Vrijdag 21/02/2020

Aliens, wij zijn net als zij

Buitenaards bezoek, zoals in de nieuwe film The Visit, prikkelt de fantasie van schrijvers en filmmakers. Hoe vreemd of vijandig ook, de wezens doen altijd denken aan onszelf. GOVERT SCHILLING

De aliens zijn onder ons. Al ruim een eeuw. Niet meer weg te denken uit ons collectieve bewustzijn. En ze zijn overal. Dat wil zeggen: in boeken, stripverhalen, films, tv-series en computergames.

Deze week verschijnt The Visit: An Alien Encounter van regisseur Michael Madsen. In deze documentaire zien we hoe de Amerikaanse overheden en de VN omgaan met het eerste contact van de mens met buitenaards leven.

In het echte leven moet het eerste intelligente ruimtewezen zich nog melden - alle complottheorieën over Roswell (waar in 1947 een ufo zou zijn neergestort) en Area 51 (de geheime militaire basis waar die zou zijn verstopt) ten spijt. Dus voorlopig bevolken buitenaardse schepsels uitsluitend de wereld van onze verbeelding.

Voer voor fantasten dus. Dat begon eind 19de eeuw al met het sciencefictionboek The War of the Worlds van H.G. Wells - een klassieker (meermalen verfilmd) over bloeddorstige Mars-monsters die het op de aarde hebben gemunt. Een terugkerend thema, dat ook aan de basis ligt van Tim Burtons Mars Attacks! (1996). De boodschap is helder: uitkijken geblazen met die aliens, zeker als ze intelligenter zijn dan wij.

Dat het ook anders kan, heeft Spielberg op overtuigende wijze laten zien in Close Encounters of the Third Kind (1977). Daarin zijn de aliens etherische, ongenaakbare wezens met grote ogen en ranke ledematen, die in mysterieuze ufo's de bewoners van de aarde op een hoger plan proberen te tillen. Spirituele wezens met een buitenaards aura en een ondoorgrondelijke boodschap - een paar honderd jaar geleden zouden we ze 'engelen' hebben genoemd.

De twee archetypische aliens - de heilzame gids en de gruwelijke destructor - sluiten naadloos aan bij ons idee van goed en kwaad. Laten we ons richten naar en overgeven aan het goede; laten we ons afkeren van en verbroederen tegen het kwaad.

Zo beschouwd zeggen onze ideeën over aliens meer over onszelf dan over buitenaards leven. Wanneer verontruste wetenschappers als Stephen Hawking waarschuwen dat we ons bestaan niet kenbaar moeten maken aan het universum omdat we dan dreigen te worden weggevaagd door oorlogszuchtige ruimtewezens, geeft dat een verrassend inkijkje in de wereld van onze eigen angsten en demonen.

En wanneer de onvermoeibare speurders van het SETI-programma (Search for Extra-Terrestrial Intelligence) verkondigen dat radiocontact met een hoog ontwikkelde superbeschaving ons juist kan redden van de ondergang, klinkt daar een bijna messiaanse verlossingsgedachte in door.

Engelen en demonen mogen elkaars tegenpool lijken, ze hebben wel één ding gemeen: ze brengen mensen tot elkaar. Alleen gezamenlijk kunnen we weerstand bieden tegen de parasitaire monsters uit Ridley Scotts Alien (1979). En de bovennatuurlijke entiteiten uit Contact (Robert Zemeckis, 1997) hebben het beste voor met de gehele mensheid; ze sluiten niemand uit. Voor échte verbroedering lijkt zo'n externe agent onontbeerlijk.

Eigenlijk fungeert de alien als spiegel van de mensheid. We zien er onze beste en slechtste eigenschappen in gereflecteerd en hij biedt ons de mogelijkheid onszelf van buiten te bekijken, zo objectief als maar mogelijk is.

Eigen plaats in de ruimte

In de wetenschap is het niet anders. De speurtocht naar bewoonbare planeten bij andere sterren en naar biologische activiteit op verre exoplaneten gaat in diepste wezen over onze eigen plaats in ruimte en tijd - over onszelf dus.

De Deense regisseur Michael Madsen heeft dat goed begrepen. Net als in Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey (1968) komen in The Visit helemaal geen buitenaardse wezens voor. Het gaat dan ook niet om hen. Puur het (fictieve) gegeven van hun bestaan biedt ons al een verrassende - en vervreemdende - nieuwe kijk op onszelf.

Madsen voert wetenschappers en experts op die gezien hun functies (bij NASA, ESA, defensie, het VN-bureau voor Outer Space Affairs) kunnen schetsen hoe de mens zich zal opstellen bij zo'n eerste contact. Zowel praktische als filosofische zaken komen voorbij, zoals: wie legt het contact, waarop moeten we zijn berekend en hoe voorkomen we massahysterie onder de wereldbevolking? En: wat als die buitenaardse wezens niet communiceren, maar gewoon weer vertrekken?

Een ding is duidelijk: wij zijn nog lang niet toe aan contact met buitenaardse intelligentie. Ja, bij NASA en bij de VN liggen ruwe protocollen klaar voor zo'n first contact, maar als we nog niet eens in staat zijn om de gedachtewereld van onze eigen medemens te doorgronden, is het eigenlijk ondenkbaar dat we ons ooit goed kunnen voorbereiden op een daadwerkelijk bezoek.

Zelfs als ze niet bestaan, blijven aliens fascineren. De Britse sciencefictionschrijver en futuroloog Arthur C. Clarke omschreef het ooit mooi. "Er zijn twee mogelijkheden", zei Clarke. "Of we zijn alleen in het heelal, of niet. Beide mogelijkheden zijn even huiveringwekkend."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234