Maandag 28/11/2022

ALICJA IN LETTERENLAND

Macht corrumpeert, zo wil de volkswijsheid. Macht komt nooit zonder het misbruik ervan. Het was Lord Acton, de Britse 19de-eeuwse politicus en schrijver, die deze gedachte ooit fraai neerpende in een polemische brief aan een bisschop.Great men are almost always bad men, voegde hij er daarna nog fijntjes aan toe.

Toch is misschien niet het hebben van macht, maar het ontbreken ervan wel de grootste garantie op een gecorrumpeerde geest. Niets werkt immers zo frustrerend, wraakroepend en tergend als het gevoel machteloos te zijn. Gevangen in een situatie die je niet kan veranderen. De nood die je niet kan lenigen. Het onrecht waarop je alleen maar kan toezien; hulpeloos en verweesd. Het noodlot dat uit het niets toeslaat. Je zou je wel willen verweren, maar weet niet eens hoe. Zelfs een nuchter en evenwichtig mens zou soms uit zijn vel willen springen om aan dat gevoel van onmacht te kunnen ontsnappen.

De Duitse filosoof Max Scheler maakte onmacht dan ook tot de kern van zijn theorie over het ressentiment. Ressentiment is een wat abstract begrip. Het gaat om een alomvattend onbehagen en een afkeer van de wereld waarin we leven. Verzuring die makkelijk kan omslaan in rancune, jaloezie en haat. Een algemene negativiteit zonder één precieze oorzaak. Eerder een slepende malaise die sluimerend tot ontwikkeling komt door een aaneenschakeling van kleine frustraties en mislukkingen.

De bron van die negativiteit is ons eigen falen en gebrek. Ons Nichtkönnen, zoals Scheler het ook noemt. Ons onvermogen om zelf vorm en zin aan het leven te geven. Ons onvermogen om vrede te nemen met hoe de dingen zijn, terwijl ons eveneens de kracht ontbreekt om die dingen te veranderen. Ons onvermogen om de kloof tussen wat we willen en wat we kunnen te overbruggen. De opstapeling van onvervulde dromen, ongerealiseerde plannen en onbevredigde verlangens wakkert het kwaad in de mens aan. Ze vormen de ideale voedingsbodem voor het ressentiment. De radicale afkeer van de wereld. De haat naar de ander.

Scheler heeft daarbij uitdrukkelijk de ondergrondse man van Fjodor Dostojevski in gedachten. InAantekeningen uit het ondergrondsegeeft de Russische schrijver een ontstellend portret van het geestelijke onheil dat uit onmacht voortkomt. De ondergrondse man is een gefrustreerde klerk die het liefst uit zijn leven zou ontsnappen, maar niet weet hoe. Het starre tsaristische Rusland, het kleinburgerlijke Petersburg: hij kan er zich onmogelijk thuis voelen en hij kan er onmogelijk uit wegtrekken. Hij kan zich alleen maar opsluiten in de kelder van zijn gedachten. Tandenknarsend en broedend op zijn eigen frustraties. Overgeleverd aan een stilzwijgend ennui. Niet wetend wat het object van zijn wrok is en dus ook niet wetend waar hij moet beginnen om die wrok weg te nemen. De machteloosheid gaat algauw over in lethargie en inertie, en wordt er zelf alleen maar groter door. En zo ook het ressentiment en de afkeer van de wereld.

De ondergrondse mens heeft niemand om lief te hebben. Hij vervreemdt van zijn omgeving en wie van iedereen vervreemdt, vervreemdt ook van zichzelf. De ondergrondse man heeft niets anders te koesteren dan zijn eigen wrok en haat tegen de wereld. Aan het einde van het boek verheugt hij zich zelfs over zijn eigen ressentiment. Hij is zo rancuneus dat hij enkel nog wat voldoening haalt uit datgene wat hem tegelijk zo misselijk maakt: zijn eigen miserabele bestaan. Van Dostojevski wordt weleens gezegd dat hij een voorloper van de psychoanalyse en het existentialisme is. Weinig schrijvers hebben zo diep in de menselijke natuur en existentie kunnen kijken als hij, en uit die diepte ook alle laagheid en smerigheid opgehaald. Zelfs de menslievende literatuurliefhebber zal na het lezen van Dostojevski wel eens overvallen worden door een occasionele misantropische bui.

Dan is Scheler toch hoopvoller. Terwijl Dostojevski ons lijkt te willen vertellen dat de mens veel machtelozer is dan hij denkt, zegt Scheler net het tegendeel: mensen zijn vaak tot veel meer in staat dan ze zelf beseffen. Als je het kwaad in de wereld wilt bestrijden, moet je de mensen vooral bewust maken van hun eigen waardigheid en sterkte. Hun Könnensbewusstsein aanscherpen. In elke mens sluimeren nog talloze ongekende krachten. De eerste stap om je niet machteloos te voelen, is je niet machteloos te wanen. Voor de gevangene van het diepst van zijn gedachten is het jammer genoeg waarschijnlijk niet meer dan een kille, holle frase.Plus est en vous.

Alicja Gescinska is filosofe verbonden aan Princeton University.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234