Zondag 20/10/2019

Alleen de sik ging niet van links naar rechts

Eén dag nadat Al Capone het loodje had gelegd, kwam de kleine Hugo Coveliers op de wereld in de Antwerpse randgemeente Schelle. Gelooft u in reïncarnatie? Feit is dat Hugo Coveliers de laatste jaren steeds wilder om zich heen begint te schieten, zij het vooralsnog op verbale wijze. Het kinbaardje bleef in het midden staan, maar voor het overige maakte de Antwerpse VLD'er een opvallende evolutie door: van links, nu ja eerder progressief, naar rechts, zelfs heel rechts. Of is dat iets iets te simpel?

Ruud Goossens Georges Timmerman

'Bij de poll-esbattementen voor de Volksunie-kamerlijst in Antwerpen, heeft 'rechts' vorige week dinsdag ferm in het 'progressieve' zand moeten bijten. Het kiescollege heeft boterhammenverdeler Hugo Coveliers dan toch zijn derde plaats gegund, boterhammend etend Vlaanderen ten bate.'

De journalist van 't Pallieterke kon er niet om lachen, helemaal niet zelfs. Jarenlang werd Coveliers door het uiterst-rechtse scheldkrantje de grond ingeboord. Voor de jongere lezers is het wellicht schrikken, maar ja, toen werd Hugo Coveliers in Blok-kringen en ver erbuiten tot het 'progressieve' kamp gerekend.

De Antwerpse advocaat was op dat moment 38, maar kon al een stevig palmares voorleggen in de Vlaamse Beweging. Nog tijdens zijn middelbareschooltijd aan het Sint-Lievenscollege wordt hij actief in de Volksunie. Aan de universiteit van Gent, waar hij rechten en criminologie studeert, is hij een van de actievere leden van de Vlaams-Nationale Studentenunie (VNSU). Tijdens de ideologische debatten is Coveliers geen meeloper. "Eindeloos kon hij blijven doorzeuren", zegt Paul Goossens, toen studentenleider in Leuven. "Vreselijk irritant! Op de duur moest je zeggen: 'De vergadering is gesloten, Coveliers bedankt en merci!'"

"Hij was altijd al rechts", zegt Walter De Bock, toen actief in Leuven. "Hij zit nu opnieuw op zijn uitgangspunt", wordt dat bij Goossens. "Links is hij nooit geweest, hij was niet bezig met ideologie, wel met het najagen van postjes", luidt het dan weer bij Hugo Gijsels, ook een generatiegenoot van 'de Cov'.

In een van zijn eerste interviews zet Coveliers zich heel duidelijk af van zijn collega-studenten uit die tijd: "Op dit moment zijn er een heleboel jonge mensen die ons maatschappelijk bestel contesteren. Ze verwerpen dit bestel en nemen klakkeloos het enige alternatief over dat op dit ogenblik gerealiseerd is, het communistisch alternatief." Hoe ziet Coveliers dat nu? "Links-links ben ik nooit geweest, dat is duidelijk."

Toch behoort Coveliers bij de Volksunie-Jongeren zeker niet tot de behoudsgezinde vleugel. Het is Hugo Schiltz die hem daar al snel opmerkt en via wiens advocatenkantoor hij zijn eerste stappen aan de balie zet. "Ik heb hem gelanceerd", herinnert Schiltz zich. "We gaven hem alle kansen. Hij heeft zijn legerdienst bijvoorbeeld kunnen afwerken op een plek die hem toeliet politiek actief te zijn. Later mocht hij aan de slag op de studiedienst van VU. Tijdens een interne pollvergadering heb ik ooit al mijn gewicht in de schaal gegooid om hem een verkiesbare plaats te bezorgen. In zijn beginjaren moest Hugo bij de VU een ouverture naar het syndicale milieu helpen creëren. Toen heb ik samen met hem het hele land afgereisd."

Het blijft niet duren: tussen Coveliers en Schiltz loopt het grondig fout. De nestor van de Volksunie vindt het nog altijd een pijnlijke affaire. "Coveliers heeft nooit een ideeënoorlog met mij uitgevochten", zegt Schiltz. "Laat mij zeggen dat persoonlijke ambities het al snel begonnen te halen van een bekommernis om een goede verstandhouding." Toch zat Schiltz niet op een totaal andere lijn dan Coveliers. "Ook hij vond dat het programma van de Volksunie verruimd moest worden. Hij steunde de contacten met de Nederlandse links-liberalen van D'66."

Zo heeft Nelly Maes het ook altijd ervaren. Wanneer zij ermee ophoudt als voorzitter van de VU-Jongeren, neemt Coveliers in 1972 de fakkel over. De jonge Vlaams-nationalisten hebben in die tijd de mond vol over het 'integraal federalisme'. "We wilden met meer bezig zijn dan enkel de staatshervorming", zegt Maes. "Ik kon heel goed opschieten met Hugo. Toen ik in 1972 in de Kamer mocht zetelen, heeft hij mij geholpen bij mijn eerste wetsvoorstel. Ik vond het onrechtvaardig dat de diensttijd van gewetensbezwaarden dubbel zo lang was. Wij wilden die 'straf' afschaffen en Hugo gaf me advies. Mij noemden ze Rooie Nelly, maar over Rooie Hugo heb ik toen niemand horen spreken, al heb ik ook nooit een rechtse rakker in hem gezien."

Na drie jaar zwaait Coveliers af als jongerenvoorzitter en neemt hij de leiding van de Antwerpse afdeling van de VU op zich. Echt bekend is hij in die jaren niet. Zijn ster begint pas te rijzen wanneer hij in 1985 een zitje in de Kamer verovert en na één jaar fractieleider wordt. Makkelijk was dat niet, want niet alle VU'ers waren weg van hem. "Hij had een uitdagend karakter", zegt Schiltz. "Anders trapte hij op te veel zere tenen van de militanten." Ook Maes herinnert zich die typische Coveliers-stijl. "Daar sloeg hij vaak zijn eigen ruiten mee in. Hugo leek zich constant te kort gedaan te voelen, zonder dat daar een echte reden voor was. Daardoor was hij vaak nogal arrogant. Bij de mensen viel dat niet echt goed, veel stemmen haalde hij dan ook niet."

In het parlement zit Coveliers niet stil: hij geeft zijn volle pond in de Bende-commissie. Later is hij ook een van de actiefste leden van de onderzoekscommissie naar georganiseerde misdaad. Almaar meer wordt Coveliers daardoor opgevoerd in de progressieve pers: de knipselmap puilt uit van De Morgen- en Humo-stukken uit die periode waarin hij een hoofdrol opeist. Zo haalde Coveliers de Nederlandse pers met zijn pleidooi voor de afschaffing van de rijkswacht en maalde hij ook niet om een complottheorie meer of minder. "Hij lekte à volonté in die jaren", herinnert Hugo Gijsels, toen journalist bij Humo, zich. "Na elke zitting van de commissie spraken we af aan de bareel voor de BRT-parkeerplaats. Dan had hij grote bruine enveloppes bij voor mij, Walter De Bock (De Morgen) of Gui Polspoel (BRT). Even raak was het niet altijd. Ik herinner me dat hij ooit in Vrij Nederland verklaarde dat Paul Van den Boeynants 'de spin in het web' was. Toen die zijn opwachting maakte in de commissie, kon Coveliers dat niet hard maken."

Wanneer Jaak Gabriels in 1989 herkozen wordt als voorzitter van de Volksunie, houdt Coveliers het voor bekeken als fractieleider in de Kamer. Zijn verklaringen na die episode vertonen meer dan één gelijkenis met die van de solist van vandaag. Coveliers had in de interne voorzittersstrijd Patrik Vankrunkelsven gesteund en zag een samenwerking met Gabriels niet zitten: "Het is geen vaandelvlucht, want ik blijf lid van de fractie. Ik zal in de toekomst echter nog vrijer kunnen spreken. Misschien met minder gewicht dan een fractievoorzitter dat kan. Maar mijn uitspraken zullen ook niet belast zijn door dat voorzitterschap."

Coveliers, de vrijbuiter. Toen al. Er zijn nog parallellen: net zoals in 2003 bij de VLD was Coveliers tegenstander van regeringsdeelname voor de VU. "En dan moest ik hem nog melden dat ik Schiltz had aangewezen als vice-premier", weet Jaak Gabriels nog. "Zijn repliek was - u kunt het zich voorstellen - genadeloos."

Toch lijkt de relatie met Gabriels niet onherstelbaar beschadigd. Vier jaar later zitten de twee heren tegenover elkaar in de Danish Pub, de stamkroeg van de Wetstraat. Het is februari 1993 en de Volksunie loopt langzaam leeg. Gabriels is enkele maanden voordien met Bart Somers als verruimer binnengewandeld op het stichtingscongres van de VLD in Antwerpen. Coveliers was bij de VU gebleven, maar had aan Gabriels te kennen gegeven dat hij misschien zou volgen. "Uiteindelijk heb ik overgehaald tijdens een gesprek bij een pint in de Danish Pub. Veel moeite kostte dat niet. Hugo was rijp voor een overstap. Ook nu blijf ik hem steunen. Hij is een anarchist die graag iemand onderuithaalt. Soms weet je niet meer of die aanvallen het middel of gewoon het doel zijn. Zo'n aparte figuur mogen we niet verliezen."

Bij de Volksunie vielen ze wel uit de lucht bij de overstap van Coveliers. "Hij had de indruk gegeven dat er geen vuiltje aan de lucht was", zegt Nelly Maes. Toch volgde Coveliers de kamerdebatten van de ene dag op de andere aan de zijde van oppositieleider Guy Verhofstadt. Maes: "Ik vond dat verschrikkelijk. En ik had heel veel spijt van Hugo's overstap. Toen Jef Valkeniers later naar de VLD vertrok, dacht ik: 'Oké, logisch'. Maar van Hugo had ik dat nooit verwacht. Hoewel hij al naar rechts aan het opschuiven was. Ik weet nog dat ik kort voor zijn vertrek zijn advies vroeg omdat ik een illegaal uit de nood wilde helpen. Hij weigerde zijn medewerking. Als het over allochtonen ging, kon hij toen al raar uit de hoek komen."

Bij de VLD verloopt aanvankelijk alles uitstekend. "Hij paste ook bij ons", zegt een vooraanstaand liberaal. "Hij had een groot wantrouwen tegenover de staat, was een beetje antiautoritair. Hugo hamerde ook op het recht op privacy. Hij schurkte bijna aan tegen organisaties als Amnesty International. En hij was een beetje libertijns."

Langzaam maar zeker stelt Coveliers zijn discours bij. Terwijl hij zich eind jaren tachtig nog bezighoudt met thema's die in linkse kringen populair zijn, begint hij zich eind jaren negentig steeds meer toe te leggen op onderwerpen waarop ook het Blok zich graag profileert: de link tussen vreemdelingen en criminaliteit, nultolerantie of de toestroom van illegalen. Veel meer dan Philip Dewinter zijn de groenen een doorn in het oog. Nadat hij zelf het slachtoffer is geworden van een poging tot carjacking, die hij door middel van een wijnfles vakkundig heeft afgewimpeld, blijkt hoever Coveliers is afgedwaald van zijn 'vrienden' van weleer. Volgens Coveliers ging het om Noord-Afrikanen. "En die gasten moeten we nog stemrecht geven ook", laat hij zich ontvallen in Het Laatste Nieuws. "Ik laat me niet fouilleren, zelfs niet door tien Marokkanen! Ik ben woest. Moeten we dit allemaal zomaar tolereren? Ik woon toch niet in een achtergelegen buurt."

Het is een opmerkelijke evolutie voor de man die bij zijn overstap naar de VLD benadrukte dat de partij haar migrantenstandpunt had bijgesteld, dat het niet meer zo was als ten tijde van Ward Beysen: "Het belangrijkste land is het binnenland." Volgens een topliberaal zijn er een drietal redenen voor de evolutie van Coveliers. "Hij voelt zoals veel Antwerpse liberalen de druk van het Vlaams Belang. Hij heeft door zijn rechtse positionering ook geprobeerd zich een niche te verwerven in de VLD. En het is ook een persoonlijk verhaal: Hugo is steeds meer gaan verzuren."

De keten van persoonlijke ontgoochelingen is lang. Dat er in juli 1999 geen ministerschap inzat, was een bittere pil. Helemaal fout loopt het in het voorjaar van 2003, wanneer de VLD-top Coveliers uitstuurt in een gevecht om het Antwerps burgemeesterschap. Hij gaat roemloos ten onder. Wanneer hij in de zomer van dat jaar weer over het hoofd gezien wordt bij de verdeling van de ministerposten, is het hek van de dam. Vanaf dat moment, en zeker nadat hij eind 2003 wordt afgezet als senaatsfractieleider, schiet hij met scherp op de leidende liberale trojka. Karel De Gucht ("dien tiep uit Berlare", ook wel "de dorpspotentaat") wordt vergeleken met een Albanese maffialeider, Guy Verhofstadt is de Stalin van de VLD. "Dat men me eindelijk eens duidelijk maakt wat de criteria zijn om minister te worden", sneerde hij vorig jaar in De Morgen. "Volgens mij moet je vooral meerdere jaren het achterste van de machtshebbers likken. Dan val ik natuurlijk uit de boot."

En zo is Hugo Coveliers beland waar hij nu is: op een zucht van een vertrek uit de VLD, langs de rechterdeur. Gisteravond zat hij nog in een Antwerps restaurant voor een verzoeningsdiner met kersvers voorzitter Bart Somers. Of daar een duurzaam bestand uit voorkomt, valt te betwijfelen. Als het fout loopt, staat Coveliers klaar om met een eigen lijst naar de Antwerpse kiezer te trekken en eventueel in een coalitie te stappen met Philip Dewinter, liet hij al weten. Volgens de Antwerpse VLD'er zelf is het allemaal niet zo opmerkelijk. "Die links-rechts-evolutie zie je toch bij zeer veel mensen terug", zegt Coveliers zelf. "Jean Gol is destijds als trotskist begonnen maar uiteindelijk jarenlang het kopstuk van de Franstalige liberalen geweest. Volgens mij heeft het iets met emotie te maken. Als je jong bent ga je veel makkelijker op in die linkse, betuttelende ideeën. Naarmate je ouder wordt, verdwijnt die emotionaliteit en geloof je meer in de kracht van het individu."

links-liberalen van D'66'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234