Vrijdag 18/10/2019

Alleen achter zijn pc voelde hij zich thuis

Het is geen impulsieve actie wanneer Ali 'David' Sonboly vrijdag zijn pistool richt op de klanten van een McDonald's in München. Onder invloed van videospelletjes, eerdere schietpartijen en angststoornissen heeft dit plan zich maanden geleden al in zijn hoofd genesteld.

Sonboly ('David' volgens de Duitse autoriteiten, 'Ali' volgens zijn buurt en Facebook-account) groeit op in een flatje in de historische wijk Maxvorstadt in München, samen met zijn broer en ouders van Iraanse komaf. Zijn ouders zijn niet religieus, maar doen soms wel mee met Iraanse feestdagen. Ali's vader verdient de kost als taxichauffeur.

Hij is lang en gezet, wat hem een ongelukkig voorkomen geeft. Op school heeft hij nauwelijks vrienden. "Ali was heel onpopulair en werd gepest. Hij was een beetje dikkig, en was altijd alleen of hoogstens met een of twee anderen", zal een klasgenoot later zeggen. Het helpt ook niet dat zijn stem een beetje zangerig is, en dat hij bij het lopen zijn linkerbeen gek neerzet. De pesterijen houden maar niet op, hij wisselt van school, een keer wordt zelfs de politie erbij gehaald om een ruzie te stoppen.

Als hij buren uit de flat tegenkomt, lacht Ali meestal vriendelijk. Toch valt het mensen op dat hij sterk teruggetrokken leeft. Oogcontact vermijdt hij. Een van de weinige plekken waar hij zich thuis voelt, is online. Meteen na school kruipt hij iedere dag achter de computer. Avonden lang speelt hij het populaire spel Counterstrike, waarbij je over de loop van een geweer naar de virtuele wereld kijkt. Een schoolvriend nodigt hem uit voor een chatgroep in het spel. In die digitale omgeving durft Ali met anderen te praten. Twee keer spreekt hij zelfs IRL ('in real life') af met een medespeler, iemand met het pseudoniem 'Marco'. Ze gaan naar het winkelcentrum Olympia om de hoek en kopen wat spullen. Marco ontdekt dat Ali "eigenlijk best een aardige jongen" is. Er zit ook een McDonald's in het centrum, waar Counterstrike-spelers elkaar soms treffen.

In Ali's hoofd is het dan al geruime tijd oorlog. Hij lijdt aan angststoornissen en depressies. 'Sociale fobieën', zeggen de artsen, die volgens hen versterkt worden bij contact met anderen. Ali brengt twee maanden door in een psychiatrische kliniek, en krijgt medicijnen. Zou hij maar een daad kunnen stellen, denkt hij soms, dan was dit allemaal voorbij.

Manifest

In de chatgroep zien zijn medespelers hoe hij onder een stoere chatnaam contact zoekt met antisemieten. Hij gaat zich nationalistischer uiten, houdt soms tirades tegen Turken en andere buitenlanders. 'Fuck Tugce' en 'Schijt Tugce', schrijft hij in de chatgroep, verwijzend naar Tugce Albayrak, een Turks-Duitse studente die een jaar eerder gedood is als ze twee belaagde meisjes te hulp probeert te schieten.

In de zomer van 2015 gaat Ali naar het plaatsje Winnenden, even boven Stuttgart, waar een 17-jarige scholier zes jaar eerder vijftien medescholieren gedood heeft, voor hij zelfmoord pleegt. Ali zoekt de plek op, neemt foto's en gaat weer naar huis. Het plan wordt concreter. Wat Tim Kretschmer uit Winnenden kan, kan hij ook. Op Counterstrike verandert hij de naam van zijn account naar 'Haat', en schrijft: 'Tim Kretschmer is niet vergeten.' Waarom zeg je dat, vraagt een medespeler. "Omdat Tim een goed mens was", antwoordt Ali.

Op zijn computer zoekt hij details op over de dubbele aanslag van Anders Breivik in Noorwegen. Ook koopt hij het boek Warum Schüler töten van de Amerikaanse psycholoog Peter Langman. Artikelen over schietpartijen door jongeren print hij uit. Hij begint aantekeningen te maken, in de hoop dat het net zo'n manifest kan worden als dat van Breivik.

Voor het plan heeft Ali een plek nodig, een wapen en een datum. Hij besluit dat het moet gebeuren op 22 juli, precies vijf jaar na Breivik. Het contact met de chatgroep verbreekt hij, de anderen horen niets meer van hem. Net goed, vinden sommige medespelers, want met die Ali valt geen lol te beleven.

Met het geld dat hij heeft opgespaard door kranten rond te brengen, struint Ali het web af. Op een donkere afdeling van het internet, waar illegale verkoop plaatsvindt, vindt hij een afgedankt pistool, een Glock 17 van kaliber 9 millimeter, bedoeld voor theatervoorstellingen. Iemand heeft het wapen in Slowakije gekocht en opgelapt, en verzekert Ali dat het te gebruiken is. Op school heeft niemand het door, ook al waarschuwt Ali een klasgenoot een keer dat hij iedereen gaat doodschieten.

Dan wordt het 22 juli. Op een nepaccount op Facebook plaatst Ali een berichtje. "Kom vandaag om 16 uur naar het OEZ-centrum", schrijft hij. "Ik koop iets voor jullie, maar niet te duur." Het bericht krijgt drie likes. Verder geen aandacht trekken, denkt Ali die middag, gewoon je krantenwijk doen. Als een klasgenoot rond twaalf uur langsloopt en hem groet, kijkt Ali weg. Vreemd, denkt de jongen nog, meestal zegt hij wel 'hoi' terug. Later die middag ziet een buurman hem het huis verlaten. Opnieuw groet Ali niet terug. "Meestal lachte hij wel terug en groette hij. Nu niet", zal de buurman later zeggen. "Ik dacht nog: wat vreemd."

Driehonderd kogels

Het wordt tien voor zes. Ali staat buiten de McDonald's en pakt zijn pistool. In zijn rode rugzak heeft hij driehonderd kogels, dus hij kan het een tijdlang uithouden. Twee en een half uur later heeft hij negen mensen gedood, onder wie acht leeftijdsgenoten. Hij loopt over de parkeergarage bij het winkelcentrum. Met zijn Glock 17 heeft hij 57 keer geschoten.

Ali kijkt omhoog naar een filmende man. "Ik ben een Duitser", roept hij vanaf het parkeerdek. "Ik ben hier geboren. Ik was in behandeling. Ik heb niks gedaan!"

De man: "Een sukkel ben je."

Ali: "Geen woord meer. Houd je klep."

Twee politieagenten komen aangerend, eentje vuurt een kogel op hem af. Hij mist. Daarop schiet Ali Sonboly zichzelf door het hoofd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234