Vrijdag 19/07/2019

interview

"Alleen zijn en sterven, zo erg is dat niet"

Beeld © stefaan temmerman

Wat bezielt iemand om een voorstelling van drie uur en drie kwartier zonder tekst te maken? Acteurs Benny Claessens en Risto Kübar over hun opmerkelijke NTGent-creatie Learning How to Walk. "Is het nog nodig om overal een mening over te hebben?"

Halverwege ons gesprek, op het balkon van de NTGent-schouwburg, wijst Benny Claessens op een ladder die tegen de muur staat. "Voor romantici zou dat, naast een ladder, ook een stairway to heaven kunnen zijn. Maar ik heb geen enkele mening over die ladder. Het is gewoon een ladder. Zou het niet fijn zijn als iedereen zo kon denken?"

Het is exemplarisch voor het theater dat Claessens maakt. In zijn solovoorstelling Hello Useless: For W. and Friends vorige maand zag het publiek hem een dansje doen, een nummer zingen en dezelfde repetitieve handelingen uitvoeren. Geen plot, geen personages, geen betekenis.

Helemaal anders was Dit zijn de namen, een bewerking van de migratieroman van Tommy Wieringa, waarvoor de Estlandse acteur Risto Kübar onder de lofbetuigingen bedolven werd. Een in deze tijden pijnlijk herkenbaar, actueel verhaal over vluchtelingen.

"Het heeft geen nut om verschillende voorstellingen met elkaar te vergelijken", zegt Kübar, die zich ondanks de eerste lentezon het hele interview verschuilt in een dikke jas, donkere muts en dito sjaal. "Ik houd gewoon van die afwisseling", zegt hij terwijl hij naar beneden kijkt en aan zijn schoenen friemelt.

Voor iemand die beroepsmatig op een podium, in de schijnwerpers gaat staan, is Kübar opvallend verlegen, een karaktereigenschap die hij deelt met zijn collega. "In mijn werk wil ik alle egobullshit achterwege laten", zegt Claessens. "Het is niet dat ik gezien wil worden. Integendeel."

Ooit was de timide acteur nochtans wereldberoemd in Vlaanderen, als de (fictieve) artistieke jonge broer van Bart De Pauw in Het geslacht De Pauw, maar die bekendheid wil hij liever achter zich laten. "Dat is nu meer dan tien jaar geleden: ik heb sindsdien nooit meer voor tv gewerkt, en ik ben ook niet van plan om dat opnieuw te doen. Wat ik nu doe, voelt aan als een ander leven."

Dat was ook een van de redenen waarom Claessens in 2011 met de Nederlandse theatermaker Johan Simons naar het Münchner Kammerspiele trok: omdat hij daar dat televisieverleden niet meetorste.

In München werkte Claessens voor het eerst samen met Kübar. De twee hadden toen ook even een relatie, maar daar willen ze het niet over hebben. "Er komt geen romantiek bij kijken", zegt Claessens alleen. "Maar het voelt heel natuurlijk aan om samen te werken, en dat willen we verder onderzoeken." Nu delen ze dus het podium in Gent. Het was het juiste moment om München achter te laten, zeggen ze. Kübar: "De afgelopen drie jaar kwam ik telkens op nieuwe plaatsen terecht. Ik probeer er gewoon aan te wennen. Mijn leven, als ik erop terugkijk, draait sinds de toneelschool vrijwel uitsluitend om het theater. Meer dan om mijn familie, relaties, of mensen. Wil ik dat altijd? Soms niet."

Hij oogst wel overal succes: voor zijn rol in Dit zijn de namen werd hij onlangs nog genomineerd voor de Arlecchino, een prijs voor de beste acteur in een bijrol. "Ik weet niet hoe ik me daarbij moet voelen. Ik vecht nogal met dat gevoel van erkenning. Het is wel een leuke manier om mijn ouders en de mensen in Estland te tonen dat ik ergens mee bezig ben, en dat ik dat goed doe. Ik ben nu al jaren onderweg en ginder weet niemand wat ik eigenlijk uitvreet."

Claessens won de Arlecchino zeven jaar geleden, voor zijn rol in Ritter Dene Vos. "Ergens in mij is er misschien een bourgeois persoon die het leuk vindt dat mensen van me houden", zegt hij. "Maar ik heb eigenlijk geen zin om de hele tijd te tonen wat voor een geweldige kunstenaar ik ben, want misschien ben ik dat helemaal niet. Misschien blijkt dat nog over dertig jaar ben, als ik dood ben."

De repetitieruimte in NTGent waar hun voorstelling Learning How to Walk tot stand is gekomen, laat zich moeilijk omschrijven. Er ligt een strobaal op de vloer, in de hoek staat een gitaar. Aan de muren hangen foto's en notitiebladen, met daarop titels als Learning How to Be Alone en Learning How to Die. "Alleen zijn en sterven, zo erg is dat niet", zegt Claessens.

Gigantisch debat

Op de tafels liggen romans, essays en pamfletten: veelzeggende titels als Wanderlust: A History of Walking van Rebecca Solnit en het bekende Against Interpretation van Susan Sontag. "Dat is wat we met Learning How to Walk net willen bereiken: tijd nemen, stilstaan, om opnieuw naar de werkelijkheid te kijken", legt Claessens uit. "Zonder ze meteen te interpreteren."

Vanwaar die afkeer van interpretatie? Bij de inleiding van Hello Useless: For W. and Friends haalde Claessens ook al uit naar de manier waarop bijvoorbeeld theatercritici naar zijn werk kijken. De W. uit de titel sloeg op Wouter Hillaert, de theaterrecensent van De Standaard die Jan Decorte in een open brief had gevraagd om geen theater meer te maken. Claessens heeft het daar moeilijk mee.

"Omdat ik het onbeleefd vind. Je kunt mensen niet vragen om zomaar ergens mee te stoppen, omdat jij het niet goed vindt. Als Jan na verloop van tijd zelf vindt dat zijn stukken shit zijn, zal hij zelf wel ophouden. Dus ja, als Wouter zich superieur genoeg voelt en denkt voor het hele publiek te spreken wanneer hij stelt dat Jan maar beter kan stoppen, dan reageer ik daarop. Dat doet me denken aan een dictatuur.

"Is het nodig om overal een mening over te hebben? Ik denk het niet. Wat theatercritici beter zouden doen, is kijken, en vooral léren kijken. Het is echt niet zo interessant om je fucking mening in de krant te zetten." Je kunt evengoed zeggen dat meningen helpen om een debat op gang te brengen, werp ik op. Het baat niet.

Ze verwijzen naar een recensie van Das Schweigende Mädchen, een voorstelling die ze in München speelden, over het proces van de Duitse neonazi Beate Zschäpe. "Dat had tot een gigantisch debat kunnen leiden", zegt Kübar. "Maar al wat eruit is voortgekomen is, is een artikeltje in de Süddeutsche Zeitung waarin de plot wordt samengevat en de recensent kort zegt of de acteurs al dan niet goed spelen."

"Over Zschäpe zelf werd er niets gezegd", vult Claessens aan. "Terwijl er op nauwelijks een kilometer van de schouwburg een van de belangrijkste processen in Duitsland liep."

Hoofd afhakken

Terug naar het uitgangspunt van Learning How to Walk: een voorstelling zonder betekenis. Wat blijft er nog over, als je alles wegneemt?

"Tijdens de repetities voor Learning How to Walk richtten we ons nergens op", legt Kübar uit. "Eén dag hebben we gewoon de hele dag simpele bewegingen gedaan, zonder dat we daaraan een betekenis koppelden. Toen heb ik ontdekt dat zo'n herhaling van ridicule bewegingen bevrijdend kan werken. Dingen kunnen doen, zonder dat je ze moet verklaren of verantwoorden: dat is een vorm van grote vrijheid."

"Voor mij heeft het vooral te maken met afstand kunnen nemen van alle meningen waarmee je geconfronteerd wordt zodra je 's ochtends wakker wordt", vervolgt hij. "Als ik 's avonds weer ga slapen, barst mijn hoofd van dat alles. Dan wenste ik dat ik mijn hoofd er gewoon kon afhakken."

Was die afkeer voor betekenis er al toen ze nog studeerden? De gemiddelde aspirant-acteur wil toch iets bewijzen, iets tonen of vertellen aan een publiek? Claessens: "Wat ik nu doe als ik Learning How to Walk speel heeft niets met de toneelschool te maken. Je moet jezelf bijna deprogrammeren. Het heeft misschien zelfs niets met acteren te maken, enkel met op een podium staan."

De voorstelling wordt nochtans gepromoot als een 'pleidooi voor machteloosheid'. Wijst het woord 'pleidooi' niet op de wil om iets duidelijk te maken, iets te veranderen? "Wat theater kán veranderen, is wat we in het gewone leven als 'normaal' beschouwen", zegt Claessens. "Als ik in mijn blootje in de Sint-Baafskathedraal ga zitten, komt er meteen een ambulance om me weg te halen. In het theater kan dat wel: het is een plaats waar je ongehinderd kwetsbaar kunt zijn."

Het klinkt bijna als het oude cliché van theater als een ontsnappingsroute uit de werkelijkheid. "Het is misschien naïef en stom", mijmert Kübar, "maar ik denk er wel zo over, ja."

Net als Claessens: "Ik wil het niet therapeutisch noemen. Maar het is wel een manier om alle bullshit van enige structuur te voorzien. Omdat theater je de tijd en de ruimte daarvoor geeft. Mijn leven zou waarschijnlijk veel moeilijker zijn, als ik die tijd en die ruimte niet kreeg."

Beeld Stefaan Temmerman

Benny Claessens

-Studeerde eerst kleinkunst en later acteren aan het Herman Teirlinck Instituut

-Werd in 2003 bekend als de jongere broer van Bart De Pauw in de satirische reeks Het geslacht De Pauw

-Speelde onder meer bij Toneelhuis Antwerpen, Ultima Vez (Wim Vandekeybus), Les Ballets C de la B (Alain Platel), Jan Decorte en het Brusselse Kaaitheater

-Trok met Johan Simons naar het Münchner Kammerspiele in 2011

-Is sinds dit seizoen aan de slag bij NTGent

Risto Kübar

-Studeerde aan de Estlandse Acadamie voor Muziek en Theater

-Debuteerde in 2005 bij NO66, een toneelgezelschap uit Tallinn

-Speelde in 2012 voor het eerst mee in een voorstelling van het Münchner Kammerspiele; werd een vast lid van het gezelschap in 2014

-Werd in 2012 verkozen tot Jong Acteertalent van het Jaar door het Duitse theatertijdschrift Theater Heute

-Is sinds dit seizoen aan de slag bij NTGent, waar hij debuteerde in Dit zijn de namen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden