Zaterdag 04/12/2021

'Alle kranten waren tegen ons'

Haar boeken zijn in Frankrijk razend populair, maar zelf is ze een controversiële figuur sinds ze een kruistocht voert tegen de uitlevering van Cesare Battisti, een Italiaanse ex-terrorist die in zijn vaderland tot levenslang veroordeeld is. Fred Vargas vertelt over de zaak die haar zo na aan het hart ligt, maar ook over de politieroman als therapie en over de bizarre figuur van commissaris Maigret. 'Iedereen weet dat Maigret het niet met zijn vrouw doet. Is dat niet vreemd?'

door bart holsters

Fred Vargas

De man van de blauwe cirkels

L'homme aux cercles bleus

Vertaald door Rosa Pollé

De Geus, Breda, 221 p., 18,90 euro.

Elle est sympa, Vargas. Vachement sympa. Ze is klein van gestalte, ziet er tien jaar jonger uit dan haar 47 jaar en slaagt erin om zelfs na een hele dag interviews twee uur aan één stuk te praten. Het is moeilijk om er een woordje tussen te krijgen, zeker als ze over haar avonturen in de zaak Battisti vertelt.

Even samenvatten. Cesare Battisti was op het einde van de jaren zeventig, toen Italië werd verscheurd door radicaal links en extreem rechts geweld, lid van de Gewapende Proletariërs voor het Communisme. Na twee veroordelingen wegens bankovervallen ontsnapte hij in 1981 uit de gevangenis en vluchtte hij naar Mexico. In de jaren tachtig werd hij bij verstek tot levenslang veroordeeld voor twee moorden, die hij heftig ontkent. Toen Mexico hem dreigde uit te wijzen, week hij uit naar Frankrijk. Hij was er veilig, want gezien de twijfelachtige onpartijdigheid van de Italiaanse justitie in de 'loden jaren', beloofde president Mitterrand geen linkse radicalen uit te leveren. Battisti begon een nieuw leven als schrijver van politieromans, tot president Chirac vorig jaar besloot hem toch aan Italië uit te leveren. Battisti werd opgepakt en weer vrijgelaten, in afwachting dat het Franse gerecht over zijn lot zou beslissen. In augustus 2004 dook hij onder en sindsdien is hij op de vlucht.

En wat heeft Fred Vargas, wetenschapster en schrijfster, daar eigenlijk mee te maken? Dat legt ze graag uit, nadat ze de eerste van een lange reeks sigaretten heeft aangestoken. Haar verhaal begint in het najaar van 2003, toen ze net klaar was met een boek, Les chemins de la peste. Geen thriller maar een wetenschappelijk werk over de pest in de Middeleeuwen, meer bepaald over de vraag of de ziekte door de mensenvlo of door de rattenvlo werd overgebracht. "Dat was het resultaat van bijna zes jaar wetenschappelijk onderzoek en ik vond dat ik wel een beetje rust had verdiend. Ik schrijf mijn romans normaal in de vakantie, drie weken per jaar. Ik besloot het wat rustiger te doen en een sabbatjaar te vragen. Ik was benieuwd of ik de discipline zou kunnen opbrengen om te schrijven. En wat gebeurde er? Hop, drie weken later was mijn boek klaar.

"Dat was wel even schrikken, want ik had altijd gedacht dat het door de omstandigheden en de tijdsdruk kwam dat ik zo snel werkte. Nu wist ik dat het mijn eigen schuld was. Ik schrijf de eerste versie gewoon heel snel. Daarna duurt het nog maanden om ze te verbeteren. Niet het verhaal, dat verandert niet meer, maar de stijl. Die eerste worp is als de ruwbouw van een huis, daarna begin ik het in te richten. Gewoonlijk doe ik dat tussen de bedrijven door, als ik een avond of een zondag vrij heb, maar nu had ik de tijd en kon ik er voltijds aan werken. Herschrijven is moeilijk, want ik ben nooit tevreden. Er zijn altijd stukken die ik niet goed krijg, wat ik frustrerend vind, want het confronteert me met mijn onmacht. Bon, ik werk er vier maanden aan, heb er schoon genoeg van en stuur mijn roman naar de uitgever. Ik heb nog zeven maanden van mijn sabbatjaar over, wat zal ik doen? Ik ga niets doen en cool zijn, denk ik, dan weet ik ook eens wat dat is. Ha! De volgende dag hoor ik dat ons charmante Frankrijk een schrijver van politieromans achter de tralies heeft gedraaid. Ik wil er meer over weten en begin mij over die zaak te documenteren. Het was meteen duidelijk dat de regering het gerecht gemanipuleerd had om Battisti te kunnen uitleveren. Chirac en Raffarin hebben geknoeid, ze zijn net zo corrupt als Berlusconi. En zo is het begonnen."

Ze steekt een verse sigaret aan, neemt een slok wijn en knipoogt naar de gsm die dichtgeklapt naast haar glas ligt. "Het milieu van de misdaadschrijvers is in Frankrijk één grote familie. We zijn met meer dan tweehonderd. Daar had de regering niet op gerekend. Ze wilden een Italiaan die al vijftien jaar in Frankrijk woonde de grens over zetten, zodat hij voor de rest van zijn leven in de cel zou blijven, en ze dachten dat er geen haan naar zou kraaien. Het moest een politiek cadeautje van Frankrijk aan Italië worden en niemand verwachtte dat er aan de alarmbel zou worden getrokken, niet in Italië en niet in Frankrijk. Maar de dag dat ze hem oppakten, is heel ons literaire milieu in opstand gekomen. Iedereen belde iedereen, ik wist het al na twee uur. Een maand later hadden onze steuncomités 25.000 leden. Maar toen zijn de Italianen een tegenoffensief begonnen en hebben ze Battisti gedemoniseerd. Dat is gemakkelijk, want de mensen geloven liever het slechte dan het goede. Het werkt nog net als in de Middeleeuwen: zeg dat iemand een monster is en ze beginnen vrolijk hout voor de brandstapel aan te slepen. Schuldig of onschuldig, dat kan niemand schelen, als ze maar vuur zien! Ik dacht dat ik droomde, eerst had niemand van Battisti gehoord en toen was het opeens alsof Frankrijk ten onder zou gaan als die man hier bleef. De kranten schreven meer over Battisti, de terrorist, dan over Osama bin Laden! Ongelooflijk! Wij stonden machteloos tegen die campagne, alle kranten waren tegen ons. Zelfs Le Monde, en als Le Monde zich tegen jou keert, dan kun je het wel schudden!"

De campagne van 'de Italianen' deed haar werk, vertelt ze. De aanvankelijke steun voor Battisti smolt weg als sneeuw voor de zon. Vargas bleef voor hem vechten maar kwam steeds meer alleen te staan. De Franse socialisten lieten haar vallen ("Ze vinden stemmen belangrijker dan waarden"), de enige politicus die haar openlijk bleef steunen was François Bayrou, de voorzitter van de centrum-rechtse UDF ("Ik zou nooit op zijn partij stemmen, maar hij is tenminste een integer man"), de linkse intellectuelen wilden niet meer luisteren ("Zo leer je de mensen kennen. De enige die lef heeft is Bernard-Henry Lévy, die heeft ons nooit in de steek gelaten"), de pers viel haar persoonlijk aan. "Ik werd uitgescholden voor, ik citeer 'een bloeddorstige dikke koe'. Stel je voor! Ik die nog geen vlieg dood zou slaan! Ik ben tegen geweld, natuurlijk ben ik tegen geweld, maar dat betekent niet dat je moet doen alsof er geen wetten bestaan! In Libération noemden ze mij 'la Pasionaria', ongelooflijk! En ze hebben natuurlijk geïnsinueerd dat ik verliefd zou zijn op Battisti, dat ik zijn minnares ben, want anders zou ik hem toch niet helpen? Het moet wel de gril van een dwaze vrouw zijn, dat is de enige verklaring. Dat maakt mij nog het kwaadst!"

Meer dan een jaar later is de strijd nog niet gestreden. "Ik heb een verlenging van mijn sabbatjaar aangevraagd, want ik kan Battisti nu niet laten vallen. Dit is niet zomaar een incident, zie je, het is het einde van de onafhankelijkheid van het Franse gerecht, het is een ramp voor de Republiek. Ik hoop dat wij onze laatste slag zullen winnen: op 11 maart komt de zaak voor de Conseil d'Etât, die moet beslissen of de Franse staat Battisti mag uitleveren. Maar ik heb iets ontdekt dat ze nog zuur zal opbreken: ik kan bewijzen dat drie brieven waarop de regering zich baseert om Battisti uit te leveren vervalsingen zijn!" Weer kijkt ze naar haar gsm, nu met een triomfantelijke grijns.

"Het zijn vervalsingen. Die brieven moeten aantonen dat Battisti wist dat hij in Italië wegens moord terecht zou staan. Maar dat is niet zo. Hij was er niet van op de hoogte, zodat zijn veroordeling bij verstek ongeldig is. Ik weet zeker dat de Conseil d'Etât ons gelijk zal geven." Ze zucht. "Het kost allemaal ongelooflijk veel tijd, maar ik kan die man toch niet in de steek laten?"

Ze speelt met haar gsm. "Nu ik kan bewijzen dat de brieven vals zijn, zijn ze in paniek. Dat hadden ze niet verwacht! Ik heb twintig flikken achter me aan. Sinds Battisti ondergedoken is, in augustus, laten ze mij niet meer los, ze schaduwen mij dag en nacht. Ze denken dat ik weet waar hij zit en dat ik hen naar hem toe zal leiden. Nou ja, ik trek het me niet aan, ik probeer ermee te lachen. Ze luisteren nu mee, weet je?"

Het geheim van de gsm wordt opgelost: Vargas legt uit dat ze via haar telefoontje wordt afgeluisterd. "Hem uitschakelen helpt niet, want als ze je nummer hebben, kunnen ze hem van op een afstand aanzetten. Als je niet afgeluisterd wilt worden, moet je de batterij eruit halen." Ze lacht. "Er bestaat nog een andere manier, je kunt je gsm in aluminiumfolie wikkelen, zoals een broodje. Dat heb ik zelf ontdekt, door te experimenteren. Eens wetenschapper, altijd wetenschapper."

En voor we het zouden vergeten, ze is ook schrijfster. Heeft ze als advocate van de duivel geen lezers verloren? "Ja, maar dat had ik verwacht. Toen mijn laatste boek vorig jaar uitkwam, Sous les vents de Neptune, mijn sabbatboek, begonnen we met een verkoop van vierduizend per dag. Dat was normaal. Toen kwam de campagne van de Italianen en vielen we van de ene dag op de andere terug naar negenhonderd! Maar de mensen vergeten snel en een maand of vier later had de verkoop zich hersteld. Ik weiger daar trouwens rekening mee te houden. Je kunt de verkoop van wat boeken toch niet afwegen tegen een mensenleven?"

Het Battisti-avontuur zal haar niet eens stof voor een nieuwe politieroman opleveren, want zo werkt dat bij Vargas niet. "Geen politiek in mijn boeken! Als ik schrijf, is dat het enige moment waarop ik niet werk en zo wil ik het houden. Ik schrijf verhalen die echt lijken maar het helemaal niet zijn, boeken die waarschijnlijk zijn maar niet waar, reëel maar niet realistisch. In Frankrijk is het nu mode om politieke thrillers te schrijven die de wereld gaan veranderen, maar daar doe ik niet aan mee. In het echte leven kan ik mij engageren, maar niet in de literatuur. En ik heb het al uitgelegd, ik denk niet na over wat ik schrijf, het komt vanzelf en ik schrijf het gewoon op. Het moet iets te maken hebben met het collectieve onbewuste."

Er volgt een lange uiteenzetting over de politieroman als sprookje of als mythe: "De thriller is al dertigduizend jaar oud. Het is het eeuwige verhaal dat waarschuwt voor een gevaar en zegt hoe je het moet ontwijken. De elementen zijn altijd dezelfde: een doolhof, een monster, een held die het monster doodt en de uitweg uit de doolhof vindt. Bij de Grieken had je het labyrint en de minotaurus, in de Middeleeuwen het bos dat zich om de held sluit en de draak of de zwarte ridder, wiens gezicht je nooit ziet, zodat je niet weet of hij leeft of dood is. In de moderne politieroman heb je de intrige en de valse sporen als doolhof, de moordenaar als gevaar, de politieman als held. Het heeft allemaal te maken met catharsis. De thriller is niet sociaal maar mentaal. Hij identificeert het gevaar, zodat wij weten hoe we het uit de weg kunnen gaan. Daarom laat ik mijn boeken ook altijd goed aflopen, hoewel dat veel moeilijker is dan een tragisch einde. Je moet een positief slot hebben, anders krijg je geen catharsis."

Ze is weer helemaal op dreef: "De helden van politieromans zijn altijd halfgoden. Neem Sherlock Holmes: hij eet niet, vrijt niet, slaapt niet. Hij heeft niets dan bovenmenselijke kwaliteiten. Hij negeert zijn lichaam. En denk je dat de voornaam van Hercule Poirot toeval is? Of het feit dat hij een halfbroer heeft die Achilles heet? Poirot heeft trouwens ook nooit een vrouw. Agatha Christie krijgt veel kritiek maar ze wist verdomd goed wat ze deed. Helden hebben altijd iets abnormaals, want daar kunnen we aan zien dat het geen gewone mensen zijn. Bij de Grieken hadden ze vaak een gebrek. Tegenwoordig hebben ze een tic, een manie. Ze leiden nooit een gewoon leven. Ze gaan niet naar de bakker, brood halen."

Pardon, hoe past ze een figuur als Maigret in die theorie? De commissaris van Simenon is toch een heel gewone, saaie burgerman en allesbehalve een halfgod? Vargas denkt welgeteld tien seconden na: "Maigret lijkt een uitzondering, maar kijk eens naar zijn huwelijksleven. Dat is geen huwelijk, dat is een stijlfiguur. Iedereen weet dat Maigret het niet met zijn vrouw doet. Je ziet hem ook nooit met andere vrouwen. Hij is celibatair, terwijl Simenon zelf een soort seksmaniak was, drie vrouwen per dag. Is dat niet vreemd? En dan heb je die beroemde sfeer die rond Maigret hangt: het regent altijd, de lucht is grauw, alles lijkt heel traag te gaan, in de zomer is er een verpletterende loomte. Het Parijs van Maigret bestaat niet, hij heeft het uitgevonden. Heel dat klimaat komt voort uit Maigret zelf. De mist, de loomte, het leven dat vertraagt. Een beetje als in een droom waarin je ergens wilt geraken maar nooit verder komt. Je hoort hem ook nooit praten, hij zegt niet veel, hij zit maar te denken en roept dan iemand naar zijn bureau: jij hebt het gedaan."

Ze rukt triomfantelijk aan haar sigaret: "Maigret heeft trouwens ook een manie: zijn pijp. In het echt leven krijgt hij geen seks maar hij zit heel de dag met dat fallussymbool te zwaaien. Zie je, Maigret lijkt een saaie burgerman maar hij verandert het klimaat, iets wat alleen een god kan. Hij schept zijn eigen klimaat en zijn eigen ritme. Hij eet ook abnormaal. Altijd dat broodje in de Brasserie Dauphine, een broodje en een glas bier, nooit iets anders. Een soort van eeuwig voedsel. De vermenigvuldiging van de broden!"

Ze leunt grijnzend achteruit. Vargas 1, Simenon O. Voor een schrijfster die beweert dat haar boeken er helemaal vanzelf komen, heeft ze haar theorieën wel keurig op een rijtje. Dat ontkent ze niet, maar: "Ik denk er pas achteraf over na. Ik bedenk niets, ik heb geen boodschap, ik zit niet met symbolen te spelen, of toch niet bewust. Ik ben als een spons. Ik leef een heel jaar, ik luister, ik kijk, ik zuig het allemaal op als een spons. En dan knijp ik het uit in een boek. Daarna wacht ik weer en laat ik me vol lopen."

Het klinkt heel gemakkelijk, zoals zij het zegt. Ze lacht. "Het is kinderspel. Ik amuseer mij ermee, het is mijn vakantie. Het gekke is dat ik veel brieven krijg van mensen met psychologische problemen, die schrijven dat ze een poosje geholpen zijn als ze een boek van mij hebben gelezen. Politieromans tegen depressie, dat is toch knap?"

Dat is het zeker. De sigaretten zijn op, het is laat en Vargas heeft honger. Tijd om afscheid te nemen. De spionnen aan de andere kant van de gsm zullen blij zijn.

Bart holsters

'Het werkt nog net als in de Middeleeuwen: zeg dat iemand een monster is en ze beginnen vrolijk hout voor de brandstapel aan te slepen. Schuldig of onschuldig, dat kan niemand schelen, als ze maar vuur zien' 'Ik kan bewijzen dat de brieven waarop de regering zich baseert om Battisti uit te leveren vervalsingen zijn'

De koningin van de 'rompols'

Fred Vargas (1957, pseudoniem van Frédérique Audoin-Rouzeau) is in veel opzichten een bijzondere vrouw. Dat begon al met haar geboorte, want ze is de helft van een eeneiige tweeling. Haar zus Joëlle, een kunstenares met wie ze een heel sterke band heeft, gebruikt de naam Jo Vargas (ze hebben zich voor hun pseudoniem laten inspireren door de rol van Ava Gardner in de film The Barefoot Contessa).

Fred studeerde geschiedenis, specialiseerde zich in de Middeleeuwen en de zoöarcheologie en bouwde een mooie loopbaan op bij het CNRS, het Franse equivalent van ons Nationaal Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek.

Na wat geëxperimenteer met beeldverhalen en muziek (ze speelt accordeon), ontdekt ze haar echte creatieve aanleg: in 1986 debuteerde ze met een politieroman (zelf noemt ze haar boeken 'rompols'). Les jeux de l'amour et de la mort werd prompt bekroond met de Prix du Roman policier du Festival de Cognac.

Intussen heeft Vargas een tiental romans op haar naam. Vijf daarvan zijn in het Nederlands vertaald, maar om de ene of andere reden is de chronologische volgorde zoek, zodat De man van de blauwe cirkels, dat vorige maand bij uitgeverij De Geus verscheen, eigenlijk nummer 2 is en al van 1991 dateert. Hoewel de schrijfster niet vreselijk enthousiast doet over het boek, is het typisch voor haar werk. Een bizarre plot, heel weinig klassieke thrillertrucs, een origineel, muzikaal taalgebruik, grappige, soms absurde dialogen, massa's sfeer en excentrieke personages.

De twee hoofdfiguren van Vargas' ongewone maar meeslepende 'rompols' zijn inspecteur Danglard (een logische denker, een toegewijde alleenstaande vader van vijf kinderen van wie één bastaard, maar ook een alcoholicus die elke dag stipt om vier uur dronken is) en commissaris Adamsberg, een onconventionele politieman die meestal met het hoofd in de wolken loopt en zijn zaken met intuïtie en empathie oplost.

De man van de blauwe cirkels begint, klassiek voor Vargas, met een onverklaarbaar fenomeen: een onbekende tekent op de Parijse trottoirs blauwe krijtcirkels rond zwerfvuil. Geen mens die er wat van begrijpt. Commissaris Adamsberg is de enige die ziet dat de cirkels net groot genoeg zijn voor een lijk, en lang duurt het niet voor zijn intuïtie uitkomt. (BH)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234