Maandag 12/04/2021

ALICJA IN LETTERENLAND

undefined

Het beginnen stilaan marginale berichten te worden: de zoveelste onheilstijding die uit Syrië komt overwaaien. Problemen die te lang aanslepen verliezen het vermogen om te boeien. Zelfs het nieuws van de dag verwordt meteen tot oud nieuws. Er zijn immers grenzen aan onze morele verontwaardigingsboog. We kunnen ons niet voortdurend blijven opwinden over alweer nieuwe burgerslachtoffers.

Elke keer opnieuw bewijzen we hulde aan de leugenachtige waarheid van Stalin: één dode is een tragedie, maar duizenden doden zijn niet meer dan cijfermateriaal. En wie maakt zich druk om cijfertjes? Honderdduizend kinderen die in Syrië het risico lopen om met polio besmet te geraken, zo maakte de Wereldgezondheidsorganisatie onlangs bekend. Kinderen die per definitie onschuldig zijn: geen mens heeft schuld of verdienste aan de plaats en het tijdstip waarop hij geboren wordt. Enkel geluk of brute pech.

Een kind dat lijdt. Een kind dat sterft. Er zijn weinig dingen die ons zo sterk op de proef stellen en het geloof in de zin van het bestaan aantasten. Een teveel aan ellende schopt elke zin en al het schone uit het leven. Misschien was het dat wel wat de Duitse filosoof Theodor Adorno aanzette om te beweren dat er in een wereld na Auschwitz geen poëzie meer geschreven zou kunnen worden. Laat zoveel gruwelijk leed nog ruimte voor enige schoonheid, voor wat geluk en rust?

Voor gelovigen vormt het probleem van het lijden nog een specifieker probleem. Hoe moet je een wereld vol ellende verzoenen met de gedachte van een goede God die een heilzaam plan voor de mensheid heeft? Hoe kan het dat we naar Zijn beeld zijn geschapen, wanneer er op deze aardbol zoveel gebrekkige en boosaardige mensen rondlopen? Oscar Wilde had er zo zijn eigen theorie over. Volgens hem had God, bij het scheppen van de mensheid, duidelijk zijn eigen krachten overschat.

Het beeld van de overmoedige God die aan zelfoverschatting lijdt; onder theologen heeft het nooit echt wortel geschoten. Zij hebben het antwoord op de vraag hoe het kwaad in de wereld te verzoenen is met de idee van een goede God, het zogenaamde vraagstuk van de 'theodicee', vooral in het concept van de vrije wil en de zondeval gezocht. Dat deed Augustinus al: met de zondeval verloren we onze plek in het rijk van volmaakte vrede en veiligheid. In plaats daarvan kregen we persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid. En daarmee ook de mogelijkheid om kwaad te doen. Het kwaad in de wereld is daardoor Gods schuld niet, maar de onze.

Voor theologen was het misschien een mooie oplossing om het kwaad uit de wereld weg te verklaren, voor gewone mensen blijft dat kwaad even manifest en onbegrijpelijk in de wereld aanwezig. Fjodor Dostojevski werkte dat meesterlijk uit in De gebroeders Karamazov. Als het kwaad in de wereld de prijs is die we voor onze vrijheid moeten betalen, waarom zouden we die vrijheid nog willen? En de vraag blijft voor Dostojevski onveranderd: hoe kun je het bestaan van de goede, almachtige, genadige God nog verantwoorden, zodra je zelfs maar één enkele kindertraan op de grond hebt zien druppen? Is die God dan zo weinig empathisch? Of moeten we ons God veeleer machteloos en hulpeloos voorstellen, en is het gebrek dat wij lijden ook Gods gebrek?

Het beeld van een God die in en met ons lijdt werd op aangrijpende wijze opgeroepen door Elie Wiesel. Wiesel werd in 1944 naar Auschwitz gedeporteerd en moest naar het einde van de oorlog toe ook nog naar Buchenwald marcheren. Een tocht die zijn vader niet zou overleven. In Nacht schrijft Wiesel misschien wel zijn gruwelijkste herinnering neer. De herinnering aan een jongen die door de kampbewakers gefolterd en opgehangen werd. Een jongen met een mooi, maar droef engelengezicht, erg geliefd door de kampbewoners en net daardoor het doelwit van de razernij van de bewakers. Duizenden gevangenen werden gedwongen om toe te kijken hoe hij opgehangen werd en stierf. Een doodsstrijd van meer dan een half uur, omdat het touw slecht geknoopt was en de lucht tergend langzaam uit de longen van dat spartelende wezen verdween. "Waar is God nu", vroeg een van de gevangenen zich luidop af. "Daar hangt hij", antwoordde Wiesel. Een gedachte, even prachtig als pijnlijk. Mocht er tenminste een God zijn. Een God die binnenkort aan polio lijdt, misschien wel honderdduizend keer.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234