Woensdag 18/09/2019

'Alle berichten over mijn overlijden zijn voorbarig'

'Als u mij in 1969 had gevraagd: 'zult u over dertig jaar de enige CVP-minister zijn in België?', dan had ik u gek verklaard''Als ik na de regering-Eyskens nog was doorgegaan, dan was het sowieso gedaan geweest. Door dat interregnum in het midden van de jaren tachtig heb ik eigenlijk twee politieke loopbanen gehad'

Ruud Goossens / Foto Filip ClausBrussels CVP'er Jos Chabert begint aan zijn twintigste jaar als minister

26 januari 1973. Niet minder dan zesendertig ministers en staatssecretarissen leggen de eed af. Een driepartijenregering onder leiding van de Waalse socialist Edmond Leburton begint aan een net geen jaar durend avontuur. Franco heerst nog in Spanje, Eddy Merckx moet zijn laatste Ronde van Frankrijk nog winnen, in de Verenigde Staten woedt volop de Watergate-affaire. Afgesloten en voorbij, die periode, ware daar niet die laatste CVP-minister van het land: Jos Chabert, de CVP-'nieuweling' van toen, begint in de Brusselse gewestregering aan zijn twintigste jaar als minister.

De langst zittende minister van het land, de laatste der CVP-mohikanen, heeft een kabinet op de statige Louizalaan. Met zicht op het Ter Kamerenbos en het Justitiepaleis. Een ministerschap in Brussel wordt wel eens vergeleken met een veredeld schepenmandaat, maar aan de kabinetten is dat niet te merken. Het vergaderzaaltje is ingericht met statige meubelen van het bedrijf dat hier voordien gehuisvest was, Union Minière. "Geen Misère", grapt Chabert. Achter hem hangt een Amerikaanse krant van de dag na de moord op JFK, zijn grote voorbeeld. "Ondertussen is gebleken dat hij niet altijd een volmaakt mens was, maar ja, laat politici ook eens mensen zijn van vlees en bloed. Heiligen bestaan niet."

De minister is goedgeluimd, het is wéér gelukt. Jonge concurrente Brigitte Grouwels popelde van ongeduld, maar de dinosaurus wilde niet wijken. Hij wordt voor de twaalfde keer excellentie, dit keer als Brussels minister van Openbare Werken, Vervoer, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp. Na Edmond Leburton (PS), Leo Tindemans (CVP), Paul Vanden Boeynants (PSC), Wilfried Martens (CVP), Mark Eyskens (CVP) en Charles Picqué (PS) dient hij nu de nieuwe Brusselse minister-president Jacques Simonet (PRL).

In 1968 wandelde Chabert naast diens vader Henri Simonet voor het eerst het parlement binnen. Hij was door zijn beschermheer Paul Vanden Boeynants op de CVP-lijst gezet. Nog geen vijf jaar later werd hij voor het eerst minister, van Nederlandse Cultuur en Vlaamse Aangelegenheden. Hij was een van de 36 leden van de regering-Leburton. "Ja, die fameuze regering-Leburton. (mijmert) Verschrikkelijk, verschrikkelijk, verschrikkelijk! Op geen enkele manier hing die ploeg aan elkaar. Die regering is niet uiteengespat, die is geïmplodeerd! Dat zou nu niet meer kunnen, neen. Het was de oude politieke cultuur op zijn smalst. De premier sprak geen woord Nederlands, was de incarnatie van een verouderd socialisme en had in zijn eigen partij geen enkele macht meer."

Waarom stapte u er dan in? Was u te hongerig?

"(verontwaardigd) Ja maar, het was mijn allereerste regering! En Leo Tindemans was erbij en nog vijf andere CVP-ministers. Ik was eigenlijk de enige nieuwkomer en werd minister van Vlaamse Aangelegenheden. Jean-Pierre Grafé (PSC) was bevoegd voor Waalse Aangelegenheden en Guy Cudell (PS) voor Brusselse Aangelegenheden. Het was het begin van de gewestvorming."

Die was drie jaar voordien in gang gezet door Gaston Eyskens. In het najaar van 1972 sneuvelde zijn laatste regering over het probleem Voeren. Het wetsontwerp dat de premier had klaargestoomd stootte op nogal wat verzet in eigen rangen. In zijn Memoires beschrijft Eyskens de vergadering van het CVP-hoofdbestuur, die zijn definitieve afscheid inluidde. "Een aantal aanwezigen gaf blijk van groot ongeduld en wilde snel een oplossing van de gemeenschapsproblemen. Jos Chabert, die sedert de verkiezingen van november 1971 de Kamerfractie aanvoerde, stelde op een bepaald ogenblik zelfs de vraag of het niet aangewezen was de breuk binnen de meerderheid vast te stellen. (...) Martens en Chabert beschouwde ik als jonge wolven, trappelend van ongeduld."

Chabert: "Heeft hij dat geschreven? Om de waarheid te zeggen: ik had een erg goed contact met Gaston Eyskens. Hij had al verschillende keren laten verstaan dat hij geen volledige regeringsperiode meer wilde uitdoen. De wijze waarop hij toen is weggegaan, heb ik altijd raadselachtig gevonden. Het gebeurde tijdens een gezamenlijke vergadering van de kamer- en de senaatsfractie die ik voorzat. Eyskens kwam een zeer gecompliceerde oplossing voor de Voer verdedigen. In de fractie was men er absoluut niet voor te vinden, onder andere omdat ze al was afgeschoten door Emiel Van Cauwelaert in Het Volk, Karel De Witte in de Gazet van Antwerpen en Manu Ruys in De Standaard. Zo ging dat toen.

"De eerste vijf, zes sprekers waren zeer negatief. En toen er nog zeker twintig mensen aan het woord moesten komen, sprak Eyskens mij plots aan. 'Ik denk dat ik het begrepen heb. Het ga jullie allemaal goed.' Hij deed zijn valieske dicht, stond op en verliet in alle kalmte de fractie. De consternatie kwam te laat. Het was het ontslag van de regering, het definitieve afscheid van Gaston Eyskens. Ik was de rechtstreekse getuige."

Het vertrek van het monument betekent voor Chabert het begin van zijn lange ministeriële carrière. Ze komt wat haperend op gang maar bereikt haar topsnelheid in de twee regeringen van Leo Tindemans. Als minister van Verkeer, Havenbeleid, PTT en Toerisme krijgt Chabert een zware post. "Onder Tindemans behaalde de CVP de ene grote triomf na de andere. Op het einde doken er problemen op over de staatshervorming en de inflatie. Maar het ging lang erg goed.

"Nochtans dachten mijn medewerkers voor de campagne van 1978 dat ik zware klappen zou krijgen. Als minister van Verkeerswezen had ik tal van veiligheidsmaatregelen genomen. Eerst voerde ik de autogordel in. Vervolgens verlaagde ik het toegelaten alcoholgehalte van 1,5 naar 0,8 promille en werden de brouwers kwaad. Toen ik de maximumsnelheid van 130 tot 120 terugbracht, was iedereen ontevreden! Als iemand een water wilde bestellen op café zei hij: 'Voor mij een Chabertke'.

"Ik had een afschuwelijke reputatie. Zelfs mijn vrouw was bang voor de uitslag. Ik niet. Ik voerde campagne met de slogan 'Veilig met Chabert'. Als ik afgestraft werd, had ik tenminste iets gedaan dat de moeite waard was. Het aantal ongevallen daalde spectaculair. En wat bleek: ik haalde twee-en-zes-tig-dui-zend voorkeurstemmen! Mijn record! De mensen aanvaarden zelfs een moeilijke boodschap als de boodschapper goed is. Elke maatregel ging ik uitleggen op de televisie."

Ook in de eerste kabinetten van Wilfried Martens is Chabert present: eerst op Verkeer, later krijgt hij Openbare Werken. Het was de tijd waarin regeringen vielen als zieke zomerbladeren: in twee jaar tijd haspelt België er vier af. Het aantal crisissen is nog talrijker. De CVP-ministers komen telkens bij elkaar op het kabinet van Chabert: daar worden voetbalmatchen bekeken, croissants verorberd en problemen opgelost. Het is de topperiode van de diplomatische Brusselaar, die na het vertrek van Jos De Saegher ook de vertrouwensman van het ACW is geworden. In Brussel zal de adrenaline wel iets minder vloeien? "Och, ik heb het allemaal meegemaakt, hé. Tien jaar aan een stuk. Ik heb het land centraal mee bestuurd. En nu bestuur ik het centrale gedeelte van het land. Mocht er in Brussel een conflict ontstaan, dan zou de rest van België die aardschok ook voelen."

Ook die eerste Martens-regeringen zijn geen echt succes. We betalen nog steeds voor de gaten die toen in de begroting zijn geslagen.

"Ik zeg niet dat die regeringen buitengewoon goed waren. Het had nog positief kunnen aflopen, indien men Martens was gevolgd toen hij er het mes in wilde zetten. Maar eigenlijk was hij machteloos. De vakbonden - en vooral ABVV-voorman Georges Debunne - kantten zich echt tegen de regering: de index mocht niet aangepast worden, zelfs bij een uit de pan swingende inflatie. We kregen geen enkele medewerking. Je mag de macht van de vakbonden toen niet onderschatten. Ze beheersten het politieke leven. Vanaf 1982 heeft Martens het roer omgegooid. En dat is meteen zijn grote verdienste. De rooms-blauwe regeringen hebben de aanzet gegeven tot de sanering van de overheidsfinanciën."

Maar als Martens zijn koerswijziging in 1982 doorvoert, zit Chabert al op de reservebank. Hij werd 'gestraft' voor het faliekante premierschap van Mark Eyskens. Met uitzondering van Eyskens zelf werden alle CVP-ministers die in die regering zaten over het hoofd gezien bij de vorming van Martens-De Clercq. "Negen maanden is Mark Eyskens premier geweest, maar er viel niet te regeren met de Waalse socialisten. Ze wilden geen enkele maatregel nemen. Had ik dat op voorhand geweten, ik had het niet gedaan, neen. Alleen kreeg ik toen van de partij het verzoek om voort te werken. En de socialisten hadden beloofd dat ze met Mark Eyskens zouden doen wat ze aan Wilfried Martens hadden geweigerd. Jammer genoeg bleek het niet waar te zijn.

"Die regering is roemloos ten onder gegaan. Het gevolg was dat heel die ploeg in de woestijn is gestuurd, inbegrepen uw dienaar. Hoewel ik bij de verkiezingen nog meer dan vijftigduizend voorkeurstemmen haalde, heb ik tegenover de partij geen enkele rancune gevoeld. Het was normaal dat heel die ploeg, die niet goed had gewerkt, op de reservebank moest gaan zitten."

Ook het ACW steunt Chabert niet langer. Die was niet echt opgevallen door zijn sociaal engagement. Vakbondsman Jef Houthuys heeft meer vertrouwen in Jean-Luc Dehaene, de vroegere kabinetschef van Chabert, die minister van Sociale Zaken wordt. "Het belette me niet om voort te werken. Ik ben toen naar El Salvador geweest, naar Chili. In 1985 ben ik een jaar naar Japan geweest als koninklijk commissaris voor de Wereldtentoonstelling. Ach, je hoeft niet altijd minister te zijn, hé."

Bent u verslaafd aan de macht?

"Toen ik begin jaren tachtig Openbare Werken verliet, ben ik een oude auto gaan kopen in Halle. Ik ging tanken naast het ministerie van Openbare Werken in de Belliardstraat en ik dacht: 'Allee, dat doet goed, zie. Laat het niet aan uw hart komen.' Ik ben een regenjas gaan kopen - want die heb je niet nodig als minister - en ging weer aan de slag. Als je niet meer geïnteresseerd bent in wat er gebeurt en in een hoekje gaat zitten kankeren, dan verzuur je. Dan word je niet meer teruggehaald."

Het wás niet gedaan voor Chabert. Eind 1987 kreeg de senator een telefoontje van CVP-voorzitter Herman Van Rompuy: of hij geen belangstelling had om de lijst voor het Brussels Gewest te trekken in 1989. Natuurlijk was er interesse. Tindemans trok toen de Europese lijst. Samen gingen ze naar de verkiezingen: 'Goedemorgen Europa, goedemorgen Brussel'. "En we waren begin 1989 vertrokken voor een tweede politieke loopbaan, ondertussen al tien jaar. Als ik na de regering-Eyskens nog was doorgegaan, dan was het sowieso gedaan geweest. Door dat interregnum in het midden van de jaren tachtig heb ik eigenlijk twee politieke loopbanen gehad."

Welke van die twee carrières geniet uw voorkeur?

"Aaahh, moeilijke vraag. Als u mij nu vraagt wat de delicaatste opdracht was, die waarop ik het meest gewogen heb, dan is het die in Brussel. Ik durf te zeggen dat ik in Brussel het nieuwe parcours van de CVP heb uitgestippeld. We hebben onze steriele houding verlaten, zijn de weg opgegaan van de meertaligheid. En ik heb die boodschap gebracht met Marokkanen en Turken op de lijst, in hun taal. Het was de keuze tussen Sarajevo of iets waarop de rest van de wereld jaloers zou zijn. Maar het is nog niet gedaan, hé! Met zes- of zevenduizend stemmen meer had extreem-rechts het hele model platgelegd."

In Brussel ging de CVP er dan wel licht op vooruit, in de rest van Vlaanderen kreeg de partij wel een oplawaai.

"De uitslag is onrechtvaardig. Door die ene vetsmelter vergeten de mensen wat er sinds 1945 is opgebouwd. Hoe komt het dat er hier toch zo gekankerd wordt? Veel mensen zijn ontwricht, weten niet meer waar ze mee bezig zijn. Positief is dat wij nu verplicht worden om te kijken naar wat we zelf fout hebben gedaan. Dat we moeten inzien dat sommigen zich te zelfverzekerd, te overmoedig hebben opgesteld. We kunnen lessen trekken uit deze crisis. Plus est en nous.

"De boodschap van de christen-democratie blijft even sterk: socialemarkteconomie, eerbied voor de mens, voor waarden, voor de andere, voor het menselijk leven. Ik heb daar meer dan genoeg aan. Deze paars-groene coalitie zal voor de CVP het begin zijn van een aggiornamento. Ik blijf geloven in een maatschappij waarin de ethische waarden, de christelijke beschavingsnormen zeer belangrijk zijn. Ach, we hebben een boodschap, maar we waren een beetje te lang aan de macht, werden de incarnatie van het establishment. We verloren de voeling met de jonge generatie."

Ook de band tussen het begin van Chaberts politieke carrière en 1999 is flinterdun geworden. Van de bijna vierhonderd kamer- en senaatsleden die in 1968 in het parlement zaten, is iedereen verdwenen. Als we Herman De Croo even buiten beschouwing laten. De ministers waarmee Jos Chabert in de jaren zeventig in de regering zat, komen uit een ander politiek tijdperk: Jos De Saegher, Rika De Backer, Guy Cudell, voor de jonge generatie zijn het illustere onbekenden. En ook met Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene is of lijkt het afgelopen.

Chabert kon wel overleven, omdat hij nooit echt op de eerste rij plaatsnam. Partijvoorzitter of premier is hij nooit geweest. "In het dagelijkse politieke spel komen de geruststellende, afrondende, bemiddelende en verzoenende verklaringen altijd van Chabert", schreef Frans Verleyen in 1981. "Daarbij slooft hij zich nooit uit om duidelijk te maken wat meer bepaald zijn eigen mening is." Chabert was de Zwijger, de enigmatische figuur die steeds uit het oog van de storm bleef, die moeilijk in een kamp te plaatsen was, die overweg kon met Martens én Tindemans.

"Er is nooit iemand over mijn lijk willen gaan, omdat ik ook nooit zelf iemand heb geliquideerd. Nooit! Ik heb altijd geprobeerd bruggen te slaan, heb nooit zaken gedaan waar ik mij over hoefde te schamen. Ik ben van mening dat er veel meer vooruitgang en welvaart voortkomt uit verdraagzaamheid dan uit conflicten. En nu ben ik er nog en zie ik dat al mijn compagnons verdwenen zijn. Als u mij in 1969 had gevraagd: zult u over dertig jaar de enige CVP-minister zijn in België?, dan had ik u gek verklaard.

"Misschien komt het omdat ik nooit aan de echte top heb gestaan, ja. Ze noemden mij wel eens de Poulidor van de Belgische politiek. Men heeft steeds geschreven dat ik premier zou worden, maar ik heb de boot afgehouden. Laat me rustig mijn werk doen, dacht ik. Ik had voldoende invloed om het politieke gebeuren te laten evolueren zoals ik het wilde. Ik ben fractieleider geweest, vice-premier, altijd lid van het kernkabinet. Maar ik heb nooit gezegd: 'Nu ga ik mij profileren als de nieuwe premier.' Het was mijn ambitie niet."

Had u het ooit kunnen worden?

"Misschien wel, ja. Op het ogenblik dat Martens voor de eerste keer premier werd. Toen was er grote twijfel. Maar ik liet duidelijk verstaan dat ik zeer tevreden was met wat ik had, dat ik zeker niet zat te wachten."

Toen Wilfried Martens in 1991 naar Brussel verhuisde, moest Jos Chabert wijken van de kop van de senaatslijst. En hoewel hij al Brussels minister was en zijn nationale rol was uitgespeeld, wilde de oude rot niet van wijken weten. Hugo De Ridder beschrijft in De strijd om de 16 hoe er een 'ware belegering' nodig was. Dénkt zo iemand eigenlijk wel eens aan zijn pensioen?

"U weet wat Mark Twain zei, hé. 'Alle berichten over mijn overlijden zijn voorbarig.' Natuurlijk zal ik met pensioen gaan, het kan niet anders. Maar als je erover spreekt, gaat men zo speculeren dat je het beter niet kunt doen. Ik heb niet de ambitie van Herman De Croo: die wil blijven tot zijn tachtigste. Maar er zal wel nog veel water door de Zenne moeten vloeien."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234