Donderdag 02/04/2020

Zeno Reportage

Allemaal Buffalo: hoe de opmars van AA Gent de hele gemeenschapswerking van de stad een boost geeft

De dak- of thuislozen van Homeless Blue White zijn klaar voor hun partij tegen De Geestige Buffalo’s. Beeld Jonas Lampens

Rogier mag zijn medicatie afbouwen, Ismael is uit de boeien en Michael heeft een eigen huis. Wát hen bindt, is de Buffalo. Wíé hen bindt, is ‘Voetbal in de stad’, de community­werking van de stad Gent en KAA Gent. "We bereiken nu Gentenaars die we anders moeilijk betrokken krijgen."

"Miljerde.”
- “Wat scheelt er?”
“Ik geraak bijna niet meer in mijn trui.”
- “Da d’es een probleem.”
“Ja, ja, nog een beetje, nog, nog, ja, voilà.”

Michael Verhelst trekt het shirt van KAA Gent amechtig over zijn bast. De man zit in de kleedkamer van Homeless Blue White, in sportzaal Tolhuis in Gent. Vraag hem niet om veters te knopen of het shirt barst open. Hij kan erom lachen.

Een paar jaar geleden werd Michael wakker in Gent. De man is geboren in Waregem, groeide op in Kortrijk, woonde op zijn zestiende alleen in Oostende en arriveerde uiteindelijk in complete verwarring in Oost-Vlaanderen. Hij was het spoor bijster en zwierf ’s avonds met zijn vrouw en twee kinderen door de schemer­straten van de stad. Geen huis, geen geld, geen vertrouwen. Michael kraakte ’s winters het kasteel de Pélichy in Gentbrugge en sliep ’s zomers op de camping van de Blaarmeersen. “We hadden niks meer.”

Foute keuzes

Ooit werd hij als beloftevol omschreven in waterpolo en ging hij tot tweemaal toe op stage naar Nieuw-Zeeland, daarom ook verhuisde hij naar Oostende, op z’n eentje, om carrière te maken in het zwembad.

Maar Michael gleed naar de rand, maakte een paar foute keuzes, leidde een bandeloos leven, aanvaardde geen gezag meer en telkens wanneer hij een zoveelste rekening achteloos verscheurde, werd de put dieper en het lontje korter. “Doe een paar domme dingen, en voor je het beseft, kantelt je leven”, zegt hij. Nu draagt de beer geen badmuts meer.

Homeless Blue White gaf het leven van Michael meer richting. Nu werkt hij in Lokeren, wendt zijn paardenkracht aan om stellingen en tenten te bouwen en woont samen met zijn vrouw en drie kinderen in een eigen huis. Hij stapt het veld op: “Die indiaan heeft mijn leven veranderd.”

De dak- of thuislozen van Homeless Blue White nemen het vandaag op tegen een groepje voetballers met een psycho­sociale problematiek – De Geestige Buffalo’s – onder leiding van dr. Lorentz Verbeerst, een psychiater. De wedstrijd is een ventiel om stoom af te laten. Samen met de wekelijkse training zorgt die voor structuur en regelmaat in het leven van de spelers en reikt hen een handvat aan in een wereld die steeds sneller draait en de kwetsbaren naar de rand drukt.

Michael pept de Homeless-mannen op: “Come on Blue White!”
Nancy doet dat bij de dames: “Uflakke!”

Kansen creëren

Homeless Blue White en De Geestige Buffalo’s zijn initiatieven van Voetbal in de stad, een vzw waarin voetbal­club KAA Gent, Stad Gent, het OCMW en de supporters­federatie van de Buffalo’s voetbal als hefboom gebruiken om mensen samen te brengen en kansen te creëren. ‘Community­werking’ zoals dat dan heet. Sommige Belgische voetbal­clubs houden van dat woord en pochen met een ‘community­manager’. Die ene man moet dan de maatschappelijke inzet symboliseren. In werkelijkheid is dat sociale luik vaak niet meer dan een handvol kruimels en staat de community­werking vooral in het teken van communicatie. Dan bezoeken de vedetten een lokaal ziekenhuis, moeten de patiënten vereerd zijn en telt achteraf vooral het aantal kliks en views van het online­filmpje. Dat is natuurlijk niet overal zo. Clubs als Waasland-Beveren (W-B Community), KVC Westerlo (Westel Cirkel), KRC Genk (Frza!), OH Leuven (OHL Community), KV Mechelen (Mechelse Hattrick) en zeker ook Club Brugge (Club Brugge Foundation) hebben ook een degelijke community­werking.

Beeld Jonas Lampens

“In België is het werk van KAA Gent wel toon­aangevend”, zegt sport­socioloog Bart Vanreusel (KU Leuven). “Mede door de inbreng van de stad. Het blijft toch merkwaardig dat gemeente- en stads­besturen nu pas de maatschappelijke kracht van voetbal inzien en benutten.”

In Gent kan dat ook, daar is geen concurrentie zoals in Brugge (Club en Cercle) of Antwerpen (Beerschot en Antwerp). De stad en de club hebben geen rivalen. Van alle topclubs in België is KAA Gent de enige met een cvba-so-structuur. Waarbij ‘so’ staat voor sociaal oogmerk. Er is geen leidende familie die alle touwtjes in handen heeft. Dat is anders bij Club Brugge (Verhaeghe), Standard (Venanzi) en Anderlecht (Vanden Stock).

Sterk merk

“Dat sociaal oogmerk onderscheidt Gent van andere clubs”, zegt Pierre Van der Veken (28), de coach van Homeless Blue White en fulltime­medewerker van Voetbal in de stad. Pierre trapt een bal het veld op.

“KAA Gent kent een groot sociaal kapitaal, zeker nu de Gantoise op sportief en economisch vlak een hoge vlucht neemt. Dat beseft de stad – ‘Goeien bal Nancy!’ – die gebruikmaakt van het sterke merk dat KAA Gent is. De stad klopte niet op de deur na het recente succes, maar was eerder al betrokken, nog voor de bouw van het nieuwe stadion en de lands­titel van vorig jaar.”

Anno 2016 is de vzw een klein bedrijf dat zich vooral richt op de supporters van de Buffalo’s, het Gentse verenigings­leven, de inwoners van de nabijgelegen wijk Nieuw Gent, en Nancy en Michael. Met een budget van dik een half miljoen euro, 4 fulltime­jobs, 20 vaste vrijwilligers en 25 project­stagiairs is de vzw meer dan kerst­mutsen en ziekenhuisbezoeken. KAA Gent beschikt in België over de meeste middelen, al is dat maar klein bier vergeleken met het budget en bereik van de grote clubs in Europa, vooral die in het Verenigd Koninkrijk. Sommige community’s halen zonder overheids­inmenging makkelijk meer dan een miljoen euro op.

Michael en Nancy vergeten even hun zorgen in de Ghelamco Arena. Beeld Jonas Lampens

Buffalo Cup

De Geestige Buffalo’s en Homeless Blue White springen in het oog, maar maken deel uit van een groter geheel. Binnenkort start de Buffalo Dance Academy, er is het OCMW-activerings­programma eXtra­Time voor jonge leefloners, het wandelvoetbalteam van de Gantoise Legends (55+), buurt- en school­sport in de Buffalo Cup en Buffalo League, de samenwerking met twaalf regionale Gentse voetbal­clubs in ‘Elk talent telt’, en er zijn de Buffalo Bustels, een groep psychiatrische patiënten die na iedere thuis­wedstrijd de Ghelamco Arena poetsen.
Nancy: “Ze doen azu wa hé.”
“Voetbal verbindt”, zegt coach Pierre. Hij tikt een invaller op de dij – ‘“En, Ismael? Klaar?”

“Het is een medium om mensen samen te brengen in een veilige omgeving. Niks meer dan dat. Hier zijn Nancy en Michael op hun gemak. Mensen hebben andere mensen nodig om te groeien. Voetbal in de stad geldt daarom als een ontmoetings­plek zonder rang of stand. Een voetbal­kantine is misschien wel een van de laatste plekken waar mensen uit alle lagen van de samenleving elkaar treffen. Dat moeten we koesteren. Als er niet veel bruggen meer over­schieten, dan is het niet zo moeilijk om er een paar te bouwen. Voetbal is cultureel ingebed, laagdrempelig en was onze hefboom om in het geval van De Geestige Buffalo’s zowat alle psychiatrische instellingen uit de streek uit te nodigen in de Ghelamco Arena. Daar zie ik weinig andere organisaties toe in staat.”

‘Pfff, piepeduud’

Nancy Callens komt het veld af en ploft neer op de bank: “Pfff, piepeduud.” Ze hijgt, zegt dat ze moet stoppen met roken en zoekt een fles water. “Schuun matchke hé?” Vraag aan Nancy hoe het met haar gaat en de deur gaat op slot. Ze zegt niks meer en kijkt naar de wedstrijd: “Lupen, Michael, lupen!”

“Goed en niet goed”, zegt ze dan. Nancy aarzelt, kijkt naar links, naar rechts, naar haar schoenen, naar het plafond, kijkt op en weer weg, en zegt dan: “Hier moet ik tenminste geen verantwoording afleggen.” Ze vertelt over haar zoon en houdt weer in. “Veel gelijkaardige projecten, georganiseerd door de stad of het OCMW, scheppen verwachtingen. Daar moet je ‘presteren’ naast het veld en is de hiërarchie duidelijk. Hier is iedereen gelijk en dat geeft vertrouwen.”

De wedstrijd loopt af. Spelers delen high fives uit. Rogier Crul, verdediger bij De Geestige Buffalo’s, speelde vroeger aan de overkant, bij de Homeless. Hij omarmt Michael.

“Ik mag mijn anti­depressiva volgend jaar afbouwen. Goed hè?”
- “Fantastisch.”“En ik werk nu als kok in de eetzaal van het overheids­personeel van de Stad Gent, op ’t Zuid.”
- “Nog beter!”
“De volgende stap is een sterrenzaak.”
- “Dan kom ik af.”

Problemen vergeten

Rogier lacht. Dat doet ook Lorentz Verbeerst, de coach/psychiater. Hij verzamelt de ballen en de fluo­hesjes, en trekt wat later de deur van de kleedkamer open. Een dampwolk stijgt op uit de douche en beslaat zijn brilglazen. Dit is een vreemde setting. Mensen met borderline, stemmings­wisse­lingen of een heroïne­verslaving ziet Verbeerst normaliter in de consultatie­ruimte, niet in de douche van een sporthal.

“Sport is zeer belangrijk voor de mens”, zegt Verbeerst. “Wie voetbalt, kan alleen focussen op het spel en slaagt erin zijn geest een tijd uit te schakelen, even de problemen te vergeten. Bijkomend staat een ploeg­sport ook in het teken van sociaal contact, samenwerking en fysieke inspanning. Drie factoren die de re-integratie bevorderen. De blauw-witte kleur creëert daarbij een extra dimensie. Als De Geestige Buffalo’s hun officiële trui van KAA Gent aantrekken, dan zie je fierheid in hun blik. Ze krijgen een identiteit aangereikt, voelen dat ze deel uitmaken van de maatschappij. Als de overheid een dergelijk engagement zou aangaan, zonder de steun en de uitstraling van de Buffalo’s, is dat iets minder aantrekkelijk, minder sexy. Zonder het te overdrijven, maar die indiaan is wel belangrijk.

“De vraag is welke andere instellingen of organisaties ook een dergelijke rol kunnen opnemen? Veel zijn het er niet, maar het S.M.A.K. in Gent kan wel een tentoonstelling inrichten met werk van psychiatrische patiënten. Dan erken je die mensen.

Die kunnen zelf geen expo organiseren, maar hun verbeelding leidt wel tot kunst en geeft een inkijk in de menselijke kwetsbaarheid.”

Voetbal verbindt, ook bij de Homeless Blue White.Beeld Jonas Lampens

Er is méér nodig

Is het niet vreemd dat een stad een voetbalclub nodig heeft om een breder publiek te bereiken? Is het niet vreemd dat we mensen een identiteit moeten aanreiken? Verdampt de maatschappelijke cohesie dan echt zo snel? Of heeft de samenleving gewoon een medium nodig om elkaar te ontmoeten, zoals een indiaan?

Resul Tapmaz, de bevoegde schepen, antwoordt: “Door te werken onder de vlag van KAA Gent bereiken we een groot publiek, ook Gentenaars die we anders moeilijk betrokken krijgen, Gentenaars met een zeer diverse achtergrond. Daarom kreeg Voetbal in de stad een opdracht in het kader van het lokale beleid, zoals we ook aan andere organisaties taken uitbesteden.”

Als voormalig hoofd­commissaris van de Gentse flikken kent Steven De Smet het Gentse voetbal­verhaal van binnen en van buiten: “Ik begrijp dat de stad in de club investeert, want de Buffalo trekt aan. Waarom zou de stad het niet doen? Maar Gent zou nog véél meer moeten investeren”, zegt hij. “Zonder schroom. Méér engagement, méér zichtbaarheid, méér middelen. Idem voor KAA Gent. Alles draagt nu het stempel van de Buffalo’s, maar op stedelijk vlak moet hun betrokkenheid toch veel verder reiken? Een voetbal­stadion heeft de rol van de kerk overgenomen. Fans kijken op zondag naar de Buffalo’s en luisteren niet meer naar de pastoor. Het gaat om het gemeenschaps­gevoel. Mensen drinken samen een pint en kunnen weer een week verder. Er is nood aan ontmoetings­plaatsen.”

'Ik voel me bekeken'

Ismael Sidki strijkt zijn haren in de plooi. De wedstrijd deed deugd: “Even de longen open­gezet.” Ismael gooit zijn sporttas op de rug en verlaat de sporthal. Hij bestijgt zijn fiets en klikt de dynamo tegen de rubberband. Ismael is nu 38, bijna de helft van zijn leven – 15 jaar – zat hij achter tralies. Zijn beide ouders zijn al overleden, allebei tijdens zijn detentie­tijd. Inbraken, drugs, geweld, alcohol­misbruik, you name it. Sinds een paar maanden is Ismael een vrij man.

“In de gevangenis heb ik mijn leven gedocumenteerd in een boek van 800 pagina’s. Wat ik fout deed, waar de kiem lag van de miserie, hoe ik recidive kan voorkomen. In deze wereld is het moeilijk aarden voor iemand die geconditioneerd is door het gevangenis­leven. Overal waar ik kom, voel ik me bekeken: op de tram, op de straat, in een wachtzaal. Het lijkt alsof mensen me met hun blik veroordelen. Dat kan ik begrijpen, kijk naar mijn strafblad en ik verlies alle geloofwaardigheid. Homeless Blue White is een kleine gemeenschap die me duidelijk maakt dat ik wel degelijk ergens toe behoor. Het team gaf me moed en deed me inzien dat de maatschappij óns niet maakt, maar dat wíj de samenleving maken. Ja, ook wij.”

Hij zet zich af en trapt zich op gang. Ismael verdwijnt tussen de koplampen van een lange sliert wagens: “Wíj zijn het volk.”

Voeten op de grond

De Ghelamco Arena in Gent. Wie de stad ’s avonds binnenrijdt, ziet het stadion parmantig baden in het blauwe licht. De Arena is meer dan een voetbal­stadion, het is een economisch kruispunt van start-ups, retail en horeca. Voor de supporters draait voetbal om beleving, maar voor de beleids­makers is het een harde business. De internationale voetbal­economie, waarbij top­spelers grenzeloos veel geld verdienen, staat haaks op een vzw die opkomt voor mensen die nog geen tiende verdienen van een bankzitter.

“Het ene belemmert het andere niet. Integendeel, het sociale luik versterkt de club”, zegt Wim Beelaert, de sterke man van ‘Voetbal in de stad’. Hij neemt ons mee naar de lokalen van de community­werking. Anders dan de kleine bedrijven die zich in de Arena hebben gevestigd, zitten de mensen van Beelaert niet in een glanzend bureel, maar dicht bij het volk, op de beneden­verdieping, met de voeten op de grond. ‘Voetbal in de stad’ is zichtbaar anders. Beelaert haalt een thermos koffie en schakelt de verwarming een paar graden hoger.

“Wij zitten hier goed”, zegt hij. “Akkoord, we zitten wel ín de Arena, maar zijn toch onafhankelijk.” Als oud-cabinetard van ex-Spirit-schepen Lieven Decaluwe weet Beelaert hoe de stad werkt. “Een gemeen­schaps­gevoel creëren, is een werk van lange adem. Maar wij zijn optimisten”, zegt hij. “Soms wat naïef, maar dat mag. Je moet je plan doorduwen, geloven in je dromen, ervoor vechten.”

Benito Raman

Toen aanvaller Benito Raman een jaar geleden de microfoon nam in de Ghelamco Arena, na een thuis­overwinning tegen KV Kortrijk, sloegen achter de schermen een paar mensen paars uit. “Alle boeren zijn homo”, weerklonk in het stadion, en een paar supporters bekrachtigden die woorden. Die dag verkochten vrijwilligers van ‘Voetbal in de stad’ kalenders aan de fans. Na afloop vroegen sommigen: “Staat Benito er op? Dan hoef ik die kalender niet meer.” Die éne uitspraak schaadde het community­werk van de stad en de club. Er ging een alarm­signaal af in de burelen wat hogerop in het stadion. Een paar weken later werd Benito Raman, nochtans een belofte­vol Gents jeugd­product, verhuurd aan Sint-Truiden. Intussen speelt de man bij Standard en is hij geen eigendom meer van KAA Gent. Misschien toont de zaak wel aan hoe de sociale uitstraling van een club mee de economische huishouding bepaalt, of kan bepalen, of wellicht wel moet bepalen.

Michel Louwagie, de manager van KAA Gent, zit een verdieping hoger en financiert mee ‘Voetbal in de stad’: “We gaan spelers nog beter screenen, want ons sociaal oogmerk is belangrijk. Het ging in het geval-Raman ook om meer dan die uitspraak, daar speelden verschillende factoren mee. Maar dat is een afgesloten hoofdstuk. Het is duidelijk dat de spelers de waarden van de club moeten uitdragen. Community­werking wordt nu steeds belangrijker. Ik zit 27 jaar in het vak en kan het niet meer wegdenken. Jaar na jaar stijgt het budget van de vzw.

“Wij ondersteunen ook twaalf Gentse regio­clubs. KAA Gent heeft op die manier geen 200, maar 2.750 jeugd­spelers. Nog geen 1 procent van die spelers zal ooit in het eerste elftal van KAA Gent geraken, maar het doel is veeleer maatschappelijk. Er is nog een lange weg af te leggen, maar je moet ergens beginnen.”

Michael, Nancy, Rogier of Ismael gaan het eerste elftal inderdaad nooit halen. Maar misschien wordt Nancy steward, staat Rogier in de keuken, bouwt Michael aan een nog grotere tribune en schrijft Ismael voor het club­blad. Je moet inderdaad ergens beginnen. Het laatste woord is voor Ismael. Hij weet waarom een vzw zoals ‘Voetbal in de stad’ anno 2016 nodig is: “Het is simpel: als iedereen voor zijn eigen deur veegt, is de straat proper. Maar er zijn in onze maatschappij niet genoeg borstels.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234