Dinsdag 31/03/2020

Alleen op de wereld

Een van de begaafdste, zeker de snelste marathonloper die ons land ooit had, kapt met profatletiek. De laatste jaren sukkelde de 36-jarige Vincent Rousseau van de ene in de andere blessure. De drang om terug te keren op het hoogste niveau heeft het moeten afleggen tegen het geteisterde lijf, om rond te hossen in de anonimiteit is hij te fier. 'Het heeft geen zin meer.'

Brussel.

Eigen berichtgeving

Vincent heeft niet veel nodig. Geef hem een fototoestel, de vrije natuur en een paar loopschoenen en hij voelt zich perfect gelukkig." Het relaas van een reisleider die Vincent Rousseau leerde kennen tijdens de marathon van New York. Wie Rousseau observeert, kan mogelijk een zonderlinge ziel zien: bijna steeds teruggetrokken, stil. Rousseau is nu eenmaal geen spraakwaterval en extrovert naar het grote publiek toe. Maar zeer zelden weigert hij een interview, bijna altijd is hij een aimabele gesprekspartner, ofschoon hij zich openlijk afvraagt waarvoor dat allemaal wel goed is. Als Rousseau in de reclame had gezeten, was hij een ramp. Hij zit nu eenmaal niet in de reclame, zal hij nuchter repliceren, maar wel in het lopen.

En dat heeft hij steeds met een bijna maniakale overgave gedaan. Rousseau nam maar op één voorwaarde deel aan wedstrijden: als hij voelde dat hij een kans maakte om vooraan te eindigen. Zo liet hij in zijn contract met marathonorganisatoren de clausule inlassen dat hij verstek mocht laten gaan als het die dag te warm was. Immers, aan warmte had hij een broertje dood. "Spijtig, maar het is nu eenmaal zo," zegt Rousseau. Zo ook maakte hij pas dit jaar zijn comeback op de Belgische veldloopscène na twee jaar inactiviteit. Oorspronkelijk was zijn terugkeer voor vroeger gepland, maar Rousseau vond zelf dat hij nog niet goed genoeg was om Mohamed Mourhit te kunnen bedreigen.

Zijn terugkeer begin november verliep veelbelovend. In de openingsmanche van de CrossCup in Zwijnaarde eindigde hij negende. Maar dan ging het weer mis. Door blessures kon Rousseau opnieuw niet naar behoren trainen en zegde hij af voor Roeselare en de IAAF-cross in Brussel. Bovendien speelde zijn leeftijd hem onvermijdelijk parten: hoe ouder een atleet wordt, des te meer training hij nodig heeft om hetzelfde niveau te behalen - daarom zag bijvoorbeeld William Van Dijck het niet meer zitten en onder meer daarom hing deze vorig jaar de spikes aan de haak.

Rousseau wilde nog wel, zegt hij, maar het ging gewoon niet meer. "Ik beleef nog altijd plezier aan het lopen. In mijn hoofd wilde ik niet stoppen. Maar blessures maken dat ik moet stoppen. Als ik niet meer kan trainen zoals voorheen heeft het geen zin meer." Jos Van Roy, organisator van de CrossCup en een van de weinige wedstrijdorganisatoren die nog met Rousseau onderhandelt: "Ik ken Vincent redelijk goed. Hij heeft nog altijd niet leren lopen. Ik bedoel: het moet steeds perfect zijn voor hem, hij wil de beste zijn. Dat is een kenmerk van een topatleet en niemand kan hem dat kwalijk nemen. Maar voorts had hij op zijn niveau nog hele degelijke resultaten kunnen behalen. Maar hij wilde weer even goed zijn als vroeger en dat ging niet meer."

Internationaal heeft de naam Vincent Rousseau de grootste weerklank in de marathonwereld. Tot vorig jaar had Rousseau zelfs zijn eigen 'record': hij was de enige marathonloper ter wereld die twee keer onder 2 uur en 8 minuten bleef, een absolute topprestatie. Een eerste keer gebeurde dat op 17 april 1994 in Rotterdam: 2.07.50 lichtte het op het scorebord op. Ingewijden voorspelden toen dat Rousseau de geknipte man was om het wereldrecord van de Ethiopiër Belayneh Densamo (2.06.50) te verbeteren. In '95 werd Rousseau tweede in de marathon van Berlijn, in de persoonlijke recordtijd van 2.07.20, tussendoor werd ook nog een wereldkampioen op de halve marathon.

Intussen is het wereldrecord op de marathon verbeterd - daarvoor zorgde de Braziliaan Ronaldo Da Costa dit jaar in de marathon van Berlijn (2.06.05) - en moet Rousseau zijn record van twee toptijden in één jaar delen met de Zuid-Afrikaan Gert Thys en de Marokkaan Khalid Kannouchi. Rousseau's prestatie blijft hoe dan ook zeer opmerkelijk. In grote kampioenschappen heeft Rousseau op de marathon nooit een eretitel gehaald, daar reikt hij nog niet aan de enkels van bijvoorbeeld een Karel Lismont. Maar intrinsiek had Rousseau ongetwijfeld de capaciteiten om met de abolute wereldtop te wedijveren en pakweg een wereld- en een olympische medaille te behalen. Bovendien is hij begiftigd met een bijna perfecte techniek voor het langeafstandslopen. Rousseau: "Die marathon beschouw ik zelf ook als het hoogtepunt van mijn carrière. Alleen spijtig dat ik niet iets vroeger met de marathon begonnen ben. Wie weet waar ik dan zou zijn uitgekomen." Op de Olympische Spelen heeft hij nooit potten gebroken, een halve finale op de vijf kilometer in Seoel buiten beschouwing gelaten. De warmte, geeft hij aan.

"Hij was een zeer groot atleet", zegt Van Roy. "Zijn beste jaren moesten ongetwijfeld nog komen. Als er niet die vervelende blessures geweest waren." Maar, meent Van Roy, er is een andere reden die kan hebben meegespeeld bij het mislukken van zijn revalidatie: het ontbreken van een entourage. "Hij had geen trainer. Dat is helemaal niet erg bij de training, Rousseau is intelligent genoeg om zijn trainingen zelf uit te stippelen. Maar er staat niemand die mentale steun kan geven bij het revalideren. En bij Vincent speelt het hoofd ook mee. Hij staat helemaal alleen, hij is ook vrijgezel. Vroeger had hij ook nog zijn vriend en manager René Devos. Sinds kort onderhandel ik rechtstreeks met Vincent zelf en niet meer met Devos. Hij is dus ook zijn eigen manager. Hij is wel altijd iemand geweest die alleen perfect gelukkig kan zijn. Maar de laatste tijd merk ik toch dat hij atleten ging opzoeken om te trainen. Dat zou hij vroeger nooit gedaan hebben." Rousseau liet het afgelopen jaar ook duidelijk merken dat de kloof tussen hem en het internationale atletiekgild op een niet altijd koosjere manier dieper werd. Aan iedereen die het horen wilde verklaarde hij dat een aantal prestaties op de lange afstand met de hulp van doping gebeuren. "Men moet in het dopingonderzoek willen investeren. De bloedcontroles zijn al een stap vooruit. Maar men heeft te lang laten betijen. Er worden surrealistische chrono's neergezet. Wil men het nu serieus aanpakken, dan moet men een stap terug zetten en zullen de prestaties minder zijn. Bij afdoende controle zullen er minder records gebroken worden." De komende weken zal Rousseau zich beraden overt zijn toekomst. Maar eerst doet hij wat hij het liefst doet na het lopen: fotograferen. In de vrije natuur, met zijn camera. Maar zonder loopschoenen.Hans Jacobs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234