Zaterdag 18/09/2021

Algerijnse jeugd op straat voor voedsel

In buurland Tunesië zijn de protesten al meer dan drie weken aan de gang. Daar zijn al drie doden gevallen. In een twintigtal steden is het tot gewelddadige demonstraties gekomen. Ook daar gaat het in de meeste gevallen om jongeren die het niet langer nemen dat de prijzen van voedingswaren voortdurend de hoogte in gaan.

In de Algerijnse hoofdstad Algiers en de haven- en universiteitsstad Oran, de tweede grootste stad van het land, waren de rellen het hevigst en vooral daar zijn nieuwe betogingen aangekondigd. Overal worden brandjes gesticht, straatlantarens omvergehaald, auto’s beschadigd en winkels en restaurants geplunderd. Het gaat in de meeste gevallen om winkels waar voedingswaren worden verkocht, wat de achterliggende reden van de rellen duidelijk onderstreept: de stijgende prijzen voor voedsel en basisproducten, voor huisvesting en de totaal uitzichtloze werkloosheid onder de jongeren. Liefst 75 procent van de Algerijnen is jonger dan 30 jaar en meer dan 20 procent van die jonge mensen zit zonder werk.

De jongste dagen zijn de prijzen voor melk, suiker, meel, olie, brood en andere voedingswaren sterk gestegen, wat de jongeren inspireerde om dat soort producten mee te nemen uit winkels en restaurants. De politie probeerde plunderingen te voorkomen, maar slaagde daar niet altijd in. Bovendien is de bevolking ontevreden dat de enorme inkomsten van olie en aardgas in Algerije, wat potentieel een rijk land is, zich hoegenaamd niet vertalen in een hogere welvaart voor de gemiddelde burger.

In de hoofdstad Algiers gaan de jongeren bij voorkeur tekeer in rijkere wijken zoals El Biar, waar ze winkels overvallen en leeghalen. De politie maakte gebruik van de wapenstok en traangas, sloot hele straten voor de betogers af en zette waterkanonnen en zelfs helikopters in, maar de met stenen gooiende jongeren verzetten zich hevig. In de arbeiderswijk Bab-el-Oued en de wijken Raïs Hamidou, Hammadi en Chéraga is het eveneens tot onlusten gekomen.

Ook de havenstad Oran is door geweld getroffen, net als de stad Constantine en de provincie Kabylië. Overal liggen brandende autobanden en afgezaagde bomen, zijn winkels en andere gebouwen gesloten en heerst er complete chaos in hele wijken.

In Bael-Oued is plots Ali Benhadj opgedoken, de voormalige leider van de radicale islamitische groep FIS die door de overheid verboden werd. Hij had er de jonge betogers willen toespreken, maar de politie heeft dat belet door hem prompt aan te houden, wat weer nieuwe rellen veroorzaakte. Hij was in 1988 mede verantwoordelijk voor de massale rellen die tot een echte volksopstand leidden.

Handelaars en winkeliers proberen, vaak tevergeefs, uit te leggen dat ze niets kunnen doen aan de prijsstijgingen van 20 tot 30 procent sinds 1 januari, en wijzen naar de stijging van de voedselprijzen op de wereldmarkt. De Algerijnse overheid van haar kant blijft herhalen dat ze de politiek van subsidiëring van basisproducten zal voortzetten. Als ze dat namelijk niet zou doen, zou de toestand van de koopkracht van de gezinnen alleen nog maar erger worden.

De politoloog Rachid Grim verklaarde aan de krant El Watan: “Algerije is een rijk land, maar van die rijkdom ziet de bevolking niets. Of beter, ze zien die alleen in de handen van een regerende minderheid, die er ook nog fier mee uitpakt. Maar voor de grote meerderheid brengt elke dag die er aankomt alleen maar grotere ellende.”

Tunesië

Ook in buurland Tunesië heerst nu al weken sociaal-politieke onrust, die vooral door jongeren zonder perspectieven naar buiten wordt gebracht. Bij gewelddadige botsingen tussen betogers en politie zijn nu al drie doden gevallen. De beweging heeft inmiddels het hele land in haar greep en in zowat alle bekende steden zijn er al confrontaties geweest, die president Ben Ali hardhandig de kop probeert in te drukken.

De rellen in Tunesië begonnen al half december toen een man uit wanhoop zelfmoord pleegde in Sidi Bouzid. Hij protesteerde hiermee tegen het feit dat de politie groenten en fruit van hem in beslag had genomen die hij, weliswaar zonder officiële vergunning, op straat probeerde te verkopen. Hij wist niet hoe hij anders zijn gezin nog kon onderhouden, maar daar had de politie geen oor naar. Ook in Tunesië wordt het dagelijkse voedsel steeds duurder en blijft de overheid passief.

Inmiddels is de protestbeweging naar het hele land overgeslagen: naar hoofdstad Tunis en de belangrijke steden Kairouan, Sousse, Sfax, Gabès, Gafsa, Kasserine, Jendouba en zelfs het toeristeneiland Djerba. Ook daar zijn het vooral jongeren die de sociale strijd op gang hebben getrokken, maar ze worden inmiddels wel schoorvoetend door de vakbonden gevolgd.

De overheid weigert echter elke dialoog en hoopt dat het protest snel doodbloedt. De bonden en legale oppositiepartijen steken wel de hand in eigen boezem en zeggen dat ze niets van het sociale protest hadden zien aankomen. Een vakbondsman van de UGTT (Union Générale des Travailleurs Tunisiens) zei tegen de Franse krant Le Monde: “Geen democratie, geen vrijheid, geen goed economisch bestuur - dit is gewoon een revolte. Het regime weet niet wat het moet doen, het enige wat er blijft zijn bedreigingen en het ontplooien van de politiemacht.” Le Monde krijgt overigens al wekenlang geen toestemming om een journalist naar Tunesië te sturen voor verslaggeving. De vaste correspondent van de krant werd op 22 oktober 2009 het land uitgezet.

En er is nog een derde Maghreb-land waar periodieke voedselrellen de kop opsteken, al komt er daar momenteel weinig of niets van naar buiten. Het gaat om Egypte, waar volgens bepaalde bronnen sommige regio’s aan de rand van de hongersnood staan. Ook daar zijn de voedselprijzen op korte termijn enorm gestegen en is het al tot regelrechte ‘broodoorlogen’ gekomen: gewelddadige botsingen tussen verarmde bevolkingsgroepen en de politie. Ook in Egypte moet de overheid voortdurend een subsidiepolitiek in stand houden om de prijs van brood en andere basisvoedingsproducten in toom te houden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234