Zondag 20/09/2020

InterviewHooverphonic

Alex Callier: ‘Het enige voordeel van mijn ziekte is dat de mensen zeggen: ‘Je ziet er zo jong uit!’’

Alex Callier (47) heeft een woelig jaar achter de rug: zijn vader overleed, het nummer dat hij schreef voor het Eurovisiesongfestival kreeg meer kritiek dan lof, en toen hij weigerde deel te nemen aan de slotceremonie van Eurostream, werd hij met stront overladen. Bovendien verloor hij door ziekte zijn wenkbrauwen en iconische bakkebaarden, en net toen de feestelijkheden ter ere van 25 jaar Hooverphonic van start moesten gaan, kwam een virusje roet in het eten gooien. Toch houdt hij zich sterk. Maar: ‘Het is niet omdat je je sterk houdt, dat je geen gevoelens hebt.’

We zijn uitgenodigd in Alex Calliers architectonische parel in Sint-Niklaas, waar we plaatsnemen in zijn al even prachtige tuin. Zijn hond Jos doet niet aan social distancing en komt geregeld om een aai vragen, maar als we onze hand willen uitsteken naar de dichterbij sluipende kat Leo, springt Callier tussen: ‘Met hem moet je opletten: hij kan heel lief doen, maar hij kan je plots ook serieus te stekken hebben.’

Heb jij last gehad van de lockdown?

Alex Callier: “Totaal niet, eigenlijk. Ik heb vooral heel veel geschreven, twee songs met Luca Chiaravalli onder andere, een Italiaan die ik jaren geleden heb leren kennen op een songwritingkamp, en met wie ik ook ‘Amalfi’, ‘Heartbroken’, ‘Uptight’, ‘Romantic’, ‘Release Me’ en nog een hoop andere songs heb geschreven. Door corona hebben we voor het eerst online samengewerkt. Luca lijdt aan het marfansyndroom en heeft een extreem zwak hart. Hij is meer dan drie maanden niet buiten geweest. Hij is 49, één jaar ouder dan ik, en is al zeven keer aan zijn hart geopereerd. Eén keer in Brugge zelfs, waar ze zijn aorta in titanium hebben gehuld. Het verplegend personeel had toen een playlist gemaakt om af te spelen tijdens de operatie, met daarop allemaal songs waaraan hij had meegeschreven. Na een halfuur was ‘Heartbroken’ voorbijgekomen, en op de één of andere manier was dat op repeat komen te staan. Toen hij de volgend ochtend wakker werd, stond de chirurg naast zijn bed: ‘Everything went really well. But Luca, I have to say: five hours of ‘Heartbroken’ is a little bit too much.’ (lacht) ‘Heartbroken’ dan nog, terwijl ze zijn hart aan het opereren waren.”

Naast je Eurosong-nummer ‘Release Me’ had je ook een nieuwe plaat klaar om uit te brengen.

“Ja, die is helemaal klaar. ‘Release Me’ ging erop staan, en ‘Summer Sun’, de nieuwe single. Een heel filmische plaat, met een cabaret- en ‘Carnivàle’-achtige sfeer – ik weet niet of je die serie ooit gezien hebt? Maar ik heb ook nog twee andere platen klaar: een retro northern soul-motownplaat en een meer poppy plaat. Nee, de lockdown heeft niet gezorgd voor minder inspiratie, integendeel.

“Ik ben me de afgelopen weken wel zorgen beginnen te maken over hoe het verder moet met onze livecompagnie. Een jaar zonder inkomsten, dat zal misschien nog lukken, maar twee jaar? Dan zijn we failliet. En wij niet alleen, denk ik. Persoonlijk hoef ik me financieel niet al te veel zorgen te maken, maar ik ben wel bezorgd over de mensen die voor en rond ons werken. De manager, de boeker, de muzikanten, de crew... Ik voel mij daar verantwoordelijk voor. We’re a family.”

In de perceptie van de mensen is Hooverphonic veel meer een ‘platengroep’ dan een ‘livegroep’. Maar eigenlijk toeren jullie constant.

“Nog steeds, ja, maar wel veel compacter dan vroeger.

“Vroeger moest toeren niet het grote geld opbrengen, maar nu komen haast alle inkomsten uit de optredens. En dus ga je op tournee in functie van de landen en plaatsen die het meest rendabel zijn. Drie shows in Duitsland die wat minder opbrengen, bijvoorbeeld, gekoppeld aan shows in Istanboel en Griekenland die wél uitverkopen. Eigenlijk is Hooverphonic een schizofrene groep: in België zijn we heel populair, maar in het buitenland zijn we alternatief. Zelfs in Nederland spelen we voor een ander publiek dan in België.”

Speel je in het buitenland dan een andere set dan hier?

“Ja, maar je kunt natuurlijk niet om de hits heen. Sommige bands willen hun hits niet spelen en doen waar ze zin in hebben, maar ik ben nogal een pleaser. Als ik kook, doe ik dat ook niet voor mezelf, maar voor de mensen die komen eten. Ik wil dat ze met een smile weer naar buiten gaan. Ik zal wel een commerciële mens zijn, zeker? Als ik naar The Cure ga kijken, wil ik ‘Just Like Heaven’ en ‘Friday I’m in Love’ horen, en ‘Barbara Ann’ en ‘Wouldn’t It Be Nice’ als ik naar The Beach Boys ga. Ik ben naar Jamiroquai gaan kijken in het Sportpaleis. Hij heeft drie bekende nummers gespeeld. Drie. En dat waren dan nog niet eens de grootste hits. Dat mag je doen, hè, maar het Sportpaleis zat niet vol, en ik dacht: volgende keer wordt het de Lotto Arena, en ook die zal niet vol zitten. Ze vinden mij altijd ne vree arrogante, maar dat soort arrogantie is mij vreemd.”

DOODSANGSTEN

Hooverphonic-gitarist Raymond Geerts is 60. Hou je er rekening mee dat hij over pakweg vijf à tien jaar zou kunnen zeggen dat hij geen zin meer heeft om in een tourbus te stappen?

“Daar is hij te ijdel voor. Het omgekeerde baart me meer zorgen: dat ik hem zal moeten zeggen dat het echt geen gezicht is om met een rollator het podium op te komen. (lacht) Maar hij is wel 60, ja. Tijdens de lockdown was hij echt bang. Hij is altijd een zware roker geweest.

“Ik maak me meer zorgen over Luka (Cruysberghs, de 19-jarige Hooverphonic-zangeres, red.). Ik heb al vaak tegen haar gezegd: ‘Zorg dat je een diploma hebt, dat je ergens op kunt terugvallen.’ In december word ik 48, over tien jaar kan ik doodvallen. Dan is zij 30 en ligt haar leven nog voor haar. Ik ben de motor, Luka is de benzine, Raymond de olie. En al heb je nog zoveel olie en benzine, zonder motor raak je niet vooruit.”

Online hebben jullie niets gedaan tijdens de lockdown, hè?

“Nee. Ik heb daar wel over nagedacht en we hebben erover samengezeten, maar ik denk dat we ons beter gedeisd houden en wachten tot het voorbij is. Een onlineconcert, dat is een compleet andere manier van denken. Het is simpelweg geen liveconcert als mensen thuis zitten te kijken. Dat is een captatie, dat moet gemixt worden, geprocessed... Er komt geen enkele liveplaat uit waar niet een beetje aan gewerkt wordt achteraf. Als je in een zaal staat met het geluid op 95 decibel, dan voel je de energie. Dan doet het er niet toe dat de zanger er eens een noot naast zingt. Maar je kent dat toch, dat je na een concert naar huis rijdt en dat ze er op de radio een stukje van laten horen, en dat je denkt: huh, was dát het fantastische concert dat ik daarnet heb gezien?

“We hebben een aanvraag gehad voor een drive-inconcert in Luxemburg. Ook daar heb ik over nagedacht. Je moet dan eigenlijk een captatiewagen hebben waarin alles perfect wordt gemixt en gemasterd... Je kunt dat niet gewoon even naar de autoradio van mensen sturen, want dan trekt het op niks. En wat gaan de mensen doen in plaats van applaudisseren? Claxonneren? Dan denk ik: het sop is de kool niet waard, we gotta duck, en wachten tot het voorbij is. Zomaar snel-snel wat dingen doen ligt niet in mijn aard. Ik wil dat het góéd is. En als je het goed wilt doen, kost het geld. Ik heb het er met onze boeker Pascal Van De Velde over gehad: concerten voor tweehonderd mensen, dat is simpelweg niet rendabel. Vierhonderd mensen? Moeilijk. Het leven wordt ook steeds duurder, maar de fees in de muzieksector zijn nauwelijks veranderd. Wat we vandaag krijgen voor een concert, verschilt niet zoveel van wat we twintig jaar geleden kregen. Maar daar wordt nauwelijks over gebabbeld.”

Veel inkomsten van artiesten komen tegenwoordig uit tv-werk en commercials.

“Dat is in de loop der jaren belangrijker geworden, ja. ‘Mad About You’ zat vorig jaar nog in The Umbrella Academy op Netflix, in een Lavazza-reclame in Italië, en iets voor luchtvaartmaatschappij Emirates...”

Emirates levert volgens mij wel een aardige cent op.

“Dat zijn de betere dingen, ja. Een commercial met Scarlett Johansson, dan weet je dat het iets mocht kosten. ‘Mad About You’ is een evergreen, hè. En ja, ik heb dat geschreven toen ik jonger was. Et alors? Ik schrijf nog altijd hits en catchy tunes, maar niets meer van het kaliber van ‘Mad About You’. De meeste artiesten schrijven hun evergreen als ze jong zijn. Mijn favoriete Hooverphonic-songs zijn trouwens niet de hits, maar de donkerdere tracks, zoals ‘Danger Zone’. Ik luister thuis ook vrij weinig naar commerciële muziek. Ik grijp eerder naar onbekende, alternatieve dingen zoals Other Lives of Alexandra Savior. Ik heb dat ook gezien bij Cathy Dennis thuis: ze heeft hits geschreven voor The Spice Girls, ‘Toxic’ van Britney Spears en ‘Can’t Get You Out of My Head’ van Kylie Minogue. Maar in haar platenkast stond niets anders dan alternatieve stuff: Laura Nyro, Jason Falkner, Elliott Smith.”

Hoe was je bij Cathy Dennis thuis beland?

“Ik heb haar in 1998 leren kennen, ook weer op een songwritingkamp.”

Leg eerst eens even uit wat een songwritingkamp precies is.

“Je wordt daarvoor uitgenodigd, meestal door publishers, en je wordt er samengezet met andere songschrijvers: elke dag schrijf je een song, telkens met iemand anders. Toen ik Cathy voor het eerst ontmoette, wist ik totaal niet wie zij was. Het was in een kasteel in Devon, en de eerste avond was er een wijnproeverij – het mocht toen nog iets kosten. Ineens stond er een rosse Engelse naast mij: ‘This wine tastes fishy.’ Waarop ik: ‘There's nothing fishy about this wine, I love it.’ De hele avond hebben we elkaar zitten jennen. En met wie moest ik de volgende dag schrijven, denk je? Ja, hoor: Cathy Dennis. Samen met een gitarist die er ocharme bij zat, die heeft zijn beste tijd niet gehad. Maar we hebben toen wel degelijk een song geschreven: ‘The Last Thing I Need Is You’. (lacht) En tegen het einde van de dag waren we beste vrienden. Ik heb later ‘Jackie Cane’ met haar geschreven. En ‘Mad About You’ gaat over haar: ‘Are you the fishy wine who will give me a headache in the morning?‘ (lacht)

Zijn jullie een koppel geweest?

“Ik had wel een crush op haar, maar er is nooit iets van gekomen. Ik wist ook dat het eigenlijk geen goed idee was, want daar waren toch behoorlijk wat kosten aan. Ik heb in Londen eens bij haar in de auto gezeten: doodsangsten uitgestaan.”

ONDER DE GORDEL

Intussen ben je getrouwd.

“Ja. Ik heb net mijn vruchten bruiloft gevierd: vier jaar. (lacht) Mijn moeder dacht dat het nooit ging gebeuren. Ik had het zelf eigenlijk ook niet meer verwacht.”

Je zegt altijd dat je bewust kinderloos bent. Waarom?

“Omdat ik vind dat je niet alles kunt hebben in het leven. Als ik kinderen had, zou ik de beste vader willen zijn. Maar ik wil ook de beste zijn in mijn vak, en als ik dan in mijn studio zou zitten, zou ik mij schuldig voelen omdat ik niet bij mijn kinderen ben. En vice versa. Mijn werk is mijn passie, ik doe dat ontzettend graag en ik wil er zoveel mogelijk mee bezig zijn. Ik heb op tournee genoeg gezien hoe mensen zich schuldig voelden omdat ze er niet waren voor hun kinderen, hoe het ambras was met de vrouw thuis, hoe verscheurend dat was. Het zal zeker verrijkend zijn om kinderen te hebben, maar op relationeel gebied zijn mensen zonder kinderen vaak gelukkiger. Toen mijn vrouw en ik elkaar leerden kennen, was zij 32. Ik was mij ervan bewust dat de kinderwens bij haar nog kon komen, en heb toen gezegd: ‘Mocht het er ooit van komen, besef dan dat een groot deel van de opvoeding op bepaalde momenten op jouw schouders zal belanden.’ Ik wil mijn vrouw ook niet doodongelukkig zien omdat haar man geen kinderen wil, ik ben geen despoot. Maar ze wil er dus geen.

“Toen het gedaan was met mijn ex, wilde ik ook bewust een relatie met iemand die geen kinderen had. Dat was niet evident, want ik was 38 en ik wilde iemand die maximaal zes jaar jonger was. Ik wilde niet ineens een lief van 20 of zo. Mijn beste vrienden zeiden: ‘Zijde zot? Dat ga je nooit vinden, onmogelijk!’ Maar kijk. (lacht) Er zijn uitzonderingen, maar ik zie zoveel miserie in samengestelde gezinnen. En het gaat altijd over de kinderen en de opvoeding.”

In België ben je een publiek figuur, waardoor je hier wellicht anders wordt behandeld dan in het buitenland.

“Absoluut. In het buitenland zijn wij alleen bekend voor onze muziek, en daar ben ik enorm blij mee. Op mijn 27ste hoopte ik wereldberoemd en superpopulair te worden, op mijn 47ste ben ik blij dat dat niet het geval is. Ik kan in Praag in een uitverkochte club spelen, maar ik kan er ook nog over straat lopen. Ik ben eens gevraagd om coach te zijn in X Factor in Italië, maar ik spreek nauwelijks Italiaans. Mijn vrouw zou het ook niet hebben toegestaan: ‘Dan kunnen we daar niet meer op vakantie!’ Op mijn leeftijd apprecieer je het feit dat je ergens kunt komen waar de mensen je met rust laten. Hier is dat moeilijker. Al moet ik zeggen dat Belgen heel keurige en beleefde mensen zijn. Mocht ik in Nederland even bekend zijn, ik zou nogal wat meemaken. Vergelijk onze boulevardpers maar met de Nederlandse en je weet genoeg. Wat niet wegneemt dat ze hier ook weleens een slag onder de gordel durven te geven.”

Jij hebt dit jaar je deel van de boulevardpers wel gehad.

“De volle laag heb ik gekregen. Vooral nadat ik had gezegd dat ik ‘Love Shine a Light’ van Katrina & the Waves niet wilde meezingen op de slotceremonie van het Eurovisiesongfestival. Aan een slechte medley doe ik niet mee, punt. Het is niet omdat je deelneemt aan het Songfestival, dat je al je principes overboord moet gooien, hè. Je moet mij niet vragen om ergens onnozel te staan doen, dat is niet wie ik ben. Nu, ik wist dat er reacties zouden komen, dat ik de bonen ging moeten fretten, en ik was van plan om het allemaal te negeren. Maar dan stuurde mijn manager mij een bericht: ‘Het is uit de hand aan het lopen! We zullen moeten reageren.’ Ik ben toen toch maar eens door die reacties gescrold en ik moet toegeven dat ik er één nacht van wakker heb gelegen. Er was zelfs iemand die het vergeleek met een terroristische daad. Maar het raakt me het hardst als ze op de man spelen en dingen zeggen die er niets mee te maken hebben.”

De tekst van ‘Release Me’ gaat over je overleden vader. Breng je je groepsleden daarvan op de hoogte?

“Ja. Maar ik heb de tekst wel zo geschreven dat iedereen hem kan zingen. Het zou bijvoorbeeld net zo goed kunnen gaan over een relatie die stukloopt. Omdat ik met zangeressen werk, heb ik altijd vrij universeel moeten schrijven. Misschien is daar wel een deel van het succes aan te danken. Ik heb trouwens twéé nummers voor mijn papa geschreven: ‘Release Me’ en één dat nog niet is uitgebracht, en dat Luka gezongen heeft op de begrafenis.”

Hij had maagkanker. Heeft hij een langdurig ziekbed gehad?

“Ik vind dat toch: een paar maanden. Maar eigenlijk was hij al een jaar geen mens meer. In dat jaar heeft hij ook zijn heup nog gebroken. Op het einde kon hij niet meer eten of drinken. Dat moet de hel zijn geweest. Ik hoop dat het bij mij wat sneller zal gaan. Maar hij was 79, een schone leeftijd.”

Je hebt het nieuws van zijn overlijden vernomen tijdens de soundcheck voor een concert in Brugge.

“Ja, en we hebben die avond toch nog gespeeld. Omdat ik dacht: it won’t change a thing. Niet spelen gaat hem niet terugbrengen. Maar ik kan begrijpen dat anderen op zo’n moment simpelweg niet in staat zijn om op te treden.”

Ben je met je hoofd dan volledig bij zo’n concert?

“Toch wel. Omdat mijn papa ook een muziekfanaat was, en omdat hij het zo gewild zou hebben. ‘Eden’ spelen was wel moeilijk, omdat dat zijn favoriete song was. Als zoiets gebeurt als je aan het toeren bent, kun je ook niet de hele tournee cancelen. Ik heb een droomjob, maar moet de consequenties erbij nemen. Mijn mama is ook zo: ze heeft veel verdriet gehad, maar ze zal daar niet mee te koop lopen. We zijn op dat gebied een vrij sterke familie, er is weinig dat ons onderuit kan halen. Daardoor genereer je, om terug te komen op waar we het daarnet over hadden, bij de mensen het idee dat je alles aankunt. Maar het is niet omdat je je sterk houdt, dat je geen gevoelens hebt.”

Zelfs toen je je wenkbrauwen verloor door de ziekte alopecia areata, heb je een hoop bagger over je heen gekregen.

(knikt) ’t Is een stressgerelateerde ziekte, en de mensen zeggen dan: ‘Waarom heeft die stress?’ Als je op een bepaald niveau zit, wil je op dat niveau blijven. Telkens wanneer er een plaat uitkomt, geeft dat stress. Bij elke nieuwe single: stress. De competitie is vandaag veel groter dan twintig jaar geleden, er komt veel meer uit. Je wordt niet meer automatisch op de radio gedraaid omdat je een grote naam bent. Ticketverkoop: idem. Het is wellicht niet cool om toe te geven, maar het zal serieus steken wanneer een show in België voor het eerst niet uitverkocht raakt. Aan The Voice meedoen geeft ook stress. Ik ben daarmee begaan, ik steek daar keiveel tijd en energie in. Maar ik doe het graag, anders zou ik het niet doen. Het enige voordeel van die alopecia is dat de mensen zeggen: ‘Je ziet er zo jong uit!’ (lacht)

DE STRAFSTE JOINT

Wanneer heeft Hooverphonic voor het laatst een slecht concert gespeeld?

“Een slecht concert? Er zijn altijd wel concerten die wat minder zijn, maar echt slecht? (denkt lang na) Heel lang geleden, op een festival in Toulouse. We kwamen aan om drie uur ’s middags, met een tourbus waarvan de airco kapot was. Het festival begon pas om acht uur ’s avonds, wij speelden om vier uur ’s nachts. Er viel daar absoluut niets te beleven. Pintje beginnen te drinken, wat wiet smoren, je kent dat. Nog een pintje, nog wat smoren... Om vier uur gingen wij dat podium op, ik zal het nooit vergeten. De meest hilarische scène was toen onze roadie Gosby, een Engelsman, na een paar minuten op Raymond afstapte: ‘Raymond! Thát’s your wah-wah pedal, and thát’s your volume pedal!’ (lacht) Raymond was wah aan het spelen met zijn volumepedaal. De geluidsman wist niet wat er gebeurde, en wij hadden niets in de gaten. (lacht) We zijn nooit meer zo vroeg op een festival gearriveerd.”

Ik wist niet dat je wiet rookte.

“Ik deed dat, nu niet meer. In 1998 zijn we in New York na een concert van Faithless eens in een club beland met de gasten van Morcheeba, en daar heeft iemand mij een joint toegestopt waarvan ik lang heb vermoed dat er heroïne in zat. Ik ben daar toen vreselijk slecht op gegaan. Urenlang ben ik tegen Raymond bezig geweest: ‘Mon, ik ga sterven, ik ga sterven.’ Long story short: een paar jaar geleden speelden we in een club in Praag en kwam er iemand vragen of we de producer van de nieuwe plaat van Pink Floyd wilden ontmoeten. Dat bleek Youth te zijn, de bassist van Killing Joke, die ik al eens eerder had ontmoet. Naast hem stond een gast die ik vaag ergens van kende. Geordie Walker, de gitarist van Killing Joke, zo bleek. En ineens viel mijn frank: ‘It was you who gave me that joint with heroin in ’98!’ Waarop Geordie: ‘Dat was geen heroïne, maar angel dust.’ Een hallucinatoir verdovingsmiddel. Op een bepaald moment gaf die Geordie mij weer een joint door, waarop Raymond kurkdroog: ‘Don’t you get it? He quit in ’98.’ (lacht)

Om af te ronden: heb je een motto in het leven?

“Ik heb altijd goed onthouden wat Johnny Cash ooit zei: ‘The secret to a long marriage is separate bathrooms.’ Dus hebben mijn vrouw en ik elk een badkamer. Als Johnny Cash iets zegt, dan doe ik dat. De één gelooft in God, ik geloof in Johnny Cash. (lacht)

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234