Woensdag 23/10/2019

Alles Dali in museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam

Dalí daliniseert de dingen

Lang voor de popart van Warhol of Lichtenstein overschreed zelfverklaard genie en icoon van het surrealisme Salvador Dalí (1904-1989) al de grenzen van de 'hoge kunst'. Dalí liet zich uitbundig inspireren door de populaire cultuur. Hij was actief in film, design, mode, fotografie, reclame en theater. In de expo Alles Dalí in Rotterdam blijkt hoe meesterlijk hij die massamedia bespeelde.

Rotterdam

Eigen berichtgeving

Nica Broucke

Na zijn dood werd Dalí's erfenis gereduceerd tot reproducties van zijn surrealistische schilderijen op posters, agenda's, magneten en wat dies meer zij. Dalí werd massacultuur, een gegeven waar een deel van zijn entourage gretig op inspeelde door enkele bekende motieven (slappe horloges, langbenige paarden...) postuum in bronzen postuurtjes te gieten. In Rotterdam krijg je echter een heel andere Dalí te zien. Meer dan 400 objecten en filmfragmenten illustreren hoe Dalí zelf naar manieren zocht om de massacultuur naar zijn hand te zetten. Meer nog, hoe de kunstenaar met verve de hoofdrol in zijn eigen soap speelde.

l Dalí goes to Hollywood

In 1929 schreef de toen 25-jarige Dalí met boezemvriend Louis Buñuel het scenario voor Un chien Andalou (oorspronkelijke titel: Het is gevaarlijk om naar binnen te leunen), die het boegbeeld van de surrealistische cinema zou worden. Vooral de close-up van een oog dat met een scheermes wordt doorkliefd, brandt zich op je netvlies. Un chien Andalou kende in de Parijse artistieke kringen een enorm succes. Eind 1930 volgde L'âge d'or, maar rechts-radicalen schopten keet in de bioscoop en de Franse autoriteiten vaardigden het verbod uit om de film nog te vertonen, en dat voor een periode van vijftig jaar.

Dalí lag er niet van wakker. Hij droomde van het echte werk, van Hollywood. In 1934, bij een eerste bezoek aan de Verenigde Staten, liet hij een harp van theelepeltjes en prikkeldraad afgeven bij Harpo Marx, die hij erg bewonderde. Het cadeau viel in de smaak bij de stomme Marx Brother. Hij nodigde Dalí uit en samen begonnen ze aan het scenario van Giraffes on a Horseback Salad, waarin een puissant rijke vrouw, genaamd Surrealistische Vrouw, en een buitengewoon rijke vrouw, genaamd Linda, om de liefde van Jimmy strijden. De film kwam er nooit, evenmin als tientallen andere projecten waar Dalí zich met tomeloos enthousiasme op stortte. De sporen ervan vind je wel terug in deze tentoonstelling.

In 1941 kreeg Dalí van de megastudio Fox de opdracht een nachtmerriescène uit te werken voor de film Moontide - hij zou daarvoor de hoogste vergoeding krijgen die een filmstudio ooit aan een kunstenaar had betaald. Dalí's visie op 'wat zich afspeelt in het menselijk hoofd tijdens de eerste fase van dronkenschap' werd echter te cru bevonden. En Dalí weigerde de scène af te zwakken omdat dat een aantasting zou betekenen van zijn integriteit als surrealistisch kunstenaar.

l Mae West op de lippen zitten

Hollywood was een onuitputbare inspiratiebron: Dalí raakte dermate gefascineerd door Mae West (bekend van 'Is that a gun in your pocket or are you just glad to see me?') dat hij haar gezicht collagegewijs ombouwde tot een comfortabel appartement. Van haar sensuele lippen maakte hij een sofa, wat in die tijd als buitengewoon pikant werd ervaren.

Dalí's ster rees nog meer toen Alfred Hitchcock bij hem aanklopte. De meester van de suspense wilde een decor voor de droomscène in Spellbound (1945), waarin Gregory Peck bij Ingrid Bergman in psychoanalyse gaat. Gefundenes Fressen voor Dalí, die Freud nog persoonlijk had gekend. In Rotterdam zijn vier prachtige ontwerpschilderijen van de bewuste scène te zien. Op een daarvan, een bruikleen van acteur Jack Nicholson, zie je een zwevende piano in een donkere ruimte met sensueel dansende koppels.

Spellbound opende perspectieven voor samenwerking met een andere filmlegende die Dalí in 1937 al op een briefkaart aan Breton als 'surrealistisch' had bestempeld: Walt Disney. Disney gaf Dalí in 1946 een contract van twee maanden om mee te werken aan kortfilm gebaseerd op het Mexicaanse lied 'Destino'. Dalí maakte massa's tekeningen en olieverfschilderijen met de typische iconografie (telefoons, slappe horloges, klok-vrouwen en kurkdroge landschappen, het hoofd van een Griekse god, menselijke bomen...). Van Destino werden uiteindelijk maar achttien seconden gefilmd, voldoende voor Disney om het project af te blazen. De zes minuten durende animatiefilm werd in 2002 alsnog afgewerkt. Samen met een twintigtal tekeningen, storyboards en olieverfschilderijen uit de Disney-archieven is die nu voor het eerst in Nederland te zien.

l Kreeftenjurk met (verse) mayonaise

De dandy Dalí hield van glamour en glitter. Het hoeft dus niet te verwonderen dat mode hem mateloos intrigeerde. In de jaren dertig ontwierp hij stoffen voor couturière Elsa Schiaparelli, die de modegeschiedenis zou ingaan als de bedenkster van de kleur shocking pink. Dalí zorgde voor enkele opmerkelijke accessoires waaronder een prachtige zwarte hoed in de vorm van een omgekeerde schoen, een ceintuur in roze suède met lippengesp en een mantelpak met laatjes.

Maar hij bleef immer zijn provocerende zelf. Zo stond hij erop dat je zijn elegante jurk met kreeftenopdruk droeg met een klodder (verse) mayonaise. In de tentoonstelling wordt daar echter geen gevolg aan gegeven.

Met Christian Dior maakte hij in 1950 een 'kostuum voor het jaar 2045', dat er erg retro uitziet. Het is meteen een van de pronkstukken van Alles Dalí. En met Coco Chanel werkte hij aan de kostuums voor Bacchanale, een opera gebaseerd op Wagners Tannhäuser waarvoor hij en passant ook het libretto schreef. Zijn liefde voor het theater kreeg hij mee van vriend en academiegenoot Federico García Lorca, voor wie hij in 1927 al de decors van de succesvolle productie Marina Pineda maakte.

l The Dalí News

Dalí maakte talloze tekeningen en covers voor Vogue, in zijn tijd al een erg gehypet modetijdschrift. Hij bleef zijn hele leven lang aan het blad verbonden. Zo mocht hij in 1970 hij de hele jubileumeditie onder handen nemen. Met het satirische The Dalí News, naar The Daily News, dat het maar twee nummers uitzong, probeerde hij het fenomeen Dalí nog meer te promoten.

Dat lukte aardig dankzij zijn tekeningen en teksten voor The American Weekly, een blad met een oplage van maar liefst 60 miljoen. Medio jaren dertig was de dalinisering van de wereld een feit, zeker nadat Time in 1936 een Man Ray-foto van hem op de cover zette. Met Man Ray, Brassaï en Philippe Halsman maakte hij schitterende foto's als Dalí en het doodshoofd, Dalí met zwevende dwerg en het spectaculaire Naakt met popcorn. De expo belicht heel mooi hoe die foto's in scène gezet werden.

l Fou van chocolade, advi a dollars

Dalí was een workaholic die van alle markten thuis was. Hij ontwierp onder meer een verpakking voor Perrier, parfumflessen en platenhoezen. Maar bovenal bleef hij een kunstenaar die de media naar zijn artistieke hand zette en naar zijn eigenzinnige evenbeeld kneedde. Ook de reclame. Hij maakte het product waarvoor hij verondersteld was reclame te maken ondergeschikt aan zijn eigen product: het merk Dalí.

Voor pantyfabrikant Bryans Hosiery ontwierp hij zo advertenties met een vrouwenbeen in een daliniaans-erotische rol. En in zijn reclamespots komt de excentrieke meester altijd zelf in beeld. In een hilarische spot voor Alka-Seltzer uit 1974 gaat hij haast duivels een vrouw met verf en penseel te lijf. Voor Chocolat Lanvin bedacht hij de slogan 'Je suis fou!! Du chocolat Lanvin'. Dalí amuseerde zich te pletter, maar voor zijn surrealistische broeders ging hij een (commerciële) brug te ver: Breton bedacht hem met het niet erg flatterende anagram 'advi a dollars'.

Voor de wereldtentoonstelling van 1939 in New York richtte Dalí een kermisachtig paviljoen in met beschilderde halfnaakte zeemeerminnen en de godin Venus, die 'overmand door liefdeskoorts' in bed ligt. Van dat opmerkelijke, waanzinnige paviljoen werd tot voor kort gedacht dat er behalve foto's niets van overbleef. Tot Jaap Guldenmond, de samensteller van de expo in Rotterdam, in de collectie van het Hiroshima Art Museum een groot doek ontdekte dat een onderdeel van het interieur van het paviljoen bleek te zijn. Hij liet het stuk vanuit Japan naar Nederland overkomen, waar het samen met boeiend beeldmateriaal wordt uitgestald, zoals in een aquarium zwemmende zeemeerminnen met blote borsten, iets wat in het huidige puriteinse Amerika niet meer zou worden getolereerd.

l Piet niet, Dalí si!

Alles Dalí is dus niet helemaal identiek aan de tentoonstelling die eerder in Barcelona, Madrid en St. Petersburg (in Florida, jawel) te zien was. Erg bijzonder, zeker in de Nederlandse context, is de kunstenaarsvideo Chaos and Creation (1960), want ook hier blijkt Dalí een wegbereider. Een extravagant uitgedoste Dalí gaat daarin op atelierbezoek bij Piet Mondriaan, die toen al zestien jaar overleden was. Dalí vindt diens abstracte werk maar niets en stelt voor het te 'verbeteren' volgens de principes van de 'cartesiaanse verdeling': hij vult de strakke, geometrische vakken in met tableaux vivants van varkens, een vrouw in een popcornbad en een motorfiets. Dalí merkt fijntjes op "dat het mogelijk moet zijn een computer te maken die enkel Mondriaans tekent". Hij besluit zijn bezoek met "Pi(j)et: njet, Dalí: si!" Het is, met alle respect voor de modernisten, ook het gevoel dat je overhoudt aan deze expo. Laat u bij de hand, en in het ootje, nemen door het gekke genie.

HHHH WAT Alles Dalí Wanneer en waar Tot 12 juni, Museum Boijmans van Beuningen, Museumpark 18, Rotterdam, 0031-10/441.94.75, www.alldali.org, www.boijmans.nl. Reserveren, via 0031-71/524.15.47, is aanbevolen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234