Donderdag 20/06/2019

Portret

Alleen wereldkampioen werd hij nooit: Louis van Gaal zegt het voetbal vaarwel

Beeld Gijs Kast

Het zat er al even aan te komen, maar het is nu officieel: Louis van Gaal (67) gaat met pensioen. Dat zal wennen worden, want de roemruchte voetbalcoach liet niemand onberoerd.

Het is niet waarschijnlijk dat het onderwerp van dit portret deze tekst ooit onder ogen zal krijgen, maar als dat onverhoopt toch mocht gebeuren, dan zal hij nog vóór het einde van deze zin zijn ontstoken in een onblusbare drift over zo veel aantoonbare onkunde.

Want zoals de meeste journalisten geen fan zijn van Louis van Gaal maar er tegelijk wel een ongezonde obsessie met zijn doen en laten op na houden, zo is Louis van Gaal ook geen fan van de meeste mensen in de media. Mensen van de media weten van niks, is zijn stellige overtuiging. Het zou, vindt Louis van Gaal, voor alle partijen het beste zijn als zij zich beperken tot het stellen van inhoudelijke vragen die hem in staat stellen hen te onderwijzen. Toen een beginnend journalist Van Gaal eens vroeg welke vragen hij hem het beste kon stellen, schalde hij, met die stem van een leraar Duits na een doorwaakte nacht: ‘Je! Moet! Waarom-vragen! Stellen!’

Afgelopen weekend kondigde Louis van Gaal, een van de wonderlijkste voetbaltrainers die de wereld ooit heeft gezien, aan dat hij gepensioneerd is. Dat deed hij al vaker – en dan dook hij daarna toch weer ergens op in dienst van een club of voetbalbond – maar dit keer lijkt het menens. Hij heeft inmiddels al drie jaar geen officiële functie meer in het voetbal en bedankte recent nog voor de eer om trainer van Feyenoord te worden. Dat zegt veel: het zou typisch Van Gaal zijn geweest als hij op zijn 67ste nog trainer zou worden van een club die al een tijdje op een schier onoverbrugbare achterstand van Ajax en PSV ronddobbert. Nog één keer een al praktisch gezonken schip alsnog de haven binnenleiden – dat was nog eens een afscheid geweest, vergelijkbaar met Johan Cruijff, zijn nemesis sinds die hem het functioneren in Barcelona onmogelijk maakte door voortdurend zure commentaren over Van Gaal te schrijven en die als speler, na een ruzie met Ajax, naar Feyenoord vertrok, die club kampioen maakte en vervolgens stopte.

Dat Van Gaal er niet voor te porren viel, doet het angstige vermoeden rijzen dat hij daadwerkelijk met pensioen is.

Het zal wennen worden. Zolang ik leef, is Louis van Gaal trainer. Ik was 5 toen hij als beginnende trainer Ajax naar de UEFA Cup leidde. Drie jaar later won hij met Ajax de Champions League, een prestatie die vermoedelijk nooit meer zal worden geëvenaard door een trainer van een Nederlandse club. Ajax speelde toen met één ervaren ster (Rijkaard) en verder vooral tieners en begin-twintigers, uit de eigen opleiding (de gebroeders De Boer, Reiziger, Kluivert, Davids, Seedorf) en spelers in wie niemand de topspelers had vermoed die ze onder Van Gaal werden (Litmanen, Finidi, Van der Sar, Overmars, Kanu).
Twee jaar lang werd er nauwelijks verloren. Ajax speelde oogverblindend voetbal. Maar bijna even aantrekkelijk was het om die jonge trainer te volgen, die zelf ooit een intelligente, maar zeldzaam trage middenvelder was geweest en daarna gymleraar op een school voor jongens die niet wilden deugen.

Toen al hing er bij elke Van Gaal-persconferentie een spanning die je meestal alleen aantreft in films van de Deense regisseur Thomas Vinterberg. Alle voetballers noemden hem een lieve, zachtaardige kerel, maar zodra er een camera, microfoon of schrijfblok in zijn blikveld verscheen, veranderde Van Gaal in een handgranaat waar de pin al uitgetrokken is. In diezelfde periode belandde de complete Volkskrant-redactie op zijn zwarte lijst (na een satirische column waarin hij ‘sekte­leider’ werd genoemd) en schreeuwde hij een journalist en plein public toe: ‘Ben ik slim, of ben jij nou zo dom?’ (Die zin werd een instant-klassieker. Voetba­ltijdschrift Hard Gras ontwierp een T-shirt met die zin erop, alsof het een existentialistische overpeinzing was. Ik slaap er nog geregeld in.)

Later, als trainer van Barcelona, Bayern München, AZ en Manchester United, won hij talloze bekers en kampioenschappen en overal waar hij kwam, joeg hij vroeg of laat journalisten, ster­spelers, club­iconen en andere invloedrijke types die het waagden zijn kunde te bevragen, tegen zich in het harnas. Behalve de belangrijkste Nederlandse, Duitse, Britse en Spaanse sportmedia kreeg Van Gaal het gedurende zijn jaren als topcoach aan de stok met Cruijff, Uli Hoeness, Ronald Koeman of ervaren topspelers die hij weigerde een voorkeursbehandeling te geven: Rivaldo, Luca Toni, Van Nistelrooy, Van Bommel en Sneijder.

Al die akkefietjes en brouillages vonden hun oorsprong in twee van de meest karakteristieke trekken van Van Gaal: een diepe onzekerheid die maakt dat hij gelooft dat zijn succes hem wordt misgund én het onvermogen zich te verplaatsen in mensen die er minder vol voor gaan dan hij.

Het maakt hem een van de meest beschreven voetbaltrainers ooit: er zijn verschillende biografieën over hem verschenen, alsmede talloze portretten, documentaires, reportages en artikelen waarin journalisten en schrijvers hun vinger achter het fenomeen–Van Gaal trachtten te krijgen. De met voorsprong vreemdste publicatie over Louis van Gaal is van de hand van Louis van Gaal zelf: een jaar of acht geleden publiceerde hij een onleesbare autobiografie in twee delen, Biografie en Visie, samen in een omvangrijke cassette. Van Gaal had niet alleen zelf meegeschreven aan de tekst, maar ook de papiersoort uitgezocht.

Toen hij een aantal jaren later voor de tweede keer bondscoach van Oranje werd, liet hij een bevriende grasmeester in Brazilië het perfecte trainingskamp aanleggen, en legde hij aan journalisten uit dat hij de nieuwe spelersbus ‘zelf had gemaakt’ – een uitspraak die eindeloos werd herhaald in tv-programma’s waarvan de presentatoren Van Gaal toch al niet goed gezind waren.

Die overgave, dat soms lachwekkende perfectionisme, zit in alles wat Louis van Gaal onderneemt. Of hij nu bondscoach is, of zich inzet voor zijn favoriete goede doel Spieren voor Spieren of een middagje een jeugdteam traint. Op YouTube staat een filmpje van een jaar of 25 geleden. Voor een televisieprogramma namen Ajax-trainer Van Gaal en Feyenoord-coach Willem van Hanegem een pupillenteam onder hun hoede. Terwijl Van Hanegem snotneuzen veegt en aan een jongetje uitlegt dat-ie moet meespelen omdat hij het anders koud krijgt, roept Van Gaal tegen een dreumes van twee turven hoog: ‘Als hier de bal is, beweeg jij je naar dit gedeelte. Dan ben je altijd aanspeelbaar.’

Louis van Gaal heeft alles bereikt wat hij zich ooit voornam toen hij als jongen naar de Watergraafsmeer fietste om trainingen van de grote Rinus Michels te bestuderen. Hij werd overal kampioen, won talloze prijzen en trainde de grootste teams ter wereld. Alleen wereldkampioen werd hij nooit.

Twee keer deed hij een poging: in 2001 kwalificeerde Oranje zich, met een team vol topspelers met wie hij ooit de Champions League had gewonnen, niet eens voor het WK. Een paar maanden later kondigde hij zijn vertrek als bondscoach aan, in een live op tv uitgezonden persconferentie. In een ziedende monoloog veegde hij de vloer aan met zijn spelers (die niet meer zo hard wilden trainen als vroeger en liever met meisjes op hun hotelkamer zaten) en met zijn eeuwige vijand, ‘de MEDIA’, door Van Gaal altijd uitgesproken alsof hij het over iets Heel Vies heeft.

Uit een documentaire over die mislukking stamt ook de anekdote over Ruud Krol, wereldberoemd verdediger in het Ajax van Cruijff en destijds Van Gaals assistent. De grote Krol werd in die periode door Van Gaal gecorrigeerd omdat hij geen sokken droeg, hetgeen woordvoerder Rob de Leede bracht tot het uitspreken van de klassiek geworden zin: ‘Ruud Krol was een man die zonder sokken door het leven ging.’

Daar had Louis van Gaal geen boodschap aan.

Toen hij dertien jaar later alsnog naar het WK ging om zijn ultieme doel te bereiken, deed hij dat met een zwak Oranje. Het hele land verheugde zich al op de onvermijdelijke blamage en het verbale vuurwerk dat dat zou opleveren.

Die blamage kwam er niet. Met een elftal vol matige spelers (én Arjen Robben) werd Nederland derde – een zoveelste bewijs dat Louis van Gaal een buitengewoon goede voetbaltrainer moet zijn geweest. Toen de ploeg op Schiphol werd opgewacht door duizenden fans, riep Louis van Gaal door de spelersbus: ‘Nu moeten jullie zwaaien.’

Je zou kunnen vragen waarom hij dat moest roepen, maar ik denk dat ik het wel weet.

Omdat hij nou eenmaal Louis van Gaal is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden