Dinsdag 03/08/2021

Alex Vanhee blikt terug op 20 jaar rockfotografie in De Morgen

James Hetfield © Alex Vanhee Beeld UNKNOWN
James Hetfield © Alex VanheeBeeld UNKNOWN

Concertgangers hebben hem misschien al voor het podium zien staan. Alex Vanhee - doorgaans in het zwart om niet op te vallen - heeft voor De Morgen intussen meer rocksterren voor zijn lens gehad dan er plaats is in de popencyclopedie. Straks viert hij twintig jaar carrière met een reizende tentoonstelling. Maar voor het zover is: een interview. 'Ik fotografeer even graag beenhouwers als muzikanten.'

Niets zo moeilijk als iemand interviewen waar je al twintig jaar dag in dag uit mee samenwerkt. Behalve misschien: geïnterviewd worden door diegene waar je al die tijd haast dagelijks mee op de baan bent geweest. Mijn eerste interview met Alex Vanhee (46) dateert van vijf jaar geleden. Hij had toen net zijn eerste fotoboek uit en het bijbehorende gesprek - op het drukbevolkte terras van een stijf Brussels hotel - verliep moeizamer dan een pijnlijke bevalling. Oogcontact werd vermeden, en de ene lange stilte vloeide haast naadloos in de andere over. Vanhee (enfin, ik mag Alex zeggen) is een man van weinig woorden. Het liefst van al spreekt hij in beelden, die - als het even meezit - verder weinig uitleg behoeven. Maar goed: vandaag is er een verse aanleiding voor een interview en zitten we opnieuw tegenover elkaar. Dit keer hebben we een wijnbar uitgekozen, een biotoop die ons beter ligt, en halverwege het gesprek betrappen we onszelf erop dat we automatisch in de rol vervallen die een gesprek van deze aard vereist. Ik stel de vragen, hij beantwoordt ze. De man interviewen die je het beste kent: het blijft een heikele onderneming.

Of hij destijds verwacht had dat het zo lang zou duren, al dat gefotografeer? Vanhee denkt na. "Ik ben destijds naar De Morgen gestapt met de ambitie om persfotograaf te worden. Ik was jong en dacht dat ik het beter kon dan de oudere namen. Ook al was mijn respect voor de toenmalige De Morgen-fotografen Filip Claus en Patrick De Spiegelaere enorm. Maar toch was ik er vast van overtuigd dat ik me met hen kon meten. Als ik daar nu over nadenk, snap ik nog steeds niet waar ik toen het lef vandaan heb gehaald. Ik was in eerste instantie ook helemaal niet zinnens om me in rockfotografie te specialiseren. Maar de dag dat ik kwam solliciteren had De Spiegelaere - toen de rockfotograaf van de krant - net zijn ontslag gegeven. En Claus had geen zin om elke avond voor een podium te staan. En toevallig zaten er veel concertbeelden in mijn portfolio. Ik heb dus wel wat geluk gehad."

Heb je het beeld dat je toen over persfotografie had, inmiddels bijgesteld? Doorgaans liggen fantasie en realiteit erg ver uit elkaar, wat dat betreft.
"Voilà. Als ik toen een mindere foto zag van die twee dacht ik: is dat alles wat ze ervan terecht hebben gebracht? Maar als je voor een krant werkt heb je altijd een foto nodig. Ook als de omstandigheden niet ideaal zijn. Dat besefte ik toen nog niet. De lat ligt verschrikkelijk hoog: je moet elke dag presteren en begint elke ochtend opnieuw van nul. De Spiegelaere was trouwens iemand die alles kon: een prachtig portret maken, een betoging fotograferen, een persconferentie in beeld brengen. Een fantastische allrounder. In mijn beginjaren maakte ik een portret of twee per week, en fotografeerde ik drie concerten. Op de duur is dat wat meer geworden. (lacht) Het is een wereld waar het erg belangrijk is om goeie connecties te hebben."

Ik weet dat je ook wel eens van plan bent geweest om de muziek de rug toe te keren en iets heel anders te gaan doen.
"Dat is waar. Om de tien jaar maak ik zo'n crisis door, en is het tijd voor een grondig zelfonderzoek. Ben ik nog mee? Festivals zijn loodzwaar, dus hoelang kan ik dat fysiek nog volhouden? Vergeet niet dat ik elke dag met vijftien kilo materiaal op mijn rug rondloop. Soms sta je urenlang tussen een massa hysterische tieners die op Justin Bieber staan te wachten. Je zou je voor minder vragen beginnen te stellen. (lacht) Maar zolang ik het met plezier blijf doen, zie ik geen reden om te stoppen. Trouwens: het genre speelt nooit een rol. De foto komt altijd op de eerste plaats."

Weet je nog waarom je precies wilde stoppen, tien jaar geleden?
"Omdat de omstandigheden toen al begonnen te verslechteren. Toen ik begon was ik vaak de enige fotograaf op een concert, en toen was het gebruikelijk dat je de hele show mocht fotograferen. Maar nadien is het gedoe begonnen. Eerst mocht je alleen nog de eerste drie nummers fotograferen. Dan nog alleen het eerste. Nu gebeurt het regelmatig - zeker bij Amerikaanse acts - dat je alleen nog de eerste dertig seconden mag fotograferen. Uitsluitend langs de linker- of de rechterkant. En steeds vaker moet je - zelfs in een enorme zaal als het Sportpaleis - je foto van achteraan in de zaal maken. Tot voor kort had je dat alleen bij de echte supersterren, maar nu gebeurt het zelfs bij debuterende bands. Ook portretten maken wordt steeds moeilijker. Omdat de artiesten zorgvuldig aan een imago hebben gewerkt, en dus niet willen dat iemand foto's van hen maakt waarvan ze het eindresultaat niet kunnen beïnvloeden."

Toen je nog alleen voor het podium stond was het niet moeilijk om de beste te zijn. Nu sta je elke avond tussen dertig andere fotografen, vaak jonge beginnelingen voor websites die vast ook vinden dat ze beter zijn dan die oude Vanhee. Heeft de concurrentie je beter gemaakt?

"Absoluut. Ik voel dat ook wel, hoor. Dat ze onder elkaar bezig zijn op Facebook. 'Je hebt een betere foto gemaakt dan Alex Vanhee.' Door dat soort opmerkingen ben ik alleen nog meer gebeten om de volgende keer nog beter te zijn. Ik wil net als iedereen de beste zijn. Een kwestie van beroepseer. Vroeger kocht ik na een concert ook alle kranten om te zien wat mijn collega's ervan terecht hadden gebracht. En inderdaad: soms zijn er jonge talenten die het beeld hebben dat ik heb laten liggen, omdat ik net niet snel genoeg was. Tijdens de laatste tournee van Coldplay heb ik een foto gemist waar ik nog altijd een beetje ziek van word als ik eraan terugdenk: op het eind van het eerste nummer maakte hij elke avond een sprong over de catwalk. Ik wist het, ik stond zelfs op de juiste plek, maar toch: ik had hem niet. Dan is heel mijn avond verpest en loop ik de dagen nadien supergefrustreerd rond."

Anderzijds zijn er ook concerten waar je bijna onmogelijk slechte foto's van kan maken.
"Bij die grote shows in het Sportpaleis moet je maar afdrukken om een goed beeld te hebben. Een concert van Kylie bijvoorbeeld: daar kunnen ook heel middelmatige fotografen fantastische plaatjes maken, omdat je ze - letterlijk bijna - op een dienblad krijgt aangeboden. Het enige wat je daar zelf moet meebrengen is een professioneel toestel en een heel klein beetje technische bagage. Ik merk trouwens dat alsmaar minder fotografen nog een eigen stijl hebben. Omdat iedereen met hetzelfde toestel werkt - Canon of Nikon - en je vandaag alleen nog een verschil maakt met de kadrering. En met de keuze van het moment."

Je portretfoto's zijn ongekunsteld, vind ik. Je doet geen moeite om het rock-'n-rollgehalte op te schroeven van de muzikanten die je fotografeert.
"Het mooiste compliment dat ik ooit heb gekregen, kwam van Bart Peeters. Die zei dat je op mijn foto's wel kon zien dat sterren eigenlijk ook maar gewone mensen zijn. Daarmee vatte hij precies samen wat ik op het oog heb. Als ik iemand fotografeer zie ik geen ster staan. Eigenlijk fotografeer ik even graag beenhouwers als muzikanten. Het verhaal van wie ik in beeld breng, dát interesseert me."

Ook als het over Nick Cave gaat, iemand die je mateloos bewondert?

"Okay, toen was ik wél stikzenuwachtig. Maar zodra ik aan het fotograferen ben, vergeet ik toch weer wie er voor me staat. Bij muzikanten is dat ook zo. Vlak voor het concert moeten ze vier keer naar het toilet, maar als ze op het podium staan en dat eerste nummer achter de rug is, zijn de zenuwen weg."

Heb je nooit spijt gehad dat je - zoals de Belgische Eva Vermandel of de Nederlandse Anton Corbijn - niet de oversteek naar Londen hebt gemaakt, tot vandaag het epicentrum van de popmuziek?
"Nee. Omdat ik in tegenstelling tot Corbijn nooit een plan heb gehad. Hij had van meet af aan de ambitie om een groot rockfotograaf te worden, dus hij wist dat Londen de plek was om dat te bereiken. Net zoals je naar New York of Parijs moet als je modeshoots wil doen. Ik heb nooit dat soort ambities gekoesterd. Ik leef van dag tot dag, en dan zien we wel weer. Popfotografie wordt per definitie niet als een volwaardige discipline beschouwd. Meestal heb je vijf of tien minuten.

Ik ben twee jaar geleden mee met Editors op tournee geweest, en dat was echt werken in luxueuze omstandigheden. Voor Britse bladen als Q en Mojo is dat de normale manier van werken, maar ik denk niet dat daar in België al een precedent voor geweest is. En als je zo'n kansen krijgt kan je een verschil maken, natuurlijk. Ik weet wel dat ik me nooit met die grote buitenlandse bladen zal kunnen meten, maar als Iggy Pop en Crowded House beelden van me zien en dan besluiten om er wereldwijd promotie mee te voeren, ben ik toch content. Omdat het wil zeggen dat ze mijn foto de beste vonden, ook al is die met minder mogelijkheden gemaakt. Trouwens: inmiddels speelt het tijdsgebrek in mijn voordeel. Onlangs kreeg ik de vraag om een modeshoot te doen. Maar een hele dag fotograferen met tien mensen die om me heen staan te draaien: dat is mijn ding niet. Ik loop liever in mijn eentje rond. Of met een journalist erbij."

Veel van de rockfotografen die in de jaren zeventig actief waren - Mick Rock bijvoorbeeld - leven vandaag vrijwel uitsluitend van de verkoop van hun prints. Zie je je toekomst zelf ook zo?
"Ik hoop dat ik daar mijn pensioen uit zal halen, ja. Ik merk toch dat sommige foto's met de jaren een andere dimensie hebben gekregen. Dat beeld van Tom Barman en Stef Kamil Carlens hand in hand op Rock Werchter, bijvoorbeeld. Destijds vond ik dat die foto louter esthetisch wel klopte, maar door alles wat er met die twee gebeurd is, kijkt men daar nu toch heel anders tegenaan. Foto's van mensen die achteraf gestorven zijn krijgen ook een andere impact. Bram Vermeulen, Vic Chesnutt, Ramses Shaffy, Yasmine... Het voelt raar aan om die beelden nu terug te zien. Alsof ze meteen weer een beetje tot leven komen. In het geval van Yasmine was ik eigenlijk vergeten hoe die dag verlopen was, maar toen ze stierf stond die sessie me plots weer haarscherp voor de geest. De herinnering was wel opgeslagen, maar er was een schok voor nodig om ze weer op te diepen. Het was heel warm die dag en we zijn de schaduw gaan opzoeken. Dat is ook de reden waarom ze haar hoofd tegen die muur legt: er kwam koelte uit."

Ik zie je vaak bezig tijdens een fotosessie, en het valt me op dat je eigenlijk heel weinig regisseert.
"Daar hou ik niet van, inderdaad. Ze vragen ook vaak of ze een specifieke pose moeten aannemen. Het zijn geen modellen, hè, maar muzikanten. En als ik dat zeg, worden ze meestal wel wat relaxter. Ik probeer iedereen die ik fotografeer in de eerste plaats als mens te zien. Probeer hen op hun gemak te stellen. Als ze ontspannen zijn zie je dat meteen aan hun ogen."

Wat je eigenlijk wil is: een informeel portret maken zoals dat door een echtgenoot of een partner genomen zou worden.
"Dat is... de ideale foto. Al betrap ik mezelf erop dat ik betere foto's maak van mensen die ik niet ken. Bij Thé Lau, iemand die ik beter ken, wordt dat alsmaar moeilijker. Ik heb een zekere afstand nodig. Als het te gezellig wordt sta ik niet scherp genoeg."

Zijn er muzikanten die vervelend worden als ze op de foto moeten, die duidelijk laten zien datze geen respect hebben voor wat je doet?
"Zo zijn er al een paar gepasseerd. Tony Joe White was de ergste. Die was zo onbeschoft dat ik lang overwogen heb om er nooit meer foto's van te maken. En Frank Black van de Pixies was erg kortaf de eerste keer, maar dat gaat inmiddels wel beter. Ik snap die reactie wel, overigens. Want op het gevaar af dat ik mijn eigen winkel benadeel: ik haat het zelf ook om gefotografeerd te worden. Dat komt omdat ik dan het eindresultaat niet onder controle heb. Fotograferen is manipuleren. Je kan van een eikel een schone mens maken, en omgekeerd. Zelf heb ik dat vroeger ook wel eens gedaan. Eén keer, vijftien jaar geleden. En daar heb ik vandaag nog altijd spijt van. Ik vond Marlène de Wouters - toen omroepster op VTM - een ongelofelijke trut, dus die heb ik heel onnozel op de foto gezet. Een zware professionele fout, vind ik nu. Want zelfs al had ze het niet eens in de gaten, als persfotograaf met een opdracht heb ik niet het recht om mensen belachelijk te maken. Je mag je bij een beoordeling nooit door je persoonlijke smaak laten leiden. Ik moet tenslotte mijn mening niet geven als ik een concert fotografeer. Ik heb de opdracht de sfeer in beeld te bengen. En als het een goed optreden is merk je dat vanzelf aan de foto's. Als de muzikanten in vorm zijn word ik zelf ook naar een hoger niveau getild."

Hoe kijk je eigenlijk terug op die twintig jaar rockfotografie? Ben je tevreden met wat je tot nog toe hebt bereikt?
"Ja. Ik hoor mensen vaak nostalgisch doen over zwart-witfoto's, maar in kleur werken heeft me beter gemaakt. Vroeger - toen ik nog met filmpjes werkte - maakte ik op een concert zesendertig beelden. Eén rolletje, meer niet. Toen drukte ik dus maximaal zesendertig keer af per optreden. Nu staan er vaak fotografen naast me die zesendertig foto's per minuut maken. Zelf doe ik dat niet, maar de mogelijkheden van de digitale fotografie stellen je wel in staat om te experimenteren. Alleen: de omschakeling van zwart-wit naar kleur was nog groter. Voordien zag ik de wereld uitsluitend in zwart, wit en grijstinten. Ik lette nooit op kleuren. Dat doe ik nu wél. Onlangs vroeg iemand me of het toeval is dat er een druppel valt op de neus van Chris Martin, op die ene foto. Het eerlijke antwoord is: nee. Ik had dat gewoon zien aankomen. Intuïtie."

Je hebt net tachtig beelden geselecteerd voor je overzichtstentoonstelling, dus ik mag de onmogelijke vraag wel stellen: wat vind je zelf je beste foto's?
"Wat een kutvraag. Ik ben erg trots op mijn zwart-witbeeld van Arno. Dat lijkt een gewone foto, maar daarvoor heb ik hem echt uit z'n pose gehaald. Ik ben sowieso verliefd op ogen, omdat daar de meeste expressie in zit. En maak van de kop boven dit stuk nu niet: 'Ik ben verliefd op de ogen van Arno.' Ik ben onlangs nog eens door mijn archief gegaan, en pas toen viel me een foto van dEUS op, genomen terwijl ze in de studio zaten om In a bar, under the sea op te nemen. Dat is eigenlijk niet meer dan een snapshot. Ze lijken heel ontspannen en de sfeer lijkt prima. Terwijl het dikke ambras was, en Stef Kamil niet veel later uit de groep is gestapt. En er is ook een foto van Eva De Roovere waar ik wel blij mee ben. Twee dagen voordien had ik een zwaar auto-ongeluk, maar ik ben toch naar die shoot gereden. Telkens als ik wilde schakelen moest ik met de hand mijn been opheffen, want ik kon me nauwelijks bewegen. Ik zag bont en blauw, en was - doordat ik heel traag moest rijden - veel te laat. In die omstandigheden maak je heel andere foto's. Het oudste beeld op de tentoonstelling is een livebeeld van Iggy Pop tijdens een concert op Beach Rock. Het recentste is een Rembrandt-achtig portret van Iron and Wine, van nog geen maand geleden."

Zijn er artiesten waar onmogelijk een goed beeld van te maken valt?
"Delicate vraag. (lacht) Klaas Delrue van Yevgueni is een heel fijne, sympathieke vent. Maar zet hem voor een camera en hij verkrampt meteen, met een heel assortiment rare gezichten als resultaat. Het omgekeerde bestaat overigens net zo goed: van Robbie Williams en David Bowie valt geen slechte foto te maken. Dat zijn supersterren die het charisma er gratis bijleveren. Dave Gahan van Depeche Mode behoort ook tot die categorie. Altijd zalig om livebeelden van te maken. Die man palmt elke zaal in en steekt met gemak een weide van zestigduizend man in z'n zak. Hij stráált gewoon. De grootste groepen ter wereld zijn dat niet toevallig geworden. Je kan talent misschien wel faken via een lichtshow of zo. Maar na één keer val je gegarandeerd door de mand. Het is geen toeval dat de allergrootste acts al twintig of dertig jaar bezig zijn: het kost tijd om te groeien. Neem David Byrne. Als je die tegenkomt krijg je een los, zwak handje. Maar zet hem op het podium en dat wordt een Duracell-konijn."

Ten slotte: je bent twintig jaar bezig. Hoelang ga je nog door?

"Tot ik erbij neerval. En zelfs dat is eigenlijk geen reden om ermee op te houden."


INFO

De expo Faces, 20 jaar concertfotografie van vzw Curieus loopt van 23 april tot 1 mei in de Snoepwinkel (naast de Vooruit) in Gent, en vanaf 7 tot 22 mei in de Muziekodroom te Hasselt. Later op het jaar is de tentoonstelling ook nog te zien in Het Depot in Leuven.

Meer info op www.curieus.be/alexvanhee

Arno © Alex Vanhee Beeld UNKNOWN
Arno © Alex VanheeBeeld UNKNOWN
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234