zus gebeurd is, net als haar adolescente zoon Patrick. Met allerlei kleine en grote draadjes hangt iedereen vast aan zijn persoonlijke historie of aan die van anderen, en vaak is dat geen zegen. Older en sadder betekent niet noodzakelijk wiser. Té veel nostalgie blijkt een vloek.

Is het tegendeel beter? Niet noodzakelijk. Benjamins broer Paul leeft puur in het hier en nu, laat zich leiden door de waan van de dag, maar blinkt dan weer uit in oppervlakkigheid. Het kleine ettertje, dat in The Rotters' Club flirtte met het gedachtegoed van de Conservatives en Thatcher, blijkt nu een van de aanstormende krachten in de fractie van Tony Blairs New Labour. Niet dat Paul Trotter zijn standpunten daarvoor heeft moeten bijstellen. "Ons grootste succes was dat de partij zich heeft losgemaakt uit de wurggreep van de vakbonden en het vertrouwen en het respect van het bedrijfsleven heeft weten te winnen", schrijft hij aan het eind van het boek in zijn afscheidsbrief aan Tony Blair. In een rechtse denktank (The Closed Circle) zoekt Paul Trotter samen met een aantal vooraanstaande managers naar manieren om het bedrijfsleven meer te kunnen betrekken bij sectoren, zoals het onderwijs of de gezondheidszorg, die traditioneel in handen van de overheid zijn. Als Paul zich in zijn politieke actie ergert, is het altijd aan linkse parolen.

Via Paul Trotter laat Coe, net als in The Rotters' Club of What a Carve Up!, de buitenwereld binnensluipen. Op een vrij harde en bijzonder amusante manier rekent hij af met de allesdominerende mediageilheid in Blairite Britain. Een optreden in Have I Got News For You lijkt, zelfs wanneer je er achteraf bijna volledig wordt uitgeknipt, zowat het hoogtepunt in een politieke carrière. Een foute quote in de geschreven pers is dan weer tien keer erger dan de sluiting van een Rover-fabriek in Birmingham. En wat is de Derde Weg? Wel ja, van zo'n vraag moet een New Labour-parlementslid even slikken. "Het is een alternatief voor de steriele, versleten tweedeling tussen links en rechts. Dat is toch iets positiefs, neen?" Misschien ook een beetje mager als politieke overtuiging?

Ondanks al die kritiek op Blair en New Labour ontbreken de verontwaardiging, de woede, de genadeloosheid waarmee Coe op Thatcher inhakte in What a Carve Up! Zou het kunnen dat de 'geschiedenis' (zoals de oorlog in Irak of de aanslagen van 11 september) nog iets te dichtbij is? Dat de kritiek nog niet helemaal scherp zit? Misschien is er ook wel sprake van een zeker defaitisme, waarvan zowat alle 'linkse' protagonisten last hebben. Claire Newcomb betoogt tegen de sluiting van Rover, maar gaat wel op vakantie naar de Kaaimaneilanden met haar vriend-manager die fulltime saneringsplannen uitdenkt. En even opvallend: het zijn de 'rechtse' figuren - de bedrijfsleiders, de New Labour-MP's - die zich het meest gedreven tonen, die dag en nacht blijven 'gaan' voor hun ideaal, die niet versagen. Links zit bij de start van het nieuwe millennium in de verdrukking.

Het gebrek aan tijdsafstand speelt Coe ook in de rest van het boek parten. Zolang hij het over de jaren zeventig of tachtig had, kwam de auteur met een stevige lengte voorsprong op zijn lezers aan de start. Dat is niet meer het geval wanneer de gebeurtenissen zich in de jaren negentig afspelen. Coe is leuk en raak, bijvoorbeeld wanneer hij twee krantenlezende, gsm'ende vaders beschrijft die er in de speeltuin met mekaars baby vandoorgaan en daar door een derde op attent gemaakt moeten worden. Maar de uitweidingen over de plaag van het mobiel telefoneren op straat, verkeersagressie of middenvakrijden zijn te banaal en hebben we al veel te vaak gehoord om écht goed te zijn. Ze leiden niet tot een nostalgische glimlach (zoals in The Rotters' Club of What a Carve Up!), maar eerder tot een verveeld schouderophalen. Het zijn passages waarin Coe zich moet hoeden voor moralisme en al te makkelijk cultuurpessimisme. Als de pers op een societyfeestje geen oog heeft voor een van de belangrijkste genetici van Groot-Brittannië maar wél voor een koppel uit een reality-soap, dan is dat meteen exemplarisch voor het Groot-Brittannië van deze tijd: "de weerzinwekkende gewichtloosheid van het culturele leven, de groteske zege van de vorm op de inhoud, alle clichés die nu eenmaal clichés waren omdat ze waar waren". Misschien is zo'n society-feestje gewoon niet zo belangrijk? Misschien moet je daar als geneticus gewoon niets gaan zoeken? Of is dat té eenvoudig? Eenvoud is niet het sterkste punt van The Closed Circle. In zijn vorige romans bewees Coe al dat hij hield van iets ingenieuzere composities. In The House of Sleep spelen de even hoofdstukken zich dertien jaar na de oneven hoofdstukken af - dat werkte uitstekend. The Dwarves of Death was dan weer opgebouwd als een muziekcompositie. Ook in dit boek komen alle lijntjes op het einde mooi samen: in Berlijn, waar ze een duizendtal bladzijden eerder, op pagina 1 van The Rotters' Club, begonnen. Maar vanzelf gaat dat niet. De plotwendingen zijn vaak té vergezocht en missen de vanzelfsprekendheid van Coes vorige werken. Het leek een beetje zwoegen deze keer, het afwerken van een beproefd recept. Net zoals het Engeland van de eenentwintigste eeuw op een haast routineuze manier het decor vormt voor het wedervaren van de voormalige leden van de Rotters' Club. De historische gebeurtenissen hebben niet dezelfde impact op de personages als de IRA-bomaanslag in Birmingham halfweg de jaren zeventig die wél tal van levens overhoop gooide.

De verwachtingen waren hooggespannen en Coe slaagt er niet in om ze in te lossen. Wil dat zeggen dat u The Closed Circle maar links moet laten liggen? Allerminst. Ook wanneer het resultaat iets minder is, leest The Closed Circle als een trein en blijft de auteur bij momenten briljant, zoals die keer waarop hij al zijn recensenten met één welgemikte sneer voor schut zet. Na dagen van zenuwachtig nagelbijten krijgt politiek columnist Doug Anderton eindelijk een telefoontje waarin hem wordt uitgelegd wat zijn nieuwe rol op de redactie zal zijn. Het is de ultieme vernedering. "'Chef van de politieke redactie? Neen! Adjunct-hoofdredacteur? Neen!' Toen haalde hij diep adem en brulde: 'CHEF LITERATUUR. Horen jullie dat? CHEF LITERATUUR GODVERDOMME. Wel godverdomme! Die lamzakken! Die vieze, vuile gore lamzakken!'"

Ruud Goossens

Coe is leuk en raak, maar de uitweidingen over verkeersagressie of middenvakrijden zijn te banaal en hebben we al veel te vaak gehoord om écht goed te zijn

Annelies Beck praat met Jonathan Coe op donderdag 11 november om 15 uur in Architectura Links.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234