Woensdag 02/12/2020

Alex Agnew en Thomas Smith, Britse humor uit Antwerpen

'Je kunt je als stand-up comedian nergens achter verschuilen. Als niemand lacht, betekent het dat je er niets van gebakken hebt'

'Stand-up hoeft niet per se grappig te zijn'

Stand-up comedian Alex Agnew won als halfbloed Vlaming vorig jaar het prestigieuze Leids Cabaretfestival. In de Scheldestad liep hij Thomas Smith tegen het lijf: zijn beide ouders waren Britten, hij werd geboren in Nederland en groeide op in Antwerpen. Op Some Like It Zot spelen ze voor de tweede maal volledig in het Engels.

Antwerpen

Van onze medewerkster

Liv Laveyne

Twee stand-up comedians met Engelse roots die in Antwerpen wonen: schept dat een band?

Agnew: "We hebben veel gemeenschappelijk: onze vaders zijn allebei door hun werk als ingenieur in België beland. En we vinden ook houvast bij elkaar in onze eigenaardige eetgewoontes, waar Vlamingen de neus voor op halen."

Smith: "Zoals de bruine steaksaus, die we Houses Of Parliament noemen en die we echt overal op smeren."

Agnew: "En natuurlijk is ook onze smaak van humor Engels: Tommy Cooper, de Ierse Dave Allen, Eddie Izzard. Al ben ik zelf ook een enorme fan van Amerikaanse comedians zoals Bill Hicks en Eddie Murphy."

Bestaat er zoiets als dé Engelse humor?

Smith: "Bij Engelse comedy gaat het vaker om een uitbeelden van een gevoel. In één zinsnede kun je zoveel leggen: een uitspraak als 'oh really', daar druipt het sarcasme meteen vanaf. Nederlandstalige humor speelt meer met taal en kwinkslagen. Ook die humor heeft mij beïnvloed, maar het voelen in de buik, dat blijft toch Engels."

Agnew: "Ik vloek gemakkelijker in het Engels. We hebben een tijdje geleden voor het eerst in opgetreden in een Ierse pub in Antwerpen. Daar word je pas echt voor de leeuwen gegooid. Een cafépubliek en dan nog eens Ieren, dat is het moeilijkste publiek dat een Britse Vlaming zich kan inbeelden."

Zijn jullie elkaar in het comedycircuit tegen het lijf gelopen?

Agnew: "We hebben elkaar ontmoet op een optreden van Dufraing & De Wit. Dat duo had toen net Humo's Comedy Cup gewonnen (in 1998, LiLa). Ik wilde graag 'iets' met comedy doen en was nieuwsgierig naar 'het beste' dat Vlaanderen aan comedy te bieden had. Ik vroeg me af of ik mij wel daarmee zou kunnen meten. (betekenisvolle grijns) En ik had vrij snel door dat dat geen enkel probleem zou zijn. Na het optreden ben ik met Thomas aan de praat geraakt: hij was de enige die mij niet afraadde om comedy te doen. Tot dan toe had iedereen mij gewaarschuwd: 'Daar moet je nooit aan beginnen, jong. Dat is sterven op het podium, telkens weer.'"

Smith: "Ik was toen al een tijdje bezig: ik had aan een workshop meegedaan begeleid door Britse komieken en besefte al vlug dat het stand-up was wat ik wilde doen. Ik had altijd wel gemerkt dat ik gemakkelijk mensen aan het lachen kon brengen en genoot van die aandacht."

Agnew: "Ik vond en vind het een uitdaging om mensen die aanvankelijk niet lachen, toch zover te brengen dat de melk uit hun neus komt, tot ze geen controle meer hebben over hun lach."

De comedyfestivals poppen dit jaar als paddestoelen uit de Vlaamse grond. Is er sprake van een boost in het landschap of wordt comedy nu pas ontdekt?

Agnew: "Comedy zit nog in de ontwikkelingsfase zeker wat de aandacht van het grote publiek betreft. Als je ziet dat Humorologie, een van de oudste humorfestivals in Vlaanderen, nauwelijks media-aandacht krijgt, weet je dat er nog veel werk aan de winkel is. Maar laat Fabre met een microfoon rond zijn lul op het podium huppelen en alle kranten staan er vol van. Ook een tijdschrift als Humo is daar heel achteloos in: ze organiseren een Comedy Cup, geven de winnaar (Wouter Deprez in 2003, Lila) en daarmee is de kous af. In plaats van een groot interview te doen met die gast."

De aandacht van de media lijkt toch te groeien: VTM had Kopspijkers, Wouter Deprez was te zien in De rechtvaardige rechters en de VRT-verkiezingsshow.

Agnew: "Er is ook de andere kant van de medaille: stand-up boert plots goed op tv. Er wordt geen programma meer gemaakt of ze huren een comedian in. Maar ze weten niet eens wat ermee aan te vangen: zetten we hem in een panel of zetten we hem een petje op?"

Smith: "De Vlaamse zenders weigeren risico te nemen en delven daarmee hun eigen graf."

Agnew: "Altijd is er dat argument: ja maar, het publiek is daar nog niet klaar voor. Welk publiek? Ik maak ook deel uit van dat publiek en ik heb heel wat vrienden die naar Hans Teeuwen op Nederland 3 kijken en dat fantastisch vinden."

Smith: "Waarom die halsstarrige gedachte dat de presentator van Kopspijkers een BV moet zijn (Jo De Poorter, LiLa)? Niet voor niets hebben ze in Nederland Jack Spijkerman gekozen als presentator, een man die al jaren in het cabaretvak zit en rad van tong is."

Alex, vorig jaar op het Leids Cabaretfestival vond de jury het jammer dat je 'zo focust op het etaleren van geluidseffecten'. Niettemin sleepte je er de jury- en publieksprijs in de wacht.

Agnew: "Waarom heb ik gewonnen? Omdat ik als enige de zaal plat speelde. Dan is de keuze vlug gemaakt, hoor. Artistieke integriteit kan iedereen voor mijn part in zijn reet steken. Uiteindelijk komt het ook bij de organisatoren maar op één ding aan: welke artiest maakt voldoende kans om volle zalen te trekken? In Nederland wordt stand-up comedy nog vaak als het minderbegaafde broertje van cabaret aanzien. 'Publieksinteractie' is nog zo'n fel overschat woord. Het is een bijna ongeschreven regel om als cabaretier elke pa en Pol op de eerste rij een handje te geven en te vragen 'hoe gaat het ermee?' Ik heb daar een hekel aan: als jij iets vertelt en de toeschouwer lacht, is dat ook interactie."

Smith: "Stand-up is simpel: je gebruikt de lach om over te brengen wat je voelt. Stand-up hoeft niet per se grappig te zijn. De inzet is uiteraard amusement brengen, maar er zit meer in. Toen ik pas begon, viel ik terug op defensiemechanismen: ik leerde mijn teksten rats van buiten en deed zo theatraal mogelijk zodat me op het podium niets kon overkomen. Maar dan verval je automatisch in een typetje brengen. Dat kan best grappig zijn, maar dat is niet mijn ding. Je mag het publiek je persoon niet ontzeggen. Humor is een spiegel. Ik stel mezelf kwetsbaar op waardoor de toeschouwers zelf ook denken: shit, ik ben kwetsbaar. Een optreden is therapie voor mij en het publiek."

Agnew: "Je kunt je als stand-up comedian nergens achter verschuilen: er is geen muziekinstrument of personage. Als je poëzie brengt en er volgt een beleefdheidsapplausje kun je nog altijd schouderophalend zeggen: 'Ze hebben het niet begrepen.' Als bij ons niemand lacht, betekent het dat we er niets van gebakken hebben."

Smith: "Ofwel kruipt het publiek mee in je hoofd en denkt het 'hé, dat heb ik ook', en anderzijds is er de Wim Helsen-humor: 'wauw, hoe komt hij daar in godsnaam bij?' Maar uiteindelijk komt het altijd neer op één ding: We're only human and let's have a good laugh about it."

Alex Agnew en Thomas Smith treden vanavond op in het Ship of Fools, Akenkaai, naast het Kaaitheater. Info en kaarten: 02/201.59.59 of www.komediefestival.be

Agnew, Smith en Wim Helsen zijn ook te zien op de Bis Comedy Night tijdens de Gentse Feesten, van 22 tot 25 juli in De Centrale. Info en kaarten: 09/233.77.88 of www.freetime.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234