Zondag 13/06/2021

Allemaal dromers, allemaal losers

Cynische humor en verontwaardiging. Robert McLiam Wilson. 'Ripley Bogle' en 'Eureka Street'

Geert Lernout

Ripley Bogle van de Noord-Ierse schrijver Robert McLiam Wilson is nog net geen tien jaar oud en er zijn geen woorden genoeg om uit te drukken hoe jammer het is dat ik dit boek nu pas in handen krijg. Het is zonder meer de grappigste roman die ik in jaren heb gelezen, het soort werk waaruit je tot vervelens toe voorleest aan je vrienden en dat je verplichte lectuur zou willen maken voor alle stemgerechtigde inwoners van de Europese Unie.

De roman beschrijft een moeizame en doelloze tocht door Londen, vier dagen uit het leven van Ripley Bogle, een dakloze Noord-Ier: "I am twenty-one years old, my name is Ripley Bogle and my occupations are starving, freezing and weeping hysterically." De avonturen die hij beleeft zijn weinig spectaculair, vechtpartijen, honger, dorst, kwaaltjes allerhande. De kleine pleziertjes van het roken van een sigaret vormen schaarse uitzonderingen gedurende 96 uren ellende. Maar dit is geen underclass roman zoals ze de laatste tijd aan de lopende band worden geschreven. Wat van dit boek een klein meesterwerk maakt, is de stem van het hoofdpersonage. Nabokov was een van de eersten om een door en door onsympathieke verteller een gecultiveerde en erudiete taal te geven. Humbert Humbert in Lolita is een pedofiel en een moordenaar, maar met zijn precieuze taal zuigt hij de lezers in zijn misdaden mee en maakt hij hen zo medeplichtig.

Ripley Bogle is niet zomaar een buitenslaper. Hoewel hij de telg is van een familie holbewoners uit Belfast (zijn moeder is zo mogelijk nog lelijker dan andere vrouwen uit Ierland, zijn vader drinkt, slaat vrouw en kind en komt bovendien uit Wales), blijkt hij een wonderkind te zijn. Bij het begin van zijn vijfde levensjaar heeft hij al de volledige werken van Dickens en Thackeray gelezen, en de rest van dat jaar gebruikt hij om de volledige literaire productie van de negentiende eeuw te verwerken (daarover zegt hijzelf: "Perhaps that is why my style is so florid, so rotund, so fucking courtly"). Dan gaat hij terug in de tijd en doet hij Shakespeare, Webster, Marlowe en Spenser. Vervolgens de Grieken en de astrofysica. Het nihilisme van Camus, Sartre, Eliot en Orwell veroorzaken een stevige depressie, maar aangezien hij zes is en ook de epicuristen heeft gelezen, herstelt hij vrij snel. Op zijn zevende lacht hij om Freud, giechelt hij om Jung, grinnikt met D.H. Lawrence, buldert met Virginia Woolf en kakelt met Roland Barthes.

Het resultaat van al deze lectuur is een roman die geheel bestaat uit de zeurende, betweterige stem van Ripley Bogle, 325 pagina's lang. Ripley vertelt over de eenentwintig jaar van zijn leven terwijl hij door Londen loopt, van de ene plaats waar hij niet wil zijn, naar een plaats waar het alleen maar heel even minder erg is. Ondertussen krijgen we niet één maar vele verschillende verklaringen voor zijn huidige beroepsbezigheid van honger lijden, bevriezen en hysterisch huilen. Hij liegt, verdraait de waarheid en laat dingen weg, maar hij legt later wel uit waarom hij gelogen heeft.

Maar uiteindelijk maakt het helemaal niets uit welke versie van het verhaal klopt: de afschuwelijke eerste versie of de nog afschuwelijker laatste. Dit boek gaat niet over de gebeurtenissen in het leven van Ripley Bogle maar over de taal, de toon, het timbre van zijn spreken. Ripley Bogle is een late erfgenaam van de erudiete zwervers en mislukkelingen van Becketts proza. Het is alsof die Molloys, Murphy's, Merciers en Malones hier besloten hadden om steeds meer te praten in plaats van steeds minder. Het is bijna onmogelijk om aan de verleiding te weerstaan om hier het hele boek te citeren. Niets is afval in dit boek, het is soms alsof de schrijver besloten heeft om een hele roman te schrijven met alleen maar perfecte oneliners. Eén voorbeeldje toch maar, met alle ingrediënten van een klassiek Ripleyisme: goeie inleiding, zorgvuldige opbouw, excellente climax. Nadat hij de leerkrachten op zijn nieuwe middelbare school beschreven heeft, stapt hij over op zijn medeleerlingen: "The list of these new comrades was long and included such luminous figures as Plonker O'Halloran, Sean 'Missing Link' Murphy, Donal 'On the head' McArdle, 'Abdul' McGonagle (a boy with a suntan), 'Pustules' Brady, Rob the Yob, Mad Rat Johnson and of course my dearest, my closest pal, the strangely named Maurice Kelly."

De Ierse troubles zijn maar een van de problemen waarmee Ripley te kampen had in zijn korte leven. De recente zomer heeft aangetoond dat vrede in Noord-Ierland iets moeilijker is dan we een tijdje hadden gedacht. Het conflict tussen de twee bevolkingsgroepen heeft zijn onmiddellijke oorsprong in de escalaties van confrontaties rond de (katholieke) burgerrechtenbeweging in de late jaren zestig. Toen op een Zwarte Zondag in 1972 de Britse soldaten op een katholieke betoging schoten en dertien mensen doodden, begon een oorlog die nog steeds niet gedaan is. Natuurlijk liggen de wortels van het conflict tussen protestanten en katholieken verder in de geschiedenis dan 1972: zoals in de Balkan beroepen de Ierse fanatici aan beide kanten zich op vernederingen, onrecht en schanddaden van vele eeuwen geleden.

De nieuwe roman van McLiam Wilson gaat over de periode net voor en net na de recente doorbraak in de vredesonderhandelingen, maar het is geen politieke roman in de gewone betekenis van het woord. De twee helden in dit boek komen van beide kanten van de barrière. Chuckie Lurgan is een dikke en arme protestant, een dromer en loser zoals je ze in de hele wereld aan de toog kunt vinden. Zijn familie heeft iets met beroemdheden en zelf bezit hij een foto die hij telkens opnieuw laat retoucheren, waarop hij samen met de paus staat. In het begin staat Chuckie tussen een heleboel andere Ieren die hun armen uitstrekken naar de Heilige Vader, die net een mis heeft opgedragen en die zijn arm uitstrekt in de vage richting van Chuckie. In een volgende versie zijn alle andere mensen verdwenen en staan Chuckie en de man van Polen tegenover elkaar tegen een achtergrond van bomen, hagen, gras en een tuinstoel. Maar Chuckie vindt het decor nu veel te gewoontjes, alsof de Hoogste Herder hem nogal toevallig tegen het lijf was gelopen. Daarom verandert de achtergrond nogmaals en zien ze elkaar nu in een grote kamer van een seminarie of universiteit, met hoge muren, boekenkasten en mooie lichteffecten. Maar nu is het contrast tussen de grootse gebaren en de rust van het interieur te groot, en in de definitieve versie zien we Chuckie met een glas en de Bisschop van Rome met een fles whisky. In de loop van de roman ontpopt Chuckie zich als de belangrijke figuur die hij in het diepst van zijn gedachten altijd geweest is. En zijn avonturen met de paus bewijzen al dat hij breeddenkend is; hij heeft zelfs katholieke vrienden. Een van hen is Jake Jackson, de andere held van de roman, een zware jongen die zijn leven heeft gebeterd maar die buiten zijn wil om levensgevaarlijke politieke problemen krijgt.

Eureka Street gaat niet echt over de politieke situatie in Ulster, maar het is een politiek boek in een context waarin neutraliteit niet langer bestaat. De humor in het boek is minder cynisch dan in Ripley Bogle en alles komt goed op het einde. Maar Eureka Street is ook een verontwaardigd en zelfs woedend boek. MacLiam Wilson heeft geen enkel begrip voor iedereen die medeplichtig is aan het geweld in Noord-Ierland, niet voor de zware jongens van de IRA, de bommengooiers en knieënverbrijzelaars, niet voor de sympathisanten en meelopers van Sinn Féin, en ook niet voor de dichters en muzikanten die minstens medeplichtig zijn. Deze roman gaat niet over helden, maar over de vele honderden slachtoffers van het geweld in Ulster, allemaal ooit dromers, en uiteindelijk allemaal losers.

Robert McLiam Wilson. Ripley Bogle en Eureka Street. Minerva, London, 1997. Distributie in België : AMP-PVD Robert McLiam Wilson op Het Andere Boek: zondag 27 september om 16 uur in het ICC.

MacLiam Wilson heeft geen enkel begrip voor iedereen die medeplichtig is aan het geweld in Noord-Ierland

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234