Donderdag 13/05/2021

'Alleen als ik zing, is het leven draaglijk'

Op 1 januari wordt Dani Klein zestig, of is het honderdtwintig, want ze heeft geleefd voor twee. Toch is het kind in haar nog springlevend. Een dromerig kind. Broos en achterdochtig. 'Ik ben reeds uit de tijd gevallen.'

Dani Klein is onze Billie Holiday. In tragiek, existentiële eenzaamheid, sensualiteit. Haar huiveringwekkende stem raakt je tot in het merg. Ze slaat en streelt, neemt je mee naar diepe duisternis of naar een land met ander licht. Ze laat wanhoop swingen.

Jaren geleden zat ik in een Italiaans restaurant in Sydney. Of je het wilt of niet, le mal du pays eet mee. Ineens weerklonk vanuit de keuken 'What's a Woman' van Dani Klein. Ik werd drie minuten naar de keel gegrepen. Alle nekharen overeind, rillingen over de rug. Het was alsof ik weer thuis was.

Nu zit ze naast me, achter een bordje ravioli. Ze gelooft me niet als ik zeg dat ze met haar unieke stem alle emoties in een mens kan uitbreken. Dani gelooft nog in weinig, en al helemaal niet in egards van mannen. Ik noem het een verlies voor de mensheid. Zij zegt dat ze het wel gehad heeft met al die masculiene leugens en het stoere machismo. Ze is liever vogeltje. Roots & Wings, zoals de titel van een van haar cd's: "Daar moet ik het mee doen. Wortels en vleugels, en dan nog is het een heikele zaak om in het leven een beetje overeind te blijven. We zijn verdomd alleen."

Dat zegt ze nu met zachte stem, een stem in gebroken wit, zonder iets van emotionele ruis. Er zit geen traan bij. Lachen om de absurditeit van het bestaan: er is geen alternatief. Geschampt is ze door al te veel niet-ingeloste verwachtingen. Door haar oog voor detail ook, waardoor alle schoonheid weer lelijk wordt. "Als jong meisje moest ik altijd het bed van mijn ouders opmaken. Boven het bed hing een foto van mij toen ik een jaar of twee was - knuffelbeer in de arm. Daar schrok ik van. Ik dacht: wat doe ik hier in godsnaam? Wie wil er nou vrijen onder de ogen van een kind?

"Onder het hoofdkussen van mijn mama zag ik in twee versneden handdoeken liggen. Voor na de liefde, natuurlijk. Rafelige, verkleurde vodden. Ik dacht: waarom maak je er niet iets moois van? Waarom geen mooi zijden doekje, aangenaam en zacht. Resterend genot veeg je toch niet weg met een vaatdoek. Hoe jong ik ook was, het kwetste me in mijn illusies over de liefde."

Wereldster: 10 miljoen platen verkocht. Componist, tekstschrijver en leadzanger van Vaya Con Dios. Nu heeft ze een biografie geschreven, in een ontwapende eerlijkheid. Ze gaat geen wond uit de weg, neemt de lezer mee naar een hel van drank en drugs, van steeds weer opgebroken relaties, van grote weltschmerz. De prijs voor een gouden, rauwe stem.

"Succes is een moloch die vervreemdt. Belangrijker is het houvast dat je in je draagt. Desnoods woede tegen kerk en staat, tegen oppervlakkigheid en geestelijke leegstand, tegen jezelf als het leven weer een puinhoop is geworden. Het houvast van een scherp bewustzijn, ook al is het confronterend.

"Dit boek is ook een inhaalrace naar rust en tederheid, maar in het besef dat niets terugkomt, dat alles is vastgeroest in een surplace van herinneringen. Niet altijd mooie herinneringen. Ik wou het cru opschrijven omdat ik altijd eerlijkheid heb betracht. Van eenzaamheid en verdriet heb ik nooit rococo gemaakt. De realiteit verdient het niet om opgeleukt te worden. Ik ben mijn leven lang een zoekende vrouw geweest. Daar wil ik van getuigen, over alle ovaties heen die me zijn overkomen, achter alle hits."

Ze is in het zwart, teken van verstilde motoriek. Vrijwel roerloos zit ze aan tafel, urenlang. Zelfs de handen spreken niet. Nog net niet in brons gegoten. Zo zou ik haar op het podium willen zien staan, zeg ik. Ze glimlacht. "Muziek maakt alles los, bij mij. Alleen als ik zing is het leven draaglijk. In het dagelijkse leven ben ik gevoileerd, op het podium smijt ik me voluit in tekst en muziek. Nee, natuurlijk is dat niet een orgasme. Maar het is wel een bevrijding die de kou in mezelf breekt.

"Zingen tegen de verlatenheid? Als ik van een reis terugkom, zie ik dat de mensen hier weer eenzamer zijn geworden. Wij lopen in het spoor van Amerika: nergens nog samenhang. Ontelbaar zijn de losers in Amerika die alleen nog aanspraak vinden als ze het lunchpakket komen ophalen. Zo wil ik niet zijn. Daarom werk ik ook, om mensen te zien. Om in discussie te gaan. Soms, als ik een dag alleen ben, praat ik tegen mezelf. Ik ben teleurgesteld in de liefde, ben opgelicht door partners, maar mijn sociale antennes zijn intact. Ik wil dat ze iedere dag water krijgen.

"Ik ga nog naar het Brussels volkstheater om een stuk van Shakespeare in het Brussels te horen. Machtig mooi gespeeld door vrijwilligers. Als Brusseles van het Jaar ontroert me dat zeer. Ik ga naar lezingen. Laatst nog naar die van Salman Rushdie. Wie kwam ik daar tegen? Filip Dewinter. Die zat daar in de hoop nog wat bij te kunnen tanken voor zijn islamhaat. Een andere uitleg heb ik niet voor zijn onfrisse aanwezigheid. Intellectuele belangstelling kan het niet zijn."

Ze groeide op in de losgeslagen sixties. "Ik was ontzettend nieuwsgierig, wou alles meemaken, me van avontuur naar avontuur laten slingeren. Thuis vond ik geen rolmodel. Dus: hop de stad in. Naar het hippe café, naar de Brusselse drugsscene. Ik heb alles gedaan wat God verboden heeft: drank en drugs, cocaïne en heroïne, zij het dat laatste zonder spuit. Ik vond het niet eens leuk, deed mee om erbij te horen. Uit verveling ook. Gelukkig: ik heb geen talent voor verslaving. Ik kon er ook zo weer zonder.

"Wat mijn geliefde plek is? Mijn bed. Ik lig dolgraag op mijn bed. Nu mijn ouders er niet meer zijn en niemand zich afvraagt waar ik ben, is mijn bed een betrouwbare kameraad. Je kunt er in lezen, wat ik heel graag doe. Nee, niet de gemiddelde flutboeken; ik ga voor inhoud. Ooit ben ik begonnen met het lezen van de filosoof Jung. De ontdekking van Sartre op mijn dertiende was een openbaring. Zijn denkwereld heeft me gestempeld. Tot in de pijn van het existentialisme. Vandaag ben ik nog steeds een linkse madam. Zeer multiculti. Lezen was ook ontsnappen aan het manco in mezelf. Ik durfde die confrontatie met mezelf niet aan, durfde me niet te vervelen. Ik vulde alles op. Jarenlang durfde ik niet alleen de straat op. Niet alleen boodschappen doen, niet alleen naar het restaurant, kleren kopen en naar de cinema gaan - ik durfde het niet. Ik durfde ook niet met de auto rijden. Nu doe ik alles alleen, zelfs verre afstanden met de auto. Ik heb een huisje in de Ardennen gekocht. Als ik in Brussel de afslag naar de snelweg neem, voel ik me al opgelucht. Dan valt er iets van me af."

Neuroses

In haar boek is ze ongeremd openhartig over de jaren dat ze in psychoanalyse zat. "Het heeft twintig jaar geduurd, zo lang als Woody Allen. Ik had het nodig, was depressief. Ik dacht dat de psychoanalyse me zou genezen. Mooi niet. Ik heb wel veel over mezelf geleerd, over mijn neuroses en mijn automatismen. Hoe ik mij altijd op een foute manier probeerde te verdedigen. Alles is uit elkaar gehaald om het op een andere manier weer te ordenen. Toch, terwijl ik in analyse zat, is de depressie almaar erger geworden. Alleen antidepressiva hebben me geholpen.

"Ik heb het nog steeds nodig, kan niet zonder mijn pilletje. Het heeft het effect van een deksel op de kokende pot, de emoties blijven onderdrukt. Een maand geleden ben ik ermee gestopt. En ineens kon ik weer wenen, zoals vroeger met een oui en een non. Het leek zelfs dat ik weer kon genieten. Maar na drie weken zat ik opnieuw in de wurggreep van de ondraaglijkheid van het bestaan. Gauw terug naar mijn antidepressiva.

"Mijn respect voor de psychoanalyse is weggeëbd. De analytici concentreren zich op de gevallen die overeenstemmen met hun vooroordelen. Ze zeggen dat ze alles uit liefde doen, maar van die liefde heb ik nooit iets gemerkt. Wel van betalen. Het leven hangt van foute keuzes aan elkaar en analytici proberen dat te verklaren door kortsluitingen in je jeugd, met school en ouders. Bullshit. Mislukking en wanhoop zitten dieper. Tenslotte is het hele leven een ongeneeslijke ziekte.

"Als puber luisterde ik altijd naar Radio Campus. Naar het programma C'est ça, c'est tout. Ik heb er lang tegen gestreden, maar meer is het leven niet. Van mijn psychoanalyse onthoud ik de geschriften van Freud en Lacan. Vandaag, sadder-and-wiser, moet ik zeggen: het leven, c'est tout."

Toch was en is ze een krachtige vrouw. En ook weer te gevoelig voor deze wereld. Alsof ze dubbel is: broos en hard. Ze is langs de randen van de zelfdestructie gegaan. Met een batterij mannen die niet altijd even leuk waren. Haar honger naar liefde was niet erg selectief. Als puber wou ze dat alle mannen verliefd op haar werden, terwijl ze zelf niet veel verder kwam dan een hete tongkus. Angst om met iemand het bed in te duiken. Altijd weer die angst. Uiteindelijk heeft haar aangeboren experimenteerzucht een handje geholpen. Spijt is er niet. Of toch een beetje. "Spijt dat ik niet meer evenwicht heb kunnen brengen in het leven van mijn zoon Simon toen hij nog klein was. Ik leefde met een drugsdealer, eerst in Mexico, later in Amerika. Ik betreur het dat mijn zoon alle ruzies, passies en slaande deuren heeft moeten meemaken. Opgescheept was met een moeder die niet goed in haar vel zat. Dat moet zwaar geweest zijn voor hem. Het is toch nog goed gekomen - hij zit ook in de muziek en heeft een dochter.

"Kort nadat Simon geboren was, werd ik opnieuw zwanger. Een tweede kind was uitgesloten in de chaos waarin ik toen leefde. Er was ook geen geld. Toevallig vond ik in de garage aan het huis dat we huurden de volledige collectie van Elvis Presley. De King was toen net dood. Ik heb de collectie verkocht. Elvis heeft mijn abortus betaald."

Het heeft langgeduurd voor er iets van schot kwam in haar zangcarrière. Het weekend speelde ze in obscure groepjes. Op haar dertigste wou ze ermee stoppen, want meer dan een droge korst brood was er niet te verdienen. "Mijn moeder zei: zo kan het niet verder, Danielle. Ik heb alle mogelijke baantjes gezocht om te overleven. Naaien, strijken, ouwe kleren kopen en als vintage verkopen. Ik heb in restaurants gewerkt, you name it. Enig plichtsbesef was er wel. Die periode heb ik lang met me meegedragen. Als ik in een restaurant zat en het werd laat en ik zag de kelner geeuwen, zei ik tegen mijn gezelschap: we stappen op. Ik kon het niet hebben dat zo'n man voor ons plezier moest nachtbraken. Mijn respect voor de kleine mens in de bediening is onaantastbaar. Ik gruwel als ik sommige mensen in een warenhuis tekeer hoor gaan tegen de caissière. Sociale vernedering, ik kan er niet tegen.

"Ook om geld te verdienen heb ik op verzoek van een vriendin even meegespeeld in een erotische film. Porno, maar dan zonder te penetreren. Soms kijk ik nog naar een pornofilm. Je kunt er zelden om lachen. Als je toch ziet hoe die vrouwen behandeld worden. Ze moet die gast pijpen tot ze groen wordt, aan de grens van verstikking. En als hij eindelijk haar keel loslaat, begint ze weer met haar kont te draaien. De treurnis is niet om aan te zien.

"Ik wou dus stoppen met muziek en zag mijn toekomst als vendeuse. Voor het afscheid belde ik nog een keer naar een bevriende zangeres, Maurane. Zij maakte zich boos en zei: 'Dani, je hebt talent. Tot nu toe verschuil je je achter de band. Treed naar voren, laat je zien, word ook eens frontvrouw.' Ik heb haar woorden niet in de wind geslagen. En toen ik met mijn eerste nummers als frontvrouw aan de slag ging, brak het succes los.

"Ik ben nog niet uitgezongen. Al ben ik nu ook in de weer om een documentaire te maken over oude mensen. Ik onderhandel met de RTBF en hoop stiekem op een kans bij Canvas. Oude mensen intrigeren me al lang. In 2013 ga ik op afscheidstournee naar Beiroet. Later naar Rusland, Roemenië, Polen, Hongarije. In de oude Oostbloklanden ben ik nog populair. Ik heb nu een professionele band met louter goeie mensen. Niemand die aan de drugs zit of rare dingen doet. Het gaat om muziek. Daar ben ik blij om.

"Ik ben de baas, en dat laat ik horen. Ik ben een sociaal bewogen mens en wil dat mijn medewerkers behoorlijk en op tijd betaald worden. Maar ze blijven me natuurlijk zien als baas en blijven zeuren om opslag of andere privileges. De baas is altijd een beetje de vijand. Enfin, ik ben een controlefreak. Volg alles op, ook de financiën. Als je jong bent, heb je dromen nodig. Zij zijn de motor. Maar op een gegeven moment moet je de realiteit zien. Doe je dat niet, dan worden dromen pathetisch. En ga je failliet.

Ze is streng opgevoed, zegt ze. "Mijn moeder had een klein hartje, maar ze liet het zo weinig zien. Mijn vader leefde in zijn wereld. Ik was gek op hem, wou hem de hele tijd knuffelen, speelde kapstertje met zijn haar. Tot ik dertien werd. Ineens nam hij afstand van me. Dat was een klap. Hij kon niet overweg met de fysieke uitgroei van zijn dochter tot vrouw. We hebben het er nooit over gehad, maar zoiets moet het geweest zijn.

"Mijn moeder liep naakt door het huis alsof het een nudistenkamp was. In het midden van de living stond een kachel. We kleedden ons uit voor die kachel om het warm te hebben. Mijn moeder vergat altijd haar nachthemd en liep dan naakt rond. Mijn vader kleedde zich achter de zetel uit.

"Vandaag voel ik me minder op mijn gemak als ik naakt ben. Het is een restant van de klootzakken van de kerk. Je krijgt het er nooit helemaal uit. Na al die pedofiliezaken hadden ze van kerken toch allang supermarkten moeten maken."

Haar ouders waren trots op de carrière van hun dochter, maar ze zeiden het alleen tegen anderen. "Ik kan niet zeggen dat het een warm gezin was. Er was weinig lichtheid. Al herinner ik me dat mijn moeder graag danste. Soms werd ik als kind 's nachts wakker van de slappe lach van mijn ouders. Maar verder was het saai. Onder het motto: deftig zijn, geen schulden maken, eerlijkheid. Er hing een damp van zwaarmoedigheid in de huiskamer.

"Mijn vader lag in het ziekenhuis na een prostaatoperatie. Terwijl ik met mijn moeder ging winkelen, zei ze: 'Wat ben ik opgelucht, daar ben ik nu ook vanaf.' Hoe vaak heb ik haar niet horen zeggen: 'De wereld zou prachtig zijn mocht er geen seks bestaan. Seks was de duivel. De mannen met hun wrede seksuele drang waren het gevaar. Dat werd me bijna dagelijks ingepompt."

Verstild: "Ik kon nooit iets goed doen. Het was nooit genoeg. Ik was eens in de wolken met een nieuwe pianist. Ik vroeg aan mijn vader wat hij ervan vond. Droog zei hij: 'Die vorige pianist vond ik ook wel goed.' Hij was altijd ingetogen. Nee, tot existentiële gesprekken met mijn ouders is het niet gekomen. Mijn moeder bakte wel de lekkerste taartjes."

Masculiene energie

Alles aan haar is gracieus, inclusief de wimper die neervalt. Toch zegt ze: "Ik heb me nooit mooi gevonden. Er zijn vrouwen die met natte haren uit de douche stappen en er meteen als een plaatje uitzien. Dat heb ik niet. Ik moet er hard voor werken. Ik denk dat ik door mijn moeder wat mannelijk ben geworden. Mijn energie is masculien. Intellectueel kom ik meestal goed overeen met mannen. Als gezelschap dan, niet in de liefde. Ik weet natuurlijk wel dat ik een vrouw ben. On n'est pas femme, on le devient.

"Vrouwen zijn veel moediger dan mannen. Veel mannen hebben me niet durven benaderen, alsof ze bang waren. Behalve dan de cowboys die in mijn band speelden. Het is vaak ook een spel. In mijn relaties moest altijd iets van diepgang zitten. Ik ga voor inhoud, kan niet oppervlakkig zijn. Toen ik in de stoffenwinkel werkte, zag ik de meisjes tijdens de pauze als prehistorische Usain Bolts naar de televisie rennen. Om naar Dallas te kijken. Ik begreep daar niets van. Terwijl ik ook iets voyeuristisch heb.

"Met het schaamrood op de wangen zeg ik u dat ik verslaafd ben aan Boer zoekt vrouw. Je ziet alleen maar verscheurende keuzes. Laatst was er een wat ouwere boer die alles wat tieten had maar bleef bepotelen. Hij was kennelijk toe aan achterstallig onderhoud. Ik kijk graag naar het gezicht van de vrouw die wordt afgewezen. Ze staat erbij alsof de wereld is vergaan."

Ook de glorie en het applaus hebben haar niet kunnen genezen van weemoed en eenzaamheid. "Ik heb die glorie nooit zo ervaren. Voor mij heeft glorie geen betekenis. Het is alsof ik die instemming nooit heb gekregen. Ik troost me met de Grieken: voor hen kwam glorie alleen na de dood.

"Mijn bevrijding is ontstaan uit negatie. De negatie van relaties, het niet meer verwachten. Ik voel me voor niemand nog belangrijk. Ik word ook niet gemist als ik morgen doodval. Ik ben reeds uit de tijd gevallen. Muziek wordt nu achter computers gemaakt. De klankingenieur luistert niet eens meer, hij kijkt naar grafiekjes op het scherm. Vroeger moest je knippen en plakken. Gelukkig: de kern blijft, dat heeft Amy Winehouse ons wel nagelaten.

"De mensen hebben zich in zichzelf opgesloten. Als socialisatieproces is de beschaving er nogal op achteruitgegaan. Ik heb als oude hippie in communes gewoond. Toen kwam het geld en ging iedereen zijn eigen gangetje. Miserie van anderen kon er niet meer bij. Geld maakt veel stuk. Ik pleit mezelf niet vrij. Ik ben een combinatie van twee extremen: soms heel sterk, soms heel broos. Hard en zacht. Ik ben achterdochtig maar tegelijk ook een beetje naïef. Het geloof in de goedheid van de mens heb ik opgegeven. Overal, tot in kieren en krochten, zie je de verlatenheid."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234