Donderdag 28/01/2021

Alle connecties lopen via Kinshasa

De tijdbom van het volksprotest tikt in de Congolese hoofdstad Kinshasa. Precies daarom is het onmogelijk ongevoelig te blijven voor de vastberadenheid en het talent van de Afrikaanse artiesten - zelden sant in eigen land - op en rond het festival Connexion Kin.

De avond van 18 juni land ik samen met de Belgisch-Congolese zanger Baloji en zijn band op de luchthaven van N'djili in Kinshasa. Drie dagen later opent de voormalige frontman van de Luikse cult-hiphopformatie Starflam, die nu in Gent woont, maar uit Lubumbashi komt, de vierde editie van het festival Connexion Kin, dat op diverse locaties in de Congolese hoofdstad plaatsvindt. Kinshasa is een geglobaliseerde miljoenenstad die formeel en informeel nauw verbonden blijft met Brussel. Ondanks vele problemen is Kinshasa ook een dynamische cultuurstad die vorig jaar nog de meeslepende gangsterfilm Viva Riva van Djo Munga aan de wereld schonk, goed voor een MTV-award voor beste Afrikaanse film. Maar in 'Kin' krijgt niemand dat spannende werk ooit te zien. Theatermakers, dansers, muzikanten, filmmakers en beeldend kunstenaars die jaarlijks de programmeringen van het festival van Avignon, Tate Modern in Londen, de Olympia in Parijs, het filmfestival van Berlijn of Bozar in Brussel kleuren, kunnen in eigen land nergens terecht.

Dat er voor hun werk nochtans een groot lokaal publiek bestaat, bewijst Baloji op 21 juni in het Centre Culturel Congolais du Zoo: 750 'Kinois' gaan uit de bol, al is Baloji in Congo niet wereldberoemd. Ster van de avond is gitarist Dizzy Mandjeku die, voor hij in België met Zap Mama en Baloji aan de slag ging, in de jaren 80 de muzikale rechterhand van de legendarische Franco was, de grootste ster ooit van de Congolese Rumba. 'Papa Dizzy', nu een volumineuze zestiger, treedt zelden op in Kinshasa. Als hij tijdens de bisnummers een weergaloze riff speelt, staat de zaal in vuur en vlam. Baloji krijgt toch enige Belgische waardering voor het uitstekende Kinshasa Succursale dat hij in 2009 met steun van KVS opnam in Kinshasa. Al speelt hij ondertussen Londen, Parijs en Rio de Janeiro plat, in België kreeg hij zijn cd jarenlang niet eens uitgebracht.

Tijdens het openingsweekend is het de beurt aan twee kleppers uit Congo-Brazzaville, aan de andere oever van de Congo-stroom, bijgenaamd Le Congo d'en face. Theatermaker, acteur en schrijver Dieudonné Niangouna wordt artiste associé van de editie 2013 van het festival van Avignon en toont in Kinshasa een ambitieuze etappe van een unieke samenwerking over vele jaren met elf acteurs uit de beide Congo's. Choreograaf en danser De La Vallet is te gast met Au-delà, een donkere, vitale voorstelling direct geïnspireerd op de ontploffingen in onbeveiligde munitiedepots in Brazzaville op 3 maart, waarbij een hele wijk en meer dan 1.000 mensen van de kaart werden geveegd. Ook zij zal in 2013 in Avignon te zien zijn.

Culturele solidariteit

Al hebben Niangouna en De La Vallet hun plek in de Europese podiumkunsten definitief verworven, voorstellingen creëren in eigen land en spelen op het eigen continent blijft voor hen prioritair. In Kinshasa, op tien minuutjes varen van Brazzaville, kent amper iemand hun werk, maar het talrijke publiek is enthousiast. Ook de festivalartiesten uit Zuid-Afrika of Mozambique op Connexion Kin maken voor het eerst kennis met hun Congolese collega's. Het blijft bizar: als het überhaupt al gebeurt, is het enkel in Brussel of Parijs dat Afrikaanse kunstenaars elkaar ontmoeten. De fout van de Afrikanen zelf, en vooral hun regeringen, al is het zonneklaar dat zij nog zwaarder onder de crisis lijden dan wijzelf. Misschien is het toch iets complexer dan dat. Dragen de nog steeds stevig gesubsidieerde Europese cultuurhuizen en festivals geen enkele verantwoordelijkheid ten aanzien van de fragiele lokale contexten waarin hun favoriete niet-Europese artiesten werken? Is de wereld rondreizen en een programmering bij elkaar shoppen voldoende? Kan het festival van Avignon abstractie maken van het feit dat zijn centrale artiest geen ondersteuning krijgt van de stad of het land waar hij al zijn artistieke inspiratie haalt? Of gaat het toch om een gezamenlijke verantwoordelijkheid, om internationale culturele solidariteit kortom?

Toen ik Kinshasa begin december vorig jaar, twee weken na de omstreden presidentsverkiezingen, net op tijd ontglipte, was het een dode stad waar leger en politie de bevolking op een week tijd mits brutale repressie en tientallen doden dwongen om zich neer te leggen bij nog vijf jaar Joseph Kabila. Op het eerste gezicht is daar niks meer van te merken, maar dat is schijn. De Congolese hoofdstad is dezelfde gebruikelijke heksenketel, maar de tijdbom van het massale volksprotest tikt. De eerste dagen in Kinshasa zijn alleszins een overweldigende ervaring voor de internationale programmatoren die Connexion Kin bezoeken en voor het eerst in Congo komen. Het begint al met de luchthaven van N'djili: heet, luid en chaotisch. Dan is de er de dolle rit naar het centrum van de stad. 'Bienvenue à Kinshasa' dus, waar ook elektriciteitspannes en watercoupures dagelijkse kost blijven.

Precies daarom is het moeilijk om lang ongevoelig te blijven voor de vastberadenheid, scherpzinnigheid en het creatieve talent van de Afrikaanse artiesten. In het kader van Connexion Kin gaan zij iedere dag in gesprek met de studenten en docenten van het Institut National des Arts, vroeger het beste conservatorium van Centraal-Afrika. Vandaag is het niveau gedaald en zijn de meeste leraars gruwelijk behoudsgezind. Als op de derde dag Faustin Linyekula uit Kisangani en Boyzie Cekwana uit Johannesburg aan de beurt zijn, barst de bom snel.

Het internationale succes dat hen naar Avignon, Brussel, Wenen en New York brengt, levert hen het verwijt op 'modieus en elitair' te zijn. 'Hoeveel van mijn voorstellingen zagen jullie al en hoeveel publiek bereiken jullie zelf met jullie oubollig Franstalig teksttheater?', kaatst Linyekula de bal naar de professoren terug. De volgende dagen zet hij zijn repliek in daden om. Met zijn prachtsolo 'Le Cargo' trekt hij de cités van Bandal en N'djili in. Voor bomvolle zalen vertelt hij in het Lingala het verhaal van zijn werk in Kisangani en Congo van de voorbije tien jaren. Zeker in die doodarme wijken is iedereen mee en wordt er achteraf hevig gediscussieerd.

Muzikale ijsberg

Op de symbolische 30ste juni speelt Linyekula in de Hal de la Gombé in het centrum van Kinshasa voor 500 man de allerlaatste voorstelling van More More More...Future, de voorstelling die in 2009 tijdens het Kunstenfestival in KVS in première ging en de hele wereld rondreisde. De hedendaagse podiumkunsten zijn in Kinshasa geen elitaire of exotisch-Europese aangelegenheid meer. Het reservoir aan straffe groepen in Kin is schier eindeloos. In Europa kennen we enkel Konono of Staff Benda Bilili, maar na enkele weken Kinshasa blijken zij het topje van een muzikale ijsberg te zijn. Bakken talent en geweldige namen, dat hebben ze gemeen: Station Japan Fiesta, Les Salopards of Tout Puissant Mukalo, in augustus op TAZ te zien.

Het is fijn om in de loop van Connexion Kin geregeld telefoon van journalisten uit België te krijgen. De vragen kan ik soms van te voren raden, maar het blijft belangrijk om een aantal hardnekkige clichés te weerleggen. Een radio-journalist vraagt zich af: 'Houdt het steek om in Congo culturele evenementen op poten te zetten, terwijl in Noord-Kivu vrouwen worden verkracht en burgers vermoord?' Je probeert vervolgens uit te leggen dat burgers van een land dat gedeeltelijk in oorlog is, meer dan wie ook behoefte hebben, aan cultuur. Gaat er op dit eigenste moment geen groot film -en muziekfestival door in Goma? Diezelfde journalist stelt de vraag: 'Is het niet paternalistisch om als Belgisch theaterhuis in Afrika aan cultuur te doen?' Je antwoordt met de wedervragen of dat geen voorbijgestreefde discussie is die vertrekt van iemands huidskleur in plaats van naar zijn intenties en daadwerkelijke project te kijken? En is het niet paternalistisch om er in Europa vanuit te gaan dat 'arme Afrikanen' het wel zonder cultuur kunnen stellen? Zowat alle media vragen zich af: 'Waarom zijn er geen Belgen aanwezig?' Wedervraag: Is Baloji geen zwarte Belg? Is festival-scenografe An Weckx geen geboren en getogen Brusselse? Is Madensuyu-drummer Pieter-Jan Vervondel die de muziekprogrammatie mee begeleidt geen rasechte Gentenaar? Tellen alle aanwezige internationale artiesten die al jarenlang in Brussel wonen, zoals ex-Rosas danseres Moya Michael uit Zuid-Afrika, niet mee? Een Franstalige journalist polst: 'Moet dit Europa in crisis investeren in cultuur in Afrika?' Faustin Linyekula antwoordt: 'Hoe meer Europa zich openstelt, hoe beter het zijn eigen toekomst zal kunnen vormgeven. Er komt niks goeds van als je op jezelf terugplooit. Zeker van Afrikaanse artiesten die al jaar en dag creatief met de ene na de andere crisis omgaan, heeft Europa het een en ander te leren.'

Het is tijdens Connexion Kin niet alleen theater of dans dat de klok slaat. Vorig jaar werden belangrijke lokale en internationale films getoond, zoals Enjoy Poverty van Renzo Martens. In deze editie zijn de beeldende kunsten prominent aanwezig, dankzij een samenwerking met het kunstencentrum Pitsha van de wereldberoemde fotograaf Sammy Baloji. Een deel van de Biënnale 2010 van Pitsha wordt tijdens het festival voor het eerst getoond in Kinshasa, op de site van de Académie des Beaux Arts. Voor die Biënnale 2010 tekende curator Simon Njami, die jaren terug een levende legende werd met de tentoonstelling Africa Remix in onder andere het Centre Pompidou. Njami is erbij tijdens Connexion Kin. Hij is hoopvol en boos tegelijk. Hoopvol, omdat het festival en zijn tentoonstelling veel aandacht krijgen en een succes zijn. Boos, omdat hij wil dat de Congolezen zelf meer uit hun pijp komen. Tijdens een lezing op de Académie is hij glashelder: "Jullie moeten van mij niks verwachten, volstrekt niks. Enkel als jullie zelf jullie krachten bundelen en met straf werk en dito tentoonstellingen komen, zal ik zorgen dat de hele wereld ervan weet."

Banlieue België

Toch blijven de podiumkunsten centraal staan. In deze vierde editie kunnen Afrikaanse toppers als Panaibra Gabriël uit Mozambique, in mei jl. nog op het Kunstenfestival, en Qudus Onikeku uit Nigeria, de coming man die in 2013 in Avignon staat, voor het eerst hun werk tonen voor het betrokken en kritische publiek van de wereldstad Kinshasa. Naast hen krijgen ook de prille voorstellingen van jonge, lokale artiesten veel ruimte. Ten slotte is Connexion Kin een internationaal festival: ook trendsetters als theatermaakster Monika Gintersdorfer uit Berlijn of de Franse videast Mohammed Bourouïssa spelen een belangrijke rol. Dat Congo een fragiele staat is en Kinshasa zijn waterhoofd, neemt niet weg dat er in de stad een geëngageerde artistieke gemeenschap is met een breed publiek. Dankzij een wijdvertakt netwerk van lokale partners is dat publiek ook elf dagen lang massaal aanwezig: een kleine tienduizend mensen passeren tussen 21 juni en 1 juli in de Hal de la Gombé. Van internationale programmatoren tot lokale supersterren als Papa Wemba en Dieumerci Mbokani. En vooral veel gewone Congolezen, die eindelijk een graantje meepikken van al het het moois dat hun artiesten ieder jaar in Europa tonen. Verloren geld en energie volgens sommigen, noodzakelijk werk dat moet gebeuren volgens anderen. Wie het doet, maakt niet uit, als het maar goed en doordacht gebeurt. De vijfde editie van Connexion Kin is in the making. Internationale donoren schuiven aan, Vlaanderen staat erbij en kijkt ernaar. Zijn Kinshasa en Congo de banlieues van ons landje of is het stilaan omgekeerd?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234