Donderdag 21/10/2021

Allah is groot op de speelplaats

Ook zes- en zevenjarigen roeren zich al over godsdienst. In erg gemengde schooltjes eindigen zulke kindergesprekken op de speelplaats al eens met stellige antwoorden. 'Wie is de baas? Allah is de baas.'

Religieuze kwesties worden soms al op kinderniveau beslecht, ontdekte Elke toen ze haar kinderen in de auto hoorde praten. "'Wie is de baas: mama of papa?" klonk het op de achterbank, waarop zich een discussie ontspon tussen broer en zus. "Nee", maakte haar dochter (6) er beslist een einde aan. "'Allah is de baas.'"

"Toen ik haar vroeg waar ze dat vandaan haalde, vertelde ze dat ze die discussie regelmatig voerden op de speelplaats. Moslimklasgenootjes zeiden dan altijd dat Allah de baas is. Onze dochter antwoordde wel dat dat niet waar was, maar wist daar verder niet veel op te zeggen. Later hoorde ik van andere niet-gelovige ouders van klasgenootjes dat zij dat verhaal ook allemaal thuis hadden gehoord."

Hun reactie tegenover de kinderen was vergelijkbaar. "We probeerden hen uit te leggen dat het prima is als die andere kindjes geloven in Allah, maar dat het ook oké is om in iets anders te geloven of niet te geloven zoals wij. En dat niemand de baas is. Wij geloven ook niet in God, dus is God ook niet de baas. Wij geloven in de wereld. Sindsdien is dat het antwoord dat ze formuleren, maar het verhaal komt wel nog vaak terug."

Geen uniek geval. "Ik ben ook al voor zulke situaties gecontacteerd door schooldirecties", beaamt Ahmed Azzouz, inspecteur islamitische godsdienst. "Als er spanningen zijn op school, maak ik de leerkracht islam duidelijk dat hij in zijn lessen het gedrag van leerlingen moet bespreken. Ze moeten hen leren om hun overtuiging duidelijk te maken zonder verbaal agressief te worden. Maar ook dat er verschillende godsdiensten zijn en dat ook heel wat klasgenootjes niet geloven."

Het is niet altijd makkelijk om bij te sturen als leerkracht islam, zegt Azzouz. "Leerlingen volgen islamitische godsdienst, maar ze worden ook opgevoed door hun ouders, ze pikken dingen op straat op, zien iets op internet. Ze horen dat er een schepper is, een god bestaat en vertalen dat dan zo. Tijdens studiedagen hameren wij erop dat leerkrachten islam kinderen moeten leren om respectvol met mensen van een ander geloof om te gaan. Maar dat is ook een werk van lange adem. Wij moeten dat soms als volwassenen ook nog leren."

Branden

In de katholieke basisschool Sint-Lutgardis Belpaire in Antwerpen gaan kinderen van heel uiteenlopende religies naar school. Zowel moslims, joodse, katholieke kinderen, hindoekindjes of atheïstisch opgevoede kinderen. "Ik heb kinderen ook al af en toe discussies over de baas horen voeren op de speelplaats of in de klas", zegt directrice Sonja Melis. Zij probeert dan te reageren op hun kinderniveau. "Dat kinderen hun god de baas noemen, is wellicht omdat hij de wereld geschapen heeft. Maar het is aan de mensen om van die wereld een goede plek te maken. Als het bijvoorbeeld gaat over de lengte van een rok, dan beslissen ouders of de school. In de wereld van vandaag beslissen mensen daarover."

"Ik leg hen dan ook uit dat we allemaal in een god geloven. Bij de ene is dat Jahweh, bij de andere God, bij nog een andere Allah. Of dat dezelfde is, weten we niet. Niemand weet dat. Maar in onze katholieke school hebben we het natuurlijk wel over God. De meeste kinderen begrijpen dat dan ook wel."

Als de discussies feller worden, wijst ze andersgelovige kinderen erop dat ze op een katholieke school zitten. "Dan verduidelijk ik dat wij in God geloven en zij in Allah, maar dat hun ouders zich wel akkoord hebben verklaard met de regels van onze school. Dat de discussie daarbij stopt. Doorgaans aanvaarden leerlingen dat ook."

Te kort rokje

Ook meester Eddy, leerkracht zedenleer in de basisschool van de Voskenslaan in Gent, herkent het fenomeen. "Vroeger heb ik wel vergelijkbare dingen gehoord op andere scholen. Toen ik enkele moslimkinderen een keer een opmerking gaf, reageerde er eentje: "Gij gaat branden in de hel van mijn God!'" Hoe reageer je dan? "Ik ben beginnen te lachen en heb wat plagerig geantwoord dat dat ik nu toch wel vreselijk bang werd. Daarna was dat ook voorbij. Ik heb bij kinderen van Jehova's getuigen ook al wel eens gezien dat ze andere leerlingen wat lastigvielen."

Meester Johan, leerkracht godsdienst in diezelfde school, kent het niet."We leren kinderen hier respect voor andere meningen. 'Allah is de baas' vind ik toch al vrij straffe taal, maar je mag niet vergeten dat die kinderen dat vaak ook zelf niet kiezen, he."

De gesprekken gaan ook verder dan dat. Enkele maanden later kwam de dochter van Elke verdrietig thuis. "Ze had die dag een rokje tot boven de knie aan. Een vriendinnetje had haar gezegd dat dat niet mocht van Allah. Daar was ze echt het hart van in. Voor ons was dat ook schrikken, want dat gaat toch wel ver. Ik heb haar op het hart gedrukt dat zij respect moet hebben voor hen, maar dat dat respect ook wel van twee kanten moet komen. Dat ze zich vooral niet slecht mag voelen over dat rokje."

"Voor zoiets ben ik al eens tussenbeide gekomen in een Antwerpse school", reageert inspecteur islamitische godsdienst Ahmed Azzouz. "Ik heb de leerkracht islam gezegd dat als hij leerlingen enkele regels binnen de islam uitlegt, dat niet betekent dat die worden opgelegd aan de leerlingen of dat leerlingen die aan andere leerlingen moeten opleggen. Als je les geeft over het gebed, kun je leerlingen niet verplichten om te bidden. Het blijft een vrijheid van regels. Daar moeten ze rekening mee houden. Ze moeten hun leerlingen ook leren nuanceren. Als iemand er zelf voor kiest om lange kleren te dragen vanwege zijn geloof, moeten ze geen andere meisjes pesten omdat die dat niet doen. Maar normaal zie je dat nog niet bij kleine kinderen, die aangepaste kledij begint vaak pas vanaf de puberteit."

Azzouz verwijst ook naar een studiedag 'Samen anders, anders samen' waarbij alle leerkrachten levensbeschouwelijke vakken samen zaten. "Daar groeide het idee om een interlevensbeschouwelijke dialoog aan te gaan door leerlingen af en toe samen les te geven. Zodat je leert hoe een katholiek kijkt naar mens en natuur of een vrijzinnige of een moslim. Dat zou tot minder spanningen moeten leiden en meer respect voor andere cultuur."

Aan die openheid voor andere religies moet worden gewerkt, aldus Azzouz. "Nu is dat nog niet zo bij alle leerkrachten. Sommigen zijn ook op een bepaalde manier opgevoed en zijn erg gesloten voor andere geloofsovertuigingen. Daarom zullen ze ook meer gaan samenwerken. Al doende leer je inlevingsvermogen te ontwikkelen. Je leert beseffen dat je niemand je geloofsovertuiging kan opleggen. Ook als volwassene soms nog."

Mooi liedje

"Het hangt er toch ook van af hoe belangrijk geloof thuis is", zegt Julchen Buys, sinds kort leerkracht zedenleer in erg gemengde basisscholen in Brussel-Centrum en de Brusselse rand. "Kinderen vragen mij regelmatig waarom sommige klasgenootjes wel in God geloven of waarom in Allah. Soms zijn de discussies heftiger of zeggen kinderen dat hun god de enige is. Ik probeer hen te leren om respect te hebben voor die anderen. En dat zij ook mogen zeggen dat zij niet geloven of in iets anders geloven. Dat het belangrijk is om niet zomaar te volgen wat de andere kinderen zeggen. En dat het best kan dat ze zelf nog veranderen. Dan vertel ik dat ik ook gedoopt ben, maar nu niet meer geloof."

In de Sint-Lutgardisschool gebruiken ze sinds kort 'samenleesverhalen' die zowel bruikbaar zijn voor moslims als voor katholiek of westers opgevoede zes- à zevenjarigen. "Het gaat telkens om een Bijbelverhaal en het parallel verhaal in de Koran", verduidelijkt Jan Klein van uitgeverij Kwintessens. "Het is een hulpmiddel voor kinderen in erg gemengde klassen om vooral naar de overeenkomsten tussen religies te leren kijken. In onze samenleving wordt al zoveel de scheiding der geesten gepredikt, dit illustreert wat ons verbindt. Daar mag je best al op kinderleeftijd mee beginnen."

Dat sluit aan bij de aanpak in de Freinetschool De Kring, zegt Jan Hellebaut, leerkracht godsdienst. "Enkele keren per jaar geven we alle kinderen van verschillende religies samen les levensbeschouwing. Bij de kleinsten werken we per thema. Met een animatiefilmpje van Unicef vertellen we bijvoorbeeld hoe in sommige gemeenschappen jongetjes wel naar school mogen en meisjes niet. Dan bespreken we of dat eerlijk is of niet. De oudsten krijgen via een doorschuifsysteem uitleg over elke levensbeschouwing. De week erna mogen ze vragen stellen. Dan borrelen alle vragen op: wie is Allah? Geloven jullie dat Adam en Eva echt bestaan hebben? Geloven jullie dat er niets is? Heel boeiend. En dat werkt."

Leerkracht zedenleer Buys ziet die andere kant ook vaak. In één klas in het Brusselse heeft ze slechts drie kindjes in haar les, de rest van de leerlingen zijn moslim. Tijdens de lessen levensbeschouwing zitten de twee groepen in aanpalende klassen. "Wij horen de andere kinderen dan soms in het Arabisch zingen. Het gebeurt regelmatig dat mijn leerlingen spontaan beginnen mee te zingen. Ze kennen die liedjes van overdag op de speelplaats en vinden dat mooie liedjes."

"Voor hen doet het er allemaal niet zoveel toe. Ik weet dat het soms moeilijk loopt, maar soms maken wij het hen als volwassenen ook nog lastiger. Als een kindje een klasgenootje een opmerking geeft over een te kort rokje, komt dat niet uit zichzelf. Dat zijn de woorden van een volwassene. We zouden meer van de kinderen zelf kunnen leren."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234