Donderdag 04/03/2021

Alle media hebben andere belangen dan ik. Dat is het grote probleem

Na zijn eerste wedstrijden voor de Duitse rekordmeister werd hij bijna met pek en veren weer uit München verjaagd. Maar aan het eind van het seizoen mag Bayerncoach Louis van Gaal pronken met de titel en kan hij zelfs nog de Champions League winnen. De Nederlandse succescoach heeft de Duitse harten veroverd en de liefde lijkt wederzijds. ‘Welke waarden er in Duitsland gelden, dat zie je aan de fans. Duitsers zijn totaal anders dan Nederlanders.’

Succescoach Louis van Gaal over zijn uitstekende eerste seizoen bij Bayern München

Alles aan hem is enorm. Het hoofd. De handdruk. De blik is brutaal, hij staart je aan. Alsof hij gegevens over je aan het downloaden is. Zo kijkt Louis van Gaal ook als hij boos is. Op internet kun je deze filmpjes bekijken. Hoe hij heel dicht bij arme mensen - hij zou zeggen: argeloze - in de buurt komt en ze doodkijkt: lijnrechters, journalisten. Je moet je er tegen wapenen.

Een telefoontje naar sportverslaggever Marcel Reif, die live op televisie tegen deze blik stand moest houden. Wat te doen als Van Gaal zo kijkt? Reif zegt: “Terugkijken! Het is geen arrogantie. Hij is nu eenmaal het tegendeel van een slijmer. Hij checkt het respect. Het is een spel, maar wel een spel dat hij, zoals bijna alles in het leven, heel serieus neemt. Als je hem ontwijkt, of het in je broek doet en dom grijnst, ben je er geweest.’’

Zo worden we in een kantoor bij het trainingsveld aangestaard. We staren terug. Het is een spaghettiwestern. Hij zit op een bank, draagt een T-shirt met zijn initialen, trainingsbroek, plastic Adidassportslippers. Hij is aan het werk, zegt deze uitdossing. Hij onderbreekt zijn werk voor een interview. Niemand dwingt hem, maar alles aan hem zegt: wat moet dat? Hij kijkt je aan, indringend, mogelijk verbijsterd over de eerste vragen, je weet het niet. Hij neemt een slok koffie waarbij hij, over de rand van het kopje, doorgaat met fixeren. Zijn ogen zijn helder en blauw. “De media hebben andere belangen dan ik’’, zegt hij. “Dat is het probleem. Als de media een speler vernederen, zal ik hem beschermen.”

Maar de media zijn niet allemaal hetzelfde, meneer van Gaal.

“Wél! Alle media hebben andere belangen dan ik. Allemaal.”

Maar niet alle journalisten zijn slecht.

“Jawel.” Pauze. “Allemaal.”

Wij zijn niet slecht.

“Jawel.” Pauze. “U ook.”

Eigenlijk is het dolkomisch. We proberen het dus met een lachje. Hij lacht niet. Van Gaal heeft een been over het andere geslagen, de rechterslipper wiebelt ter hoogte van het tafelblad. Het gesprek beweegt zich nu al richting zweetzone. Van Gaal zwijgt. Hij is een tandarts die even met boren stopt om te kijken of hij er dieper in moet. Meestal moet dat. “Ik denk dat ik ervaring heb met media. Het spijt me, maar ik heb ook meer ervaring dan u.”

We moeten hem nu iets bieden. Van spelers vraagt hij prestaties, van journalisten kennis en een thema dat de moeite waard is.

We zouden met u graag over waarden spreken.

Nu trekt hij een wenkbrauw op.

Aloysius Paulus Maria van Gaal, geboren in Amsterdam als jongste van negen kinderen in een katholiek gezin. Vader was een patriarch die een hartaanval kreeg toen Louis zes was. Hij werd bedlegerig en stierf vijf jaar later maar vergat niet om af en toe de kleinste van het gezin een flink pak rammel te geven.

Nu is Van Gaal 58, voormalig voetballer, trainer sinds 1986 - en sinds het begin van het seizoen bij FC Bayern. Ze hebben hem gehaald omdat hij succes had: hij won de Champions League met Ajax, werd kampioen en bekerwinnaar met Barcelona, en kampioen van Nederland met AZ uit Alkmaar. Er waren ook mislukkingen. Zijn ontslag bij Barcelona, zijn falen als bondscoach van het Nederlands elftal.

Bayern haalde hem, al maakte hij altijd en overal theater, met spelers, met journalisten. En toen startte Bayern in de Duitse Bundesliga zwakker dan een jaar daarvoor met de trainer-stagiair Jürgen Klinsmann. Twee-nul verlies tegen Bordeaux in de Champions League. Velen bij de club, ook het bestuur, dachten dat ze geen trainer maar een dictator en een botte communicator aangetrokken hadden.

Vorig jaar probeerde Van Gaal een lederhose uit, en omdat hij niet het type is dat ontevreden is met zijn lijf, vond hij dat hij er uitzag als God. Het was een zinnetje met een vleugje zelfspot. Maar voetbal en ironie, dat is ook zo wat. In de pers stond: “Van Gaal: ik ben als God.” Nadat hij zich beklaagd had, over de media, dat waarden als eerlijkheid en correct citeren niets betekenen, kopten ze: “Van Gaal: ben geen God.’’ Toen was hij al bijna mislukt.

“Het belangrijkste is dat de trainer door zijn spelers gerespecteerd wordt. Dan door het bestuur. Dan door het publiek. Dan door de media. In die volgorde”, zegt Van Gaal nu. Van de spelers kwam er in de moeilijke begintijd geen kritiek. Mark van Bommel, altijd in voor een sappige uitspraak, mompelde dat hij een goed gevoel had over Van Gaal. Toen kocht de club Arjan Robben van Real Madrid. Robben trainde al onder Van Gaal toen hij nog haar had.

Kort voor Kerst won Bayern zomaar, in Turijn. Het was een explosie. Een plotselinge chemische verbinding: ze hadden voor zichzelf gespeeld, maar ook voor de trainer. Als de verhouding kapot is, kun je niet zo spelen. Dan was het nadien niet gelukt om het technisch superieure Manchester United uit het toernooi te gooien.

Intussen gelooft men dat Van Gaal de juiste trainer voor Bayern is, een gelukstreffer alleen al omdat hij de tegenpool van Klinsmann is, die er in slaagde elke speler elke dag een beetje slechter te laten spelen. Klinsmann was een computervirtuoos, Van Gaal vindt computers communicatiekillers. “Toen ik klein was bestond mijn wereld uit de leraar op school, de pastoor en mijn ouders. En nu? Je hoort pling en de kinderen zijn met de hele wereld verbonden. Chatten is alleen schrijven. Maar ik kijk u aan, ik ontwikkel een gevoel voor uw persoonlijkheid - dat is communicatie! Je moet elkaar zien als je met elkaar praat. Anders blijft alles koud.” Sommige trainers trekken een speler aan nadat ze een video gezien hebben. Van Gaal contracteert hem nadat hij hem heeft leren kennen, heeft gezien en getest.

In Duitsland klinkt alles wat Van Gaal zegt nog nieuw, het publiek is gebrand op personen die helpen de dingen op orde te krijgen. Vaderfiguren zijn het, arrogant en streng. Dat maakt ze niet minder populair in tijden waarin politici zalvend en losjes overkomen. Vooral de Beier voelt veel voor sterke figuren.

Als het goed gaat is een voetbalclub als een familie. Toen Louis van Gaal kwam, stond die familie op het spel. Hij heeft het talent om een vader voor zijn spelers te zijn. Hij bepaalt de tafelschikking bij het eten. In het begin vonden veel voetballers dat vervelend. “Maar intussen communiceren ze zoveel, dat ik met een lepel tegen een glas moet tikken als ik iets wil aankondigen’’, zegt Van Gaal en tikt met een lepel tegen zijn kopje.

Zijn het geen verwende jongens, die alles kunnen kopen, de bordelen in de stad uitproberen en verder trekken?

Van Gaal houdt van zulke vragen. Dan kan hij pal voor zijn spelers gaan staan. Je moet weten waar de vijand zit. “Als een jongeman veel geld verdient is hij voor u geen mens meer? Voor mij zijn spelers mensen. Die kunnen luisteren.’’

Met zijn familieplanning heeft Van Gaal het ver geschopt: Frank Ribéry stortte zich na een goal op hem, een keer renden Schweinsteiger en Robben achter hem aan. Zeldzame taferelen in de Duitse competitie. Van Gaal: “Dat was heerlijk.” De media waren verbaasd dat hij zoveel nabijheid toelaat. Zijn er twee Van Gaals?

“Een!”, roept Van Gaal. “Een!” Zijn wijsvinger boort in de lucht. “Neem de training. Jullie, journalisten, kunnen laten zien dat ik Thomas Müller uitscheldt. Of: dat ik hem een kus geef! Het gebeurt allebei. En wat laten jullie zien? Dat ik Müller uitscheldt. Niet de kus.’’

Een kus voor Thomas Müller?

Van Gaal staart ons geconcentreerd aan. Nog altijd wiebelt de slipper. Eindelijk, een lachje. En dan de bijna verpletterende zin. “Het zou ook kunnen, dat ik júllie een kus geef!’’ Zoiets komt bij hem op als een sprint van Robben: vanuit stand. Je hebt er een helder hoofd bij nodig. Een schokmoment waar Van Gaal erg van geniet. “Misschien kus ik jullie zo meteen - maar misschien ook pas over een jaar!’’

Iemands karakter is de som van diens ervaringen, van sleutelmomenten. Neem de geschiedenis met Fernanda. Zij was Van Gaals eerste vrouw. Ze trouwden in 1973, net twintig waren ze. Een mooie vrouw en een man met toen al een interessante neus. Twee dochters, Renate en Brenda. Na twintig jaar huwelijk werd bij Fernanda leverkanker ontdekt. Louis was net trainer van Ajax.

De Nederlandse competitie heet eredivisie, maar die naam verplicht tot niets. De Hollandse fans met de kille harten zingen niet de onschuldige Duitse leuzen - ‘Schijt-FC-Bayern’ of ‘Scheids, we weten wel dat je jarretels draagt!’. In de Nederlandse eredivisie zingen fans: “Kezman in een massagraf” of “Joden hebben kanker, alle Joden hebben kanker’’. “Kanker Van Gaal, kanker Van Gaal, kanker, kanker, kanker Van Gaal”, zongen de fans van Feyenoord: “Van Gaal heeft een kankerwijf!”

Het is bijna twintig jaar geleden, maar het komt nu dichtbij. “Ze zongen hard genoeg.” Hij pauzeert lang. “Ik was het slachtoffer, dat klopt. Maar ik kon het analyseren en een positie innemen. Daarom kon ik het ook verdragen. Het was maar een deel van de fans.”

De kanker bleek agressief, Fernanda werd bestraald, op het laatst kreeg ze morfine tegen de pijn. Ze stierf op haar 39ste.

De tegenpartij zong: “Louis van Gaal - die woont alleen!’’ Van Gaal: “Hoe je met elkaar omgaat, welke waarden er gelden, dat zie je ook aan de fans. Het verschil tussen Nederland en Duitsland is heel groot.’’

Van Gaal vertelt over Fernanda en haar dood. Een drama waarin veel besloten ligt dat hem vandaag bepaalt. Zijn behoedzaamheid, de precisie bij het samenstellen van een elftal en het zoeken naar warmte daarin, zijn zorg voor spelers aan wie hij minutieus uitlegt waarom hij ze niet opstelt; zijn afstand tot de buitenwereld - en zijn aarding in het hier en nu.

Je hebt mensen die troost vinden bij God als ze een dierbare verliezen. Anderen voelen zich dan door God alleen gelaten, gemener kan niet, zo stil blijft het. Ze schreeuwen, maar er komt geen antwoord. Van Gaal kent deze schreeuw, en de stilte die erop volgt. Daarom vertrouwt hij liever op mensen dan op de lieve Heer.

“Ik ben als katholiek jochie opgevoed. Aan zo’n jongen worden verhalen verteld. Die kwamen niet uit. Ik heb het leed van mijn vrouw gezien. Onmenselijk. Als er een God is, dan staat hij dit niet toe. Maar hij staat het wel toe. Elke dag. Ik geloof niet meer in hem.”

Misschien is God niet volmaakt?

“Een mens is niet perfect”, zegt hij. “Maar God? Een God niet perfect? Dat heeft geen zin. Nee: hij bestaat niet.” Hij wrijft even in zijn ogen, worstelt een beetje met zichzelf. “Weet u, ze was een heel goed mens, mijn vrouw.”

Iedereen moet zich aan regels houden, anders gaat het bergafwaarts. Je moet je verantwoordelijkheid nemen, voor jezelf en je gezin. Niemand die dat van je schouders neemt.

Een dag voor het gesprek is de moeder van Fernanda gestorven. Van Gaal is naar de begrafenis gereden, om bij zijn dochters te kunnen zijn. De begrafenis was afgelopen dinsdag, een dag voor de halve finale van zijn ploeg tegen Lyon. Door het vliegverbod ging hij met de auto naar Amsterdam, negen uur rijden, net op tijd terug voor de wedstrijd. Op internet vroeg iemand: Mag dat, zo kort voor zo’n wedstrijd?

Het zijn precies die vragen die Louis van Gaal ongelooflijk dom vindt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234