Zondag 24/10/2021

Alleen zijn doe je zo

Met een drukke job, best wat vrienden, een fijn lief en een warme familie vliegen de weken voorbij. Misschien zelfs een tikje te snel. Want soms voel je gewoon dat het tijd wordt om even stil te staan, in je eentje. Maar is dat 'alleen zijn' geen taboe geworden, een stilaan vervlogen kunstvorm? Of worden er net de eerste stenen van een nieuwe trend gelegd? We stuurden het meest sociale beest van de redactie alleen op pad, zonder gezelschap, Facebook, mails of smartphone.

Zou ik een tafeltje kunnen reserveren voor straks, om een uur of acht?", vraag ik aan de ingang van een Chinees restaurant, ergens in een toeristenenclave in het Nederlandse Zeeland. Mijn stem klinkt dunnetjes en schichtig kijk ik om me heen. Heeft iemand anders me ook gehoord, buiten de ober? "Voor één persoon?", antwoordt hij me. Ietwat verbaasde blik, één opgetrokken wenkbrauw. Of beeld ik me dat nu in? Zijn dit al de eerste voortekenen van waanzin? "Ja", beaam ik terwijl ik de toppen van zijn glanzende schoenen bestudeer.

Ik ben nog maar een paar uur helemaal alleen, en dit is niet eens de eerste keer dat ik de schaamte voel opborrelen. Ook toen ik mijn koffertje wilde droppen in de B&B en de eigenares me de kleine eenpersoonskamer naast de keuken toonde, kromp mijn hart een klein beetje in elkaar. Want achter me passeerde een koppel Duitse vijftigers, hand in hand, gebetonneerde kapsels. "Ideaal voor een romantische vakantie!", had ik op booking.com gelezen. Ik had slimmer moeten zijn. Voor een romantische vakantie met mezelf was dit misschien niet de perfecte omgeving.

Toen ik die vrijdagnamiddag afscheid nam van mijn collega's, deed ik dat net iets theatraler dan anders. Alsof ik naar een of andere oorlog moest vertrekken en daar misschien wel een arm of een teen zou verliezen. De vraag 'Mogen we je sms'en?' had ik beantwoord met een moedige en kordate 'neen'. Want drie dagen lang zou ik niemand zien en bellen, facebooken of mailen.

Mijn belangrijkste wapens? Wandelschoenen, flesje rode wijn en het nieuwe boek How to Be Alone van de Britse schrijfster Sara Maitland. Ze gaf het boekje uit bij The School of Life, het geesteskind van filosoof Alain de Botton. Met een hele resem van dit soort handleidingen wil hij ons een houvast geven in onze moderne, edoch complexe maatschappij.

Dit is wat ik al wist, voor ik de eerste pagina van How to Be Alone had gelezen: enerzijds ben ik doodsbang om alleen te zijn, maar anderzijds ben ik doodmoe van bijna nóóit alleen te zijn. Week na week plamuur ik de gaatjes in mijn agenda dicht met leuke afspraken, waar ik me op het moment zelf dan soms naartoe moet slepen. Ik ben gezegend met een heleboel fantastische mensen in mijn leven, maar nu wil ik eerst leren om gelukkiger te zijn met alleen maar mijn eigen gezelschap.

Iets zegt mij dat ik niet de enige ben die hiermee worstelt. Dat ik niet de enige ben die al eens naar Facebook surfte terwijl ze al op Facebook zat, en die met een soort afgeleefd, uitgehold enthousiasme de levens van meer dan vierhonderd medemensen volgt.

In Amsterdam kun je nog tot eind mei gaan eten in het pop-uprestaurant Eenmaal, met alleen maar tafeltjes voor één - een wereldprimeur. Daarmee wil bedenkster Marina van Goor moegesocializede gasten de kans geven om zich even af te sluiten van de wereld. Een schot in de roos, zo blijkt, en ze droomt al luidop van een vestiging in de VS.

Mijn nieuwe vriendin Sara Maitland legt het mooi uit, als ze zegt dat we waarden als zelfstandigheid, persoonlijke vrijheid en zelfontwikkeling, en in de eerste plaats individualisme, hoger dan ooit in het vaandel dragen. Hoe komt het dan toch dat al die zelfstandige, vrije en ontwikkelde mensen bang zijn om alleen te zijn met zichzelf? Dat slaat toch op niets?

Lone rangers

Terwijl mijn zoektocht zich beperkt tot een weekendje Nederland, dook zij de geschiedenis in, op zoek naar antwoorden. We leven in een tijd waarin eenzaten worden bestempeld als rare randgevallen, maar dat was lang niet altijd het geval. In het vroege christendom waren magere kluizenaars de Hollywoodsterren van hun generatie, en zelfs niet zo héél lang geleden had het woord 'lone' nog een heldhaftige, avontuurlijke bijklank. Een 'lone ranger' was een stoere bonk, en helemaal niet verdrietig, kwaad, gek of slecht. Dat merk je bijvoorbeeld aan de bijnaam van de staat Texas: 'The Lone Star State'. Gek toch, dat het woord loner nu synoniem staat voor 'potentiële psycho' - en al zéker in de staat Texas?

Het gaat blijkbaar om een pendelbeweging die heel langzaam van het ene uiterste naar het andere wiebelt. De Oude Grieken beschouwden eenzaten, net als wij, als weirdo's. De allerkleinste Oude Griekjes werden al opgeleid tot wondertjes van welsprekendheid en politieke overtuigingskracht.

Ook onze kinderen groeien op met de impliciete boodschap dat alleen zijn niet goed voor je is. Volgens Maitland is de angst om kinderen hun gang te laten gaan door de jaren alleen maar groter geworden: we zetten ze neer, pikken ze weer op, brabbelen een liedje en schuiven hen een iPad onder de neus. We focussen op impulsen, engagement en interactie, terwijl velen van ons - mezelf incluis - toch ook heerlijke herinneringen hebben aan die zogezegd eenzame momenten. Uren kon ik me bezighouden met de pionnetjes van een schaakspel, een kleurrijk tafelkleed en mijn fantasie. Op een bepaalde manier kijk ik op naar het kind dat ik toen was.

Door plezier te vinden in lange periodes van alleen zijn, beleeft ze ook meer plezier aan samen zijn met anderen, zegt Maitland. Ze houdt meer dan ooit van haar kinderen, collega's en vrienden. Ze heeft bovendien meer aandacht voor hen, wanneer ze bij hen is. En ze ziet ook zichzelf liever, omdat ze alerter is voor haar innerlijke wereld.

Resto-recensente

Dat laatste klinkt me misschien een tikje zweverig in de oren, maar ik snap haar punt wel. En daarom steek ik om kwart voor acht mijn benen onder tafel in het Chinese restaurant. Ik heb de krant bij me, als een soort reddingsboei voor wanneer het me te benauwd wordt tussen die koppeltjes met hun lenterolletjes. Nog nooit ben ik alleen op restaurant geweest. Zelfs niet op pitarestaurant. En ik spring meteen in het diepe: drie gangen.

Wat me als eerste opvalt, is dat ik mijn omgeving veel beter in me opneem. Waarom hebben ze me hier half verscholen achter een ladenkast neergepoot, terwijl er ook aan het raam nog tafeltjes vrij zijn? Ik kijk op de ruggen van zwaaiende poesjes, ze zwaaien naar de andere gasten en naar de mensen buiten die twijfelend voor de ingang staan. Ik kijk naar de andere eters; sommigen praten vrolijk, maar anderen hebben geen woord meer tegen elkaar te zeggen: 'the dining dead', zoals Joel uit Eternal Sunshine of the Spotless Mind hen noemt. Zij kijken ook naar mij. Zouden ze jaloers zijn? Nu en dan schrijf ik dat soort gedachten in mijn schriftje, en ik vind troost in de gedachte dat sommigen me daarom misschien aanzien voor een resto-recensente. Tot ik besef dat geen enkele recensent pekingeend zou doorspoelen met de goedkoopste gin-tonic van de kaart.

Ik herinner me het verhaal van een echte recensent, die op een bepaald moment maar niet begreep waarom hij geen enkel tafeltje kon vastkrijgen in New York. Uiteindelijk was één restaurantmanager eerlijk genoeg om hem aan de telefoon uit te leggen dat het Valentijn was, en dat ze geen tafeltjes voor één zouden hebben omdat dat er deprimerend zou uitzien voor de andere eters. I kid you not. Al na één avond vereenzelvig ik me met die arme man.

Er is niets om bang voor te zijn, fluistert Maitland me in het oor. Er is geen enkel bewijs dat lange periodes van eenzaamheid nefast zijn voor je fysieke of mentale gezondheid - tenminste, als het om een vrije keuze gaat.

Respecteer dus je angst, maar laat die je niet beletten om te genieten. Je kunt hem overwinnen door iets te doen wat je graag doet en wat je al kent. Joggen bijvoorbeeld, of wandelen. Als je wilt experimenteren, is het makkelijker om er een 'avontuur' van te maken dan om veilig thuis te blijven. Bouw het langzaam op. Trek bijvoorbeeld naar een plek waar ze jouw taal spreken, maar waar het mooi is en uitgestrekt en dunbevolkt. Of ga kamperen, alleen, zelfs al is het in je eigen achtertuin.

De liefdesbrief van Kafka

Ik recapituleer haar woorden wanneer ik de volgende ochtend mijn stapschoenen aantrek na een verschrikkelijk ontbijt - deze keer hadden ze me in het midden van de enorme, gedeelde ontbijttafel geplaceerd, pal naast een oorverdovend zwijgend paar. Terwijl ik snel mijn granola achteroversloeg, daagde het me dat anderen misschien wel de reden zijn waarom ik me ongemakkelijk voel, alleen. Want in de auto en op mijn kamertje ben ik perfect gelukkig. Zodra er andere mensen in de buurt zijn, voel ik me gewezen op mijn 'alleenheid', door hun blikken voel ik me in mijn blootje gezet.

Beeld ik me in dat ik hun gedachten kan lezen, of vinden ze me echt vreemd? Ik ben er nog altijd niet uit. Op een bepaald moment probeerde de man van het echtpaar een soort gesprek aan te knopen, boven onze eitjes. "Waar kom je vandaan?" vroeg hij met warme stem. "WIJ wonen in Gent", repliceerde ik raak en met een vreemde grimas. Want meteen realiseerde ik me dat mijn woorden voor hem bizar moesten klinken, er was immers geen 'wij' te zien. En voor majesteitsmeervoud liep ik er toch een tikje te sjofel bij. Omdat ik mijn verhaal wat te ingewikkeld en persoonlijk vond om met een wildvreemde te delen, doofde het gesprek al snel uit.

Hoe kon ik dan ook in een paar zinnen uitleggen dat ik even uit mijn sociale leven was gestapt om er straks des te enthousiaster weer in te kunnen springen? Dat ik bovendien hoopte om mijn creativiteit aan te wakkeren door een paar dagen alleen te zijn met mijn gedachten? Op dit soort yoga-achtige uitleg zou zo'n nuchtere Fries misschien niet zitten wachten. Nochtans, mijn zoektocht blijkt niet uit de lucht gegrepen. Van eenzaamheid zou je creatiever worden omdat je jezelf beter leert kennen. Om iets te kunnen maken dat helemaal van jezelf is, heb je die persoonlijke vrijheid nodig. De vrijheid om niet constant het gevoel te hebben dat er iemand over je schouder meekijkt, om je niet constant af te vragen wat anderen van je werk zouden vinden.

Dat had Franz Kafka ook door. Hij schreef ooit aan zijn stapelverliefde verloofde: "Je zegt dat je graag naast me zou zitten als ik schrijf. Maar luister, in dat geval krijg ik geen letter op papier. Tijdens het schrijven geef ik mezelf bloot en dat lukt alleen maar met de grootste openhartigheid en overgave. Daarom kan ik niet alleen genoeg zijn, terwijl ik schrijf. Zelfs de nacht is voor mij niet 'nacht' genoeg.'

(Hun verloving heeft het trouwens niet overleefd.)

Volgens Virginia Woolf is dat zelfs de reden waarom er in haar tijd zo weinig grote vrouwelijke schrijfsters waren. Voor vrouwen was het, zeker toen, niet eenvoudig om vaak genoeg alleen te zijn. Een schrijver heeft een kamer voor zichzelf nodig en genoeg geld om daar tijd in door te kunnen brengen. Vrouwen hadden ook toen geen gebrek aan talent, intelligentie, energie of verbeeldingskracht - ze hadden een gebrek aan eenzaamheid.

En dan was er nog de Duitser Werner Heisenberg, een van de grondleggers van de kwantummechanica. Die arme natuurkundige worstelde al jaren met een aantal onoplosbare, wiskundige raadsels. Uren en uren boomde hij erover door met vrienden en collega's en het enige wat hem dat opleverde, was dat hij een ontzettend gefrustreerde vent werd. En dan, in 1925, was er dat geluk bij een ongeluk. Heisenberg kreeg een verschrikkelijke aanval van hooikoorts te slikken. Halsoverkop moest hij zijn boeltje pakken en vertrekken naar het eiland Helgoland, in de Noordzee, dat bekendstaat om zijn afwezigheid van pollen (en mensen). In geen tijd pende hij daar de beroemde onzekerheidsrelatie in zijn schriftje: een ongelooflijk straf staaltje van fysica, dat de sluizen opende voor de meest creatieve jaren die de moderne natuurkunde ooit gekend heeft.

Loneliness kicks in

Maitland schrijft dat ze die eenzame wandelingen nodig heeft, en al na een paar kilometer begin ik het te begrijpen. Ik merk meer op, zie meer, hoor véél meer en ervaar meer. Ik voel me goed en scherp en ik ben trots op mezelf omdat ik dit durf. Ondanks het feit dat ik, tijdens mijn tocht van twintig kilometer door de duinen, de bossen en over het strand, een paar extra kilometers moet afleggen. Jaren in de scouts gezeten, maar zelfs met een wandelkaart en de zee aan mijn linkerhand verdwaal ik binnen de kortste keren.

Het doet deugd om het stadje en de drukte verder en verder achter me te laten en om steeds minder andere mensen tegen te komen. Tijdens mijn zes uur durende tocht kom ik welgeteld twee andere wandelaars tegen die ook alleen zijn. Ze zien er niet uit als weirdo's en we begroeten elkaar met een familiair, samenzweerderig knikje en een oprechte glimlach - momenten waarop ik een shotje dankbaarheid door mijn bloed voel stromen.

Ik denk aan duizend dingen en tegelijk aan niets in het bijzonder. Urenlang laat ik mijn gedachten hun gang gaan - nooit gedacht dat dat zo ontspannend kon zijn. Ergens vlak bij het Veerse Meer, op een grasdijk bezaaid met schapendrollen, zie ik mijlenver in de omtrek geen mens, terwijl ik hol aangestaard word door een stel nieuwsgierige stuks vee. En dan weet ik dat ik een nieuwe bron van puur geluk heb aangeboord.

Maar ik ontdek ook waar mijn grens ligt. Na de tweede nacht voel ik het: loneliness kicks in. Gisterenavond na die wandeling, boven een slecht gebakken stukje steak en een glas te warme porto, tintelden al de eerste speldenprikjes van echte eenzaamheid onder mijn huid. Toevallig had ik een droomplekje veroverd recht onder het verwarmingstoestel op het restaurantterras. Maar waar ik niet op had gerekend, waren de stiekeme blikken van vele anderen, omdat ik in mijn eentje schaamteloos een toptafeltje voor vier bezet hield. Bovendien werd ik luid terechtgewezen door een man die in de mot kreeg hoeveel zout ik over mijn frietjes goot. Zo'n Duitse snormans die vlak daarna om "Ein Jupiter, bitte" vroeg. Amper een paar uur na mijn geluksmoment gleed ik af richting tristesse. Ik begin bijna te begrijpen waarom The Moomin Cafe, een restaurant in Tokio, zijn alleen-eters een enorme pluchen knuffel met grappige zwarte kraaloogjes aanbiedt, als stille, begripvolle tafelgenoot.

De volgende ochtend, na het uitchecken, gooi ik mijn spullen in de koffer en begin ik doelloos rond te rijden, van eiland naar eiland. Ik weet niet goed hoelang ik dit nu precies moet volhouden om een volleerd loner te zijn. Hoewel het van mezelf eigenlijk niet mocht, had ik stiekem toch even mijn gsm gecheckt en gezien dat mijn vriend een sms'je gestuurd had: 'En, leven we nog?'.

In het boek schreef Maitland ook over een vriendin van haar. Vijfentwintig jaar getrouwd, zeven kinderen op de wereld gezet. Als kerstcadeau had ze aan haar man een eenpersoonstentje gevraagd en nadat hij van zijn verbazing bekomen was, had hij haar toch een legertentje gegeven waar je zelfs met de beste wil van de wereld geen twee personen in te slapen legt. Heel af en toe, als die vrouw wat tijd voor zichzelf nodig heeft, trekt ze er een nacht en een dag met de auto en haar tentje op uit, de natuur in. Ze beschouwt het als een soort batterijlader, voor wanneer ze zich vermoeid voelt van alle verplichtingen die horen bij het leven in een gemeenschap. En alleen al de wetenschap dat haar tentje in een kast in de garage zit, geeft haar energie. Als stilaan de avond aanbreekt en ze de honger voelt opkomen, is dat voor haar het teken om helemaal opgeladen weer naar huis, naar haar drukke leven te trekken.

"Ja, we leven nog, hoor", stuur ik uiteindelijk terug naar mijn vriend. Ik glimlach, geef gas en bol blij - en jawel, misschien ook een klein beetje herboren - richting Gent.

How to Be Alone,

door Sarah Maitland. Uitg. The School of Life,

7,99 pond, via www.theschooloflife.com

Check ook het ontroerende videogedicht How to Be Alone van Tanya Davis, via andreadorfman.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234