Woensdag 07/12/2022

Allemaal Harry

Wat is dat toch met bestsellers, dat de boekengemeenschap ze altijd uitspuwt? Waarom zijn ze nooit goed genoeg? Waarom doet niemand zijn best om te begrijpen waarom zo velen net dát boek kiezen, en niet de ongetwijfeld veel betere romans van veel getalenteerdere schrijvers die helaas jammer het is een schande niet zo gehypet worden? Door Tom Naegels

an Harry Potter ervoor zorgen dat kinderen ook ándere boeken gaan lezen?" Het was het onderwerp van een recente discussie tussen twee professionele lezers uit het jeugdcircuit, in de wandelgangen van alweer zo'n literaire bijeenkomst. Ze waren somber gestemd: niets wees erop dat de miljoenen jongeren, die elke keer weer die pil van zeshonderd à zevenhonderd bladzijden doorworstelden, daardoor aangezet werden om ook andere - begrijp: betere - literatuur te ontdekken. De Ontlezing zou Potter niet bestrijden. Integendeel, hij versterkte ze! Als iedereen Potter las, dan kocht niemand nog wat anders. Kinderen hebben ook maar tijd voor een paar boeken per jaar. Jammer toch, want er zijn zoveel originelere jeugdboeken! Zei een van hen: "Of ze nu níét lezen, of ze lezen Potter, dat is voor mij hetzelfde. Eigenlijk heb ik nog liever dat ze niet lezen: dan doen ze misschien nog iets nuttigs met hun tijd."

Ik ben fan van Harry Potter. En ik zal u eens vertellen waarom Potter gekoesterd wordt door zo veel miljoenen lezers. Harry Potter is warmte. Harry Potter is thuiskomen. Harry Potter is gelukzalig opgaan in een organisch gemeenschapsgevoel.

Zijn dat geen literaire argumenten? Nou en?

Al mijn Harry Potters zijn eerste drukken. Ook De steen der wijzen, de eerste in de reeks, die ik gelezen heb zodra hij uitkwam. Ik was er sceptisch aan begonnen, wilde gewoon weten waar al de heisa over ging, maar al na dertig bladzijden - de domme Duffelings! Hagrid op zijn vliegende motor! En daar is Harry met zijn litteken, de baby Die Bleef Leven! - gebeurde er iets waar ik me nog altijd een beetje voor schaam: voor het eerst in mijn volwassen lezende leven ervoer ik dat romantische gevoel van zo meegesleept te worden door een boek dat ik het 'in één ruk' heb uitgelezen. ('In één ruk'! Hoe haatte ik dat schoolkrantjescliché!) Voor het eerst leefde ik zo mee met de personages dat ik lachte als ze blij waren en huilde als het slecht ging. Voor het eerst trappelden mijn voeten bij spannende passages. Voor het eerst bloedde mijn hart toen het uit was.

Voor een beroepslezer zijn dat vreemde gevoelens. Ik weet nog altijd niet of het verstandig is om ze hier te grabbel te gooien. Ik zie de collega's fronsen. Potter, dat is toch die verzameling ellendige clichés? Een verhaaltje over Goed en Kwaad, de zoveelste vertelling over een doodgewone jongen, een weesje dat mishandeld wordt door zijn boze pleegouders (waar zitten die gebroeders Grimm?) en dat (geeuw) ontdekt dat hij 'bijzondere gaven' heeft. En kijk eens aan, hij is een tovenaar, waar hebben we dat nog gelezen? Die doodgewone, gepeste jongen wordt onverwachts uit zijn ellendige bestaan gehaald (is er een klassieker thema in de kinderliteratuur? The Wizzard of Oz! The Never-ending Story! Assepoester!) en naar een toverschool gestuurd, waar plots alles spannend is. Hij blijkt wereldberoemd in toverland, omdat hij als baby een aanval heeft overleefd van Voldemort, de slechte tovenaar die een fascistoïde schrikbewind voerde maar na de mislukte aanval op Harry met de noorderzon verdween. Helaas! Voldemort is niet dood! Hij bereidt zijn sinistere terugkeer voor! (Bemerken we daar Tolkien?) Van Harry wordt dan ook verwacht dat hij de wereld zal redden van het Kwaad. (O, wordt het nog een Messiasverhaal ook?) In afwachting daarvan beleeft hij spannende en doldwaze avonturen met zijn beste vriendjes Ron Wemel en Hermelien Griffel, die symbool mogen staan voor Trouw en Intelligentie, maar die natuurlijk nooit uit de schaduw treden van Heldenmoed, Harry's grootste deugd.

Wat een misselijkmakende clichés!

Ik snap die reacties hoor. Natuurlijk zie ik dat J.K. Rowling de meligheid niet schuwt. (Die moraliserende lesjes aan het eind, waarin gepreekt wordt dat Harry zal overwinnen omdat hij kan liefhebben, in tegenstelling tot die verzuurde hork Voldemort - om geelzucht van te krijgen!) En dat ze heel klassiek, ouderwets kinderproza schrijft, compleet met flauwe woordspelerige namen. (Die nog erger zijn in de Nederlandse vertaling: de eerbiedwaardige professor Perkamentus, de uil Koekeroekus, de laffe ijdeltuit Gladianus Smalhart... Het lijkt Asterix wel.) En het strafste: dat ze schaamteloos personages en verhaallijnen steelt. Alleen al over de gelijkenissen met In de ban van de Ring kun je een heel boek schrijven. Voldemort, die zijn lichaam kwijt is maar niet kàn sterven, als naargeestige kracht overleeft en langzaam zijn aanhangers weer rond zich verzamelt? Het kost niet veel moeite om daarin Dark Lord Sauron te herkennen. De Dementors, die het geluk uit mensen zuigen en hen vullen met de allerdiepste wanhoop? Alleen uiterlijk al - monnikspijen met grote kap, een zwart gat als gezicht - lijken ze op de Nazgul, de Ringgeesten. En Perkamentus, de directeur van Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus Pocus, heeft precies hetzelfde uiterlijk en dezelfde rol als Tolkiens Gandalf: de witbebaarde, stokoude, machtige, wijze, zeer mysterieuze, vredelievende maar tegelijk dappere leider van De Goeien.

We kunnen nog uren doorgaan met clichés en zogenaamd plagiaat uit Potter te halen. Het is een irrelevante discussie. De essentie van dit soort bestsellers is net dat ze drijven op bekende thema's. Daaruit halen ze hun kracht. Dat maakt ze meeslepend. Het maakt het verschil tussen een roman die het intellect aanspreekt - het zogenaamd betere boek, dat uitblinkt in originaliteit, vernieuwing, spitse stijl en verrassende dialogen - en een roman die je naar het hart grijpt. Wie een echt groot publiek wil bereiken, wie lezers wil laten huilen en smachten naar een vervolg, die moet met clichés werken. Niet omdat de massa dom is, maar omdat (pas op, nu word ik amateur-psycholoog) een verhaal pas echt aanslaat als het gebruikmaakt van archetypische patronen. De bestrijding van het Kwaad, de bestraffing van pestjochies, de bebrilde nerd die superheld blijkt: we herkennen er onze eigen strijd in, ons eigen falen, onze eigen onzekerheid en onze eigen hoop op liefde en een beter leven.

Is daar iets mis mee?

Bovendien is Harry Potter meer dan een samenraapsel van clichés. Niet alleen weet J.K. Rowling alle opgesomde gemeenplaatsen op een bijzonder frisse, hedendaagse manier te verwerken, ze is ook vaak echt verrassend. En grappig. Dat is ze vooral in de passages die gaan over de parallelle wereld. (Jaja, ook al zo'n klassiek thema.) Tovenaars en heksen wonen gewoon tussen andere mensen (Dreuzels) in en doen de dingen die wij doen, alleen op een iets andere manier. Hun politici en ambtenaren zijn net zo pompeus als de onze, alleen werken ze voor de Kobold-Contactgroep, het Comité Experimentele Bezweringen of de Dienst Misbruikpreventie van Dreuzelvoorwerpen. Ze hebben snoepjes net als wij, alleen heten die Chokokikkers of Smekkies In Alle Smaken (met als slogan 'Je weet niet wat je proeft'. En dat klopt: het kan aardbei zijn, maar ook lever, sardines of snot.) Heksen worden ook boos als hun kinderen gespijbeld hebben, alleen sturen zij brulbrieven: brieven die, zodra opengemaakt, de bestemmeling beginnen uitschelden. En ze hebben een eigen tabloid, De Ochtendprofeet (met sterjournaliste Rita Pulpers), die even ranzig en leugenachtig is als de Britse tabloids en Hermelien horendol maakt door te roddelen over haar en Harry, waarna zij hatelijk jaloerse brulbrieven krijgt van Harry-fans uit het hele land.

De bekendste parallelle-wereldvondst is uiteraard Zwerkbal, een sport waarbij de spelers van twee teams op bezemstelen door het zwerk zoeven. De Potter-film The Goblet of Fire, die vandaag in première gaat, opent met de finale van het WK Zwerkbal. Als u gaat kijken, of het vierde Potterboek De vuurbeker leest (het eerste echt dikke van de reeks, en tot dusver het beste), dan kunt u zelf zien hoe geestig Rowling de parallelle tovenaarsmaatschappij beschrijft. Net als de voetbalgekke Engelsen weten de tovenaars over niets anders te praten dan over de razendsnelle Victor Kruml (eventjes het onwaarschijnlijke vriendje van Hermelien), de nieuwe sportbezem Vuurflits en de finale van het vorige WK, die vijf dagen duurde. Er zijn cheerleadende kabouters die beledigende figuren vormen in de lucht, badges die de namen van de spelers scanderen en verrekijkers waarmee je een spelfase in herhaling kunt zien, mét commentaar.

Al is het leukste aan Harry Potter allicht gewoon het soap-element. Rowling is op haar best als ze Harry, Ron en Hermelien portretteert als typische kinderen, pubers en jongvolwassenen, met alle hebbelijkheden. Een van de grappigste randverhalen in De vuurbeker is Hermeliens - altijd de politiek-correctste van de bende, en zeker als puber onuitstaanbaar principieel - obsessie met de bevrijding van huiselfen. Ze richt de Stichting Huiself voor Inburgering en Tolerantie (S.H.I.T.) op, een radicale burgerrechtenbeweging waarmee ze vooral haar eigen klasgenoten mateloos irriteert. Een eeuwige bron van ergernis is pestkop Draco Malfidus, die badges maakt met 'Potter is prut' op. De overdreven ijdele Fleur Delacour, verloofde van Rons broer Bill en uiteraard Française met belabberd Engels accent, werkt iedereen komisch op de zenuwen in De halfbloed prins. Harry's balorige puberteit in De orde van de feniks is niet wat je verwacht van een superheld, maar wel typisch voor een vijftienjarige. Zijn eerste, zeer korte relatie met Cho Chang is dan weer hartverscheurend herkenbaar; die van Ron, met de alleen in tongzoenen geïnteresseerde en "Won Won" koerende Lavender, hilarisch. En wanneer worden Ron en Hermelien nu eindelijk een koppel? In De halfbloed prins zitten ze een roman lang naar elkaar te geelogen, maar op een eerste kus is het nog altijd wachten. Om je de haren bij uit het hoofd te trekken!

Kortom. Harry Potter is het enige wat ik me kan voorstellen bij dat kneuterige 'gezellig in een hoekje met een boekje' of 'nog even heerlijk lezen voor het slapengaan' of, nog erger, 'je eventjes verliezen in een andere wereld'. (Ik lees nooit in een hoek. En al zeker nooit voor het slapengaan. Boeken dienen niet om je in te verliezen. Behalve Harry Potter.) Het is ook het enige boek waarvan ik me kan voorstellen dat ik er met plezier met een wildvreemde over praat. Praten over boeken heeft altijd iets aanstellerigs - behalve bij Potter. Doe zelf de test. Koop een Harry Potter en ga ermee op de bus zitten. Wedden dat er u binnen het kwartier iemand aanspreekt? Welk stuk je precies aan het lezen bent? (O God dan weet je nog niet dat er binnenkort staat te gebeuren dat... Nee! Niks zeggen!) Of je gelooft dat Ron en Hermelien op het einde dan toch samen... En of Sneep nu een handlanger is van Voldemort, of net de superspion van de Orde van de Feniks? Dat maak je nooit mee als je Hugo Claus leest. (Of alleen met weirdo's.) Harry Potter is Allemaal Sam, maar dan minder klef. Hij is warmte. Hij is thuiskomen. Hij is gelukzalig opgaan in een organische gemeenschap. Ik ken geen enkel kwaliteitsboek dat hetzelfde effect kan bereiken.

Tom Naegels

Voor het eerst leefde ik zo mee met de personages dat ik lachte als ze blij waren en huilde als het slecht ging

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234